Menu Sluiten

Noodplan armoedecrisis 2022-23

Noodplan armoedecrisis

Kabinet toont veel te weinig gevoel voor urgentie

Bij de parlementaire behandeling van de Voorjaarsnota van dit kabinet heeft de coalitie vastgehouden aan haar eigen plannen (totale extra uitgaven 7 miljard – vergelijk de extra uitgaven tbv bedrijfsleven van ruim 85 miljard in covid-crisis) en de plannen van PvdA/GL (verhoging WML/sociaal minimum, bevriezen/verlaging huur, eenmalige uitkering van 500 euro voor iedereen met zorgtoeslag, te financieren door extra solidariteitsheffing op winst) weggestemd. In de EK waar coalitie geen meerderheid heeft, stemden op de laatste nacht voor het reces alleen PvdA, GL en Groep Otten tegen de Voorjaarsnota-begrotingswetten. Daarmee is er voor 2022 nog maar weinig meer mogelijk.

Inmiddels is kabinet bezig met begroting voor 2023 en daarin speelt koopkrachtdaling door de enorme inflatie – gemiddeld 7% koopkrachtdaling volgens CPB voor alle werkenden en gepensioneerden, voor lagere inkomens nog hoger, hoger dan ooit sinds WWII) een hoofdrol. Dit tegen achtergrond van enorme winsten bij kapitaalbezitters en grootbedrijf en een ongelijkheid in ons land die na de VS de grootste is in de westerse wereld, een aanvalsoorlog in Oekraïne gericht tegen democratische waarden en mensenrechten door een autoritair regime van een kernwapenmogendheid en de dreiging van een ander vergelijkbaar regime tegen Taiwan met vergelijkbare waarden, een mede daardoor versnelde energiecrisis tegen de achtergrond van een in klimaatrampen escalerende stijging van temperaturen, extreme neerslag én droogte, dramatische afname van biodiversiteit en vervuiling van bodem, hydrosfeer en atmosfeer, én een toenemende kans op besmettelijke en dodelijke zoönoses die epidemieën en pandemieën veroorzaken.

Armoede groeit, evenals de rijkdom: tweedeling

De armoede dreigt enorm te exploderen met ruim 1,3 miljoen huishoudens in armoede. De cijfers van o.m. CPB en Nibud zijn alarmerend. Zonder extra maatregelen dreigt er massale dakloosheid en afsluiting van energie. Er zal honger zijn in honderdduizenden gezinnen en vele chronisch zieken zullen hun noodzakelijke zorg niet meer kunnen betalen. Nu al leven arme mensen gemiddeld 15 jaar korter zonder klachten. Dit zal de kosten in zorg, welzijn en veiligheid dramatisch doen stijgen. Op steeds meer terreinen kunnen grote groepen burgers niet meer meedoen, en nieuwe begrippen duiden daarop zoals vervoersarmoede en menstruatiearmoede. Aan cultuur kunnen steeds minder mensen meedoen of van genieten. Voor het arme deel van onze huishoudens ook geen vakantie of recreatie.

Tegelijkertijd stijgt ons nationaal inkomen nog door. Dat extra geld komt echter alleen terecht bij hen die al veel bezitten, en bij de overheid, die miljarden euro’s extra incasseert aan extra belastinginkomsten. De topinkomens stegen 40%, terwijl de gemiddelde loonontwikkeling met ca. 3% ver achterblijft bij de exploderende prijsinflatie. De winsten van het grootbedrijf stijgen ook enorm, met name bij de fossiele industrie en de financiële industrie. Deze winsten worden nauwelijks geïnvesteerd in de reële economie, maar uitgekeerd als dividend (in 2e kwartaal 2022 werd een record aan dividend uitgekeerd, nog nooit was het zoveel wereldwijd én in Nederland – in ons land werd omgerekend $ 9,4 miljard in 2e kwartaal 2022 uitgekeerd aan dividend; in Europa werd gecorrigeerd voor valutaeffecten maar liefst 29% meer aan dividend uitgekeerd dan vorig jaar en bij ING was het dividend zelfs vijfmaal hoger dan in 2021), opgepot (ook door aankoop van eigen aandelen) of gebruikt voor speculatie. De arbeidsproductiviteit stagneert al decennia hierdoor, en is ook gerelateerd aan enerzijds dat we een goedkoop-lonen land zijn geworden en anderzijds winsten op bezit die uit arbeid veruit overtreffen, nog versterkt na belasting. Deze zomer werd eindelijk ook door een IBO rapport van hoge ambtenaren erkend dat ons belastingstelsel de enorme ongelijkheid in inkomen (als men inkomen uit bezit, incl. de waardevermeerdering van dat bezit) én vermogen enorm vergroot en dat ons belastingstelsel zelfs regressief is: de sterkste schouders dragen de minste lasten! Zelfs binnen de inkomstenbelasting is dit al het geval, maar helemaal als we alle belastingen in de beschouwing betrekken.

Dit alles gaat samen met enorme structurele arbeidstekorten en zeer lage werkloosheid, gecombineerd met een explosie aan slecht en oneerlijk betaald werk. De grootste groep van mensen in armoede zijn werkende armen. Dit betreft vooral flexwerkers en zzp-ers, en verder mensen met (vaak meerdere) kleine baantjes tegen het minimumloon. En natuurlijk de grote groep arbeidsmigranten die volop uitgebuit worden in illegale praktijken op plekken waar Nederlanders terecht niet willen werken (glastuinbouw, slachterijen, distributiecentra) of waar ze steeds meer verdrongen worden (transportbedrijven, bouwbedrijven). Nederland is Europees kampioen flexwerk, voor 80% mensen die rondom of ver onder de armoedegrens leven. Inmiddels is 1/3 van alle werkenden flexwerker.

Tenslotte hebben we burgers steeds meer zelf verantwoordelijk gemaakt voor hun succes en falen, met een sterk terugtredende overheid en krimpende publieke sector, volop met voor solidariteit vernietigende prikkels, commercialisering (onderwijs, wetenschap, zorg), concurrentie en eigen bijdragen/risico, en liberalisatie/privatisering (volkshuisvesting, OV, nutsbedrijven, zorg). Bijna alle uitvoerende diensten (IND, COA, UWV, Belastingdienst, DUO, CBR) verkeren in crisis. Ook daarvan zijn vooral de lagere inkomens de dupe.

Na decennia neoliberalisering is onze samenleving aan rand van vernietiging. Er is sprake van een veelvoud aan crises en stagnatie op alle fronten. Mensen raken radeloos en wantrouwen overheid en politiek. Zondebok-populisten en neofascisten hebben inmiddels zo’n derde van de kiezers in hun greep. Het is meer dan tijd om met forse maatregelen aan deze radicale situatie een eind te maken en solidariteit en vertrouwen te herstellen.

Snel én structurele aanpak met een omvangrijk pakket

Onderstaande maatregelen behelzen een noodplan voor de ergste crisis nu, per direct. Maar wel met een structurele aanpak – we stoppen met pleisters plakken. De huidige crises kennen structurele oorzaken en behoeven dus ook structurele maatregelen, anders blijft het dweilen met de kraan open. Deze structurele maatregelen betekenen een echte breuk met het neoliberale beleid van de afgelopen jaren en behelzen grote stelselwijzigingen. We geven daarbij precies aan welke periodisering nodig is om een goede uitvoering te verzekeren, en wat de kosten en opbrengsten zijn. Met een solide financiering die de solidariteit weer organiseert. Als basis voor de inbreng van de RoodGroene oppositie van PvdA en GL bij de begroting voor 2023 en als minimumpakket mochten er versnelde verkiezingen komen. Op dit laatste moeten we altijd voorbereid zijn. En we moeten dat zien als kans voor links-groene-inclusieve politiek, en niet bang zijn voor de peilingen. Op inhoud valt veel te winnen!

Het gaat om vier soorten maatregelen:

  • Structurele en forse verbetering van lage en middeninkomens en van de zekerheid over dat inkomen;
  • Een schuldenoffensief met maatregelen om problematische schulden van huishoudens veel beter te voorkomen, de gevolgen te beperken, en hen veel beter en sneller te helpen;
  • Prijsmaatregelen, deels structureel, om de stijgende lasten voor huishoudens bij met name huur, energie, voedsel, zorg en openbaar vervoer te beperken of zelfs te verlagen;
  • Fiscale maatregelen, met een geheel ander, wel eerlijk belastingstelsel, die enerzijds lagere en middeninkomens ondersteunen, anderzijds zorgen voor de financiering van dit omvangrijke noodplan, door lastenverzwaring bij de enorme winsten, vermogens en hoge inkomens in ons land.

De maatregelen bevatten een indicatieve raming van kosten en opbrengsten en resulteren per saldo in een lastenverzwaring van ca. 100 miljard euro, die voornamelijk neerslaat bij waar hoge winsten behaald worden, de grotere vermogens en de hoge inkomens – de winnaars in deze crisis. Zie hiervoor de financiële bijlage.

Ook wordt bij iedere maatregel een beoogde datum van invoering aangegeven, waarbij sommige maatregelen al direct kunnen ingaan, en anderen meer tijd nodig hebben voor een verantwoorde invoering, maar nooit later dan 2025. Gegeven de urgentie om deze maatregelen te nemen zoeken we daar echt naar zo snel mogelijke invoering, met zo nodig tijdelijke tussentijdse of tussenstap maatregelen.

De omvang van het karakter (waarbij sprake is van grote stelselwijzigingen) van het pakket maakt dat er veel gedrags- en andere effecten zullen zijn, die moeilijk van te voren te ramen zijn. Het is niet anders – er is geen tijd te verliezen!

Hieronder volgt een globale omschrijving van de maatregelen, per soort maatregel verdeeld in maatregelen die direct of per 1-1-2023 kunnen ingaan, en maatregelen die meer tijd vergen. Deze maatregelen zijn aanvullend op de door het kabinet al voor september 2022 geenomen maatregelen.

 

  1. Inkomensmaatregelen

 

1.1. Maatregelen die (vrijwel) direct ingaan

 

De door het kabinet via de gemeenten voor 2022 beschikbaar gestelde energietoeslag (1300 euro) voor huishoudens tot 120% van het sociaal minimum wordt ook beschikbaar gesteld aan niet-thuiswonende studenten en deze telt niet mee bij de beoordeling om in aanmerking te komen voor kwijtschelding van lokale belastingen. Chronisch zieken met elektrische apparatuur (zuurstof bijv.) komen ongeacht hun inkomen ook in aanmerking voor deze toeslag.

Om de directe financiële nood te lenigen krijgt iedereen met een zorgtoeslag nog in 2022 een eenmalige extra onbelaste uitkering van 1500 euro, zo nodig met terugwerkende kracht. Daar profiteren 4,5 miljoen mensen van, iedereen met inkomen tot ca. 32.000 euro per jaar (indien geen toeslagpartner) resp. ca. 41.000 euro per jaar (met toeslagpartner).

Per 1-1-2023 verhogen we in één stap het wettelijk  minimumloon (WML) naar 15 euro per uur, met volledige koppeling van het sociaal minimum (dus met verhoging AOW, bijstand, Wajong, en inkomensnormen toeslagen/WW/WIA), voor iedereen vanaf 18 jaar. We schaffen daarmee het aparte minimumjeugdloon voor jongeren van 18 tot 21 jaar per direct af. En we verhogen daarbij het minimumjeugdloon naar 85% van het WML voor zeventienjarigen, naar 70% voor zestienjarigen en naar 55% voor vijftienjarigen. Hierdoor gaan ruim 5 miljoen werkenden er in loon op vooruit plus ruim 1 miljoen mensen met een uitkering.

Tegelijkertijd (1-1-2023) voeren we de wettelijke automatische prijscompensatie opnieuw in. Daarin worden ook de energieprijzen en de huren in meegenomen. In de huidige situatie is er sprake van een prijs-winstspiraal die doorbroken moet worden met een loonoffensief. Er is weinig risico voor een loon-prijsspiraal met oplopende werkloosheid, gegeven de enorme structurele tekorten op arbeidsmarkt en zeker in combinatie met de in dit plan opgenomen prijsmaatregelen.

En we verhogen ook per 1-1-2023 de cao-lonen in de publieke sector (in totaal veruit de grootste werkgever van ons land) in de komende kabinetsperiode met 5% bovenop de prijscompensatie met een minimum van € 250 bruto per maand. Hierdoor zullen ook de lonen in de private sector nog verder stijgen. Daarop vooruitlopend geven we nog in 2022 alle werknemers in de publieke sector tot 1,5 modaal een eenmalige onbelaste uitkering van 1000 euro.

We bestrijden onzeker en oneerlijk flexwerk met een spoedwet die voor elk onderdeel zo snel mogelijk maar in ieder geval in de loop van 2023 in werking treedt. Ruim 2,5 miljoen werkenden gaan door deze maatregelen er fors op vooruit in inkomen en bestaanszekerheid:

  • We verbieden nulurencontracten en payrolling. Je hebt als werknemer een vast contract of een uitzendcontract – andere smaken zijn niet meer toegestaan.
  • Als je een vast contract hebt voor een beperkte duur, dan moet je na 2 jaar een aanstelling krijgen voor onbepaalde duur, waarbij de huidige onderbrekingsmogelijkheid vervalt. In de publieke sector wordt een vast contract met een aanstelling voor onbepaalde tijd de wettelijke norm. Afwijkingen kunnen alleen voor proeftijd, tijdelijke inhuur van deskundigheid of voor piek en ziek. Het ontslagrecht wordt versterkt door te borgen dat het onderzoek bij ontslagaanvraag beter en onafhankelijker plaatsvindt, met tenminste een mondelinge hoorzitting van de werknemer en goede, gratis rechtsbijstand. Rechters moeten een hogere, niet-wettelijk beperkte ontslagvergoeding toe kunnen kennen wanneer ze het arbeidscontract ontbinden op basis van wettelijke ontslaggronden. Concurrentiebedingen moeten voorts zwaarder gemotiveerd gaan worden.
  • Uitzendwerk wordt in de spoedwet sterk gereguleerd teneinde te waarborgen dat dit de uitzondering is en dat de huidige achterstelling en misstanden worden bestreden:
  • Uitzendwerk wordt in de spoedwet alleen nog toegestaan is voor tijdelijk werk (piek en ziek, maximum half jaar);
  • het doorlenen van uitzendkrachten wordt verboden;
  • er komen beperkingen aan het beschikbaar moeten zijn bij uitzendcontracten en er komen voorschriften over minimum termijn voor oproep te gaan werken als er geen vaste werkdagen zijn.;
  • Uitzendwerk gaan we duurder maken met hogere werkgeverspremies, en door invoeren loondoorbetalingsplicht;
  • Ook wordt wettelijk verplicht dat alle arbeidsrelaties dezelfde beloning krijgen bij een werkgever – dus uitzendkrachten moeten gelijk beloond worden als mensen bij hen in vaste dienst. Uitzonderingen bij CAO worden niet meer toegestaan.
  • Ook voeren we een hoger loon (wettelijke opslag bijv. 5-10%) in bij uitzendwerk ten opzichte van het gebruikelijke loon, opdat bedrijfsrisico’s (geen orders, leegstand, onderbezetting) niet meer afgewenteld worden op deze werknemers;
  • Uitzendbureaus gaan we reguleren met vergunningen gekoppeld aan wettelijke normen, en waarborgsom van tenminste 100.000 euro. Bij overtreding vervalt waarborgsom en komen er boetes en bestuursverboden voor betrokken bestuurders. De handhaving wordt sterk geïntensiveerd. Daarmee maken we een einde aan de wildgroei van malafide uitzendbureaus.
  • Zzp-ers met een laag inkomen zijn het putje van de arbeidsmarkt. Ze hebben nauwelijks bescherming en lopen veel risico’s en er heerst veel armoede. Werkgevers wentelen hun risico’s af door schijnconstructies met zzp-ers te construeren. Anderzijds zijn er veel zelfstandigen (met en zonder personeel) die fiscaal enorm bevoordeeld worden ten opzichte van werknemers. Ondernemers wentelen daarbij hun risico’s af op de belastingbetaler. De spoedwet voorziet in de volgende maatregelen:
  • Schijnconstructies met zelfstandig ondernemerschap worden verboden (o.m. door omkering bewijslast: je bent werkgever tenzij het tegendeel wordt aangetoond op basis van objectieve maatstaven – de wil van partijen is daarbij niet relevant.
  • Platformbedrijven zijn werkgevers, tenzij ze kunnen aantonen dat niet te zijn (omkeren huidige bewijslast). Ze moeten loonbelasting en sociale premies voor hun werknemers en de fiscale afdrachten voor hun zzp-ers zelf gaan afdragen, in plaats van dat ze  deze verplichtingen kunnen afwentelen op hun werknemers of zzp-ers.
  • Inhuren van zzp-ers gaan we duurder maken door een hoog wettelijk minimumtarief (bijv. € 40 per uur) en invoeren van de mogelijkheid voor collectieve onderhandeling voor hoger tarief voor zzp-ers.
  • Conform het advies van de commissie Borstlap schrappen we de oneerlijke fiscale bevoordeling van zelfstandigen ten opzichte van werknemers. Hiermee verdwijnt de ondernemersaftrek op winst en verlies uit onderneming (dit betreft de zelfstandigenaftrek, startersaftrek, meewerkaftrek, aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, stakingsaftrek), en schrappen we de zgn. ondernemingsfaciliteiten (dit betreft de mkb-winstvrijstelling, landbouwvrijstelling, milieu-investeringsaftrek, de willekeurige afschrijving milieu-investeringen, kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, energie-investeringsaftrek, en herinvesterings-reserve). Bij elkaar leiden deze aftrekposten nu tot grotere ongelijkheid en grote verschillen in lasten op arbeid afhankelijk van de vorm waarin deze arbeid wordt verricht. Ook leiden deze aftrekposten tot forse uitholling van de financiering van de sociale zekerheid en van de collectieve voorzieningen. Dit gaat om forse bedragen die, mede door de groei van het aantal ondernemers, de laatste jaren duidelijk zijn gegroeid. We moeten stoppen om gedrag van ondernemers en ondernemingen te beïnvloeden met fiscale of andere subsidies. De aftrekposten met betrekking tot verduurzaming worden vervangen door prijsmaatregelen en regulering. Prijsprikkels zijn veel effectiever, eenvoudiger uit te voeren en kosten de belastingbetalers niets, maar leveren juist inkomsten op.
  • Alle werkenden krijgen in de spoedwet ook een Eerlijk Werk Ombudsman, een publiek loket waar op een laagdrempelige wijze inzicht in rechten verkregen kan worden en ondersteuning geleverd kan worden bij het effectueren van rechten, en die ook optreedt als door het niet naleven van afspraken een publiek belang wordt getroffen. Daaronder valt ook het bestrijden van de nog altijd omvangrijke discriminatie op de arbeidsmarkt. De inspectie SZW (Arbeidsinspectie) krijgt meer geld en mensen om intensiever te controleren. Discriminatie op de arbeidsmarkt (afkomst, leeftijd, gender, etc.) wordt strenger bestraft met hogere boetes.
  • We maken een einde aan oneerlijke concurrentie over de rug van arbeidsmigranten uit de EU met een verbod op premieshoppen. De werkgever moet verplicht gaan aantonen dat hij voor al zijn werknemers dezelfde loonkosten en sociale en pensioenpremies betaalt en dus geen kosten bespaart door die voor een deel van zijn werknemers in een ander land te betalen.
  • We maken met de spoedwet tenslotte ook een einde aan de misstanden bij arbeidsmigranten. We voeren direct de adviezen van de Commissie Roemer volledig uit:
  • alle arbeidsmigranten moeten geregistreerd staan in de Basis Registratie Personen (BRP);
  • arbeidsmigranten moeten zelfstandige huisvesting hebben;
  • er komt een verbod op de combinatie van werkgever en huurbaas;
  • er wordt streng gehandhaafd op hygiëne en gezondheidsregels, ook bij het vervoer;
  • werkgevers en uitzendbureaus mogen niet meer tussen de zorgverzekeraar en de verzekerde arbeidsmigrant zitten en de zorgpas moet in bezit zijn van de arbeidsmigrant. Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst loopt de verzekering nog door zolang de arbeidsmigrant nog in ons land verblijft;
  • werkgevers en opdrachtgevers worden aansprakelijk voor goede naleving van alle voorschriften;
  • en er komen zowel landelijke als gemeentelijke informatieloketten voor arbeidsmigranten in hun eigen taal.

Door de hiervoor al genoemde verhoging van het sociaal minimum stijgt ook de bijstandsuitkering met ca. 40%. Vooruitlopend op de vervanging van de Participatiewet door een nieuw inkomensvangnet en een ander stelsel van arbeidsbemiddeling en ondersteuning van mensen met een arbeidsbeperking, nemen we per 1-1-2023 de volgende maatregelen ter verbetering van de positie van de mensen in de bijstand:

  • De kostendelersnorm wordt afgeschaft, voor alle leeftijden.
  • We voeren een vrijstelling in voor alle giften tot 150 euro per maand en een extra tijdelijke vrijstelling van loon bij aanvaarding van betaald werk, een volledige vrijstelling van vrijwilligersvergoedingen en een vermogensvrijstelling voor eigen bewoonde woning en van noodzakelijke roerende goederen en tegoeden tot bijv. 100.000 euro. We schaffen bestedingsbeperkingen en de controle erop daarbij af. Dit geeft aan de 300.000 bijstandsontvangers meer bestedingsruimte en meer bestaanszekerheid.
  • De verplichte tegenprestatie wordt afgeschaft. Deze werkt contraproductief.

We voeren in 2023 voor alle overheden en uitvoeringsinstanties een nieuw fraude- en sanctiebeleid in. De huidige Fraudewet Sociale Verzekeringen wordt ingetrokken. We nemen afscheid van de Rutte-doctrine, waarbij de burger gewantrouwd wordt, met deze maatregelen:

  • Bij fouten worden geen sancties opgelegd, deze worden weer gereserveerd voor opzettelijke fraude, met bewijslast voor de overheid. Ook bij correcties van inkomsten door de Belastingdienst geldt een bewijslast voor deze dienst.
  • Sancties moeten altijd proportioneel zijn, terugvorderingen nooit hoger dan het teveel ontvangen bedrag en verrekeningen niet hoger dan te verhogen beslagvrije voet.
  • We verbieden niet toetsbare en discriminerende algoritmen als opsporingsmethode en we heffen het Inlichtingenbureau rechtmatigheidscontrole gemeenten op (óók bij de zorg).
  • Door het opheffen van veel verplichtingen is er ook veel minder te controleren. Wat overblijft aan informatieplichten wordt niet meer gecontroleerd met privacy schendende methoden, en de bewijslast wordt niet meer omgedraaid.
  • Er komt betere wettelijke rechtsbescherming tegen beslissingen van Belastingdienst en uitkeringsinstanties met bezwaar en beroep bij de gewone rechter (i.p.v. de bestuursrechter), recht op gratis rechtsbijstand voor inkomens tot anderhalf modaal en een regeling waarbij bijzondere omstandigheden altijd gewogen en gemotiveerd moeten worden of toepassing van hardheidsclausule niet vereist is uit oogpunt van redelijkheid en billijkheid.

We voeren vanaf direct beleid waarbij conjuncturele werkloosheid (= werkloosheid tgv recessie) niet wordt aangepakt met bezuinigingen op de collectieve sector en subsidies voor commerciële/private werkgevers, maar juist extra publieke banen worden gecreëerd, met financiering door extra fiscale heffingen bij degenen die nog steeds veel winst maken en nog steeds veel (inkomen uit) vermogen hebben – we nemen afscheid van idee van evenwichtswerkloosheid (dat het goed zou zijn om bepaald niveau van werkloosheid te hebben) en streven naar betaald werk voor iedereen die dat wil en kan. Met extra publieke banen wordt in de publieke sector betaald werk ipv kostenpost een doelstelling. We begroten nu al 3 miljard extra per jaar voor extra werkgelegenheid ten behoeve van werkdrukvermindering en oplossen tekorten in onderwijs, zorg, kinderopvang, welzijnswerk, politie, douane, reclassering, defensie, openbaar vervoer, uitvoeringsdiensten en inspecties.

We wijzigen het wetsvoorstel Toekomst Pensioenen. Voor de korte termijn (2023) is daarbij het volgende aan de orde:

  • We zien af van de invoering van individuele pensioenpotjes in ons stelsel van aanvullend pensioen. In ieder geval dient het zgn. invaren van oude pensioenrechten in het nieuwe systeem zorgvuldig en rechtvaardig te gebeuren. Dat is nu onvoldoende gegarandeerd.
  • Vooruitlopend op de invoering van de wet dient per direct de huidige rekenrente te worden afgeschaft en wordt een meer reële rente toegepast.
  • De stijging van de AOW-leeftijdsgrens wordt per direct bevroren tot 2030. Daarna gaan we over naar een systematiek waarbij de AOW-leeftijd meebeweegt met de helft van de verandering van de gemiddelde levensverwachting (in plaats van met een derde van die verandering, zoals het Pensioenakkoord stelt). Daarenboven moet de AOW-leeftijd eerder ingaan voor mensen die al tenminste 45 jaar hebben gewerkt in loondienst en voor mensen die een bepaalde, bij CAO vast te stellen minimumduur werken in beroepen waar statistisch gezien een significant hogere vroegere sterftekans en/of kans op eerdere arbeidsongeschiktheid is. De kosten van deze regeling voor een vroegere pensioenleeftijd verhalen we door een lagere vrijstelling (franchise) in de werkgeverslasten bij deze beroepen – dat geeft een goede prikkel om werken gezonder te we verbeteren de inkomenspositie van gepensioneerden en maken de regeling van de pensioenleeftijd eerlijker;
  • De huidige boetevrijstelling bij eerdere pensionering wordt verhoogd en structureel gemaakt. Toeslagen voor werknemers die zwaar of onregelmatig werk verrichten worden vrijgesteld van belasting indien ze gebruikt worden voor extra pensioenopbouw.

 

1.2. Maatregelen die pas vanaf 2024 of later (kunnen) ingaan

 

Alle uitkeringen (bijstand, Wajong, AOW, toeslagen) worden per 1-1-2024 individueel. De partnertoets, de aparte uitkeringsbedragen voor alleenstaanden en anderen, worden afgeschaft – nadat we hiervoor al de kostendelersnorm voor iedereen hebben geschrapt. Dit maakt een einde aan enorme schending van privacy in m.n. de bijstand en aan de beïnvloeding van al dan niet samenwonen door financiële prikkels. Het verhoogt het inkomen van ca. 3 miljoen huishoudens met een laag of middeninkomen en draagt bij aan verlichting van de woningnood.

Tegelijkertijd wordt de verhoogde en geïndividualiseerde bijstand geïntegreerd met de Wajong in een nieuw Zekerheidsinkomen, gebaseerd op vertrouwen en het bieden van bestaanszekerheid, en uitgevoerd door de SVB. Daarbij vervallen in aanvulling op de hiervoor al geschrapte verplichte tegenprestatie alle huidige verplichtingen voor re-integratie naar betaald werk als voorwaarde voor een uitkering (sollicitatieverplichting, aanvaarden van betaald werk, taaleis, etc.). We willen een stevig inkomensvangnet, dat je niet (deels of geheel) verliest anders dan bij een te hoog persoonlijk inkomen of vermogen (waarvoor we de grenzen hiervoor al hebben verhoogd). De meeste mensen willen maar al te graag betaald werk, en dwang werkt daarbij bewezen contraproductief. Het systeem voor het inkomensvangnet wordt op deze manier veel eenvoudiger en uitvoerbaarder dan nu, en de miljoenen euro’s voor de handhaving van de zeer kleine groep mensen die echt niet betaald willen werken, kunnen we beter besteden aan de groep mensen die wel graag betaald willen werken maar daarbij onze hulp nodig hebben. Gemeenten verliezen hiermee hun taak voor de algemene bijstand, maar behouden het systeem voor aanvullende, bijzondere bijstand.

Per 1-1-2024 voeren we ook een nieuw systeem van gratis arbeidsbemiddeling in voor iedereen die (meer, ander) betaald werk wil gebaseerd op eigen regie van de werkzoekende en motivering/facilitering van werkzoekenden in plaats van dwang en plichten. De huidige arbeidsbemiddeling van UWV en gemeenten wordt daartoe juridisch/financieel/organisatorisch ontkoppeld van de uitkeringen en ondergebracht bij regionale werkwinkels onder tripartite (gemeenten plus sociale partners) bestuur. Iedereen die (meer, anders) betaald werk wil krijgt een persoonlijke intake, een re-integratieplan op maat en een persoonlijke werkcoach, met veel persoonlijk contact, en een recht op nuttige scholing daarbij. We investeren daartoe 5 miljard euro per jaar extra in de arbeidsbemiddeling. Nu betaald werk ook weer goed en eerlijk werk is met betere rechtspositie en beloning en aanpak van uitbuiting, en door verzilverbare arbeidstoeslag en minder armoedeval (zie hierna) meer gaat lonen, wordt betaald werk weer een belangrijk middel voor het organiseren van bestaanszekerheid en tegen armoede.

Wat betreft de scholing gaan we tegelijkertijd een wettelijk stelsel van leerrechten invoeren:

  • Iedereen krijgt bij geboorte (of bij immigratie na gelijkstelling aan of verkrijging van Nederlanderschap) een gelijk aantal leerrechten. Bij migratie op latere leeftijd is er correctie op leerrechten, afhankelijk van genoten vooropleiding;
  • Gebruik van funderend onderwijs (primair en voortgezet onderwijs) is gratis en kost geen leerrechten. Gebruik van initieel tertiair onderwijs kost leerrechten, waarbij een hoger onderwijsniveau meer leerrechten kost. Beroepsonderwijs in vorm van werkend leren wordt daarvan vrijgesteldgedurende zo’n leerweg gebruik je geen leerrechten, heb je recht op minimum(jeugd)loon en ontvangt de werkgever daarvoor tenminste 50% loonsubsidie in geval van door de minister van OCW aangewezen tekortberoepen;
  • De leerrechten kunnen voorts gebruikt worden voor gecertificeerde bij- en nascholing of voor omscholing. Deze scholing wordt zoveel mogelijk op maat vormgegeven.
  • Dit systeem komt in de plaats van het huidige les- en collegegeld (zie ook hieronder), en van het huidige STAP-budget, die dus vervallen;
  • Volgen van relevante scholing door werknemers wordt verplicht deel van de beloningssystematiek, de werkgever is verplicht daartoe voldoende gelegenheid te geven onder werktijd;
  • Werkzoekenden kunnen leerrechten inzetten voor gratis scholing richting betaald werk;
  • De transitievergoeding kan vrijwillig geheel of gedeeltelijk worden ingezet voor leerrechten;
  • Gedurende de loopbaan worden leerrechten weer aangevuld;
  • De financiering van de leerrechten geschiedt tripartite door de overheid en een werkgevers- en werknemerspremie;
  • De bestaande sectorale opleidingsfondsen worden geïntegreerd in het nieuwe leerrechtensysteem. Ook de gelden voor duurzame inzetbaarheid uit het pensioenakkoord (800 miljoen euro) worden hierbij betrokken – deze gelden worden (anders dan in het pensioenakkoord) structureel gemaakt.

We maken 5 miljard euro per jaar vrij voor dit nieuwe systeem (excl. de werkgevers- en werknemerspremie). Dit nieuwe leerrechtensysteem biedt miljoenen burgers kans op (behoud van) betaald werk, verminderd de arbeidstekorten en verlaagt aanzienlijk de individuele kosten van tertiair onderwijs.

Naast het vervallen van les- en collegegeld voor in het Nederlands gegeven (teneinde aanzuigende werking vanuit het buitenland te voorkomen – voor binnen de EU mag geen onderscheid gemaakt worden naar nationaliteit, voor daarbuiten blijft les- en collegegeld in stand) publiek tertiair onderwjjs (mbo, hbo, wo, tweede kans onderwijs) voor alle leeftijden, krijgen voltijds studenten van 18 jaar tot en met 27 jaar vanaf 1-9-2023 weer een basisbeurs van 500 euro per maand, ongeacht hun woonsituatie. Daarenboven ontvangen studenten met een laag ouderlijk inkomen een aanvullende beurs, die maximaal tezamen met de basisbeurs gelijk is aan de hoogte van het verhoogde sociaal minimum. Studenten met studiefinanciering worden uitgesloten van het hiervoor genoemde Zekerheidsinkomen, maar we verhogen de basisbeurs (met gelijke verlaging van het maximum van de aanvullende beurs) jaarlijks met 100 euro per maand, totdat de basisbeurs gelijk is aan het sociaal minimum en dus aan het Zekerheidsinkomen. Alsdan wordt de aparte studiefinanciering afgeschaft en krijgt deze groep studenten ook recht op het Zekerheidsinkomen. Studenten krijgen vanaf 1-1-2024 ook recht op individuele huursubsidie, die dan de huurtoeslag gaat vervangen (zie hierna bij prijsmaatregelen).

Daarnaast gaan we vanaf 1-9-2023 aparte beroepsbegeleidende leerwegen (BBL)-trajecten organiseren als tweede kans onderwijs. Ook komt er voldoende budget voor scholing speciaal gericht op langdurig werklozen. In totaal stellen we hiervoor 2 miljard euro per jaar beschikbaar.

De werkwinkels gaan aan iedere werkende eenmaal per twee jaar een gratis loopbaangesprek aanbieden over ontwikkeling en toekomst en een gratis gezondheidscontrole aan, proactief gericht op voorkomen van werkloosheid en van ziekte en arbeidsongeschiktheid, waarbij tenminste de gewenste bij- om- en nascholing wordt besproken. Deelname wordt beloond. Medische gegevens blijven uiteraard beschermd, en worden niet aan werkgever of werkwinkel of wie dan ook ter beschikking gesteld. De financiering is inbegrepen in het budget voor de werkwinkels.

De werkwinkels werken samen met instellingen voor beroepsonderwijs. We investeren structureel 2,5 miljard euro extra in het beroepsonderwijs (mbo, hbo, tweede kans BBL) om aan de vraag naar arbeid te voldoen. Het aanbod en de inrichting van het initieel beroepsonderwijs moet beter afgestemd worden op de vraag van werkgevers. Praktijkleren, dat in buitenland succesvol is juist voor praktisch opgeleide werkenden, is in ons land relatief onderontwikkeld. We gaan het werkend leren bevorderen door beroepsopleidingen zoveel mogelijk tenminste ook in deze vorm aan te laten bieden. ROC’s (mbo-instellingen) met veel leerlingen uit achterstandsituaties ontvangen gericht extra overheidsgeld binnen dit extra budget om voortijdig schooluitval te voorkomen.

Er komt per 1-1-2024 een wettelijk recht op een publieke basisbaan (met tenminste vast contract voor onbepaalde duur, WML en opbouw aanvullend pensioen), die door het Rijk (ipv gemeenten) wordt gefinancierd, en die publieke en non-profit instellingen kunnen aanbieden bij regionale werkwinkels met alleen een toetsing dat hierdoor geen reguliere betaalde arbeid wordt verdrongen. Hiermee wordt naast een sterk inkomensvangnet ook een sterk betaald werkvangnet gerealiseerd. Voor iedereen die er niet in slaagt een reguliere betaalde baan te vinden komt er door deze maatregel een ruim aanbod van goede, gesubsidieerde arbeid. Een aanbod, dus er is geen plicht. Niet bij private, commerciële werkgevers die moeten worden verleid met subsidies, maar in het publieke en/of non-profit domein. Zo profiteren ook ideële organisaties zoals een beheerder voor een speeltuinvereniging. Door de financiering via het Rijk te organiseren en daar een open aanspraakregeling voor te realiseren zullen basisbanen een veel grotere vlucht kunnen nemen.

Aan iedere regionale werkwinkel wordt een expertcentrum voor mensen met een arbeidsbeperking verboden. De sociale werkvoorziening wordt daarbij gevoegd en omgevormd in een sociaal ontwikkelingsbedrijf. Mensen verdienen ook daar tenminste het minimumloon, hebben een vast contract voor onbepaalde duur en bouwen een aanvullend pensioen op. We investeren hier 1 miljard extra per jaar in.

We integreren per 1-1-2024 alle subsidies en regelingen voor werk voor mensen met een arbeidsbeperking (garantiebanen, beschut werk, loonkostensubsidie, aangepaste werkplekken, sociale werkvoorziening/ontwikkelingsbedrijf) met veel meer ruimte voor maatwerk en eigen regie voor de betrokkenen. We geven mensen met arbeidsbeperking recht op beloning conform functieloon en compenseren eventueel productiviteitsverlies/minder mogelijke arbeidsomvang met loonkostensubsidie. We stellen hiervoor ca. 2 miljard euro per jaar beschikbaar.

We verbeteren de WIA met een verlaging van de grens voor een WGA-uitkering van 35% naar 10% per 1-7-2023 en richten een onafhankelijke, betere beoordeling van mate van arbeidsgeschiktheid in bij de regionale werkwinkels (i.p.v. bij het UWV). We veranderen de systematiek voor de bepaling van het recht op een WGA-uitkering opdat niet meer de hoogste inkomens meer kans op een uitkering krijgen: de resterende verdiencapaciteit bepalen we niet langer door uit te gaan van 65% van het laatst verdiende loon, maar van 85% van het modale loon. We verruimen de inkomenstoets net als bij het nieuwe inkomensvangnet. De subsidieregelingen voor loondoorbetaling bij ziekte voor mensen met arbeidsbeperking worden tegelijkertijd verbeterd en komen ook beschikbaar voor 55-plussers. In totaal kost dit ca. 3 miljard euro per jaar.

Om de participatiemogelijkheden voor mensen met een arbeidsbeperking echt te vergroten wordt het VN Verdrag voor mensen met een beperking wettelijk afdwingbaar. Daartoe wordt in 2023 een plan vastgesteld met investeringen om dit ook voor 2030 mogelijk te maken. Alle openbare ruimten en gebouwen, woningen, horeca, winkels, het OV, informatievoorziening, etc. moet voor mensen met een beperking toegankelijk worden gemaakt zonder al te veel inspanning voor hen. Vanaf 2024 stellen we hiervoor voor de jaren 2024-2029 jaarlijks 2 miljard euro beschikbaar.

De minimale WW-duur wordt per 1-1-2024 verlengd van 3 naar 6 maanden. Daarmee krijgen mensen die hun baan verliezen meer tijd om een andere baan te vinden. De maximumduur van de WW (24 maanden) wordt niet verkort.

De fiscale arbeidskorting wordt uiterlijk per 1-1-2024 vervangen door een verzilverbare arbeidstoeslag tot anderhalf modaal, die hoger is dan de huidige korting voor de laagste inkomens en die toegekend wordt aan zowel werkenden in loondienst als aan zelfstandigen. Door het te kunnen verzilveren profiteren ook werkenden met lagere inkomens (die vaak te weinig belasting betalen om van de belastingkorting te kunnen profiteren) hier extra van. Dit maakt betaald werk aanzienlijk lonender en levert een grote bijdrage aan het voorkomen van armoede bij werkenden. Deze maatregel maakt onderdeel uit van een grote belastingherziening (zie later in dit plan).

We voeren per 1-1-2024 maatregelen in die zorgen voor een meer eerlijke beloning met een Wet op maximale beloningsverschillen in één bedrijf/instelling, een wettelijke verplichte vermogensaanwasdeling, en een uitbreiding van de werkingssfeer wet topbeloningen in publieke sector (en de ontduiking via de huidige mazen in deze wet wordt onmogelijk gemaakt). Iedereen verdient een gelijke beloning ongeacht hoe je je identificeert: we dichten ook de loonkloof tussen mannen en vrouwen. Al deze maatregelen dragen bij aan eerlijker beloningsverhoudingen, waarbij de onderkant van het loongebouw stijgt en de bovenkant daalt.

Sterke vakbonden zorgen voor betere lonen, meer vast werk en een veiligere werkplek. Om de positie van onafhankelijke vakbonden te versterken verbieden we dat werkgevers afspraken kunnen maken met ondernemingsraden als er een onafhankelijke vakbond in het bedrijf of in de sector actief is. Cao’s met gele bonden – nep-vakbonden die opgericht zijn door de werkgever(s) en/of  voor meer dan de helft door de werkgever(s) gefinancierd worden – worden niet meer algemeen verbindend verklaard. Bovendien krijgt iedere werkende recht op vakbondsverlof om zich in te kunnen zetten voor de vakbond.

Als vervolg op de hiervoor al genoemde verhoging en individualisering van de AOW, schaffen we de opbouweis in de AOW voor iedereen per 1-1-2024 af opdat iedereen volledig AOW krijgt. Huidige AOW-ers die onvolledig AOW ontvangen door gebrek aan opgebouwde rechten ontvangen ook per direct volledige AOW. Om AOW-toerisme te voorkomen geldt de eis dat men voor bereiken van de AOW-leeftijd een geldige Nederlandse verblijfstitel moet hebben of daarna een erkende verblijfstitel gekregen heeft als vluchteling of in kader van gezinshereniging. Vanaf 1-1-2025 gaat de AOW op in het hiervoor genoemde Zekerheidsinkomen, waarbij voor mensen met AOW-gerechtigde leeftijd geen inkomens- of vermogenstoets geldt.

In het verlengde van de hiervoor al genoemde wijzigingen van de Wet Toekomst Pensioenen voeren we ook de volgende wijzigingen door:

  • Er komt uiterlijk per 1-1-2024 een wettelijke plicht voor opbouw en verstrekking van aanvullend pensioen voor alle werkenden in loondienst en zzp-ers, dus ook voor flexwerkers.
  • Het vermogensbeleid van pensioenfondsen moet saaier, degelijker en simpeler. Met het huidige pensioenvermogen en de huidige premies is een rendement van 2,5% boven op de inflatie al genoeg om de toekomstige pensioenen te garanderen, inclusief indexatie, de vergrijzing en hogere leeftijdsverwachting. Een grotere mate van zekerheid is meer waard dan hoge maar onzekere rendementen. Door bijvoorbeeld te beleggen in huurwoningen is een constant rendement van 4-5% mogelijk. Datzelfde geldt voor rendement uit hypotheken: zouden niet banken maar pensioenfondsen de hypotheekleningen verstrekken, dan kwam de hypotheekrente terecht bij (toekomstige) gepensioneerden in plaats van bij de aandeelhouders van banken. Pensioenfondsen moeten breder kijken dan alleen een goed pensioen voor de bij hen aangesloten leden. Het is ook in het belang van de deelnemers van pensioenfondsen dat er geïnvesteerd wordt in meer vaste banen in ons land, in de energietransitie, in meer betaalbare woningen, in goede betaalbare zorg, in onderwijs en innovatie. We gaan daarom het vermogensbeheer van pensioenfonds weer reguleren opdat rendementen aanzienlijk meer zekerder worden en maatschappelijk duurzaam zijn. Producten met een te hoog risicoprofiel worden uitgesloten en verboden. Zoals bijvoorbeeld hedgefondsen, private equity en derivaten. Ook niet duurzame en niet sociale investeringen worden wettelijk uitgesloten en verboden. Valutarisico liever ook zoveel mogelijk uitsluiten. Geen valutarisico betekent dat je dat risico ook niet hoeft af te dekken. Pensioenfondsen moeten zich zoveel mogelijk richten op goed , sociaal en duurzaam renderende investeringen in onze Europese economie. Woningen, hypotheken, bedrijven groot en klein. We maken van onze pensioenfondsen weer gewoon publieke investeerders. Dat scheelt ook in de nu extreem hoge beheerskosten. De inkomens bij pensioenfondsen en hun uitvoeringsorganisaties gaan vallen onder de Wet Normering Topinkomens.
  • We maken woningbezit voor lagere en middeninkomens mogelijk met een akkoord met de pensioenfondsen opdat zij investeren in hypotheken voor hun leden. De deelnemers van een pensioenfonds kunnen dan kiezen om een van rijkswege vastgesteld percentage van hun premie te gebruiken voor het aflossen van de hypotheek op hun woning, in ruil voor een lagere uitkering na pensionering. Dat percentage is hoger naarmate het inkomen lager is. Pensioenfondsen ontwikkelen zich dan tot levensloopfondsen We sluiten ook een akkoord met de pensioenfondsen waarbij zij zich verplichten tot het oprichten van een gezamenlijke verhuurorganisatie van woningen voor hun gezamenlijke pensioendeelnemers, waarvan zij aandeelhouders worden. Op deze manier worden kopen en huren gelijkwaardiger alternatieven. Woningeigenaren bouwen woonvermogen op en hebben een kleiner pensioen, huurders hebben een betaalbare huurwoning en een groter pensioen waarmee ze hun huur kunnen dekken.

 

Voor gepensioneerden verandert er meer (vervallen fiscale kortingen en aftrekposten in combinatie met meer progressieve tarieven; vervallen aparte AOW-premie met integratie in de nieuwe tarieven inkomstenbelasting), zie daarvoor de paragraaf over de belastingstelsel herziening.

 

 

  1. Een schuldenoffensief

 

2.1. Maatregelen die (vrijwel) direct ingaan

 

We gaan de schuldenindustrie beter reguleren door:

  • Er komt per 1-2023 een forse verlaging van de wettelijke rente naar 2% boven de wettelijke rente (de rente die in rekening gebracht mag worden bij betalingsachterstand, nu 2%);
  • We maximeren en reguleren incassokosten uiterlijk per 1-7-2023: incassokosten mogen alleen in rekening worden gebracht als er eerst voldoende mogelijkheden waren om de schuld alsnog te voldoen, en ze mogen niet hoger zijn dan werkelijke invorderingskosten plus € 25, met bewijslast bij schuldeiser/invorderaar;
  • Er komt uiterlijk per 1-7-2023 een verbod op commerciële handel in private schulden van huishoudens;
  • We gaan schuldhulpverlening (incl. bewindvoering) uiterlijk per 1-7-2023 volledig publiek maken: schuldhulpverlening mag niet meer uitbesteed worden aan commerciële partijen, en bewindvoerders komen verplicht in dienst bij gemeenten. Er komt een kwaliteitssysteem met verplichte certificaten voor bewindvoerders en schuldhulpverleners;
  • Er komt uiterlijk per 1-7-2023 een verbod voor gerechtsdeurwaarders voor het houden van commerciële nevenactiviteiten. Daarbij komen er vaste vergoedingen ipv het huidige verdienmodel. Deurwaarders worden regio-gebonden zodat per huishouden er maar één deurwaarder kan zijn;
  • Uiterlijk per 1-7-2023 voeren we een vergunningsplicht in voor incassobureaus. De voorwaarden worden streng gehandhaafd. Er komt een verplichte waarborgsom van 100.000 euro die vervalt bij zware en/of meermalige overtredingen;
  • Uiterlijk per 1-7-2023 worden kredieten nietig verklaard aan personen die met problematische schulden geregistreerd staan bij BKR.

We beperken schulden bij overheden door uiterlijk per 1-7-2023 te komen met:

  • één centraal Rijks incassotraject (incl. het CJIB);
  • één incassobeleid voor alle overheden, met hogere beslagvrije voet en afwijking ten gunste van schuldenaar wanneer menselijke maat dat vergt; en
  • een maatregel waardoor uitkeringen, toeslagen en andere verstrekkingen worden op een gelijk tijdstip uitbetaald.

We nemen uiterlijk per 1-7-2023 de volgende maatregelen ter preventie van problematische schulden bij huishoudens:

  • We verhogen de leeftijdsgrens voor het aangaan van een krediet van 18 naar 21 jaar;
  • Er komt structureel meer financiële scholing in onderwijs;
  • We organiseren meer aanbod van financiële coaching bij (opnieuw) gaan werken;
  • We zorgen voor meer regulering en beperking van krediet- en gokreclame;
  • In iedere gemeente komt er verplicht een Geldloket voor onafhankelijk, gratis financieel advies en formulierenhulp;
  • Er komt verplichte, uitgebreide gemeentelijke vroegsignalering en hulpaanbod bij betaalachterstanden vaste lasten en bij risicovolle levensevents (arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, scheiding, overlijden partner e.d.);
  • Er komt automatische wettelijke kwijtschelding van lokale lasten bij inkomen op of onder sociaal minimum (incl. waterschappen, rioollasten en afvalstoffenheffing) en bij toekenning van schuldhulpverlening.

Er komt per 1-7-2023 een eenmalig schuldenpardon dat alle problematische schulden die op dat moment al tenminste 5 jaar bestaan, bij wet kwijtscheldt.

 

2.2. Maatregelen die pas vanaf 2024 of later (kunnen) ingaan

 

We nemen uiterlijk per 1-1-2024 de volgende maatregelen om meer risico bij kredietverleners te leggen, waardoor ze voorzichtiger zullen worden om onverantwoorde schulden te laten ontstaan:

  • We schrappen de claim op toekomstig inkomen na persoonlijk faillissement met rechterlijke toetsing om misbruik en kans op herhaling te voorkomen, en met verplichte begeleiding indien rechter dat gewenst acht. Dit geeft direct een schone lei en kan in veel gevallen dure, schadelijke saneringstrajecten voorkomen.
  • We regelen dat er geen restschuld hypotheek resteert meer bij inleveren van het onderpand bij de eigen bewoonde woning. Daarmee wordt het risico van onder water staan van de eigen bewoonde woning gelegd bij de hypotheekverstrekker. Dit zal resulteren in zwaardere eisen voor het verkrijgen van een hypotheek, maar ook een prijs-dalend effect hebben op de woningprijzen. Het Nederlandse hypotheekstelsel kent nu veel te grote risico’s voor woningbezitters.
  • Er komt een uitbreiding van de zorgplicht van kredietverstrekkers, die in stand blijft ook bij uitbesteding van de incasso.
  • Leningen worden nietig als er geen BKR-controle heeft plaatsgevonden of in strijd met de registratie onverantwoorde leningen zijn verstrekt (daarbij wordt de BKR een publieke instelling).

Er komt per 1-1-2024 een nieuw schuldhulpverleningssysteem, waarbij bestaande gemeentelijke (Wgs) en wettelijk bij rechter liggende (Wsnp) systemen geïntegreerd worden, en gemeenten de bevoegdheid krijgen om alle maatregelen te nemen die nu ook kunnen bij de rechter, met beroepsmogelijkheid  voor schuldenaar en schuldeisers bij de rechter (zonder schorsende werking). Daarbij geldt:

  • Een wettelijk toegangsrecht tot schuldhulpverlening van schuldenaren met risicovolle/problematische schulden;
  • Er komen wettelijke, korte beslistermijnen;
  • Bij toelating schuldhulpverlening komt er direct een schuldenmoratorium (= bevriezing van schuld, dus geen verhoging meer door rente en kosten) en een verbod op huisuitzetting, op stopzetting levering energie en water, op beëindiging zorgverzekering en beëindiging van telefoon/internetlevering;
  • Er komt een recht op onafhankelijke, gratis juridische, financiële en sociale bijstand voor de schuldenaar;
  • Er komt wettelijk een goede rechtsbescherming met bezwaar en beroep;
  • Binnen een korte termijn moet er door de gemeente een individueel (op maat) gemaakt schuldhulpverleningsplan opgesteld worden, gericht op het oplossen van de schulden voor schuldeisers én op nieuw perspectief voor een duurzaam schuldenvrij bestaan van de schuldenaar;
  • Een nationaal schuldenfonds maakt het opkopen van schulden mogelijk;
  • Budgetbeheer of bewindvoering kan door de gemeente worden opgelegd en in eigen beheer worden uitgevoerd (geen uitbesteding);
  • Bij schuldsanering is er altijd bewindvoering;
  • We halveren de maximum schuldsaneringstermijn naar 1,5 jaar, met ieder half jaar maand schuldenaflospauze;
  • Deze termijn kan worden verlengd bij niet nakoming verplichtingen schuldenaar (in plaats van beëindiging);
  • Na afloop schuldsaneringstermijn vervalt net als nu restschuld;
  • Er komt verplichte nazorg om herhaling te voorkomen.

We investeren 1 miljard euro per jaar in dit nieuwe systeem bij gemeenten.

 

  1. Lagere lasten voor huishoudens

 

 

3.1. Maatregelen die (vrijwel) direct ingaan

 

3.1.1. Wonen

 

We bevriezen met een noodwet per direct alle huur van woningen tot en met tenminste het eerste halfjaar van 2024.

Met een spoedwet definiëren we sociale woningbouw tot alleen woningen verhuurd door woningbouwcorporaties. Andere woningen tellen niet meer mee voor de ambitie om tenminste 30% van huurwoningen te bouwen en beschikbaar te hebben voor lagere inkomens (tot modaal). Voor verkoop van deze woningen is toestemming nodig van ministerie volkshuisvesting. Deze wordt alleen gegeven indien in ruil er meer van deze woningen terug komen in het bestand van deze aanbieder.

Er komt tevens een spoedwet ter voorkoming en oplossing van dakloosheid volgens het principe van Housing First! Er worden voor 2025 150.000 prefab/systeembouw-woningen gebouwd. Iedere gemeente krijgt daartoe een taakstelling. Deze zijn bedoeld voor iedereen die dakloos wordt c.q. dreigt te worden, en/of op urgentielijst staat (incl. statushouders taakstelling). Oorzaken van dakloosheid moeten weggenomen worden: meer GGZ-opvang en -begeleiding; adequaat urgentiebeleid bij toewijzing woningen; vroegsignalering bij ‘life-events’ die risicovol zijn (echtscheiding, werkloosheid, etc.); en een wettelijk verbod op huisuitzetting (zeker bij huishoudens met kinderen) zonder alternatieve beschikbare huisvesting, en wanneer schuldhulpverlening wordt aanvaard. Vanuit onderdak wordt er passende integrale zorg en begeleiding aangeboden (zoals GGZ, SHV, verslavingszorg, jeugdzorg, etc.). We reserveren hiervoor 2 miljard euro per jaar.

Speculatie en huisjesmelkers zijn bronnen van prijsopdrijving bij koop en huur van woningen. Er komen uiterlijk per 1-7-2023 meer mogelijkheden voor gemeenten om met woonvergunningen voorwaarden aan koop en huur te stellen, bijvoorbeeld met beperking van onderverhuur aan toeristen en expats, door bevoordeling van inwoners in de gemeente, door een woonplicht, etc. Ook kunnen gemeenten beperkingen stellen aan het kopen voor dure verhuur, bijv. door een maximum prijs per m² in te stellen of het kopen voor verhuur gericht toe te wijzen of te verbieden. We voeren een actief anti-woningspeculatiebeleid. Huisjesmelkers pakken we aan. We tolereren niet dat rotte appels het systeem ondermijnen, door bv. teveel mensen in een huis, opsplitsing in piepkleine appartementjes of illegale verhuur via bv. AirBNB. Gemeenten kunnen dan boetes opleggen aan eigenaren die zich niet aan de regels houden en vergunningen intrekken. Er komt per 1-1-2023 een aparte huisjesmelkerstaks: een extra belasting voor iedereen die meer dan twee huizen bezit.

Er komt een spoedwet die per direct corporaties verplicht om mensen die kleiner willen wonen een aanbod daartoe te doen met maximaal een gelijke huur. Dit bevorderd de doorstroming. Een verbod op onderhuur wordt nietig in alle huurcontracten. Bij de woningopdracht moet er apart aandacht zijn voor de effecten van de te snel en te extreem en te rigide doorgevoerde extramuralisering van de zorg (langer thuis wonen). Dat geldt voor de afbouw van zowel verpleeg- en verzorgingshuizen als van psychiatrische ziekenhuizen. We investeren extra in betaalbare, levensloopbestendige woningen, ook voor mensen met een beperking. Ook voor 18+-jongeren met een licht verstandelijke beperking of autisme krijgen de gemeente en de woningbouwcorporatie daarbij een bouwplicht. Gemeenten zijn nu niet altijd bereid tot het betalen van een woningaanpassing voor een cliënt met een beperking. De cliënt wordt dan alternatieve woonruimte met hogere woonlasten aangeboden, waardoor de cliënt in financiële problemen kan komen. Een woningaanpassing wordt daarom weer een recht in plaats van een voorziening, met objectieve criteria en ruimte voor maatwerk ten gunste van de cliënt. De financiering hiervan blijft bij gemeenten, zodat ze geprikkeld worden om voldoende levensloopbestendige woningen te laten (ver)bouwen, als eis in hun woonvisie. 

We schaffen per 1-1-2023 de verhuurdersheffing volledig af, evenals de vennootschapsbelasting en de ATAD-heffing voor woningcorporaties, en veranderen dit in een rijkssubsidie van 2 miljard euro structureel. Deze krijgen ze met verplichtingen voor voldoende bouw van betaalbare huurwoningen, waarbij inkomens tot anderhalf modaal toegang krijgen tot sociale huurwoningen, voor renovatie, verbetering en verduurzaming van hun woningen (met speciale aandacht voor het ook levensloopbestendig maken), en voor lagere huren. Corporaties mogen hiermee ook weer investeren in woningen voor middeninkomens (services for only the poor, are mostly poor services’) en in wijkvoorzieningen.

We zorgen er tegelijkertijd voor dat corporaties/coöperaties anticyclisch kunnen interveniëren. Wanneer de prijzen gedaald zijn tot nabij de gebruikswaarde, kunnen huurders woningen opkopen. Dit zorgt voor doorstroming op de koopmarkt, stabiliseert de prijzen, en vergroot het coöperatieve segment waar de prijzen gereguleerd zijn. De corporatie/coöperatie verloot het gebruiksrecht van de woningen vervolgens onder haar leden, waarna de bewoner een aandeel in de coöperatie koopt ter grootte van de gebruikswaarde van de woning. Op deze manier bouwt een bewoner wél vermogen op, maar profiteert hij of zij niet van een eventuele overwaarde. Aan de andere kant wordt het hebben van overwaarde minder belangrijk wanneer bewoners kunnen doorstromen naar andere betaalbare coöperatieve koopwoningen die passen bij de levensfase waarin ze zitten. Anticyclische investeringen door coöperaties en corporaties maken de woningmarkt stabieler waardoor de pieken en dalen minder uitgesproken worden.

 

3.1.2. Energie

 

We bevriezen met toepassing van de Prijzenwet per direct de gasprijzen voor huishoudens. Er komt een maximum prijs voor huishoudens gebaseerd op gemiddeld tarief voor woning per soort woning (tussen/hoekwoning, appartement hoek/rijtje/onder dak, vrijstaand) en samenstelling huishouden per 1-1-2022. Gemeenten krijgen extra middelen voor bijzondere bijstand ten behoeve van huishoudens die hun energielasten nu zien stijgen boven de 10% van hun netto inkomen. Waar energiebedrijven omvallen komt er via een Noodwet compensatie voor de leveranciers die de levering overnemen. We versterken daarin ook de solvabiliteitseisen en de rechtsbescherming voor consumenten bij energieleveranciers. We gaan na hoe de energieleveranciers weer publiek bezit kunnen worden en zetten daartoe zo spoedig mogelijk de eerste stappen. We verbieden speculatie met inkoop van energie.

Er komt per direct een verbod op nieuwe huurcontracten van woningen met de slechtste energielabels (C en hoger), en een verbod op huurverhoging van woningen met een label slechter dan A. Deze maatregelen worden stapsgewijs aangescherpt opdat in 2030 alle huurwoningen tenminste een A+++ label hebben.

Er komt een Noodwet voor verplichte energiebesparing bij bedrijven opdat huishoudens niet verstoken worden van energie, ondanks dat we de winning van fossiel in Nederland in 2023 geheel stoppen en de invoer van Russische energie wordt verboden. Daarbij gaan o.m. de meest energie-intensieve bedrijven verplicht dicht, worden er maxima gesteld aan verwarming en airconditioning, moeten winkels hun deuren sluiten, wordt terrasverwarming verboden, wordt verlichting in lege gebouwen verboden, etc. Alles wordt uit de kast gehaald om energie te besparen.

 

3.1.3. Voedsel

 

We brengen per 1-1-2023 de BTW voor graanproducten, water, groente en fruit omlaag naar 0% en voeren tijdelijk voor deze producten tegelijkertijd prijsmaatregelen in op basis van de Prijzenwet. Ter financiering vervallen de vrijstellingen en lage tarieven bij groot-watergebruikers en verhogen we de btw op vlees en de accijnzen op tabak en alcohol.

 

3.1.4. Zorg

 

We schaffen per 1-1-2023 het eigen risico in de zorgverzekering af en bevriezen de nominale premie. Er komt geen eigen bijdrage in de jeugdzorg.

We breiden de basiszorgverzekering per 1-1-2023 uit met noodzakelijke tand- en mondzorg voor alle volwassenen, anticonceptie en  paramedische zorg (op basis van verwijzing door huisarts).

 

3.1.5. Openbaar vervoer

 

 

We verlagen per direct de OV-kosten door iedere burger voor 9 euro per maand onbeperkt reizen met alle OV te geven, net als in Duitsland. De OV-bedrijven worden hiervoor gecompenseerd. Deze maatregel geldt tenminste tot 1-1-2024.

 

 

3.2. Maatregelen die pas vanaf 2024 of later (kunnen) ingaan

 

3.2.1. Kinderopvang en kosten voor kinderen

 

We maken kinderopvang per 1-1-2024 voor iedereen gratis, dus ook voor niet-werkenden. De kinderopvangtoeslag verdwijnt daarmee. De financiering door de overheid gaat eisen stellen die een niet-commercieel (verbod op winst) en publieke toekomst regelt en samenwerking met het basis- en voortgezet onderwijs verplicht stelt. Ten opzichte van het kabinetsplan om voor iedereen een eigen bijdrage van 5% van het inkomen (nu betalen lage inkomens 4%) te gaan vragen vanaf 2025 betekent dit een uitbreiding. Hiermee verlagen we de lasten van alle huishoudens en maken betaald werk beter mogelijk. In plaats van inkomensafhankelijke eigen bijdragen en toeslagen organiseren we eerlijker belastingen (zie hierna). Hiermee voorkomen we het zinloos rondpompen van geld met risico op terugvorderingen en verminderen we de armoedeval (extra loon loont meer doordat er geen effect op toeslagen is).

Tegelijkertijd integreren we het kindgebonden budget in de kinderbijslag. Deze blijft inkomensonafhankelijk. Inkomenspolitiek voeren we met eerlijke belastingen.

 

Basis- en voortgezet onderwijs worden echt gratis. We nemen per 1-9-2023 schoolmaterialen, boeken en hulpmiddelen op in de onderwijsbekostiging van basis en voortgezet onderwijs, zodat ouders en leerlingen die niet zelf hoeven aan te schaffen. Het verbod op de zgn. vrijwillige eigen schoolbijdrage wordt versterkt en de controle geïntensiveerd. Alle activiteiten georganiseerd door deze scholen moeten gratis voor iedereen zijn, dus ook excursies, schoolreizen, schoolzwemmen, sportdagen, huiswerkbegeleiding en examentraining, etc. We zorgen dat de bekostiging dit goed dekt, zodat commerciële concurrentie geen kans meer krijgt.

 

3.2.2. Wonen

 

We vervangen de huurtoeslag door inkomensafhankelijke huursubsidie verstrekt door de nieuwe minister van Volkshuisvesting per 1-1-2024. Dit wordt gebaseerd op het inkomen in het jaar voorafgaand aan het jaar van toekenning, waarbij bij grote inkomensachteruitgang op verzoek het huidige jaar als peiljaar kan worden genomen. De huursubsidie wordt verhoogd en uitgebreid, zodanig dat huurders tot modaal nooit meer zelf aan huur hoeven te betalen dan een kwart van hun besteedbaar inkomen en niet meer dan een derde van het besteedbaar inkomen voor inkomens daarboven tot anderhalf modaal. Uitgegaan wordt van alleen het inkomen van de meest verdiende partner (de huidige toeslagpartner-regeling vervalt daarmee). Lage inkomens en negatieve vermogens (meer schulden dan bezit) concentreren zich bij huurders. Middenhuur is een onzinbegrip – deze huren zijn nu veel te hoog voor de meeste middeninkomens. De huurquote (percentage van netto inkomen dat aan huur besteed wordt) is nu voor veel mensen 40% of hoger.

Alle huur gaat vanaf 1-1-2024 vallen onder het systeem van de huurbescherming met toepassing van het zgn. puntensysteem (woningwaarderingssysteem). De liberalisatiegrens vervalt dus. Daarmee wordt ook de huur gemaximaliseerd. We gaan ook dat puntensysteem moderniseren, waardoor normale basisvoorzieningen niet meer tot extra punten leiden, de WOZ-waarde eruit verdwijnt (wordt vervangen door het oude systeem, waarbij extra punten worden toegekend wat betreft locatie e.d.), zodat de veel te hoge huizenprijzen niet langer meer doorwerken in de huurprijs. Woningcorporaties worden hiervoor gecompenseerd.

We schrappen tegelijkertijd de inkomensafhankelijke huurverhoging en het concept van ‘passend wonen’. We gaan niet mee in het opjagen en stigmatiseren van huurders. Niet zgn. ‘scheefwoners’ zijn het probleem, maar het tekort aan betaalbare woningen. Woningcorporaties worden hiervoor gecompenseerd.

We versterken de rechtsbescherming en zeggenschap van huurders (inclusief van kamers/onzelfstandige woonruimtes) en verbieden flex-huurcontracten per 1-1-2024. Tijdelijke huurcontracten worden omgezet in vaste contracten, zonder enige uitzondering. Flexcontracten bedreigen de woonzekerheid. We stoppen daarmee door de vele constructies waar de huurbescherming nu niet meer geldt weer onder de volledige werking van huurbescherming te plaatsen. De huurovereenkomsten voor bepaalde tijd voor de duur van twee of vijf jaar verdwijnen. Studenten, jongeren en promovendi hebben recht op vervangende huisvesting (en een verhuiskostenvergoeding).

Er komt uiterlijk per 1-1-2024 een aparte leegstands- en braakliggingsbelasting voor onroerend goed dat niet gebruikt wordt. Het voorkeursrecht voor aankoop van onroerend goed door gemeenten wordt daarbij uitgebreid door agrarisch gebied daaraan toe te voegen en de vergoeding te baseren op de gebruikswaarde van de grond in plaats van op de marktwaarde in vrij economisch verkeer. Ook de onteigening door overheden van onroerend goed in het algemeen belang wordt eenvoudiger gemaakt, en goedkoper door ook hier bij de vergoeding uit te gaan van de gebruikswaarde van de grond. Bij langdurige leegstand kan de gemeente woningen en andere gebouwen vorderen en voor bewoning geschikt maken en verhuren op basis van de Leegstandswet. Er komt tegelijkertijd een planbatenheffing op waardestijging van de grond als de bestemming veranderd – de opbrengst is voor gemeenten tbv meer (sociale) woningbouw. Er komt uiterlijk 1-1-2024 verplichte erfpacht bij gemeenten. We verbieden per uiterlijk 1-1-2024 gebruiksovereenkomsten (antikraakwonen). Kraken wordt weer legaal bij langdurige leegstand.

We versterken uiterlijk per 1-1-2024 de positie van huurders en gebruikers van recreatieparken en campings, opdat ze niet meer zomaar weggejaagd kunnen worden bij verkoop door de eigenaar. Hetzelfde gaan we doen bij volkstuintjes. Recreatiewoningen waar al langdurig normale bewoning wordt gedoogd wordt dit voor de huidige bewoners gelegaliseerd.

Corporaties zijn te vaak teveel vastgoedondernemers geworden. Hun maatschappelijke positionering wordt in de wetgeving versterkt. Corporaties moeten weer coöperatieven worden, verenigingen van huurders met een maatschappelijke doelstelling en gebonden aan regelgeving, die o.m. nondiscriminatoire toegang en respectering van urgentietoewijzingen garandeert – men moet verplicht bijdragen aan huisvesting van lage inkomens en statushouders. De omvang van woningcorporaties brengen we terug (bijv. max. 10.000 huurders, met een statutair beperkt werkgebied, zonder gemeentegrensoverschrijding). De markttoets voor corporaties wordt afgeschaft. De rechtspositie van huurders wordt versterkt, evenals de zeggenschap van huurders in corporaties met o.m. instemmingsrecht voor huurprijs-, renovatie- en onderhouds- en het financieel beleid. We zorgen voor huurteams in alle steden en draaien per direct de bezuinigingen terug op de huurcommissies. Deze nieuwe wetgeving gaat uiterlijk per 1-1-2024 in.

Het recht op passende, sociale huurwoning in eigen woon- of werkgemeente wordt uiterlijk per 1-1–2024 versterkt, met concrete, meetbare maximale wachttijden. De gemeente moet in de woonvisie aangeven hoe zij die omlaag brengen, met prioriteit voor mensen die urgent een dak boven hun hoofd dreigen te verliezen of al verloren hebben. De gemeente houdt de voortgang daarvan bij en rapporteert daarover openbaar. De provincie en ook het rijk krijgen aanwijzingsbevoegdheden als gemeenten in gebreke blijven. En overheden moeten vooral optreden als we iets signaleren. Inwoners krijgen het recht om hun gemeente daarop aan te spreken en zo nodig bij de rechter af te dwingen.

We versterken tegelijkertijd de mogelijkheden van gemeenten voor lokaal woonbeleid ten behoeve van betaalbaar wonen. Gemeenten krijgen meer ruimte om de Onroerend Zaak Belasting (OZB) vorm te geven, met bijv. hogere tarieven bij dure huizen. We willen geen andere verruiming van gemeentelijke belastingen om gemeenten met veel lage inkomens te beschermen. Gemeenten krijgen de mogelijkheid en meer bevoegdheden om weer zelf te bouwen.

Het wijkbeleid in de grote steden wordt weer opgetuigd, met een programma dat ingaat per 1-1-2024, waarbij wooncorporaties een natuurlijke partner zijn, samen met het terugbrengen van het buurt- en jongerenwerk, aandacht voor veiligheid, scholing, integratie en werk. We gaan hier – net als in apart beleid voor krimpgebieden – fors in investeren, en stellen daarvoor 5 miljard euro per jaar ter beschikking vanaf 2024. We blazen de welzijnssector weer nieuw leven in met een goede organisatie voor o.m. buurt- opbouw- en jongerenwerk, publieke arbeidsbemiddeling, scholing voor jongeren en volwassenen met o.m. een offensief tegen laaggeletterdheid, schuldhulpverlening en armoedebestrijding. Dat koppelen we ook aan goede wijkzorg. Juist in arme wijken is er nu veel zorgongelijkheid.

We trekken per direct de Rotterdamwet en het daaraan verbonden discriminerende beleid in. Die wet bepaalt dat er in specifieke achtergestelde wijken geen mensen meer bij mogen die geen inkomen uit werk hebben. De Rotterdamwet betekent dat bepaalde mensen niet zelf mogen bepalen waar ze willen wonen. Natuurlijk was er in sommige wijken echt wel iets aan de hand, er waren zelfs wijken waar de politie angst had om naar binnen te gaan. Maar het verdrijven van bewoners in plaats van het oplossen van de problemen van de inwoners is principieel een verkeerde keuze. Onderzoek in opdracht van de Eerste Kamer naar 8 jaar ervaring met de Rotterdamwet laat zien dat er geen aantoonbare verbeteringen waren in leefbaarheid en veiligheid. Gentrificatie van wijken zet arme mensen verder op achterstand.  Gentrificatie van wijken is in essentie het verwijderen van (kans)arme huishoudens uit arme wijken, het bouwen voor kapitaalkrachtige en kansrijke huishoudens in die wijken, en het aantrekkelijk maken van die wijken voor die laatstgenoemde doelgroepen – met het slopen van sociale huurwoningen, het bouwen van dure koopwoningen en het steunen van hippe winkels en horeca in plaats van Turkse winkels en theehuizen. Gentrificatie is opwaardering van wijken door een sociaal onrecht. Gentrificatie is de ruimtelijke uiting van klassenongelijkheid. De problemen in arme wijken zijn juist vaak het resultaat van verwaarlozing, doordat de overheid en woningcorporaties er jarenlang niet investeerden in de openbare ruimte, de woningen en de mensen. Gentrificatie als beleidsinstrument lost problemen in buurten niet op, maar verschuift kwetsbare bewoners naar andere buurten waar nieuwe concentraties ontstaan. Met gentrificatie wordt niet geïnvesteerd in de levenskansen van mensen, bijvoorbeeld via opleiding of werk, maar in stenen. Woningen worden opgeknapt en verkocht, maar dat komt de vorige bewoners nauwelijks ten goede. Pas als koopkrachtige mensen ergens komen wonen, wordt een buurt opgeknapt, met brede stoepen en mooie tegels. Alsof de oude bewoners het investeren niet waard zijn. Gentrificatie draagt bij aan een sociale, economische en ruimtelijke kloof. De nieuwe bewoners, die meestal kopen, profiteren van de stijgende huizenprijzen. Huurders niet. Dit versterkt de toch al grote vermogensongelijkheid in Nederland. Ruimtelijk zorgt gentrificatie aanvankelijk voor meer diversiteit in de buurt, maar op langere termijn vergroot het de kloof tussen de duurste en goedkoopste buurten in een stad. Daardoor groeien stigma, segregatie en machtsongelijkheid: de problemen van de armere bewoners verdwijnen uit het zicht, terwijl sociale, economische en culturele machten zich concentreren op de zichtbare plekken. In plaats van arme mensen te verdrijven uit hun wijken gaan we weer staan voor hulp van mensen in de wijken waarin ze zelf willen wonen, gaan we een nieuwe ronde van roemruchte sociaaldemocratische stadsvernieuwing aan, waarbij – ook in die traditie – nauw samenwerken en optrekken met de bewoners en hun organisaties, herstellen we de Vogelaarswijken en herstellen we het welzijnswerk. We realiseren volwaardige zeggenschap én onafhankelijke ondersteuning voor bewoners bij plannen voor hun woning, buurt en stad. En in plaats van sociale woningen te slopen gaan we die juist bouwen en renoveren voor lage en middeninkomens, ook in de rijkere wijken. Er komt per 1-1-2024 een Bloemendaalwet in plaats van een Rotterdamwet!

 

3.2.3. Energie

 

Het energielabel en de verduurzaming van de woning mogen geen verdienmodel voor de verhuurder zijn. In plaats van duurzaamheidspunten wordt een niet-duurzame woning aangemerkt als een gebrek waarvoor huurkorting geldt. Huurders van nog niet voldoende geïsoleerde woningen (label B en slechter) krijgen uiterlijk per 1-1-2024 een wettelijke korting op de huur van een kwart van de huurprijs van 75 euro per maand per slechter label-stap (dus label C 150 euro korting, etc.), zodat verhuurders een prikkel krijgen voor verduurzaming. Woningcorporaties krijgen daarvoor compensatie mits men tijdig verduurzaamt (overigens zijn de meeste huurwoningen met een slecht energielabel in handen van commerciële verhuurders). Er komen bindende afspraken met corporaties en andere verhuurders voor het energieneutraal maken van 200.000 woningen per jaar, te beginnen bij de woningen met de slechtste energielabels (meestal bij de meest armste huishoudens). Woningcorporaties en -coöperaties krijgen mogelijkheid om de voorfinanciering van de verduurzaming renteloos te lenen bij een apart staatsfonds, gevuld uit staatsobligaties. Gemeenten krijgen de mogelijkheid om hun WOZ-belastingtarieven lager vast te stellen bij een groener energielabel. We gaan de vaststelling en handhaving van de energielabels van woningen onafhankelijk en kwalitatief beter maken. Voor deze maatregelen stellen we aan de woningcorporaties onder de hier genoemde voorwaarden ca. 2 miljard euro per jaar beschikbaar.

Ook voor woningbezitters komen er stapsgewijs strengere eisen aan energielabels voor deze woningen. Woningeigenaren worden tegelijkertijd door een ‘ontzorgloket’ ondersteund bij het isoleren en verduurzamen van hun woning. Middeninkomens met een eigen woning krijgen de mogelijkheid om hiervoor renteloze leningen af te sluiten bij een speciaal fonds. Anders dan Rutte III voorstelde, maar in overeenstemming met het voorstel van Milieudefensie, komt er daarbij geen maximum bedrag (zo wordt financiering ook voor oude of grote woningen mogelijk, met hoge isolatiekosten), is de looptijd 30 in plaats van 25 jaar, is de lening renteloos, is er geen toetsing van kredietwaardigheid en geldt een brede kwijtscheldingsmogelijkheid voor lage inkomens als de besparing op de energierekening lager zijn dan de terugbetaling van de lening (onrendabele top). Voor hen geldt dus een garantie van woonlasten. Jaarlijks wordt de terugbetaling in dat jaar vastgesteld, gebaseerd op het inkomen van de bewoner van de woning. Iedere bewoner betaalt dus naar draagkracht: Voor de laagste 40% van inkomens in Nederland (tot ca. 95% modaal) behoeft er alleen terugbetaald worden bij reductie van de energierekening, uitgaande van de ‘kale’ gasprijs en de energiebelasting zoals die nu in 2022 geldt. De hoogste 20% inkomens (boven 1,5 modaal) moeten de hele lening terugbetalen. De groep inkomens daartussen betaald het bedrag van de energiereductie terug plus 50% van het resterende bedrag. De renteloze lening is gebouwgebonden, dus het gaat om een lening op de woning, in de vorm van een voucher, ter waarde van de isolatie- en verduurzamingskosten voor die specifieke woning. De voucher kan enkel bij isolatiebedrijven verzilverd worden. Deze lening is alleen beschikbaar voor woningeigenaren die in hun woning wonen, inclusief VVE’s.

De bestaande SDE-subsidies vervallen (deze worden nu vooral opgebracht door huishoudens en vloeien vooral naar het bedrijfsleven); deze subsidies vergroten de ongelijkheid) en worden ingezet voor deze financiering. Ook de Opslag Duurzame Energie in onze energiebelasting (ODE) vervalt daarmee.

Het huidige regressieve energiebelastingstelsel moet uiterlijk per 1-1-2024 aangepast worden. De Nederlandse gas- en stroombelasting zijn nu regressief opgezet om uitsluitend huishoudens, gebouwen en kleine bedrijven te belasten en grote bedrijven te ontzien. Terwijl de industrie verantwoordelijk is voor bijna de helft van de CO2-uitstoot van Nederland, betaalt deze minder dan 10 procent van de energiebelasting. Het zijn voornamelijk burgers die de portemonnee moeten trekken. Zij hoesten meer dan de helft van die energiebelasting op, ook al zijn zij door gasverbruik, elektriciteitsverbruik en benzine voor de auto slechts voor een kwart van de uitstoot verantwoordelijk. Uit een onderzoek uit 2017 van de TU Delft en de Universiteit van Amsterdam kwam zelfs een ontluisterend feit naar voren: mensen met een lager inkomen betaalden meer aan klimaatbeleid dan de rijkste tien procent. De gasbelasting is momenteel 0,45 euro/m3 voor huishoudens en 0,04 – 0,06 euro/m3 voor ETS bedrijven. Omgerekend naar CO2 prijs is deze 0,45 euro/m3, gelijk aan 225 euro per ton CO2, ETS-prijs voor CO2 schommelt tussen de 60 en 70 euro/tn, dus een factor 4 verschil. Een jaar geleden was de ETS prijs nog onder de 20 euro/tn zelfs en de ETS heffing wordt alleen betaald boven het plafond, dat langzaam naar beneden komt en pas in 2050 iedere ton CO2 zal belasten. Onder dit plafond wordt geen CO2 heffing betaald, dus de gemiddelde prijs voor grote bedrijven is momenteel nog steeds 10-20 euro/tn CO2.

Gas

Verbruik

[m3/jaar]

Belasting (incl. ODE)

[€/m3]

CO2 prijs

[€/tn]

Huishoudens

< 170.000

0,45

225

MKB

< 1000.000

0,15 – 0,45

75 – 225

Tuinders (verlaagd tarief)

< 1000.000

0,10

50

Industrie (>10 MW thermisch)

> 10.000.000

0,037 – 0,06

20 – 30

 

Huishoudens betalen dus voor hun warmte momenteel ruim 10x zo veel belasting per kg uitstoot als industrie en MKB een factor 5 tot 10! Samen betalen huishoudens en MKB ongeveer 90% van het totaal aan energiebelasting en industrie minder dan 10%. En dat terwijl de industrie verantwoordelijk is voor 50% van de Nederlandse CO2 uitstoot. Warmte is een primaire levensbehoefte en met een hoge gasprijs (> 2 euro/m3) en een hoge gasbelasting is het wachten op de eerste bejaarde die gestorven is doordat hij/zij de gasrekening niet meer kon betalen (in andere landen is dit al gebeurd).

Voor de elektriciteitsbelasting geldt hetzelfde verhaal. Huishoudens en MKB betalen gemiddeld 5-10x zo veel als de industrie. De grootverbruikers betalen nagenoeg niks aan elektriciteitsbelasting op dit moment. De jaarlijkse opbrengst aan energiebelasting is rond 6,5 miljard per jaar (2), afhankelijk van het verbruik.

 

Elektriciteit

Verbruik

[MWh/jaar]

Belasting (incl. ODE)

[€/kWh]

Huishoudens

< 50

0,08

MKB

< 10.000

0,035 – 0,08

Industrie (>1 MW elektrisch)

> 10.000

0,0011 – 0,035

 

De gasbelasting is bedacht om de prijs van aardgas (voor de oorlog ongeveer 0,30 euro/m3) kunstmatig hoog te maken, zodat mensen hun huizen zouden gaan isoleren door middel van een terugverdienmodel. Met een kale prijs van boven de 2 euro/m3 is er dus eigenlijk geen noodzaak meer voor gasbelasting bij huishoudens. Het creëert alleen maar energiearmoede voor huurders, die geen mogelijkheden hebben om hun woning te isoleren. Huurders betalen gemiddeld 800-1200 euro per jaar aan energiebelasting (gas en elektriciteit) en krijgen er niks voor terug behalve een eenmalige box van 70 euro. Mensen in een koopwoning kunnen nog goedkope leningen en subsidie krijgen, maar huurders staan machteloos.

Daarom gaan we het regressieve energiebelastingstelsel vlakmaken en in dit geval dus eerlijk. Nederland verbruikt jaarlijks 35-40 miljard m3 aan aardgas, en dit levert ongeveer 3,5 – 4 miljard euro jaarlijks op aan gasbelasting. Met een vlak belastingtarief van 0,10 euro/m3 levert dat hetzelfde op en betaalt de industrie ook eerlijk mee aan de energietransitie. Omgerekend is dit 50 euro/tn aan CO2 heffing, dus ook in lijn met de huidige ETS koers. Kort samengevat, een vlakke energiebelasting heeft de volgende effecten:

  • Bedrijven betalen eerlijk mee aan energietransitie
  • Het voorkomt onnodige energiearmoede
  • Het geeft bedrijven ook een terugverdienmodel met een basisprijs van 50 euro/tn CO2, mocht de gasprijs weer gaan dalen.

 

Ook de stroombelasting gaan we vlak en eerlijk maken. Nog steeds staan alle supermarkten te koelen met open koelkasten, pure verspilling van elektriciteit en warmte. Omdat stroom koolstofvrij is, kan volstaan worden met een lage belasting van 0,02 euro/kWh. Met een jaarlijks stroomverbruik van Nederland van 125 TWh per jaar levert 0,02 euro/kWh een bedrag op van 2,5 miljard euro, waarin bedrijven ook netjes meebetalen. Momenteel betalen grote bedrijven maar 0,001 euro/kWh aan stroombelasting (som van stroom + ODE belasting) en kleine verbruikers 0,07 euro/kWh. Zonder hervorming van dit oneerlijke stelsel zal de energietransitie onvoldoende snel plaatsvinden en worden burgers in huurwoningen de energiearmoede in gedrongen.

Samenvattend schaffen we het regressieve energie belasting stelsel af en voeren een vlak en eerlijk tarief in. Voor gas kan dit 0,10 euro/m3 zijn en voor stroom 0,02 euro/kWh. Bij 0,10 euro/m3 gaan huishoudens en MKB er op vooruit en is voor tuinders geen achteruitgang. Voor huishoudens is er een directe lastenverlichting van circa 600-800 euro per jaar mogelijk. Dit klinkt marginaal, maar voor huurders met een laag inkomen is dit het verschil tussen wel of geen eten op dit moment. Samen met een prijsplafond voor gas, kunnen de laagste inkomens beschermd enigszins beschermd worden tegen een absurde energierekening.

 

We maken tegelijkertijd een einde aan vrijstellingen en kortingen voor energiebelasting (glastuinbouw) en van belasting op kerosine (luchtvaart) en gaan fossiele brandstoffen in lucht- en scheepvaart veel zwaarder belasten. Ook privéjachten met fossiele brandstoffen gaan we zwaarder belasten. Belasting op elektriciteit bij oplaadpalen wordt veel lager dan accijns voor benzine of diesel, in plaats van omgekeerd zoals nu.

 

De opbrengst van de heffingen op de uitstoot van bedrijven wordt aan de inwoners teruggegeven met een vast bedrag per huishouden (Klimaatinkomen) en niet aan de bedrijven. We schatten dit bedrag op ca. 500 euro per jaar per huishouden. De bedrijven kunnen de heffingen in principe doorberekenen in de prijzen van hun producten en krijgen dus geen teruggave.

We ontkoppelen uiterlijk per 1-1-2024 de prijs voor warmtenetten van de gasprijs. In een nieuwe warmtewet wordt het beheer verplicht publiek en de rechtsbescherming van huishoudens versterkt.

 

3.2.4. Zorg

 

 

Bij invoering van de hierna genoemde belastingherziening vervalt de nominale en inkomensafhankelijke (door de werkgever ingehouden) ZVW-premie geheel en wordt deze verdisconteerd in de belastingtarieven op budgettair neutrale wijze, inclusief het tegelijkertijd laten vervallen van de zorgtoeslag.

 

We voeren per 1-1-2024 een nieuw zorgstelsel in, waarbij alle nodige en nuttige zorg, inclusief maatschappelijke ondersteuning, jeugd- en ouderenzorg in één wet volledig publiek wordt, volledig gefinancierd uit de belastingen en zonder eigen bijdragen. De financiering gebeurt op basis van een periodiek vastgestelde nationale en regionale zorgvisies, via publieke regionale zorgkantoren. Er is voor deze zorg geen rol meer voor zorgverzekeraars. We verbieden het maken van winst bij zorgaanbieders en iedereen komt in loondienst. We investeren fors in preventie – alle beleid en wetgeving wordt in het vervolg getoetst op implicatie voor de zorg en de gezondheid. Een beter leefmilieu en meer bestaanszekerheid dragen enorm bij aan verlaging van de zorggroei. Ook grijpen we in bij de farmaceutische industrie opdat er lagere medicijnprijzen komen en het medicijngebruik zoveel mogelijk wordt beperkt. We verplichten in de zorgvisies tot effectieve en efficiënte samenwerking. We versterken de poortwachterfunctie in de zorg bij huisartsen en wijkverpleegkundigen door hen substantieel meer tijd daarvoor te geven.

 

 

3.2.5. Openbaar vervoer

 

We investeren de komende 15 jaar 10 miljard per jaar extra in beter en meer OV. Deze maatregelen worden gefinancierd uit verhoging van de belastingen op vliegen (zie hierna) en komt in de plaats van lagere accijns op benzine en diesel voor auto’s.

 

 

  1. Eerlijke belastingen

 

4.1. Maatregelen die (vrijwel) direct ingaan

 

De extra belastinginkomsten door o.m. hogere brandstofprijzen wordt ook aangewend ter financiering van deze maatregelen. We voeren voorts per 1-1-2023 een (tijdelijke) extra solidariteitsbelasting in op de winst voor bedrijven die nu profiteren van de crisis.

Vooruitlopend op de stelselherziening voor belastingen gaan we per 1-1-2023 waardevermeerdering van bezit en alle inkomen uit bezit en uit aanmerkelijk belang hoger belasten.

We schrappen per 1-1-2023 de expat-subsidie en het Lage Inkomens Voordeel (LIV) voor werkgevers.

De vrijstelling voor het kopen van een huis voor je kinderen (de jubelton) wordt direct geschrapt. Dat is een onrechtvaardige subsidie van arm naar rijk en draagt bij aan schadelijke prijsopdrijving op de woningmarkt.

We starten per direct een fors offensief tegen belastingontwijking en -ontduiking, met onder meer:

  • Rulings (belastingafspraken voor multinationals om dubbele belastingheffing te voorkomen; vaak misbruikt om belasting te ontwijken) worden openbaar zodat ze getoetst en democratisch gecontroleerd kunnen worden.
  • Er komen veel meer belastingcontroles bij bedrijven en grote vermogens (eenmaal per 3 jaar, in plaats van de huidige eenmaal per 40-50 jaar, en ieder jaar bij grote bedrijven en bedrijven met groot risico of eerdere fraude).
  • We scherpen vestigingseisen van multinationals aan (o.m. werknemers en kantoor in Nederland).
  • Belastingverdragen met derdewereldlanden gaan we solidair maken en voorzien van een antimisbruikbepaling.
  • Bedrijven moeten in concrete aantallen en euro’s in hun jaarverslagen aan gaan geven in welke landen zij produceren, in welke landen zij hun omzet boeken, waar zij investeren en in welk land zij hoeveel belasting betalen. Ook moeten bedrijven meer inzicht geven in hun vennootschapsstructuur.
  • Trustkantoren (die nu vooral werken voor brievenbusfirma’s) verbieden we. Er komt een openbaar register waarin staat wie de eigenaar is van een brievenbusfirma en wie profiteert van constructies via brievenbusfirma’s.

 

4.2. Maatregelen die pas vanaf 2024 of later (kunnen) ingaan

 

4.2.1. Een nieuw stelsel voor inkomsten- en loonbelasting

 

Het boxenstelsel wordt per 1-1-2024 afgeschaft. We gaan alle inkomens, ongeacht of die nu uit arbeid, eigen bedrijf of uit eigen vermogen komen, gelijk behandelen. Daarmee worden de huidige lagere tarieven voor inkomen uit bedrijf en voor inkomen uit eigen vermogen geschrapt. Voor alle soorten inkomen gaan gelijke, sterk progressieve tarieven gelden. Inkomen uit vermogen wordt op basis van werkelijk genoten rendement belast. De Directeur-Groot Aandeelhouder (DGA) wordt direct belast over de winst van zijn vennootschap in de inkomsten- en loonbelasting – de huidige mogelijkheden om inkomen en dus belastingheffing (schier eindeloos) uit te stellen vervallen daarmee, en tevens afschaffing van de aftrekmogelijkheden voor leningen aan de DGA. We stoppen ook met alle fiscale subsidiëring van schulden – we staan geen negatief inkomen meer toe, het minimuminkomen is altijd nul euro, en we waarborgen een eerlijke vermogensetikettering (indien het vermogen voor het merendeel voor privé of voor de onderneming wordt aangewend, wordt het vermogen daar volledig in opgenomen voor de belastingheffing). Bijtellingen voor vervoersmiddelen verstrekt door werkgever worden vervangen door ze volledig mee te tellen als inkomen.

We voeren per 1-1-2024 sterk progressieve tarieven in op alle inkomens en integreren die met de premies volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke ZVW-premie. Daarbij worden alle fiscale kortingen, vrijstellingen en aftrekposten geschrapt, zodat de tarieven effectief zijn, de armoedeval drastisch verminderd en belastingontduiking en -ontwijking zeer moeilijk wordt. De tarieven worden zodanig vastgesteld dat inkomens tot anderhalf modaal er per saldo op vooruit gaan. Er komen tenminste zes tariefschijven. De laagste tariefschaal is 10% en de hoogste 80%. De inkomensgrenzen en tarieven worden zodanig vastgesteld dat inkomens er tot anderhalf modaal er per saldo op vooruit gaan. Vanaf tweemaal modaal is er een lastenverzwaring, die oploopt naar mate het inkomen oploopt. De combinatie van afschaffing boxenstelsel, vrijstellingen, kortingen en aftrekposten en invoering van met sociale/ZVW-premies geïntegreerde sterk progressieve tarieven betekent ook een belangrijke vereenvoudiging van het belastingstelsel en een enorme vermindering van de mogelijkheden voor belastingontwijking.

Als we inzomen op de verhouding tussen huurders en woningbezitters, die qua bezit en inkomen zo enorm van elkaar verschillen, dan zien we dat het overheidsbeleid in de laatste decennia de kloof tussen deze twee groepen zelfs systematisch heeft vergroot. Niet alleen is de huurbescherming beperkt, maar huurtoeslagen maken slechts een fractie uit van de fiscale voordelen waar woningbezitters van kunnen genieten. Die fiscale voordelen bestaan niet alleen uit de hypotheekrenteaftrek, maar ook uit het ontbreken van belasting over de waardetoename van de woning, en uit de lage belasting over de huurwaarde. Zo was in 2019 de totale huurtoeslag € 1 miljard, terwijl de jaarlijkse fiscale voordelen voor woningbezitters €21,6 miljard bedroegen. Daarmee droeg de overheid voor een kwart bij aan het verschil in het complete of integrale inkomen tussen huurders en woningbezitters. Niet genoeg mensen realiseren zich dat de Nederlandse koopwoningmarkt is gebouwd op extreem royale hypotheekschulden. Prijsopdrijving, blootstelling aan risico’s en meer volatiliteit zijn de gevolgen. Vanuit het buitenland wordt terecht vaak met argwaan gekeken naar dit piramidespel. Hierboven hebben we al aangegeven het risico van woningbezit met een hypotheek die onder water staat (waarde is gedaald onder hypotheekbedrag) bij de hypotheekverstrekker te leggen – daardoor zal de leenruimte worden beperkt, waardoor de prijzen dalen. Dat bevorderen we ook door de enorme fiscale subsidie (ruim 21 miljard euro per jaar!) op woningbezit te beëindigen . Veel beter is: langer huren, geld sparen (ook via de pensioenfondsen, zoals hiervoor aangegeven) en op latere leeftijd met een kleinere hypotheek kopen (of blijven huren). We verruimen niet de leenmogelijkheden voor woningen en verlagen de overdrachtsbelasting niet en versnellen de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Waardevermeerdering van de eigen bewoonde woning wordt in rekening gebracht op moment dat deze wordt verkocht. Het eigenwoningforfait vervalt daarbij. Dit gebeurt in stappen tot 2030, waarbij eerst in stappen het eigenwoningforfait verhoogd wordt, en de hypotheekaftrek beperkt wordt. In 2030 wordt dan de eigen woning volledig belast conform het voor het betreffende huishouden geldende tarief in de Inkomstenbelasting.

Zoals eerder aangegeven schrappen we conform het advies van de commissie Borstlap uiterlijk per 1-1-2024 de ondernemersaftrek op winst en verlies uit onderneming (dit betreft de zelfstandigenaftrek, startersaftrek, meewerkaftrek, aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, stakingsaftrek), en schrappen we de zgn. ondernemingsfaciliteiten (dit betreft de mkb-winstvrijstelling, landbouwvrijstelling, milieu-investeringsaftrek, de willekeurige afschrijving milieu-investeringen, kleinschaligheidsinvesteringsaftrek,  energie-investeringsaftrek, en herinvesterings-reserve). Ook schrappen we de mogelijkheid voor zelfstandigen om te lenen van de eigen BV (incl. eigen woningschuld en schrappen we de doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon bij DGA’s conform het IBO-rapport over vermogensongelijkheid uit juni 2022. Bij elkaar leiden deze aftrekposten nu tot grotere ongelijkheid en grote verschillen in lasten op arbeid afhankelijk van de vorm waarin deze arbeid wordt verricht. Ook leiden deze aftrekposten tot forse uitholling van de financiering van de sociale zekerheid en van de collectieve voorzieningen. Dit gaat om forse bedragen die, mede door de groei van het aantal ondernemers, de laatste jaren duidelijk zijn gegroeid. Ze spelen een grote rol bij het vergroten van de ongelijkheid. We moeten stoppen om gedrag van ondernemers en ondernemingen te beïnvloeden met fiscale of andere subsidies. De aftrekposten met betrekking tot verduurzaming worden vervangen door prijsmaatregelen en regulering. Prijsprikkels zijn veel effectiever, eenvoudiger uit te voeren en kosten de belastingbetalers niets, maar leveren juist inkomsten op.

De vrijstellingen en tariefkortingen voor landgoederen in alle belastingen (inkomstenbelasting, erfenis- en schenkingsbelasting, vennootschapsbelasting, overdrachtsbelasting, WOZ) worden vervangen door een subsidieregeling van ministerie van ruimtelijke ordening en natuur, waarin het huidige misbruik (zie IBO-rapport vermogensongelijkheid) wordt voorkomen.

 

4.2.2. Invoering aparte vermogensbelasting

 

We voeren naast de bestaande belasting op inkomen uit vermogen ook een aparte vermogensbelasting in per 1-1-2024. Daarbij gaan vermogens vanaf 100.000 euro (of 200.000 euro voor paren) belasting betalen. Van 1 procent tot 500.000 euro oplopend tot 5 procent voor vermogens boven 5 miljoen euro. Daarmee worden gewone spaarders ontzien, terwijl mensen met een fors vermogen juist meer gaan bijdragen.

 

4.2.3. Erfenis- en schenkingsbelasting

 

We wijzigen uiterlijk per 1-1-2024 de erfenis- en schenkingsbelasting waarbij iedere Nederlander het recht krijgt om gedurende zijn leven 150.000 euro aan erfenissen of schenkingen belastingvrij te ontvangen – van wie dan ook. Alles daarboven wordt met een oplopend tarief belast: de eerste 500.000 euro met 40%, alles daarboven met 60%. Erfenissen zijn een belangrijke veroorzaker van onrechtvaardige bestendiging en vergroting van ongelijkheid.

Het apart belastingvrij schenken van bedrijfsvermogen voor bedrijfsopvolgers wordt eveneens geschrapt. Teneinde acuut faillissement te voorkomen zijn hierbij betalingsregelingen mogelijk. Eveneens wordt de doorschuifregeling voor het aanmerkelijk belang (DSR) geschrapt, conform het IBO-rapport over vermogensongelijkheid.

 

4.2.4. Vennootschapsbelasting en dividendbelasting

 

Er komen per 1-1-2024 voor bedrijven hogere in plaats van lagere tarieven vennootschapsbelasting en we schrappen cf. het IBO-rapport over vermogensongelijkheid uit juni 2022 het lage tarief. Teneinde mkb te ontzien en m.n. waar het betreft werkgelegenheid verlagen we de werkgeverspremie voor het arbeidsongeschiktheidsfonds en compenseren dat via de belastinginkomsten. Zoals het IBO-rapport laat zien is dat veel gerichter en effectiever. En de dividendbelasting wordt niet afgeschaft maar verhoogd. De tarieven maken we progressief: hoe hoger de winst en het dividend, hoe hoger het tarief, de maximum tarieven worden 40%. We bevorderen een zo hoog mogelijk Europese vloer in deze belastingen. Het vestigingsklimaat is niet grotendeels afhankelijk van het belastingtarief. Beschikbaarheid van hoogwaardige arbeid, sociale stabiliteit, beloning van investeren in duurzaamheid en banen, hoogwaardige infrastructuur, cultureel en anderszins een fijn land om te verblijven zijn zeker zo belangrijk. En bedrijven die alleen maar bezig zijn met snel geld verdienen en wegsluizen zijn economisch niet duurzaam relevant. Indien bedrijven vertrekken naar goedkope belastingparadijzen moeten ze een exit belasting betalen conform het initiatief wetsvoorstel daarover van GroenLinks.

We schrappen tegelijkertijd ook alle vrijstellingen in de vennootschapsbelasting, zoals de innovatie box (waar multinationals te makkelijk geld tegen maar 5% kunnen laten belasten), de deelnemersvrijstelling en de voordelen met betrekking tot herstructurering van schulden en verliezen, waarmee zelfs algehele belastingvrijstelling verkregen kan worden. En we gaan een gelijke aftrek van eigen en vreemd vermogen in de vennootschapsbelasting invoeren. De ongelijke behandeling van eigen en vreemd vermogen (rente aftrekbaar, winsten belast) in de vennootschaps-belasting leidt tot allerlei fiscale constructies en tot overmatige schuldfinanciering. Een gelijke aftrek voor zowel eigen als vreemd vermogen haalt die perverse prikkel weg. Dit zal een domper zijn voor in Nederland gevestigde financieringsvennootschappen (de ‘brievenbus-bedrijven’), maar juist weer gunstig voor concernfinanciering vanuit Nederland van reële investeringen. Een gelijke vermogensaftrek is bovendien relatief gunstig voor het midden- en kleinbedrijf omdat het MKB verhoudingsgewijs met veel eigen vermogen is gefinancierd.

 

Gerard Bosman, 18 september 2022

 

 

Financiële bijlage Noodplan armoede 2022-23

(in miljarden euro’s per jaar)

Uitgaven                                                                                                      Incidenteel         Structureel

Extra 1500 euro voor ontvangers zorgtoeslag                                            7,0 (1 x)

Verhoging WML, sociaal minimum en minimumjeugdlonen[1]                                           12,0

Herinvoeren automatische prijscompensatie (apc) [2]                                                           5,0

Extra verhoging cao-lonen publieke sector[3]                                                                        1,5

Verzilverbare arbeidskorting                                                                                                   7,0

Maatregelen tegen overmatig flexwerk                                                                                 5,0

Individualisering bijstand, Wajong, AOW, toeslagen                                                             7,0

Hogere vrijstelling inkomen/vermogen in bijstand                                                               0,1

Betere arbeidsbemiddeling                                                                                                   5,0

Leerrechten ipv les- en collegegeld                                                                                      5,0

BBL als 2e kans onderwijs plus scholing langdurig werklozen                                              2,0

Extra budget beroepsonderwijs                                                                                            2,5

Recht op publieke basisbaan                                                                                                2,0

Expertcentra arbeidsbeperking/sociaal ontwikkelingsbedrijf                                               1,0

Betere beloning/subsidie mensen met arbeidsbeperking                                                   2,0

Verbeteringen WIA en Loondoorbetaling bij ziekte                                                            3,0

Uitvoering VN-verdrag Handicap                                                          2,0 (6 x)

Extra werkgelegenheid in publieke sector                                                                          3,0

Regulering schuldenindustrie                                                                                             0,1

Beperking schulden bij overheden                                                                                     0,1

Preventie problematische schulden huishoudens                                                              0,5

Nieuw schuldhulpverlening/sanering stelsel                                                                     1,0

Eenmalig schuldenpardon                                                                      0,2 (1x)

Volledig gratis kinderopvang/afschaffen kinderopvangtoeslag                                        4,0

Nieuw stelsel huursubsidie ipv huurtoeslag                                                                      4,0

Modernisering WWS/uitbreiding naar alle huren                                                             1,0

Afschaffing IAH en passend wonen                                                                                  0,5

Housing First!                                                                                                                    2,0

Versterking maatschappelijke positie corporaties                                                            0,5

Afschaffing ATAD- en Vpb-heffing corporaties, investeringsverplichtingen[4]                4,0

Wijkbeleid, incl. her-optuigen welzijnswerk                                                                     5,0

Versnellen verduurzaming corporatiesector                                                                    2,0

Klimaatinkomen minus aanpassing energiebelastingen                                                 0

Ontkoppelen prijs warmte van gas                                                                                  1,0

Verlaging btw sommige producten, verhoging accijns tabak/alcohol                            0

Afschaffing eigen risico ZVW                                                                                          6,5

Bevriezen premie ZVW                                                                            1,0 (2 x)

Geen eigen bijdrage jeugdzorg                                                                                      0,5

Verlaging tarieven OV                                                                                                     4,0

Investeren OV                                                                                            10,0 (15 x)

                                                                                                                     

Totaal                                                                                                                                        99,8

Inkomsten

Huisjesmelkersbelasting                                                                                                          2,0

Leegstand- en braakbelasting, planbatenheffing                                                                   2,0

Afschaffing SDE++ subsidies en ODE, leningen woningbezitters                                          2,0

Verhogen belasting vliegen/

afschaffen verlaging accijns benzine/diesel                                                                          10,0

Afschaffen boxenstelsel/aanpassing definities inkomen                                                      10,0

Progressieve tarieven IB/LB/afschaffen kortingen, vrijstellingen, aftrekposten,

Integratie premies (incl. ZVW) en zorgtoeslag/financiering zorg via belastingen                10,0

Afschaffen ondernemings-/ondernemersaftrek in IB                                                           15,0

Afschaffen expatsubsidie en LIV                                                                                            2,0

Invoeren vermogensbelasting                                                                                               2,0

Stelselwijziging erfenis/schenkingsbelasting                                                                       10,0

Stelselwijziging vennootschaps-/dividendbelasting                                                            30,0

Opbrengst fraudebeleid belastingen                                                                                     5,0

 

Totaal                                                                                                                                              100,0

 

 

N.B: ramingen zoveel mogelijk op basis van tabellen ministerie Financiën en CPB. Soms ook taakstellend.

 

 

 

[1] Netto uitgaven (dus extra belastinginkomsten zijn reeds afgeboekt)

[2] Idem

[3] Idem

[4] Bovenop reeds door kabinet ingeboekte afschaffing verhuurdersheffing

1 Comment

  1. Pingback:Samenvatting Noodplan armoedecrisis 2022-23 | Linksom!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Skip to content