Wat er mis is in de schuldhulpverlening en wat er aan gedaan kan worden

  1. Problemen in huidig stelsel van schuldhulpverlening

In het rapport ‘Een onbemind probleem’ schetst In ’t Veld een ‘kafkaësk’ beeld van de situatie waarin mensen met problematische schulden terecht komen. In een toelichting zegt hij: “Het aantal voorschriften is enorm terwijl het hier gaat om een categorie mensen die niet is uitgerust om met bureaucratie om te gaan. Er is geen andere groep in Nederland die aan zoveel regels moet voldoen.”

Een van de grootste problemen is dat de meeste mensen met problematische en risicovolle schulden (88%!) niet bereikt worden. Er is een grote drempel om van schuldhulpverlening gebruik te maken: men ziet het als een laatste redmiddel voor erge gevallen waar men zichzelf te lang niet toe rekent, er is schaamte, gemeenten schrikken gebruik ervan soms af, er worden allerlei bureaucratische en formele drempels gelegd, etc. Er is bovendien een grijs gebied ontstaan waarin schuldenaars die zich melden voor schuldhulpverlening niet in behandeling worden genomen, daardoor geen beschikking ontvangen en dus daartegen niet in beroep kunnen gaan. Wie zich een tijdje verdiept in de Nederlandse schuldenindustrie, zit al snel met de handen in het haar. We leveren Nederlanders met de grootste sores over aan een soort bureaucratische hydra (mythologisch driekoppig monster). Iedere keer als je aan één voorwaarde hebt voldaan, doemen er weer drie nieuwe op. Voordat je van je schulden af bent, ben je jaren verder.

Weet je alle hindernissen te nemen, dan blijkt het stelsel niet snel te helpen: Het moment waarop hulp wordt gevraagd is vaak relatief laat en het daarop volgende tempo van hulpverleningstrajecten is relatief laag, waardoor de schulden te lang verder escaleren en oplossingen steeds moeilijker worden.

Op gemeentelijk niveau is de aanwezige expertise te vaak niet van de noodzakelijke kwaliteit. Dat heeft te maken met gepleegde bezuinigingen door Rutte II en/of de gemeenten, met het dominant zijn van mantra’s als zelfredzaamheid, de calculerende, potentieel frauderende burger en de eigen verantwoordelijkheid, en met onvoldoende kennis bij de professionals en het gebrek aan toezicht daarop. Bij gemeentelijke ombudsmannen is een stijging te zien van het aantal klachten over schuldhulpverlening.[i] Dit sluit aan op het rapport van de Nationale Ombudsman (Een open deur, 19 januari 2018).

Continue reading… →

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

De schuldhulpverlening: hoe het nu geregeld is

In 2012 trad de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) in werking. Daarin vond een aanscherping plaats van de al bestaande zorgplicht en een kader aangegeven waarbinnen de gemeentelijke schuldhulpverlening vormgegeven dient te worden. Een paar jaar later vond een nog veel grotere decentralisatie plaats door overheveling van tal van taken op het terrein van zorg, werk en inkomen naar de gemeenten. Tegelijkertijd realiseerde het Rijk majeure bezuinigingen. De handelingspraktijken in de schuldhulpverlening zijn zeer divers. Naar het oordeel van Berenschot en de Transitiecommissie Sociaal Domein weigeren veel gemeenten bepaalde categorieën ingezetenen de toegang tot schuldhulpverlening. De bezuinigingen zullen daar zonder enige twijfel een grote rol bij hebben gespeeld. Gemeenten ontdekken steeds meer, dat een zeer groot percentage van de burgers, die sociale en/of gezondheidsproblemen hebben, ook schuldenproblemen hebben. Toch is bij de sociale wijkteams in meerderheid schuldhulpverlening zowel in competenties als in capaciteit en bevoegdheden een ondergeschoven kindje.

Continue reading… →

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Meer doen aan schuldpreventie

Zoals we hebben gezien, begint alles met dat mensen nu vaak een te laag inkomen hebben om van te kunnen leven. Het besteedbaar inkomen aan de onderkant moet substantieel omhoog. In andere betogen (Hogere lonen en eerlijke beloningsverhoudingen, Een hard gegarandeerd sociaal minimum, Een eerlijk belastingstelsel) hebben we daarom voorgesteld het minimumloon en het daaraan verbonden sociaal minimum met ca. 10% te verhogen, om geen inkomstenbelasting te heffen tot een eerste schijf tot en met het minimumloon, en de individuele kosten aan zorg, onderwijs en kinderopvang af te schaffen en die aan huren te maximaliseren in relatie tot het besteedbare inkomen. Door van het sociaal minimum ook een onvoorwaardelijk minimum te maken – een gegarandeerd basisinkomen – wordt een harde inkomensvloer gelegd tegen armoede. Bovendien worden de mogelijkheden verruimd en meer gegarandeerd om met bijzondere bijstand en andere maatregelen aanvullend tegemoet te komen in specifieke omstandigheden die anders desondanks alsnog tot armoede kan leiden.

Continue reading… →

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Eigen schuld? Omvang en oorzaken toename problematische schulden

Ondertussen zijn in de crisisjaren zeer veel huishoudens in problematische schulden geraakt, en dat aantal stijgt. Uit een reeks recent verschenen onderzoeken blijkt dat ondanks het aantrekken van de economie het aantal mensen met problematische schulden nog steeds toeneemt en financiële problemen bij schuldenaren verergeren. De gevolgen daarvan zijn groot. Zo veroorzaken schulden veel zorgen en stress en leiden ze vaak tot een slechtere gezondheid of tot problemen binnen relaties. Schulden vormen een belemmering bij het vinden van werk of bij het behouden van werk. Mensen zijn dan minder goed in staat om in hun eigen bestaan en dat van hun familieleden te voorzien. Verder blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat mensen met schulden 6,5 keer vaker in aanraking komen met Justitie (Bron: Overall rapportage Sociaal Domein december 2017). Ook schuldeisers kunnen in problemen raken als mensen hun rekening niet meer kunnen betalen.

Een van de belangrijkste bevinding is dat het overgrote merendeel van de mensen met schulden niet in beeld is. Er is dus voor gemeenten nog veel werk te verzetten om deze onzichtbare groep op te sporen en ondersteuning te bieden. In 2015 hadden tussen de 1 en 1,5 miljoen huishoudens risicovolle of problematische schulden, schrijft het SCP. Een op de vijf huishoudens heeft risicovolle of problematische schulden, volgens Huishoudens in rode cijfers (Panteia, november 2015).

Een op de vijf huishoudens heeft risicovolle schulden, problematische schulden of zit in een schuldhulpverleningstraject. Tussen de 614.00 en 858.000 huishoudens (zo’n 10% van de Nederlandse huishoudens) hebben risicovolle schulden, d.w.z. ze staan rood, kunnen rekeningen niet betalen, hebben een creditcard-schuld. [i] Rond de half miljoen huishoudens hebben problematische schulden. Dit betekent dat zij niet op eigen kracht hun schulden kunnen oplossen. Beide groepen, in totaal 1,2 miljoen huishoudens, worden onzichtbaar genoemd: zij zijn niet bij de instanties voor schuldhulpverlening bekend. Onzichtbare schuldenaren hebben nauwelijks reserves en als zij hulp krijgen, dan is dat uit hun sociale netwerk. Volgens Panteia doen een kleine 200.000 huishoudens wel een beroep op schuldhulpverlening. Uit deze cijferopstelling valt af te leiden, dat het overgrote deel van de burgers met problematische schulden niet haar weg weet te vinden naar gemeentelijke of nationale hulpverlening.

Continue reading… →

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Factsheet schulden in Nederland: Eigen schuld?

Probleemleningen MKB 10%. 10-20% van MKB-bedrijven worden begeleid door intensief/bijzonder beheer van de bank.

 

Omvang private schulden in Nederland stijgt. Nu 760 miljard euro. Is 218,8% van ons bbp.

 

Hypotheekschuld stijgt, nu 672 miljard euro.

61% van woningbezitters in Nederland heeft een hypotheek. In de Eurozone is dat minder dan 30% gemiddeld.

340.000 hypotheken staan in Nederland nog steeds onder water.

Fiscale netto steun aan woningeigenaren 13 miljard euro per jaar, aan huurders 2,9 miljard.

Continue reading… →

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Private schulden zijn een groter probleem dan de overheidsschuld

Fixatie op overheidsschuld in plaats van op private schulden

De VVD en sommige PvdA-ers jubelen. Het gaat hartstikke goed met de economie. De groei (nu 2,9%) is hoger dan in het VK, Duitsland, België en de Eurozone. Het consumentenvertrouwen én het producentenvertrouwen zijn hoog, de bestedingen groeien, de werkloosheid daalt, record aantal banen en vacatures, de investeringen stijgen, de groei van het bruto binnenlands product ligt boven de twee procent. Het CBS spreekt van een hoogconjunctuur. Velen zien de goede staat van de overheidsfinanciën als een knappe prestatie. De begroting kent een overschot (1,1% van het bbp), de overheidsschuld is dalende en staat nu op 56,7 procent van het bbp.

Maar hoe robuust is onze groei? Om te beginnen is een lage overheidsschuld nergens een garantie voor. In 2006 stond de overheidsschuld op het zeer lage niveau van 42 procent van het bbp. Het jaar erop kwam de crisis. De enorme fixatie op de reductie van de overheidsschuld heeft de crisis verdiept en onnodig lang laten duren. Door niet te investeren maar te bezuinigen is Nederland 16% van zijn bbp kwijt geraakt, waarvan 9% structureel. Cijfers van het CPB tonen aan dat het begrotingsbeleid van de regeringen Rutte I en II een derde van de Grote Recessie hebben veroorzaakt. Van de 16 procent bbp gemiste bbp-groei sinds 2008 kan circa 5,5-6 procent bbp groeiverlies op conto worden geschreven van het begrotingsbeleid. En dat is bij redelijk conservatieve inschattingen van de begrotingsmultiplier. Het echte verlies is daarom mogelijk nog groter. Het groeiverlies is volgens CPB cijfers gepaard gegaan met zo’n 5% minder werkgelegenheid. Dat komt neer op ongeveer 365.000 banen.

Continue reading… →

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Een hard, gegarandeerd sociaal minimum, zonder verplichtingen en verboden

Samenvatting: Dit is een artikel in een serie, waarin bouwstenen aangedragen worden voor een mogelijk nieuwe koers voor de PvdA. In dit betoog gaat het over een hard, gegarandeerd sociaal minimum, zonder voorwaarden, verplichtingen en verboden. We vervangen de huidige bijstand door een uitkering door de belastingdienst, die je inkomen aanvult tot het sociaal minimum (dat we verhogen in lijn met de in de notitie Hogere lonen en eerlijke beloningsverhoudingen voorgestelde verhoging van het minimumloon (naar 1750 euro) tot 1200 euro voor een eenpersoonshuishouden en 1600 euro voor een meerpersoonshuishouden). Omdat we in de notitie over een Eerlijk belastingstelsel voorstellen de inkomstenbelasting tot ca. 25.000 euro op 0% te stellen en de aparte premies voor volksverzekeringen (AOW, ANW, WLZ, ZVW) afschaffen, worden de hiervoor genoemde bruto bedragen alleen nog maar verminderd met premies voor werknemersverzekeringen (WW, WAO/WIA, Ziektewet).

De enige voorwaarden zijn dat je 18 jaar of ouder bent, Nederlander bent of daaraan gelijk gesteld (voor arbeidsmigranten, ook uit andere EU-lidstaten geldt daarvoor dat men een aantal jaren – bijv. 5 – in ons land gewerkt moet hebben) en geen vermogen moet hebben dat groter is dan wat nodig is als spaarreserve (waarbij  eerste eigen woning waar men ook daadwerkelijk woont tot bijv. 500.000 euro en niet vrij beschikbaar pensioenvermogen vrijgesteld worden) om bijv. apparaten te vervangen (het NIBUD adviseert 3500 euro nodig spaarvermogen bij een bijstandsinkomen). Er is geen tegenprestatie, geen sollicitatieplicht, geen taaleis, geen verplichte deelname aan re-integratieactiviteiten, geen verboden om bijv. vrijwilligerswerk of mantelzorg te doen, en er zijn geen voordeurdelerskortingen. Iedereen die onder de armoedegrens van het sociaal minimum zakt, of je nu een baan hebt of niet, wordt daar onvoorwaardelijk bovenuit getild. Een leven zonder armoede wordt een recht in plaats van een gunst.

Het is daarmee een gegarandeerd basisinkomen (ter onderscheiding van een onvoorwaardelijk basisinkomen, waarbij ook geen inkomens- en vermogenseisen gelden – dat zou de belastingdruk zover opvoeren dat werken niet of nauwelijks meer loont). Om te zorgen dat weer of meer gaan werken, vanuit een situatie waarin men nog een gegarandeerd basisinkomen heeft, voldoende blijft lonen, belasten we in die situatie de meer-inkomsten uit arbeid voor de eerste periode minder – bijv. maar voor 50% in het eerste jaar, 30% in het tweede jaar en 20% voor het derde jaar. Daarbij helpt ook dat we de fiscale arbeidskorting vervangen door een belastingtoeslag, die men ontvangt tot een inkomen uit arbeid van eveneens bijv. 25.000 euro per jaar – zie daarvoor de aparte notitie over een Eerlijk belastingstelsel.

Met een gegarandeerd basisinkomen nemen we afscheid van de zelfredzaamheids- en eigenkracht ideologie, waarbij burgers eerst zelfredzaam moeten zijn of eigen kracht moeten inzetten, alvorens men hulp kan krijgen. Deze eisen werken contraproductief, is zeer kostbaar en veroorzaken alleen maar steeds meer controles, sancties, armoede en problematische schulden. En daarmee nemen we ook afscheid van de vernederende, criminaliserende praktijk van de Participatiewet, waarbij mensen bij voorbaat als fraudeur en/of niet-werkwillende profiteur worden neergezet. De fraudewet sociale zekerheid wordt in lijn daarmee ook drastisch gewijzigd.

Het gegarandeerd basisinkomen vervangt ook de AOW als basispensioen. Daarmee komen de huidige opbouweisen en de aparte AOW-premie te vervallen. Voor gepensioneerden geldt bij het gegarandeerd basisinkomen geen inkomens- en vermogenseis, en zij blijven ook geen premies voor de werknemersverzekeringen betalen.

Ook de aparte studiefinanciering vervalt met het gegarandeerd basisinkomen. Kosten voor boeken en leermiddelen worden voortaan via de bekostiging van het onderwijs vergoed, individuele les- en collegegelden vervallen tot en met het mbo. In het hoger onderwijs komt er in plaats van de collegegelden een studiepremie, die je na afloop van de studie betaalt, naar rato van het dan verdiende inkomen en de genoten studieduur. Zie de aparte notitie over een Nationaal Studiefonds.

En de nu aparte volksverzekeringen Wajong en de ANW kunnen ook vervallen. Ook kunstenaars, ondernemers, werkenden en mantelzorgers kunnen gebruik maken van dit gegarandeerd basisinkomen. Al met al is er sprake van een grote vereenvoudiging van de uitvoering van sociale regelingen en dito besparingen.

Niettemin kunnen en zullen er situaties blijven bestaan waarbij aanvullende ondersteuning nodig is om niet in armoede te geraken of om daar uit te komen. Minima en mensen in de schuldhulpverlening krijgen automatisch kwijtschelding van lokale lasten (incl. waterschapsheffingen). Bijzondere bijstand door gemeenten blijft beschikbaar voor specifieke situaties en kosten, waarbij er meer mogelijkheden komen voor gemeenten om die in te zetten. Het opwerpen van formele drempels om in aanmerking daarvoor te komen door gemeenten wordt expliciet verboden. De inkomensgrens om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand wordt wettelijk geregeld, op 130% van het sociaal minimum. We bevorderen een integrale aanpak van problemen bij mensen. Met iedere bijstandsgerechtigde die dat wenst wordt een persoonlijk plan gemaakt om op maat hem of haar naar werk te begeleiden. Daarbij is ook taalonderwijs, scholing en kinderopvang beschikbaar, en zo nodig ook loonkostensubsidie. De persoonlijke begeleiding en het persoonlijk contact worden versterkt – iedereen krijgt een eigen coach (in plaats van een klantmanager), één vast aanspreekpunt voor al zijn/haar vragen en voorzieningen. We investeren in de professionalisering van de begeleiding. Gemeenten concentreren zich op goede, publiek en op maat georganiseerde, vrijwillige re-integratie naar werk, aanvullend armoedebeleid en schuldhulpverlening. Er komt hiervoor een landelijk keurmerk.

 

Continue reading… →

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Een ontspannen samenleving: Meer dan werk alleen, eerlijk verdelen van werk en zorg en werk geen plicht, maar een recht

Een ontspannen samenleving: Meer dan werk alleen, eerlijk verdelen van werk en zorg en werk geen plicht, maar een recht

Samenvatting: Dit is een artikel in een serie, waarin bouwstenen aangedragen worden voor een mogelijk nieuwe koers voor de PvdA. In dit betoog gaat het over een ontspannen samenleving. Werk is belangrijk, maar er is er meer in het leven dat belangrijk is. Nu werken sommigen zich letterlijk kapot en zitten anderen onvrijwillig thuis op de bank achter de geraniums. We moeten werk eerlijker verdelen met een collectieve arbeidstijdverkorting naar een 30-(5×6) of 32-(4×8) urige werkweek, waarbij het besteedbaar inkomen tot anderhalf modaal (bruto ca. € 56.000 p.j.) wordt gegarandeerd. Dat geeft ook ruimte om zorgtaken eerlijker te verdelen. Maar er is ook meer kraam- en ouderschapsverlof nodig, die effectief over beide ouders verdeeld wordt. Wij pleiten net als de Europese Commissie voor tien dagen betaald kraamverlof en vier maanden betaald ouderschapsverlof voor beide ouders. En een ontspannen samenleving betekent ook dat werk geen plicht meer moet zijn, maar een recht. We stoppen met alle dwang om aan het werk te gaan en in plaats daarvan richten we onze pijlen op motivering en facilitering. Dwang werkt in de praktijk contraproductief. Er wordt nu veel geld besteed aan zinloze activiteiten, waaraan vooral private re-integratiebedrijven een flinke boterham verdienen. We gaan re-integratie weer publiek organiseren, met op maat gemaakte en vrijwillige activiteiten en nemen drempels weg. Er komt een landelijk keurmerk voor effectieve, vrijwillige re-integratie naar werk.

Continue reading… →

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Een goede en zekere rechtspositie en meer zeggenschap van werknemers

Samenvatting: Dit is een artikel in een serie, waarin bouwstenen aangedragen worden voor een mogelijk nieuwe koers voor de PvdA. In dit betoog gaat het over een goede en zekere rechtspositie, en zeggenschap van werknemers.

Onzeker werk dreigt ons terug te werpen op 19e eeuwse arbeidsverhoudingen. Nederland is kampioen flexwerk en er zijn zeer veel onvrijwillige ondernemers – zelfstandigen zonder personeel (zzp-ers), omdat men alleen zo aan betaald werk komt. Dat komt omdat hier flexwerk veel goedkoper en aantrekkelijker is voor bedrijven dan werknemers in loondienst, in vergelijking met andere landen. Vooral jongeren en vrouwen, met name lager geschoolden, komen nog maar moeilijk aan een vaste baan. Zij hebben geen regeling voor arbeidsongeschiktheid en aanvullende pensioenen, en hebben ook op tal van andere punten een slechte rechtspositie. Zo hebben zzp-ers geen ontslagbescherming, geen minimumloon en geen doorbetaling bij ziekte.

De overmatige flexibilisering van de arbeidsmarkt is slecht voor de arbeidsproductiviteit, slecht voor innovatie, slecht voor het draagvlak van onze sociale regelingen, en vooral ook slecht voor de betrokkenen zelf. Daarom moeten we flexwerk duurder maken voor werkgevers, o.m. door flexwerkers meer zekerheden te garanderen die werkgevers/opdrachtgevers moeten betalen, en daar een wettelijk minimumtarief in te voeren in plaats van de huidige fiscale zelfstandigenaftrek. Payrollconstructies en nul-urencontracten worden verboden.

Voor alle werknemers versterken we de rechtspositie, o.m. in het ontslagrecht en de resterende ongelijkheid voor jongeren bij het minimumloon schaffen we af.

Door concurrentie op goedkoopste arbeidsvoorwaarden binnen de EU is vrij verkeer van diensten verworden tot uitholling van rechten van werknemers. Dat moet worden bestreden door die rechten veel meer centraal te stellen en te beschermen. Met name in de transportsector moet er meer gebeuren.

De handhaving door de Inspectie SZW van schijnconstructies bij flexwerk en arbeidsmigratie moet ook worden versterkt. Uitzendbureaus krijgen opnieuw een vergunningenplicht om misstanden tegen te gaan.

We versterken ook de zeggenschap van werknemers, o.m. door meer bevoegdheden van de Ondernemingsraad (OR) bij fusie, overname, doorstarten en afhandeling van faillissement, en door een sterkere positie van werknemers in Raden van Commissarissen en Raden van Toezicht. Vakbonden – je collectief organiseren als werknemer – moeten beter worden gefaciliteerd bij hun belangrijke werk. We gaan het stakingsrecht wettelijk regelen, vakbondsleden moeten betere positie kunnen krijgen in cao’s om free-rider-gedrag tegen te gaan, er moet verplicht aandacht voor het belang van vakbonden zijn in het onderwijs en aan de algemeen verbindend verklaring van cao’s wordt niet getornd.

Continue reading… →

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Hogere lonen en eerlijke beloningsverhoudingen

Samenvatting: Dit is een artikel in een serie, waarin bouwstenen aangedragen worden voor een mogelijk nieuwe koers voor de PvdA. In dit betoog gaat het over hogere lonen en eerlijke beloningsverhoudingen binnen een bedrijf of instelling.

De lonen blijven veel te ver achter bij de groei van de arbeidsproductiviteit. Het arbeidsinkomensquotum (AIQ) – het deel van wat we in Nederland verdienen dat bij werkenden terecht komt is de afgelopen veertig jaar enorm gedaald. Ook de investeringen daalden. De winsten van het bedrijfsleven worden in toenemende uitgekeerd als dividend aan aandeelhouders, toegevoegd aan het vermogen van het bedrijf of gebruikt om de eigen aandelen mee op te kopen. Hiermee wordt geld onttrokken aan de reële economie: er wordt geen productie mee gecreëerd, het leidt slechts tot prijsstijgingen van bestaande producten, het geld verdwijnt als het ware in stijgende aandelenkoersen en oplopende vastgoedprijzen. Het overgrote deel van de aandeelhouders is in feite gewoon speculant. Dat is slecht voor de economie, veroorzaakt nieuwe zeepbellen die eens zullen exploderen, en het veroorzaakt sterk stijgende ongelijkheid, sterk achterblijvende koopkracht en een verontrustende stijging van het aantal werkende armen in ons land. Het voedt ook het cynisme bij gewone burgers over wat de politiek er nog toe doet als we daar niet iets substantieels aan weten te doen.

We kunnen de loonontwikkeling stimuleren door het minimumloon en de lonen van de werkers in de publieke sector (leraren, verpleegkundigen, agenten, etc.) substantieel te verhogen – waarmee we ook de aantrekkelijkheid van deze beroepen vergroten. Daarnaast kunnen we investeren in arbeid (en dus in lonen) veel goedkoper maken (zie daarvoor bij ‘Volledige Werkgelegenheid’) en kapitaal veel zwaarder belasten. De dividendbelasting moet niet worden afgeschaft, maar eerder verhoogd worden en de vennootschapsbelasting moet omhoog in plaats van omlaag, waarbij bovenmatige toevoegingen aan het eigen vermogen en het opkopen van eigen aandelen extra zwaarder moeten worden belast. Ook moeten werknemers meer direct profiteren van toenemende winst door een verplichte vermogensaanwasdeling.

Lonen moeten niet alleen hoger, de beloningsverhoudingen moeten ook veel eerlijker. Nu zijn topinkomens volslagen uit het lood geslagen. Er moet een Wet op maximale beloningsverhoudingen komen, waarbij de hoogste inkomens niet meer dan twintig maal mag verdienen dan de laagste inkomens in een bedrijf of instelling (incl. variabele beloning en pensioenen, inclusief ingehuurd personeel). En we gaan een eind maken aan de uitzonderingen op de beperking van topinkomens in de publieke sector, gouden handdrukken met 80% belasten en variabele beloning strakker reguleren. Bij eerlijke beloningsverhoudingen hoort ook dat we een eind maken aan de discriminatie in beloning tussen mannen en vrouwen. Daartoe nemen we wettelijke maatregelen, maar ook versterken we de handhaving door de Inspectie SZW.

 

Continue reading… →

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail