Een minderheidskabinet over links

De VVD en zijn leider, Marc Rutte, gijzelt nog steeds de kabinetsformatie. Hij weigert plaats te maken na een motie van wantrouwen van de gehele oppositie en een motie van afkeuring van zijn huidige coalitiegenoten. In het debat over het eindverslag van de informateur Herman Tjeenk Willink liet hij weten niet met andere voorstellen voor een andere bestuurlijke praktijk te komen dan hij de avond daarvoor bij Nieuwsuur had gepresenteerd, op zichzelf al een nieuwe middelvinger naar de Kamer. Na het gesprek met de nieuwe informateur Mariëtte Hamer liet hij opnieuw weten dat er van hem geen andere voorstellen te verwachten zijn. Rutte toont geen enkele empathie voor de slachtoffers van zijn beleid en laat te pas en vooral te onpas weten vooral trots te zijn op de vernietiging van onze verzorgingsstaat en onze democratische rechtsstaat, die onder zijn leiding voortvarend is uitgevoerd. Vlak na de aanname van de motie Klaver/Ploumen over onder meer de versterking van de rechtsbescherming en de toegang tot het recht, stuurde zijn VVD-minister Sander Dekker een brief aan de Kamer waarin hij vasthoudt aan zijn plannen voor verdere ontmanteling van de rechtsbijstand.

Hoeveel middelvingers tegen de Kamer en de burger hebben we nodig om te concluderen dat er teveel is gebeurd om nog opnieuw met Rutte in zee te gaan? Welke prachtige inhoudelijke concessies er ook losgepeuterd kunnen worden van de VVD, ik zie niet op welke wijze onze partij nog geloofwaardig aan een kabinet onder zijn leiding deel kan nemen. Onze partij is nog steeds niet hersteld van het vorige dramatische avontuur met hem, en opnieuw met hem nu in zee gaan, terwijl onze eigen politiek leider wel de ultieme consequentie getrokken heeft uit het toeslagenschandaal, zou wel eens het definitieve einde van onze partij kunnen inluiden. Het mantra van Ploumen en Klaver dat men eerst over de inhoud wil praten mag niet impliceren dat we toch weer in een kabinet onder leiding van Rutte ingerommeld worden. Gelukkig heeft ook Lilianne Ploumen duidelijk aangegeven dat zijn voorstellen volstrekt ‘ondermaats’ waren om het herstel van vertrouwen te komen. Ze legt de bal bij Rutte – maar hij wil niet bewegen, althans niet de goede kant op. Integendeel, hij beweegt de verkeerde kant op. Dan wordt het tijd om duidelijker te zijn, Rutte verstaat geen halve boodschappen – Rutte heeft het zelf onmogelijk gemaakt om het vertrouwen nog te doen herstellen.

Maar wat dan wel? Wat is er mogelijk zonder VVD in een totaal versplinterde Tweede Kamer, waarbij 28 extreemrechtse zetels bij voorbaat voor de formatie niet relevant zijn, al sluiten VVD en CDA de net zo extreemrechtse JA21 (3 zetels) nog niet uit. Zonder hen en de VVD blijven er 88 Kamerzetels over. Voor een meerderheidskabinet zijn dan tenminste 8 partijen nodig (D66-CDA-SP-PvdA-GL-PvdD-CU plus nog bijv. Volt of Bij1)! Dat zou leiden tot een ingewikkeld en dichtgeregeld regeerakkoord, met waarschijnlijk heel veel bewindslieden. Nou niet precies ideaal als je juist meer dualisme met zijn allen propageert. En dan nog is er maar een krappe meerderheid, dat kleine partijen eenvoudig kan verleiden om op hun issues zware eisen te stellen in de actualiteit, hetgeen de stabiliteit van zo’n kabinet nu bepaalt niet zal doen toenemen.

Een minderheidskabinet zou wellicht nog wel een optie kunnen zijn. Voor de hand ligt dan een kabinet van CDA-D66-SP-PvdA-GL. Dat zijn 65 zetels met vijf partijen, die met de 23 zetels van de 8 overige partijen buiten VVD en extreem-rechts in staat zouden moeten zijn meerderheden te realiseren. In de Eerste Kamer zou deze coalitie beschikken over 34 van de 75 zetels. Hier is steun te verwerven van 12 zetels uit 5 partijen (CU, PvdD, SGP, 50Plus en OSF) buiten VVD en extreemrechts. Ook daar dus getalsmatig voldoende kansen. Zo’n kleiner minderheidskabinet biedt ook juist des te meer kansen voor meer dualisme (mits het allemaal niet weer in de achterkamertjes gebeurt) en zou ook wel eens zeer stabiel kunnen blijken te zijn.

Zou dat realistisch zijn? Rechts (CDA-D66) zou zich gesterkt kunnen voelen doordat men nog steeds een ruime meerderheid vormt (39 Kamerzetels) ten opzichte van de drie linkse deelnemende partijen (26 Kamerzetels), maar deze drie kunnen inhoudelijk mogelijk wel veel meer binnenhalen dan in een coalitie met een VVD.

Een gedachtenexperiment. Nu eens niet vanuit de inhoud geredeneerd, maar vanuit posities. D66 zou als grootste deelnemende partij de premier leveren en daarmee kunnen laten zien wat het nieuwe leiderschap impliceert. Daarnaast zou D66 als grootste partij nog vier extra ministers krijgen. In de eerste plaats zou ze daarbij als zelfbenoemde onderwijspartij het ministerie van Onderwijs en Cultuur kunnen claimen en ook het ministerie van Buitenlandse Zaken (met ook de EU-portefeuille), een ander beleidsterrein dat D66 aan het hart gaat en waarbij een sterk progressief profiel gerealiseerd kan worden met accent op mensenrechtenbescherming en de realisatie van de VN-doelen, en van Europese samenwerking. De SP zou daarbij gerust gesteld moeten worden met een duidelijke agenda voor versterking van de democratie binnen de EU en van de sociale pijler. De minister voor Ontwikkelingssamenwerking zou ook naar D66 gaan. Wel zou in mijn gedachtenexperiment de handelsportefeuille daarvan weer worden ontkoppelt. We zetten minder in op export en doorvoer, en meer op een duurzame en sociale kenniseconomie, waarbij de Nederlandse economie niet rechtstreeks hoeft te profiteren van internationale solidariteit. Ook zou D66 nog een minister van Binnenlandse Zaken (BZK) kunnen krijgen, waarbij de onzalige fusie van politie en justitie in een ministerie van Veiligheid teruggedraaid wordt, en politie dus weer onder BZK gaat vallen. D66 zou het herstel van de scheiding tussen de uitvoerende en rechterlijke macht weer vorm kunnen geven. Inhoudelijk zou moeten worden afgesproken dat D66 de ruimte krijgt om te proberen een meerderheid te verkrijgen voor haar plannen met betrekking tot aken als abortus, euthanasie e.d. Moeilijk voor het CDA, maar misschien toch wat minder dan bij de CU, mits het CDA er ook voor wat terugkrijgt en D66 ook niet inhoudelijk doorschiet in haar voorstellen.

Het CDA zou uiteraard de eerste vicepremier kunnen leveren en nog drie andere ministers. In de persoon van Omtzigt zou dat mooi vervuld kunnen worden door een tweede minister van BZK, met als speciale opdracht de uitvoering van de voorstellen uit zijn boek voor herstel van de rechtmatige en transparante overheid, van dualisme, van de rechtsbescherming van de burgers en hun toegang tot het recht. De snelle en ruimhartige afhandeling van de schadeloosstelling van de slachtoffers van de toeslagenaffaire zou daarbij ook vanuit deze post kunnen worden aangestuurd. Ook zou het CDA het ministerie van Justitie kunnen bemensen, en daarmee een sterk stempel kunnen drukken op het veiligheidsbeleid, een kernpunt van het CDA in haar gedachtengoed. De vier progressieve partijen moeten daarbij wel gerust gesteld worden dat we niet doorgaan op het pad van versterking van repressie en inperking van de vrijheid van rechters om te vonnissen. We moeten vooral meer investeren in preventie, resocialisatie en in handhaving en opsporing, en vooral de georganiseerde criminaliteit bestrijden. Een lastig dossier is de drugsbestrijding, wellicht moet dat een vrije kwestie blijven. Dat veiligheidscluster voor het CDA kan nog worden gecomplementeerd met een minister van Defensie, waarbij de sterkte van de krijgsmacht weer op orde wordt gebracht met duidelijke afspraken over ruime extra uitgaven aan personeel en materieel. Links zou daarin mee kunnen gaan onder voorwaarde van bijv. beperkingen in de wapenhandel en aankoop/productie vooral in de EU en ons eigen land. Tenslotte zou het CDA ook het ministerie van Economische Zaken (zonder klimaat, zie bij GL hieronder) verwerven, en daarbij ook een belangrijke post bekleden in de sociaaleconomische driehoek (Fin/EZ/SZW). Daarbij kan men leiding geven aan een economische herstructurering na de coronacrisis. Het aparte ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij, van oudsher een CDA-bolwerk, wordt in mijn gedachtenexperiment opgeheven en toegevoegd aan het ministerie van EZ, en het CDA kan dus nog steeds – in samenwerking met de minister van Ecologische Duurzaamheid (zie bij GL, waar ook Natuur naar toegaat) – mede leiding geven aan een nieuw, wel duurzaam landbouwbeleid, met bijv. een Plattelandsakkoord, waarbij met meer boeren en minder dieren ook meer perspectief en bestaanszekerheid aan boeren kan worden gegeven. Hiervoor dient de nieuwe coalitie ruimhartig budget ter beschikking te stellen.

Voor links resteren dan voor iedere partij twee ministers, waarvan ieder ook één vicepremier. De SP zou op het ministerie van Zorg & Welzijn (exclusief de kinderopvang, die gaat als publieke voorziening naar Onderwijs) veel van haar ideeën over een zorgstelsel zonder marktwerking en met fiscale financiering kunnen realiseren. Daarnaast zou ze in mijn gedachtenexperiment het belangrijke ministerie van Financiën verwerven en daar de leiding krijgen voor de realisatie van een veel eerlijker en eenvoudiger belastingstelsel, waarbij ook de toeslagen vervangen worden door volledig collectieve financiering van zorg en kinderopvang, en door lager huren via onder meer afschaffing van de verhuurdersfinanciering en van de huidige fiscale prikkels voor stijging van de woonprijzen. Dit zou voor D66 en CDA uiteraard even slikken zijn, maar ze zouden dingen kunnen terugkrijgen zoals ontzien van het MKB en het verkleinen van de armoedeval.

Onze Partij van de Arbeid zou m.i. in de eerste plaats het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid moeten claimen, waarbij wij werk kunnen maken van volledige werkgelegenheid voor iedereen die wil en kan werken, van hogere en eerlijker lonen (waaronder een forse stijging van het minimumloon) en uitkeringen (door handhaving van de zgn. koppeling), van de bestrijding van het flexwerk en de verbetering van de bescherming en zeggenschap van werknemers, van de bestrijding van uitbuiting van arbeidsmigranten, van een betere balans tussen werk en privé, van een beter inkomensvangnet gebaseerd op vertrouwen in plaats van de huidige bijstand, van een offensief tegen risicovolle en problematische private schulden en tegen armoede, van een betere arbeidsbemiddeling en scholing voor werkenden en werkzoekenden, etc. Daarnaast zouden we natuurlijk de portefeuille van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en infrastructuur (VROI) moeten claimen, om weer opnieuw inhoud te geven aan sociaaldemocratisch volkshuisvestingbeleid, met oplossing van de woningnood vooral gericht op betaalbare huren en rechtsbescherming/ zeggenschap van huurders. We moeten ook de gentrificatie/veryupping van volkswijken in de grote steden keren, dat is bij uitstek een sociaaldemocratische opgave. Een nieuw inclusief wijkbeleid, met zeggenschap van bewoners, moet de discriminerende Rotterdamwet vervangen. Met een omvangrijk investeringsplan voor met name railinfrastructuur en eerlijke en slimmere verdeling van ontwikkelingsmogelijkheden over het gehele land, ook buiten de Randstad, en herstel van Rijksregie op het terrein van ruimtelijke ordening met tal van strijdende ruimteclaims kan onze partij zich ook met deze portefeuille goed profileren en veel van onze prioriteiten realiseren. Bij de deelnemende partijen in mijn gedachtenexperiment lijken er geen grote blokkades te zijn voor een dergelijke aanpak op SZW of op VROI.

Tenslotte GroenLinks. Dat zou natuurlijk de minister van Duurzaamheid moeten claimen. Een minister die de portefeuilles van klimaat en circulaire economie bij EZK weghaalt, Natuur krijgt van het op te heffen ministerie van LNV en leiding geeft aan het eerlijk realiseren van de te verhogen klimaatambities, een ambitieus herstel van de biodiversiteit en een veel betere bescherming tegen gezondheidsrisico’s van vervuiling en van intensieve landbouw en veeteelt. En als tweede ministerspost ook een nieuwe portefeuille, namelijk die van Migratie en Integratie. Migratie haal ik in mijn gedachtenexperiment daartoe weg bij Justitie. We moeten stoppen met het criminaliseren van migranten. GL krijgt zo de kans om een humaan en effectief migratie- en integratiebeleid te realiseren, waarbij legale migratie die ook nuttig en nodig is om groeiende vergrijzing en ontgroening het hoofd te bieden wordt georganiseerd en waarmee illegale migratie ontmoedigd wordt. Dan  verdrinken er geen mensen in zee, hoeven mensen niet opgesloten worden in mensonterende vluchtelingenkampen en ontnemen we mensensmokkelaars hun verdienmodel. Integratie goed organiseren en niet overlaten aan de ‘eigen kracht’ van de migranten. Dat gaat zowel over respect van mensenrechten en de rechtsstaat in onze geëmancipeerde verhoudingen, als over taal, scholing en ook  eerlijk werk (denk ook aan de zgn. seizoenarbeiders). Met reorganisaties van COA, IND, etc. Dat rechtvaardigt een apart ministerie. Vooral het CDA zal het hiermee moeilijk hebben, maar gerustgesteld kunnen worden door een echt betere beheersing en verkleining van de illegale immigratie en de overlast. De SP krijgt zekerheid door afspraken tegen verdringing van arbeid door arbeidsimmigratie en tegen uitbuiting van arbeidsmigranten.

Mooi visioen toch? Ik beweer niet dat dit makkelijk is, maar het is eigenlijk het enige scenario voor deelname aan een kabinet dat ik als mogelijk zie en dat voor onze partij en voor links als geheel positief zou kunnen uitpakken. Als dat niet mogelijk blijkt, dan gaan we m.i. beter in de oppositie. Daar liggen veel kansen om ons te versterken en te profileren, mits we investeren in linkse samenwerking met GL én SP. Ik bepleit dan een links schaduwkabinet en gezamenlijke fractievergaderingen.

En als er helemaal geen kabinet blijkt te vormen? Dan volgen er onvermijdelijk nieuwe verkiezingen, ergens dit najaar. Mits we dan ook linkse samenwerking vormgeven, met tenminste een links stembusakkoord tussen PvdA-SP-GL, en een offensieve campagne tegen neoliberale en extreemrechtse politiek en voor duurzame, inclusieve sociaaldemocratische politiek, kunnen we beslist een beter resultaat behalen dan dit voorjaar.

In de tussentijd zouden we dan kunnen denken aan een breed interim kabinet, dat het huidige demissionaire kabinet zou vervangen. Dat gestuntel onder leiding van Rutte kan niet vroeg genoeg stoppen. Zo’n interim-kabinet onder leiding van bijv. Kim Putters zou een beperkt mandaat krijgen – bijv. het coronabeleid en de afhandeling van de toeslagenaffaire en lopende zaken behartigen die niet controversieel verklaard zijn. En de dossiers op orde maken voor een snellere formatie na de nieuwe verkiezingen.

Genoeg te bespreken. Voor de zomer moet er een Politieke Ledenraad plaatsvinden waar de leden van onze partij zich erover kunnen uitspreken.

Gerard Bosman

FacebooktwitterredditpinterestlinkedinmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *