Samen linksom!

Ik roep Lilianne Ploumen, Lilian Marijnissen en Jesse Klaver op, ga samen linksom! Op naar een nieuwe, gezamenlijke toekomst.

Wil links nog iets bereiken bij de komende verkiezingen, dan moeten de handschoenen tegen het demissionaire kabinet uit. Voluit in de aanval, ook over de falende corona-aanpak.

En links (tenminste GL-PvdA-SP) moet een offensief stembusakkoord sluiten:

  1. We gaan niet zonder elkaar in een kabinet
  2. We vallen elkaar tijdens de campagne niet aan of af.
  3. We nemen niet deel aan een kabinet als we gezamenlijk minder dan 40 zetels hebben.
  4. We formuleren een gezamenlijke inhoudelijke inzet voor een links regeerakkoord.

Wat betreft het laatste punt, hierbij mijn voorzet – volstrekt amendeerbaar, onder de conditie dat het de samenwerking niet belemmert.

  1. Snel en veilig uit de lockdown: Een betere coronastrategie met:
    • korte, harde klappen naar R < 0,3
    • snellere en slimmere vaccinatie (binnen 2 maanden alle 60-plussers en andere risicogroepen gevaccineerd),
    • openstelling winkels, evenementen etc.  met sneltesten en gecontroleerde quarantaine,
    • met een crisisstructuur die snel handelen garandeert
    • meer crisisondersteuning voor ondernemers en werknemers zolang deze crisis voortduurt, met strengere voorwaarden wat betreft solidariteit, sociaal beleid en duurzaamheid
    • bij de extra steun aan grote bedrijven geldt de aanvullende voorwaarde dat deze geschiedt door verwerven aandelen en dus zeggenschap voor de Staat, en substantiële medefinanciering van andere eigenaren en crediteuren
    • met een afdwingbaar recht op thuiswerken als dat kan en een bewijslast voor werkgevers als zij menen dat dit niet kan
    • met een plan en tenminste € 1 miljard voor extra ondersteuning voor onderwijs, cultuur, en welzijn & zorg aan groepen die in de problemen komen (o.m. voor extra jeugdzorg en bescherming bij huishoudelijk geweld, leerlingen/studenten en hun onderwijsinstellingen moeten extra jaar krijgen, zonder dat zij financiële gevolgen ondervinden
    • er komt een wettelijk coronaverlof voor ieder die door sluiting van onderwijs en/of kinderopvang thuis moet zijn voor hun kinderen
  2. Een goed inkomen voor iedereen:
    • we gaan hogere reële lonen bevorderen voor lage en middeninkomens, met hoger WNL, hogere lonen in publieke sector (zie 5) lagere inkomsten/loonbelasting voor deze groep (zie 12), lagere vaste lasten (zie 5, 7 t/m 9), en veel meer banen (zie 3) waardoor concurrentie zal toenemen met hogere lonen tot gevolg – goed voor onze binnenlandse bestedingen
    • we zorgen voor eerlijke beloningsverhoudingen met wettelijke beperking maximumloon versus gemiddelde of laagste beloning, met een verplichte vermogensaanwasdeling, met uitbreiding werkingssfeer Wet Normering Topinkomens naar o.m. woningcorporaties, pensioenfondsen (incl. hun uitvoeringsorganisaties), het Koningshuis, zorgaanbieders en alle instellingen die geheel of grotendeels afhankelijk zijn van overheidsbekostiging – bestaande vrijstellingen vervallen direct – schijnconstructies zoals nu bij de publieke omroep worden uitgesloten, en met de invoering van het initiatief wetsvoorstel gelijke genderbeloning
    • het WML gaat in stappen uiterlijk in 2026 naar 14 euro per uur, het sociaal minimum (bijstand, AOW, etc.) stijgt mee (koppeling), de minimumleeftijd voor volledig WML gaat van 21 naar 18 jaar. Voor minderjarige werkenden gaan we uit van treden van 20%-punt per leeftijdsjaar van het verhoogde WML. Inkomens tot zeker 130% huidig WML zullen door deze verhogingen ook stijgen. Tegelijkertijd met het verhogen van het WML worden de werkgeverslasten verlaagd met een tijdelijke, aflopende loonkostensubsidie voor banen tot tweemaal modaal, ter hoogte van de door CPB berekende extra loonkosten van het hogere WML, per jaar met 20% aflopend. De huidige Lage Inkomens Voordeel (LIV) in de werkgeverslasten verdwijnt daarbij. De lastenverlichting wordt alleen verstrekt voor vaste banen (incl. voorlopige aanstelling met uitzicht op vaste dienst)
    • een Zekerheidsinkomen als rechtvaardige vervanging van bijstand en Wajong, gebaseerd op vertrouwen, zonder plicht tot betaald werk (dus ook zonder tegenprestatie en sollicitatieplicht), individueel (dus zonder partnertoets en kostendelersnorm), met ruime grenzen voor giften en vermogen, met een fraudewet en -beleid dat beperkt is tot echte, doelbewuste fraude en niet meer de privacy schendt (o.m. landelijke inlichtingenbureau wordt opgeheven, algoritmen verboden), en vooruitlopend daarop een crisisinkomen voor iedereen die buiten vangnet valt
    • Mensen die duurzaam (tenminste een half jaar) uitstromen naar betaald werk zodat ze geen Zekerheidsinkomen meer ontvangen alsdan een premie van € 2000
    • ook mensen met een beperking krijgen altijd tenminste het WML. Mensen met een beperking die gaan werken maar minder kunnen werken en/of minder productief zijn, ontvangen het normale functieloon en rechtspositie – de werkgever wordt daarbij met loonkostensubsidie gecompenseerd
    • we gaan de WW toegang versoepelen, de minimumduur verlengen naar 8 maanden en de maximumduur naar 3 jaar, en deeltijd WW beter organiseren
    • er komt een individueel AOW zonder opbouweis, geen AOW-premie (betalen uit belastingen), met AOW na 45 jaar werken en beter vroeg- en deeltijdpensioen
    • aanvullende pensioenen voor alle werkenden en indexeren voor iedere generatie vanaf 2022
    • studenten ontvangen weer een beurs, het leningenstelsel wordt afgeschaft, waarbij de leengeneratie een compensatie ontvangt. Rijke ouders moeten bijdragen. Het lesgeld in het mbo wordt voor alle studenten afgeschaft
  3. Volledige werkgelegenheid voor iedereen die wil en kan, met goed en eerlijk werk:
    • we sturen niet op zgn. evenwichtswerkloosheid maar op volledige werkgelegenheid voor iedereen die betaald werk wil en kan
    • met meer banen redden, ook flexbanen, als voorwaarde voor steun aan werkgevers en als subsidievoorwaarde bij publieke instellingen
    • bij desondanks werkloos worden is er altijd een aanbod van gratis goede begeleiding en scholing naar ander werk (dat geldt ook bij banen die verloren gaan door de energietransitie)
    • we scheppen veel extra reguliere banen in de publieke sector (zie 4 t/m 6) en maken arbeid goedkoper (zie 12)
    • in de publieke sector gaan we de waarde van werk ook breder bezien dan alleen bedrijfsmatig. De overheid als ‘employer of last resort’. Het geeft zin aan het bestaan en werk voor mensen is goed voor de samenleving als geheel. Waar maar enigszins mogelijk scheppen en behouden we extra reguliere banen, vooral ook voor laag- en middelbaar opgeleiden
    • er komt een recht op gratis goede arbeidsbemiddeling en loopbaanadvies, voor iedereen die (meer, ander, aangepast) werk wil, met nieuw stelsel van arbeidsbemiddeling in regionale werkwinkels van sociale partners en gemeenten, met ieder een sociaal ontwikkelingsbedrijf, waarbij eigen regie van werkzoekenden voorop staat, met nieuw leerrechtenstelsel voor scholing werkenden en periodieke loopbaan- en gezondheidstoets alle werknemers
    • met een recht op publieke basisbanen, met tenminste WML en opbouw pensioen, en een vaste aanstelling, die landelijk gefinancierd worden, voor maatschappelijk nuttig additioneel werk, dat aangeboden wordt bij non-profit en publieke instellingen en overheden, die deze banen kunnen aanmelden bij de werkwinkels;
    • frixiewerkloosheid lossen we zoveel mogelijk op door omscholing (met o.m. de genoemde leerrechten) en door onderwijs in tekortberoepen (ook financieel) aantrekkelijker te maken en de opleidingscapaciteit daarvoor te vergroten
    • we bevorderen economische zelfstandigheid van vrouwen door betere facilitering (bevordering opname zorgverlof mannen, meer betaald zorgverlof en gratis kinderopvang, en publieke banen voor meer uren aan te bieden en deze hoger te belonen naarmate er meer uren gewerkt wordt
    • flexwerk duurder maken en beperken: Nulurencontracten worden verboden, de bewijslast of iemand een werknemer is wordt omgedraaid, de ‘ketenregeling’ wordt weer beperkt van drie naar twee jaar (als je langer bij een werkgever in dienst bent, dan moet je in vaste dienst worden genomen), met uitzondering voor seizoensarbeid. We beperken het aantal contractsvormen cf. advies cie. Regulering van Werk tot drie: werknemer, uitzendkracht en zelfstandige. De feitelijk werkgever wordt ook de juridisch werkgever (van belang bij bijv. platformbedrijven). Alle fiscale faciliteiten die zelfstandigen bevoordelen t.o.v. andere werkenden worden afgeschaft, incl. de ondernemersaftrek op winst en verlies uit onderneming (zelfstandigenaftrek, startersaftrek, meewerkaftrek, aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, stakingsaftrek), evenals de ondernemingsfaciliteiten (mkb-winstvrijstelling, de landbouwvrijstelling, de milieu-investeringsaftrek, de willekeurige afschrijving milieu-investeringen, de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, de energie-investeringsaftrek, en de herinvesteringsreserve) zoals de cie. Regulering van Werk heeft voorgesteld. Er komt een minimumtarief voor zzp-ers van € 30 per uur. Het ontslagrecht wordt niet versoepeld
    • uitbuiting arbeidsmigranten o.m. cf. advies Roemers snel beëindigen, gereguleerde (zoveel mogelijk tijdelijke) arbeidsmigratie als kans zien voor tekortberoepen i.p.v. als culturele bedreiging, met waarborgen tegen verdringing en braindrain. We schaffen de zogenoemde extraterritoriale (‘expat’) regeling af
    • we gaan de zeggenschap van werknemers en hun vakbonden versterken. De rechten van de Ondernemingsraad (OR) worden versterkt, o.m. met een recht op het benoemen van een deel van de leden van de Raad van Commissarissen en instemminsrecht bij afhandeling van faillissementen en bij doorstarten, fusies en overnames. Er komen maatregelen om de positie van vakbonden te versterken. Gele bonden worden bestreden – zij worden uitgesloten van cao-overleg. Onderdelen van cao’s kunnen alleen voor leden gaan gelden, teneinde free-rider gedrag tegen te gaan. In het burgerschapsonderwijs wordt aandacht gegeven aan het belang van vakbonden en van organisatie van werknemers. Er wordt niet getornd aan de algemeenverbindendverklaring van cao’s
  4. Een sterkere publieke sector (zorg/onderwijs/welzijn/veiligheid/etc.), met meer geld , banen en ruimte voor professionals, zonder marktwerking:
    • er komt € 15 miljard structureel bij voor 300.000 extra publieke banen, hogere lonen, betere kwaliteit, oplossen wachtlijsten en bestrijden ongelijkheid (€ 5 miljard voor onderwijs, € 5 miljard voor zorg, € 5 miljard voor veiligheid en recht, uitvoerings- en toezichtorganisaties, welzijnswerk, overheden, etc.).
    • we vergroten de zeggenschap van werknemers en de regel- en budgetruimte van de professionals in de publieke sector
    • we bannen zoveel mogelijk marktwerking en rendementsdenken uit de publieke sector
    • we gaan bezien welke privatiseringen en liberaliseringen van publieke deelsectoren in aanmerking komen om te worden teruggedraaid vanwege bijv. kwaliteits- en prijsoverwegingen of vanuit optiek dat algemeen belang (bijv. duurzaamheid of werk) daarmee beter gediend is
    • we komen met een actieplan voor herstel van een integere, rechtvaardige, niet-discriminerende, humane overheid (als reactie op o.m. toeslagen- en bijstandschandalen, de afhandeling van de aardbevingsschade in Groningen en het adoptieschandaal) met o.m.:
      • parlementaire enquête naar toeslagenschandaal
      • snelle volledige compensatie van alle slachtoffers van de Belastingdienst
      • meer aandacht en geld voor uitvoerbaarheid en rechtvaardig maatwerk
      • versterking van de rechtsbescherming in het bestuursrecht
      • uitsluiten van omkering bewijslast
      • borgen dat er altijd individueel getoetst wordt, met weging van redelijkheid en billijkheid, en uitsluiting van discriminatie (zoals gebruik van nationaliteit)
      • borgen dat bij terugvorderingen en boetes proportionaliteit in acht wordt genomen
      • verzekering van mondeling contactmogelijkheid bij iedere overheidsbrief
      • uitbreiding openbaarheid van bestuur en informatierecht parlement (met o.m. afschaffing Rutte doctrine)
    • de veiligheidssector zit verstopt. De rechtsstaat en de toegang tot het recht komen steeds meer in het geding. De hele rechtsketen dreigt door tekorten verstopt te raken. Extra banen moeten deze tekorten opheffen. We verbeteren de veiligheid, de toegang tot het recht en de werking van de rechtsketen. We zorgen onder meer voor duizenden extra wijkagenten, extra rechercheurs, specialisten op bijv. bestrijding van cybercriminaliteit, meer rechtshulp en rechters, militairen, marechaussees, douaniers, maar ook voor conducteurs, toezichthouders, wijkconciërges, en inspecteurs van toezichthouders (denk aan de Belastingdienst, de Arbeidsinspectie, de Privacy-waakhond APG, de Voedsel- en Warenautoriteit, de Inspectie voor milieu en van landbouw, etc.). De uitgaven hiervoor maken onderdeel uit van de intensivering voor de publieke sector van € 15 miljard structureel
    • en we verleggen de focus. Veel criminaliteit is nu drugsgerelateerd. In plaats van steeds meer inzet op repressie, dat aantoonbaar niet werkt, zetten we in op legalisering en regulering van drugs, en het behandelen en voorkomen van verslaving. Maar ook meer in het algemeen zetten we minder eenzijdig in op strafrecht, en meer op preventie en reclassering, met een aparte inzet op veelplegers, zeden- en levensdelicten, zware, georganiseerde criminaliteit, milieucriminaliteit en grootschalige fraude/witwassen, de zgn. witte boorden-criminaliteit
    • we investeren ook in de organisaties, scheidden justitie weer van de politie, en decentraliseren een deel van de aansturing van de nationale politie. We ontlasten de rechtspraak ook door veel procedures niet meer in eerste instantie door de rechter te laten afdoen, zoals bij echtscheiding en schuldhulpverlening
    • toezicht concentreren we in een versterkte bundeling van geheel onafhankelijke toezichthouders, conform het advies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Er moeten veel meer inspecties plaatsvinden en die moeten effectief en onafhankelijk zijn, en dus niet gebaseerd zijn of leunen op zelfregulatie
    • we verlagen de griffierechten en investeren in gratis rechtsbijstand en juridisch advies. De democratische rechtsstaat valt of staat met toegang tot het recht voor een ieder
  5. Een beter zorgstelsel:
    • we voeren per 2025 een nieuw zorgstelsel zonder marktwerking van aanbieders en zorgverzekeraars, met publieke regie en één financieringsstroom voor alle publiek bekostigde zorg (ZVW, WLZ, WMO, Jeugdzorg). Samenwerking gaat concurrentie vervangen. De ACM wordt daarbij niet meer bevoegd in de zorg
    • we gaan stapsgewijs over naar volledige financiering van publiek bekostigde zorg via eerlijke belastingen (zie 10) in plaats van huidige individuele bijdragen (premies ZVW en WLZ, eigen risico ZVW, eigen bijdragen WMO, WLZ en geïndiceerde medicijnen). Dit wordt volledig gerealiseerd in 2025. Het CAK wordt opgeheven
    • tandartszorg en geïndiceerde fysiotherapie komen per 2022 in het basispakket publiek bekostigde zorg, evenals anticonceptiemiddelen en bewezen effectieve zorgpreventie
    • alle publieke zorg wordt weer een recht in plaats van als van gemeente afhankelijke voorziening
    • we gaan tenminste een € 1 miljard investeren in een nationaal plan voor zorgpreventie
    • we komen met een groot besparingsplan van tenminste € 10 miljard structureel in de zorg met o.m. afschaffing marktwerking, betere spreiding en concentratie voorzieningen, veel minder bureaucratie, iedereen in loondienst, verbod op winstuitkeringen en van op andere wijze zorggeld onttrekken aan de zorg, aanpak medicijnenprijzen (cf. eerdere nota van GL/PvdA/SP), ander bekostigingssysteem (minder volumeprikkels), strengere poortwachtersrol huisarts en strenge bewaking kwaliteit (bijv. met aantal hersteloperaties) en zinnige/werkende zorg
    • we komen met een actieplan voor snel oplossen wachtlijsten en kwalitatieve tekorten in o.m. jeugdzorg, ouderenzorg en GGZ
    • we investeren tenminste € 1 miljard structureel voor extra woonzorgvoorzieningen zoals het zorgbuurthuis, voor extra dagbesteding en voor het levensloopbestendig maken van woningen. Nieuwe woningen moeten levensloopbestendig zijn en aanpassing van woning in verband met een beperking wordt weer een recht
    • we zorgen voor een goed gespreid netwerk van basiszorgvoorzieningen, inclusief ambulancezorg, noodhulp en verloskundige zorg
    • we komen met voorrang tot meer centrale crisissturing en meer crisiscapaciteit bij epidemieën en andere rampen
  6. Een beter onderwijs met gelijke kansen, en meer cultuur:
    • met de extra € 5 miljoen structureel voor het onderwijs uit de € 15 miljard structurele intensivering voor de publieke sector financieren we een vermindering van de werkdruk in het onderwijs en realiseren meer aandacht per leerling:
      • we realiseren kleinere klassen (gemiddeld 23 leerlingen, in achterstandswijken gemiddeld 12 leerlingen) en een kleinere lestaak (max. 1/3 van de aanstelling)
      • er komen ook meer onderwijsassistenten (per klas tenminste één), meer vakleerkrachten (bijv. voor bewegings- en voor cultuuronderwijs) en iedere school krijgt tenminste een schoolconciërge
      • er komt meer specialistische begeleiding in kader van passend onderwijs
      • de beloningsverschillen tussen PO en VO worden opgeheven
      • de beloningen worden goed concurrerend met de marktsector
    • in het onderwijsbeleid voeren we een radicaal op gelijke kansen gericht beleid:
      • dat vraagt in de eerste plaats om uitstel van studiekeuze tot 15/16 jaar met een investerings- en innovatieplan en -budget voor meer niveaudifferentiatie en verschillende werkvormen. Er komt een structureel extra budget hiervoor van € 1 miljard euro voor PO en VO (bovenop de hierboven genoemde € 5 miljard) en een extra transitiefonds. Dat laatste wordt bekostigd uit het Brede Welvaartsfonds (zie 13)
      • het voorschoolse onderwijs (tenminste 16 uur per week vanaf 2 jaar), kinder- en buitenschoolse opvang worden geïntegreerd in volledig gratis, publieke, niet op winst gerichte, aan scholen gekoppelde voorzieningen
      • we gaan het passend onderwijs beter afdwingen en faciliteren
      • in het basis en voortgezet onderwijs komt er op iedere school een toelatingsrecht. Scholen mogen leerlingen niet meer afwijzen, ook niet vanwege de religieuze identiteit van de school. Bij capaciteitsproblemen kan er tijdelijk een stop worden toegestaan, maar de school moet dat met extra publieke middelen zo snel mogelijk oplossen
      • mbo-instellingen met veel leerlingen uit achterstandsituaties krijgen gericht extra overheidsgeld om deze leerlingen naar het diploma te tillen dat voor hen haalbaar is. Jongeren krijgen een doorstroomrecht: een diploma geeft zonder extra voorwaarden recht op vervolgonderwijs. De aansluiting wordt verbeterd, extra toegangseisen vervallen en er komen goede schakelprogramma’s. Er komt extra geld voor extra begeleiding, bijlessen en coaching van studenten die doorstromen van mbo naar hbo, in het laatste jaar mbo en het eerste jaar hbo, en voor meer professionele studieloopbaanoriëntatie en -begeleiding
    • de taal- en rekenvaardigheid, maar ook de kennis in andere vakken (vreemde talen, geschiedenis, aardrijkskunde, biologie, natuur- en scheikunde, informatica, maatschappijleer/burgerschapsvorming, creatieve vorming, lichamelijke opvoeding, etc.) in het basis, voortgezet en beroepsonderwijs moet substantieel omhoog. Teveel leerlingen ontberen nu basale, noodzakelijke kennis en vaardigheden. We verruimen de onderwijstijd en breiden de brede vorming voor alle leerlingen uit. We investeren extra in de lerarenopleidingen. We stellen hiervoor aanvullend structureel 1 miljard euro ter beschikking. De verschillen in kwaliteit tussen scholen moeten veel minder groot worden. Zwakke scholen moeten eerder onder toezicht worden geplaatst. Kinderen zijn anders de dupe. Zo nodig wordt extra budget ter beschikking gesteld om de situatie te verbeteren
    • we realiseren aanvullend een structurele investering van € 1 miljard voor bestrijding laaggeletterdheid onder volwassenen. Hiertoe komt een actieplan met concrete doelstellingen
    • we investeren extra in bibliotheken (voor iedere burger moet er binnen een redelijke afstand een bibliotheekvoorziening zijn), in buitenschools cultuuronderwijs, in culturele voorzieningen (van musea tot cultuurparticipatie) en in onafhankelijke omroep en journalistiek
  7. Eerlijk snel verduurzamen: Moeilijke keuzes moeten niet worden uitgesteld – die tijd hebben we niet meer:
    • we maken de Klimaatwet voor de burger afdwingbaar. De doelstellingen worden verhoogd naar de recente ambities van de Europese Commissie
    • de kolencentrales moeten in 2022 dicht
    • we maken per direct een einde aan alle subsidies voor fossiele energie – in de vorm van exportkredietverzekeringen en vrijstellingen voor energiebelasting (glastuinbouw) en van belasting op kerosine (luchtvaart), en subsidies aan niet-duurzame vormen van biomassa. Deze subsidies (nu € 17,5 miljard per jaar!)[i] worden zoveel mogelijk vervangen door beprijzing, waarbij schoon en duurzaam goedkoper worden. We verbieden ook de reclame voor fossiele energie
    • de industrie wordt niet langer uitgezonderd van de wettelijke plicht voor bedrijven alle broeikasgasuitstoot te verminderen als er maatregelen daarvoor mogelijk zijn die zich binnen vijf jaar laten terugverdienen, en we gaan dat strikt handhaven
    • we investeren fors in de energietransitie naar duurzame energie en energiebesparing. Deze uitgaven, incl. investeringen in nieuw elektriciteitsnetwerk en  -opslag, maken deel uit van het Brede Welvaartsfonds (zie 13). We stoppen met het subsidiëren van grote energiegebruikers zoals datacentra. Duurzame energie die in ons land wordt opgewekt moet zoveel mogelijk naar huishoudens en duurzame bedrijven in ons land. Restwarmte-uitstoot wordt belast opdat het rendabel wordt deze te benutten. We investeren niet in kernenergie, en niet in niet-duurzame biomassa. CO₂-opslag is waarschijnlijk tijdelijk nodig, investeringen daarin moeten toetsbaar niet ten koste gaan van vermindering van uitstoot op de langere termijn
    • de luchtvaart moet in de komende kabinetsperiode krimpen: Schiphol terug naar max. 400.000 vluchtbewegingen, geen groei op andere luchthavens, Lelystad gaat definitief niet open, duurdere prijzen, verbod op vluchten <750km en op nachtvluchten, en we gaan in plaats daarvan meer investeren in snelle, betaalbare Europese treinverbindingen
    • we investeren tot 2030 20 miljard extra in (betaalbaar, snel, toegankelijk) OV, fietsvoorzieningen, en elektrisch particulier vervoer. Het OV moet qua prijs voordeliger worden dan privaat vervoer. Dat doen we door de OV-prijzen te verlagen en die van privaat vervoer (auto, vliegtuig) zwaarder te belasten – het laatste ook gedifferentieerd naar tijd en plaats, om overlast en verstopping (met weer meer uitstoot) te beperken. Het verlies aan inkomsten van het OV door de corona-crisis compenseren we volledig, opdat de nu geplande bezuinigingen kunnen vervallen. Deze investeringen maken deel uit van het Brede Welvaartsfonds (zie 13)
    • we komen met een nieuw natuurinclusief landbouwbeleid met een nieuw verdienmodel. Niet meer door concurrentie op zo laag mogelijke kostprijs, maar met eerlijke prijzen, garanties voor eerlijke concurrentie door gelijke eisen te stellen aan importproducten en het breken van de inkoopmacht van o.m. supermarkten en de tussenhandel en de marktmacht van voedselverwerkers. We willen meer, kleine boeren en minder dieren met meer dierenwelzijn, geen monocultuur en meer natuurlijk leven. De intensieve veeteelt moet binnen 10 jaar gehalveerd worden en in 30 jaar geheel worden afgebouwd (ook van belang voor het voorkomen van nieuwe zoönoses, zoals het covid-19 virus!). We dwingen drastische vermindering van gebruik antibiotica in veeteelt af, verbieden en belasten gebruik van schadelijke pesticiden, bevorderen biologische bestrijdingsmiddelen en voorkomen patenteren en in eigendom nemen van natuur door bedrijven. Uitstoot van broeikasgassen, stikstof en fijnstof moet zoveel mogelijk worden teruggedrongen. We stellen strenge duurzaamheidskwaliteitseisen en willen grondgebonden productie, met zoveel mogelijk lokale productie- en consumptieketens. We bevorderen regionale afzetcoöperaties. Export van landbouwproductie vervangen we zoveel mogelijk door export van landbouwexpertise. Natuurinclusieve landbouw moet in 2050 volledig gerealiseerd zijn met meetbare en voor burgers afdwingbare tussendoelen in 2030. De transitiekosten maken deel uit van het Brede Welvaartsfonds (zie 13)
    • we willen in 2050 niet alleen een fossielvrije energievoorziening, maar een volledig circulaire economie: een kringloopeconomie waarin geen eindige grondstoffen worden uitgeput en waarin reststoffen (afval) volledig opnieuw worden ingezet in het systeem. Met een zuiniger gebruik van eindige grondstoffen, en met een productieconcept waarin hergebruik, reparatie en recycling uitgangspunt is, en waarin ook energie teruggewonnen wordt uit materialen en afval(verwerking. Voor iedere sector van onze economie komen er wettelijke doelstellingen, instrumenten en financiering, op weg naar een volledig circulaire economie in 2050. We realiseren voor 2050 100% hergebruik van grondstoffen en afval. Hiertoe wordt naar analogie van de Klimaatwet een Afvalwet ingevoerd, met afgesproken meetbare en voor de burger afdwingbare termijndoelen. Onderdeel van deze aanpak is:
      • We voeren in 2022 de verpakkingsbelasting opnieuw in en verdubbelen de opbrengst;
      • Statiegeldregelingen voor alle plastic en blik verpakkingen worden per 2022 verplicht gesteld;
      • Alle verpakkingen worden uiterlijk 2030 verplicht biologisch afbreekbaar, zoals bioplastics.
      • De transitiekosten maken deel uit van het Brede Welvaartsfonds (zie 13)
    • de normen voor de luchtkwaliteit, zoals voor geur (ammoniak), de hoeveelheid en samenstelling van (ultra-)fijnstof en fijnstof, stikstofoxiden en roet, worden aangescherpt tot tenminste het niveau dat is vastgelegd door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Vervuilend vervoer in de bebouwde kom en in het OV wordt uiterlijk in 2030 verboden. Normen op het gebied van geluid, trillingen, stank, en andere overlastgevers worden altijd vastgesteld op basis van de beste (en meest recente) wetenschappelijke inzichten en strikter gehandhaafd. Bedrijven die installaties vervangen krijgen geen nieuwe vergunning als zij niet de best beschikbare, duurzame technieken toepassen. Het stikstofarrest van de Raad van State wordt strikt uitgevoerd – niet door ontwijktrucs. De Nederlandse stikstofuitstoot moet zo snel mogelijk met meer dan 50% omlaag om de natuur drastisch te ontzien. Met betrekking tot de uitstoot van PFAS-stoffen en Chroom-6 worden bronmaatregelen genomen die voorkomen dat ze nog gemaakt worden, in plaats van dat de normen versoepeld worden. De uitstoot wordt streng verboden en gehandhaafd, ook wat betreft de afvalstromen. Er komen onafhankelijke veilige normen voor de concentratie in bodem (ten behoeve van bodemsanering) en water (voor toepassing als drinkwater). Bij bouwen of bij ander gebruik van de grond krijgt de veiligheid en kwaliteit van het drinkwater de hoogste prioriteit. Voorraden voor de toekomst worden beschermd tegen bedreiging en vervuiling, zoals het lozen van afvalwater en de winning van zout of gas. De normen voor lozen van voor de gezondheid schadelijke stoffen door bedrijven in bodem, water en atmosfeer moeten veel strikter worden gehandhaafd en veel zwaarder, ook strafrechtelijk, worden vervolgd
    • We komen met een actieplan voor herstel van onze biodiversiteit, investeren tenminste € 2 miljard in extra natuur en verbinden de natuurgebieden. Er komen 1 miljoen extra bomen voor 2030 en we versterken wettelijk de rechten van dieren
    • De transitie gaan we eerlijk organiseren: de sterkste schouders en de grootste vervuilers (die combinatie gaat bijna altijd op) dragen de zwaarste lasten:
      • Er komt een substantiële (€ 50 per ton CO₂-uitstoot met 5% jaarlijkse verhoging) CO₂-belasting voor alle bedrijven, inclusief energiebedrijven en de landbouw, die niet verrekend mag worden met de bestaande ETS-heffing. De CO₂-belasting en de bestaande ETS-heffing gaan ook gelden voor andere broeikasgassen, dus ook bijv. voor methaan. We gaan ook de uitstoot van stikstof en fijnstof belasten
      • De milieu-investeringsaftrek wordt geschrapt. Hiervoor in de plaats komt een innovatie- en werkgelegenheidsfonds
      • De energiebelasting gaat omlaag voor normale huishoudens – nu betalen zij gemiddeld 30 x zoveel als de meest vervuilende bedrijven, dat moet worden omgekeerd met Een progressieve energiebelasting naar schaal van energieconsumptie en tarieven gebaseerd op uitstoot CO₂, zodat duurzame elektriciteit niet belast wordt, met kolen opgewekte elektriciteit extra zwaar belast wordt en met aardgas opgewekte elektriciteit even zwaar belast wordt als direct gebruik van aardgas. Vervuilers en fossiel grootverbruikers veel zwaarder belasten, huishoudens lager belasten. Lage inkomens krijgen een hogere belastingvrije voet voor de energiebelasting. Huidige vrijstellingen, juist vaak van de grootste vervuilers (zoals de luchtvaart) worden afgeschaft
      • De opslag duurzame energie (ODE) in de energiebelasting wordt afgeschaft. De subsidies voor verduurzaming worden anders gefinancierd, o.m. uit een hogere energiebelasting op vervuilende productie. Subsidies voor verduurzaming energieverbruik (SDE+) komen in het vervolg vooral ten goede aan de lage en middeninkomens. En ze mogen niet gebruikt worden voor CO₂-opslag (CCS) of niet-duurzame biomassa
      • Groente en fruit, water, en biologische producten worden vrijgesteld van btw. Gezonde en duurzame andere producten en diensten komen onder het lage btw tarief, vervuilende en ongezonde producten komen onder het hoge btw tarief. Er komt een verbod op stunten met vleesprijzen. Al het vlees dat in Nederland verkocht wordt, beschikt in 2022 als eerste stap over tenminste twee sterren van het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming
      • We stellen tenminste 1 miljard euro beschikbaar voor isolatie en ventilatie van publieke gebouwen (zoals scholen, zorginstellingen, bibliotheken, sportclubgebouwen, etc.). Dit geld komt uit het Brede Welvaartsfonds (zie 13)
      • Er komen bindende afspraken met corporaties en commerciële verhuurders voor het energieneutraal maken van 250.000 woningen per jaar. Er komt een verbod op het verhuren van woningen met de slechtste energielabels (vooral in bezit bij particuliere verhuurders), voorafgegaan door een verbod op huurverhoging van deze woningen. Dit verbod wordt stapsgewijs aangescherpt
      • Gemeenten kunnen met hulp van het Rijk duurzaamheidsfondsen oprichten die koopwoningen verbeteren, en in ruil daarvoor een aandeel nemen in de woning. De eigenaar kan ervoor kiezen de investeringen terug te betalen en weer volledig eigenaar te worden, of de woning deels eigendom te laten blijven van het fonds. In ruil voor de gratis woningverbetering wordt deze woning onderdeel van een gereguleerd en sociaal koopsegment
      • Sociale huurwoningen gaan voor 2030 van het gas af, maar niet voor, of op zijn vroegst tegelijk met, dat ze goed geïsoleerd en geventileerd zijn. De woningcorporaties krijgen hiertoe extra geld uit het Brede Welvaartsfonds (zie 13). Bij de omzetting ontvangen huishoudens met een inkomen tot 130% WML 1000 euro als compensatie voor de te maken kosten van vervanging van kookstel, fornuis en pannen. De financiering van deze compensatie geschiedt ook uit het Brede Welvaartsfonds (zie 13)
      • We passen de Warmtewet aan opdat warmtenetten publiek worden, de koppeling aan de gasprijs wordt geschrapt, de bescherming van consumenten wordt versterkt (de prijs moet transparant zijn en bewezen lager dan gasprijs, en alle storingen moeten worden vergoed), contracten tussentijds kunnen worden opgezegd en we bevorderen energiecollectieven voor de levering van warmte en/of elektriciteit. Het gebruik van biomassa voor warmtecentrales wordt zoveel mogelijk beperkt, in ieder geval moet het strikt getoetste duurzame biomassa zijn
    • We gaan de slachtoffers van de aardgaswinning snel (voor 2023) en onafhankelijk compenseren en dat zoveel mogelijk verhalen op de NAM. Groningen (en delen van Drenthe) krijgen een apart fonds van 10 miljard euro voor herstel en investeringen.
  8. Oplossen woningnood en betaalbaar huren weer mogelijk maken:
    • het Rijk en de provincies herkrijgen hun regie- en kaderstellende verantwoordelijkheid voor volkshuisvesting met bijbehorende doordrukmacht. We zorgen dat procedures om te bouwen sneller verlopen. Er komt een Nationaal Plan tegen de Woningnood: We bouwen de komende 10 jaar tenminste één miljoen huurwoningen, waarvan circa een derde sociale huurwoningen (waarvan een substantieel deel met huur van beneden 400 euro per maand). Gemeenten zijn daaraan gebonden in hun woonvisie. Provincies houden toezicht op voldoende bouw. Het gaat hierbij niet alleen om aantallen, maar ook om prijzen. We starten een apart project voor leerwerkbedrijven in de bouw met gemeenten, corporaties en onderwijsinstellingen om de tekorten aan arbeidsplaatsen te helpen op te lossen
    • om woningcorporaties de ruimte te geven te investeren in de bouw van voldoende betaalbare woningen, de verduurzaming van hun woningen en lagere huren te realiseren schaffen we per direct de verhuurdersheffing af, evenals de vennootschapsbelasting en de ATAD heffing voor woningcorporaties, en veranderen dit in een rijkssubsidie van 2 miljard euro structureel. We bevorderen anticyclische investeringen van corporaties. In de komende kabinetsperiode is er een verbod op verkoop van sociale huurwoningen
    • we gaan de huren voor de komende kabinetsperiode bevriezen en die voor de lage en middeninkomens verlagen. Inkomens tot en met anderhalf modaal krijgen toegang tot sociale huurwoningen. We schrappen de inkomensafhankelijke huurverhoging en het concept van ‘passend wonen’. We gaan niet mee in het opjagen en stigmatiseren van huurders. Niet zgn. ‘scheefwoners’ zijn het probleem, maar het tekort aan betaalbare woningen
    • alle huur gaat vallen onder het systeem van de huurbescherming met toepassing van het zgn. puntensysteem (woningwaarderingssysteem). Daarmee wordt ook de huur gemaximaliseerd. We gaan ook dat puntensysteem moderniseren, waardoor normale basisvoorzieningen niet meer tot extra punten leiden, de WOZ-waarde vervalt eruit (wordt vervangen door het oude systeem, waarbij extra punten worden toegekend wat betreft locatie e.d.), zodat de veel te hoge huizenprijzen niet langer meer doorwerken in de huurprijs, en een duurzaam huis (goed geïsoleerd en geventileerd, gasloos) mag niet tot meer huurprijs leiden dan de energiebesparing die het oplevert, zodat de woonlasten na verduurzaming niet meer – zoals nu – stijgen.
    • de huurtoeslag wordt vervangen door een nieuw systeem van huursubsidie waarbij inkomensafhankelijke huursubsidie verkregen wordt gebaseerd op het inkomen van twee jaar daarvoor, tenzij er sprake is van een grote inkomensdaling. We zorgen dat met lagere huren en breder beschikbare huursubsidie de netto-huurlasten voor lagere inkomens (tot modaal) niet meer bedragen dan 25% van het besteedbaar inkomen en voor middeninkomens (t/m anderhalf modaal) niet meer bedraagt dan een derde van het besteedbaar inkomen
    • we bevorderen woningcoöperaties. Huurders moeten bij corporaties instemmingsrecht krijgen op het huurbeleid. We zorgen voor huurteams in alle steden en draaien de bezuinigingen terug op de huurcommissies. De omvang van woningcorporaties brengen we terug (bijv. max. 10.000 huurders, statutair werkgebied, geen gemeentegrensover-schrijding). De markttoets voor corporaties wordt afgeschaft
    • we stoppen met het flexwonen door de vele constructies waar de huurbescherming nu niet meer geldt weer onder de volledige werking van huurbescherming te plaatsen. De huurovereenkomsten voor bepaalde tijd voor de duur van twee of vijf jaar verdwijnen. Studenten, jongeren en promovendi hebben recht op vervangende huisvesting (en een verhuiskostenvergoeding). We verbieden gebruiksovereenkomsten (antikraak-wonen). Bij leegstand wordt verhuurd op basis van de Leegstandswet. Er komt een boete op leegstand van langer dan een jaar
    • we versterken de mogelijkheden van gemeenten voor lokaal woonbeleid ten behoeve van betaalbaar wonen. Er komen meer mogelijkheden voor gemeenten om met woonvergunningen voorwaarden aan koop en huur te stellen, bijv. met beperking onderverhuur aan toeristen en expats, door bevoordeling inwoners in de gemeente, door een woonplicht, etc. Ook kunnen gemeenten beperkingen stellen aan kopen voor dure verhuur, bijv. door een maximum prijs per m² in te stellen of kopen voor verhuur gericht toe te wijzen en te verbieden. Gemeenten krijgen meer ruimte om de OZB vorm te geven, met bijv. hogere tarieven bij dure huizen. We willen geen andere verruiming gemeentelijke belastingen om gemeenten met meer lage inkomens te beschermen
    • we gaan het voorkeursrecht van gemeenten voor een actieve grondpolitiek versterken. Gemeenten mogen grond niet meer tegen marktprijzen aan woningbouwcorporaties verkopen – dit helpt lagere huren mogelijk te maken. Gemeenten kunnen gronden waarop nog geen definitieve bestemming rust opkopen en de bestemming veranderen van gronden die eigendom zijn van speculanten. Gemeenten krijgen mogelijkheid en meer bevoegdheden om weer zelf te bouwen
    • er komt een aparte huisjesmelkerstaks: een extra belasting voor iedereen die meer dan tien huizen bezit (m.u.v. corporaties)
    • gemeenten moeten verplicht – al dan niet in regionaal verband – daklozenopvang realiseren. Oorzaken van dakloosheid moeten weggenomen worden: meer GGZ-opvang en -begeleiding; adequaat urgentiebeleid bij toewijzing woningen; vroegsignalering bij ‘life-events’ die risicovol zijn (echtscheiding, werkloosheid, etc.); en een wettelijk verbod op huisuitzetting (zeker bij huishoudens met kinderen) zonder alternatieve beschikbare huisvesting, en wanneer schuldhulpverlening wordt aanvaard. We komen met een door het rijk gefinancierd noodplan met systeembouw voor woningen voor daklozen, waar daklozen kunnen wonen totdat er een passende reguliere woning voor hen beschikbaar is en zij daaraan toe zijn – Housing First. Vanuit onderdak wordt er passende integrale zorg en begeleiding aangeboden (zoals GGZ, SHV, verslavingszorg, jeugdzorg, etc.)
    • we stoppen met het criminaliseren van kraken, maken een einde aan antikraakbewoning en verscherpen de leegstandswet. Bij langdurige leegstand kan de gemeente woningen en voor woning geschikt te maken andere gebouwen vorderen.
    • corporaties krijgen ook meer ruimte om te investeren in de buurt. Het rijkbeleid voor kansarme wijken in de grote steden krijgt van ons een herstart, waarbij wooncorporaties een noodzakelijke partner zijn, samen met het terugbrengen van het buurt- en jongerenwerk, aandacht voor veiligheid, scholing, integratie en werk. We gaan hier € 1 miljard structureel in investeren. We blazen de welzijnssector weer nieuw leven in met een goede organisatie voor o.m. buurt- en jongerenwerk, publieke arbeidsbemiddeling, scholing voor jongeren en volwassenen met o.m. schuldhulpverlening en armoedebestrijding. Dat koppelen we ook aan het offensief tegen laaggeletterdheid, initiatieven voor gezonde leefstijl en goede wijkzorg. Juist in arme wijken is er nu veel zorgongelijkheid
    • we trekken de Rotterdamwet in en stoppen met het daaraan verbonden beleid, dat leidt tot gentrificatie van wijken. In plaats van arme mensen verdrijven uit hun wijken gaan we weer staan voor hulp van mensen in de wijken waarin ze zelf willen wonen, gaan we een nieuwe ronde van stadsvernieuwing aan, waarbij we nauw samenwerken en optrekken met de bewoners en hun organisaties. En in plaats van sociale woningen te slopen gaan we die juist bouwen en renoveren, ook in de rijkere wijken! Wijken met een gedifferentieerde samenstelling bevorderen we niet met discriminatoir verwijderen van arme, kansarme huishoudens, maar door hun te helpen in hun ontwikkeling en perspectief, onder meer door juist in rijkere wijken meer sociale huurwoningen te realiseren
    • de hypotheekrenteaftrek wordt stapsgewijs sneller afgeschaft. In 2030 vervalt de gehele hypotheekrenteaftrek. Tegelijkertijd vervalt voor hen die geen recht hebben op hypotheekrenteaftrek het eigenwoningforfait, voor zover het betreft de enige zelf bewoonde woning en voor zover de WOZ-waarde daarvan niet hoger is dan een half miljoen euro[ii]. Ook de andere aftrekposten voor de eigen woning worden geschrapt. Er komt een vrijstelling voor heffing over inkomen uit vermogen ter hoogte van de gemiddelde WOZ-waarde van koopwoningen (2020: € 332.000) per huishouden bovenop de huidige persoonlijke vrijstelling (2020: € 30.846) – dat betekent dat ook huurders en door eigenaar-bewoners van een woning beneden die gemiddelde WOZ-waarde hiervan profiteren.[iii]
    • In plaats van hypotheekrenteaftrek komt er een inkomensafhankelijke fiscale subsidie op woonsparen voor inkomens tot anderhalf modaal en een eenmalige inkomensafhankelijke koopsubsidie voor inkomens tot modaal voor woningen tot aan de grens voor sociale koop. Deze grens verhogen we naar de grens voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Verkoop van sociale koopwoningen in strijd met de voorwaarden daarvan wordt onverbindend, waarbij de verkoper aansprakelijk wordt voor de rechtsgevolgen daarvan. Het budget voor deze subsidies is gelijk aan het budget voor de huurtoeslagen
  9. Een humaan, solidair en inclusief beleid:
    • We voeren de uitvoering van het VN-verdrag voor non-discriminatie van mensen met een beperking versneld uit. De toegankelijkheid van gebouwen, de openbare ruimte, het vervoer, de media en noodzakelijke communicatie moet binnen 10 jaar gerealiseerd zijn. Er komt een wet die dit recht afdwingbaar maakt voor mensen met een beperking (met recht op schadevergoeding bij overtreding). De financiering komt uit het Brede Welvaartsfonds (zie 13) We zetten de grondwetwijziging gericht op uitbreiding van artikel 1 (non-discriminatie) door
    • We voeren een actief beleid tegen discriminatie en uitsluiting op welke grond dan ook (inclusief homofobie, islamofobie en antisemitisme), huishoudelijk geweld, besnijdenis van vrouwen, gedwongen huwelijken, kindhuwelijken, eerwraak, mensenhandel en seksuele intimidatie, waaronder intimidatie op straat. We geven ook prioriteit aan bestrijding van de dreiging tegen de rechtsstaat vanuit met name extreemrechtse en extreemreligieuze hoek
    • Er komt een extra inzet voor statushouders (huisvesting waar ook werk is, gratis en publiek georganiseerd taalonderwijs, inburgering en beroepsmatige scholing, vooral voor tekortberoepen van goede kwaliteit, al te beginnen in de kleinschalig te organiseren asielopvang die zoveel mogelijk georganiseerd wordt in gemeenten waar zij later ook kunnen werken en wonen, met zoveel mogelijk betrokkenheid van andere burgers uit die gemeenten). Het inburgeringsonderwijs wordt ook opengesteld voor immigranten uit de EU en de deelname daarin is gratis en wordt aangemoedigd
    • Meer en betere opvang vluchtelingen in ons land, te beginnen met 500 kinderen uit Lesbos. We gaan de komende kabinetsperiode tenminste 50.000 vluchtelingen opnemen uit vluchtelingenkampen. We gaan het verdienmodel van mensensmokkelaars ondermijnen met het openen van een kansrijke route via selectie mede door UNHCR in de vluchtelingenkampen, samen met een coalitie van solidaire ontvangstlanden. We gaan onafhankelijk laten beoordelen welke landen als veilig gezien kunnen worden voor terugkeer. Door meer gereguleerde tijdelijke arbeidsmigratie te organiseren, in combinatie met scholing en succesvolle terugkeerarrangementen, halen we de oneigenlijke druk op de vluchtelingenstroom weg, en maken we terugkeerverdragen beter mogelijk. We gaan de duur van verblijfsvergunningen niet beperken. Als je niet terug kan omdat je land van oorsprong je niet toelaat, moet je een aparte tijdelijke vergunning krijgen. Kinderen die hier geboren zijn of al 5 jaar hier wonen, moeten als regel met hun verzorgende ouder(s) een verblijfsvergunning krijgen. We investeren in betere kwaliteit en snellere procedures bij de IND. Asielzoekers voor wie de behandeling bij de IND langer duurt dan de maximale termijn, ontvangen in beginsel een verblijfsvergunning. We stoppen met alle ontmoedigingsbeleid. Illegaliteit is niet strafbaar. Meervoudige nationaliteit wordt weer voluit mogelijk
    • Het budget ontwikkelingssamenwerking gaat naar 1% bbp, en wordt gezuiverd van oneigenlijke bestedingen (vluchtelingenhulp, defensie). Ook komt er aanvullend budget voor de bestrijding van ziekten in ontwikkelingslanden, waaronder voor bestrijding van covid-19
    • we toetsen handelsverdragen op eerlijke en duurzame handel en gaan actief belastingontwijking in ontwikkelingslanden tegen. We staan geen aparte rechtssystemen in handelsverdragen toe (geen ISDS, geen ICS). Bescherming van mensenrechten is voorwaarde voor handelsverdragen. De vrijhandelsverdragen met Japan, Canada, China en de Zuid-Amerikaanse Mercosur-landen voldoen daar niet aan en kunnen dus niet in de huidige vorm gesteund worden. We zetten ons in om oneerlijke EU-handelsverdragen en importtarieven vanuit ontwikkelingslanden te beëindigen. We streven naar een sociale, duurzame en democratische EU
    • de investeringen in defensie moeten worden verhoogd om aan de actuele bedreigingen en Europese ambities te voldoen. Bij de versterking van defensie zorgen we vooral voor meer inzet op personeel, met een betere uitrusting, beloning en rechtspositie. We streven naar veel meer Europese defensiesamenwerking en willen de afhankelijkheid van de VS verminderen. De 2% norm van de NAVO kan dan ondanks de extra ambitie worden verlaagd. De totale defensie-uitgaven moeten niet meer afhankelijk zijn van het nationaal inkomen, alleen de verdeling van die uitgaven over de lidstaten moet dat zijn
  10. Economie veel minder op schulden en financiële industrie, en een schuldenoffensief ter voorkoming en sanering problematische schulden:
    • we willen een minder op private schulden gerichte economie. In plaats van de focus op reductie van overheidsschulden moeten we de focus richten op reductie van private schulden, voor een duurzame, stabiele economische groei – met een forse krimp van onze private schulden en daarmee van de onze financiële sector. We stoppen radicaal met het aantrekken van nieuwe financiële spelers uit het buitenland, zoals nu door de Brexit gebeurt
    • we gaan de buffers bij banken stapsgewijs verhogen naar 10 procent van het kapitaal. De gewogen risico-eisen worden eveneens verhoogd. In de risicomodellen van banken moeten harde ondergrenzen aan het kapitaal worden gesteld, de zogenaamde kapitaalvloeren
    • we voeren een verbod in op te risicovolle producten, verplichten tot een harde scheiding tussen nuts- en zakenbankfuncties (aparte spaarbanken). De huidige strenge bonuswetgeving wordt verscherpt: een bonus mag niet 20 maar nog maar 10% van het vaste salaris bevatten en mag niet gerelateerd zijn aan doelstellingen die speculatie bevorderen of anderszins strijdig zijn met het algemeen belang
    • we willen naar een stelsel van kleinere banken, die bij problemen dan ook minder kostbaar gered kunnen worden. We willen ook meer diversiteit in banken, waaronder een staatsbank en een echt coöperatieve bank. De Volksbank moet een staatsbank worden
    • als een bank gered moet worden, wentelen we dat niet meer af op de belastingbetaler. De leiding moet dan plaatsmaken. Bij wanbeleid volgt vervolging, we schikken niet meer
    • we stellen het belang van klanten centraal bij banken met regels over minimum aan kantoren, persoonlijk contact en advies, geldautomaten, etc. Het wordt eenvoudiger om van bank over te stappen – banken moeten o.m. zelfde rekeningnummer blijven gebruiken en automatische incasso’s continueren. Betaalgegevens zijn van de klant, niet van de bank. Banken mogen betaalgegevens niet verkopen aan derden. De gedragscode waarin de omgang met betaalgegevens is geregeld, wordt aangepast, waarbij de bescherming van privacy voorop staat
    • we verhogen de bankbelasting
    • geldschepping moet de samenleving dienen: dat vraagt een goede democratische controle op geldschepping, het voorkomen van financiële zeepbellen en het creëren van ruimte voor publieke bestedingen. We gaan dat beter borgen. We stimuleren dat geld in de productieve economie terechtkomt en ontmoedigen speculatie
    • sommige verzekeraars verkeren in zwaar weer. Wij willen dat er geen dividenden mogen worden uitgekeerd als buffers onder druk staan. De Nederlandsche Bank moet hierop toezicht houden. Er komt een verplicht waarborgfonds voor het schadeloosstellen van verzekerden bij faillissement van een verzekeraar, gevoed door verzekeraars
    • het klachtenbureau Kifid wordt genationaliseerd
    • de accountants hebben bewezen zichzelf niet te kunnen reguleren. We voeren regels en verscherpt toezicht in om te waarborgen dat de controle op rechtmatigheid en op een getrouw beeld geven op juiste wijze plaatsvindt. Zij moeten een Chinese muur opzetten tussen accountantswerkzaamheden en advieswerkzaamheden. We verruimen de mogelijkheden om adviseurs te vervolgen die meewerken aan belastingontduiking en agressieve belastingontwijking
    • er komen ook scherpere regels voor private equity bedrijven. We gaan de uitwassen van dit Angelsaksische aandeelhouderskapitalisme bestrijden: de investeerder, en niet de belastingbetaler moet de grootste risicodrager zijn; excessieve schuldfinanciering en het verzwakken van de balans van ondernemingen worden beperkt; de invloed van werknemers wordt vergroot; en de kosten en het verdienmodel van private equity-partijen wordt verplicht transparant.
    • we gaan ook de hedgefondsen strakker reguleren. We gaan het aandelenbezit door hedgefunds in een onderneming wettelijk beperken (bijv. tot 30%) en het toezicht verscherpen
    • we gaan risico meer bij kredietverstrekkers leggen door bij faillissement geen beslag meer toe te staan op toekomstig inkomen (1 maal in de 6 jaar) en door bij het inleveren van het onderpand (de woning) de hypotheekschuld te laten vervallen
    • we verzwaren de regulering van reclame voor kredietverstrekking, besteden in het funderend onderwijs aandacht aan financiële planning en verplichten alle gemeenten tot de instelling van een Geldloket waar gratis financieel advies, hulp en informatie verkregen kan worden
    • gemeentelijke vroegsignalering moet verplicht georganiseerd worden. We verplichten de woningcorporaties, zorgverzekeraars, energieleveranciers en waterbedrijven dat zij bij twee maanden achterstand melding doen bij de gemeente. De gemeente moet dan zorgen dat hulpverleners contact leggen met de bewoners, om hen te ondersteunen om weer grip te krijgen op hun geld. Gemeenten moeten ook kijken hoe ze nóg vroeger in actie kunnen komen. Door bijvoorbeeld samen met corporaties en nutsbedrijven alert te zijn op ingrijpende levensgebeurtenissen, zoals echtscheiding of verlies van een naaste. Corporaties en andere bedrijven kunnen hun klanten dan in contact brengen met instanties die hen hierbij ondersteunen.
    • we voeren een vergunningsplicht in voor private incassobureaus in om onoorbare praktijken tegen te gaan en bij overtreding deurwaarders te kunnen sanctioneren. Private incassobureaus die woekertarieven rekenen pakken we aan met forse boetes en bij herhaling het intrekken van de vergunning. Incassokosten worden wettelijk beperkt en de voorwaarden om ze in rekening te mogen betrekken worden verstrekt
    • deurwaarders komen in onafhankelijke publieke dienst zoals in Zweden. Ze mogen geen eigen belang hebben bij het innen van schulden. Per huishouden kan er maar één deurwaarder zijn. We draaien de verhoging van de deurwaarderskosten terug
    • schulden mogen niet meer commercieel verhandeld worden, schulden aangegaan met iemand die geregistreerd staat als met problematische schulden worden nietig verklaard
    • de huidige gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), de schuldsanering via de rechter (Wsnp) en (het vrijwillige schuldenbewind bij) private bewindvoerders (Wcbm) worden geïntegreerd in een geheel nieuw volledig publiek schuldhulpverlening- en schuldsaneringsstelsel, waarbij de gemeenten de verantwoordelijkheid krijgen, opdat er sneller en beter gehandeld wordt:
      • er geldt een toelatingsrecht en soms zelfs (via de rechter) wordt gedwongen hulpverlening mogelijk
      • de gemeente moet binnen zes weken een hulpverleningsplan vaststellen, op maat opgesteld gegeven de specifieke situatie van de schuldenaar, waarbij er direct een voor iedereen bindend schuldenmoratorium ontstaat: alle schulden worden bevroren en incasso’s kunnen alleen via de gemeente plaatsvinden en alleen in overeenstemming met het plan
      • de gemeente kan bewindvoering en budgetbeheer instellen en schulden overnemen
      • bewindvoerders moeten verplicht bij de gemeente in dienst en gediplomeerd of gecertificeerd zijn
      • het plan moet naast op het maximaal betalen van de schulden ook gericht zijn op het bieden van nieuw perspectief voor de schuldenaar
      • de rechtspositie van de schuldenaar wordt verbeterd en er komt een recht op onafhankelijke cliëntadvies
      • hulpverleners moeten goed opgeleid zijn en ruime regel- en budgetruimte hebben.
      • gemeenten krijgen hiertoe ruime extra middelen, dit wordt gefinancierd met een hogere bankenbelasting
      • schuldenaren en schuldeisers kunnen over besluiten van de gemeente in beroep bij de rechter. Zo’n beroep heeft geen schorsende werking
      • na één jaar (in plaats van de huidige drie jaar) worden resterende schulden kwijtgescholden, tenzij de schuldenaar onvoldoende meewerkt, dan wordt deze termijn verlengd (in plaats van, zoals nu, de schuldhulpverlening te staken – dat helpt niets, veroorzaakt alleen maar meer maatschappelijke kosten en zo leuk is het niet in de schuldsanering)
    • Voor schuldenaren die al vijf jaar of langer leven op de beslagvrije voet  komt er een schuldenpardon. Nieuwe schulden maken voor mensen met problematische schulden wordt uitgesloten
    • Het Bureau Kredietregistratie (BKR) wordt genationaliseerd.
  11. De markt beter reguleren:
    • we maken vijandige overnames moeilijker door werknemers een blokkerende stem te geven bij alle overnames en fusies, door een wachttijd in te voeren en door financiering door eigen vermogen te eisen. Nu worden overnames vaak gefinancierd via schuld, en dat is slecht voor het bedrijf en voor de economie als geheel. De investeerder, en niet de belastingbetaler moet de grootste risicodrager zijn. Dit wordt vooraf getoetst. Excessieve schuldfinanciering en het verzwakken van de balans van ondernemingen wordt wettelijk beperkt
    • we pakken kartelvorming en monopolies aan en we beperken het patentrecht in duur en ook waar het algemeen belang teveel in het geding is, zoals nu bij de farmaceutische industrie en bij internetbedrijven als zoekmachines, sociale media en softwarebedrijven
    • we verbeteren de huurbescherming van zelfstandige winkeliers en de rechtspositie van franchisenemers, en we passen de mededingingswetgeving aan, zodat de macht van grote inkopers tegenover kleine zelfstandigen wordt ingeperkt. Bij overheidsopdrachten garanderen we dat kleine ondernemers dezelfde kansen krijgen als grote bedrijven. Ondernemingen moeten in hun publiek jaarverslag verplichte onderdelen opnemen over hun sociaal en duurzaamheidsbeleid
    • we voeren een tijdelijke solidariteitsheffing in bij de huidige crisis, waarin ondernemingen die veel winst maken extra belast worden. De opbrengst gaat naar extra tijdelijke ondersteuningen van ondernemers die juist veel verlies leiden in de huidige crisis
    • consumentenbelangen moeten veel beter worden beschermd. Dat vraagt o.m. strengere regulering en betere handhaving, waarbij de vrije mededinging beperkt kan worden. De ACM moet zich beperken tot puur private en niet grotendeels door overheid gesubsidieerde en/of gereguleerde sectoren (dus geen zorg, onderwijs, kinderopvang, etc.) en stelt consumenten- en publieke belangen zwaarder dan pure mededingingsbelangen. Het verbod op het georganiseerd onderhandelen over prijzen van zzp-ers vervalt
    • reclame en productinformatie moet betrouwbaar zijn, met aansprakelijkheid van de producent als dat niet zo is, en productaansprakelijkheid moet veel minder eenvoudig als nu uitgesloten kunnen worden. Dat geldt des te meer voor digitale aanbieders. Gezondheidsclaims voor producten en diensten moeten vooraf aan de toezichthouder worden bewezen. We zetten ons in om de misstanden die nu wekelijks bij consumentenprogramma’s te zien zijn aan te pakken met extra regelgeving en handhaving. Met scherpe en intensieve inspecties en hoge, effectieve boetes
    • De privacy van burgers moet veel beter worden beschermd en het internet moet meer worden gereguleerd:
    • het dwingend en niet transparant goedkeuren van delen van je data en surfgedrag op websites wordt verboden
    • overheden en publieke instellingen moeten zelf controle houden over hun databestanden
    • er komt wettelijk gegarandeerde zeggenschap en transparantie over de koppeling van databestanden in publieke sectoren
    • het medisch beroepsgeheim wordt niet aangetast
    • we draaien het mogelijk maken van het verkopen van je data door je bank terug
    • burgers krijgen zeggenschap en controle over wat er met hun data gebeurt en er komen strenge wettelijke voorwaarden voor het omgaan met deze data
    • bij het gebruik van algoritmes en databestanden wordt transparantie wettelijk verplicht. Stigmatiserend en discriminerend gebruik van algoritmes, bijv. bij het bestrijden van fraude, wordt verboden. Algoritmes mogen niet leiden tot uitsluiting op de arbeidsmarkt of van verzekeringen
    • we ondersteunen de ontwikkeling van een ‘publiek internet’, met waardengedreven publieke en non-profit platforms, waardoor informatie en communicatie, en daarmee datastromen, niet langer via commerciële platforms hoeft te gaan. Zo bevorderen we een divers en pluriform internet met verschillende typen spelers
    • platformbedrijven moeten voor hun diensten voldoen aan dezelfde eisen als hun concurrenten: cao-naleving (Picnic), verbod op schijnzelfstandigheid (Deliveroo, Uber), beroepsvoorschriften (Uber) en belastingvoorschriften als btw en toeristenbelasting (AirBNB)
    • we voeren naar Frans voorbeeld een aparte belasting in op digitale diensten (digitaks)
    • we voeren wetgeving in om monopolyposities (zoals Google bij zoekmachines en Facebook bij sociale media) te breken. Dat kan o.m. met interoperabiliteit, het verbieden van koppelingen (zoals die nu door de Europese Commissie is verboden tussen het besturingssysteem Windows en de zoekmachine Internet Explorer), en door te verbieden dat toegang tot platforms of data uniek is – zoals nu Facebook bepaalt welk aanbod van andere partijen is toegestaan. Dataportabiliteit maakt het gebruikers mogelijk een alternatief voor Facebook te kiezen zonder gegevens te verliezen en dus zonder virtuele vrienden te verliezen
    • we nemen maatregelen om jongeren beter te beschermen tegen potentieel beschadigende content en verslavend internetgedrag, en om burgers te misleiden met ‘fakenews’ – dat moet wel zeer transparant en controleerbaar gebeuren, onafhankelijk van de overheid – en bewuste manipulatie van de democratie.
  12. Een nieuw en eerlijk belastingstelsel met als doelen lastenverzwaring voor grootbedrijf/hoge inkomens en vermogens, lastenverlichting voor lage inkomens en duurzaam mkb, beëindiging armoedeval  en hogere lasten op kapitaal en lagere op arbeid. Daarbij vereenvoudigen we het stelsel drastisch, hetgeen de uitvoerbaarheid en effectiviteit bevordert. De netto opbrengst financiert de intensiveringen in dit akkoord. We voeren de wijzigingen gefaseerd in waarbij de effecten op reële inkomens en de uitvoerbaarheid maatgevend zijn. Belangrijkste elementen zijn:
    • we willen een hoger belastingaandeel winst-, dividend- en erfenisbelastingen (tenminste terug naar verdeling in 2000). Daartoe nemen we de volgende maatregelen:
      • er komen voor bedrijven hogere in plaats van lagere tarieven vennootschapsbelasting (terug naar de niveaus aan het begin van deze eeuw; dus van 25 naar 35% resp. van 20 naar 29%) en de dividendbelasting wordt niet afgeschaft, maar verhoogd van 15 naar 25%. De tarieven maken we progressief: hoe hoger de winst en het dividend, hoe hoger het tarief. We bevorderen een zo hoog mogelijk Europese vloer in deze belastingen. Indien bedrijven vertrekken naar goedkope belastingparadijzen moeten ze een exitbelasting betalen conform het initiatief wetsvoorstel daarvoor
      • We schrappen ook alle vrijstellingen, zoals de innovatiebox (waar multinationals te makkelijk geld maar tegen 5% kunnen laten belasten) en de deelnemersvrijstelling en voordelen met betrekking tot herstructurering van schulden en verliezen, waarmee zelfs algehele belastingvrijstelling verkregen kan worden.
      • We gaan ook een gelijke aftrek van eigen en vreemd vermogen in de vennootschapsbelasting invoeren
      • de nieuwe zgn. Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) wordt geschrapt
      • de ondernemersaftrek op winst en verlies uit onderneming (zelfstandigenaftrek, startersaftrek, meewerkaftrek, aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, stakingsaftrek) worden afgeschaft, evenals de ondernemingsfaciliteiten (mkb-winstvrijstelling, de landbouwvrijstelling, de milieu-investeringsaftrek, de willekeurige afschrijving milieu-investeringen, de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, de energie-investeringsaftrek, en de herinvesteringsreserve)
      • de Directeur-Groot Aandeelhouder (DGA) gaan we direct belasten over de winst van zijn vennootschap. De huidige mogelijkheden om inkomen (schier eindeloos) uit te stellen vervallen, evenals de huidige aftrekmogelijkheden voor leningen
      • we stoppen met alle fiscale subsidiëring van schulden. We staan geen negatief inkomen meer toe, het minimuminkomen is altijd 0 euro, en waarborgen een eerlijke vermogensetikettering (indien het vermogen voor het merendeel privé of voor de onderneming wordt aangewend, wordt het vermogen daar in volledigheid opgenomen)
      • iedere Nederlander krijgt het recht om gedurende zijn leven 150.000 euro aan erfenissen of schenkingen te ontvangen – van wie dan ook. Alles daarboven wordt met een oplopend tarief belast: de eerste 500.000 euro met 40 procent, alles daarboven met 60 procent. Erfenissen zijn een belangrijke veroorzaker van onrechtvaardige bestendiging en vergroting van ongelijkheid. De vrijstelling voor het kopen van een huis voor je kinderen wordt geschrapt. Dat is een onrechtvaardige subsidie van arm naar rijk en draagt bij aan schadelijke prijsopdrijving op de woningmarkt. Het apart belastingvrij schenken van bedrijfsvermogen voor bedrijfsopvolgers wordt eveneens geschrapt
    • afschaffing boxenstelsel. Alle inkomen wordt gelijk behandeld, ongeacht de bron. Inkomen uit vermogen wordt niet meer op basis van een fictief rendement, maar op basis van het werkelijk genoten rendement aangeslagen. Voor het bepalen van het werkelijk rendement wordt uitgegaan van de waardevermeerdering van het vermogen plus de opbrengst van verkoop van het vermogen in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de belastingaanslag betrekking heeft. De fiscale faciliteiten voor de eigen woning worden afgeschaft of beperkt (zie 8)
    • de premies volksverzekeringen (AOW, ANW, WLZ) en de inkomensafhankelijke premies Zorgverzekeringswet (ZVW) vervallen en worden op voor de Rijksbegroting budgettair neutrale wijze verdisconteerd in de tarieven voor de inkomsten- en loonbelasting, behoudens de opbrengst van het vervallen van de huidige premievrijstelling voor AOW-ers. Deze laatstgenoemde opbrengst wordt gebruikt voor de financiering van de hiervoor genoemde verhogingen en verbeteringen van de AOW
    • we zorgen voor tot 10% lagere tarieven inkomstenbelasting tot anderhalf modaal met hogere tarieven daarboven. We voeren daartoe meer tariefschijven in. We willen effectieve tarieven en vervangen de algemene heffingskorting daartoe door lagere tarieven en meer schijven.
    • de ouderenkorting (incl. de alleenstaanden-ouderenkorting) vervalt in een aantal stappen die corresponderen met de verhoging van de AOW (ingevolge de verhoging van het sociaal minimum) en de wijzigingen in de AOW, zodanig dat ouderen met een inkomen tot anderhalf modaal er netto niet op achteruit gaan. De opbrengst van deze maatregel wordt gebruikt voor de hiervoor genoemde verhogingen en verbeteringen van de AOW
    • de jonggehandicaptenkorting vervalt in een aantal stappen die corresponderen met de verhoging van het sociaal minimum (en daarmee van de Wajong-uitkering/Zekerheidsinkomen), zodanig dat de ontvangers van deze korting er in netto inkomen erop vooruit gaan
    • de inkomensafhankelijke combinatiekorting en het kindgebonden budget worden budgettair neutraal geïntegreerd in de kinderbijslag, waarbij ouders met kinderen met een inkomen tot anderhalf modaal, geabstraheerd van andere wijzigingen die ook plaatsvinden, er niet op achteruitgaan
    • de fiscale zorgtoeslag en kinderopvangtoeslag verdwijnen, evenals de fiscale aftrek van bijzondere ziektekosten en studie- en opleidingskosten. Deze worden overbodig doordat we alle individuele, private bijdragen voor publieke zorgverlening (premie, eigen risico, eigen bijdragen, zie 5) en publieke kinderopvang (zie 6) schrappen. De aftrek voor kosten van tijdelijk verblijf thuis van ernstig gehandicapten blijft
    • de huurtoeslag wordt vervangen door een nieuw systeem van huursubsidie waarbij inkomensafhankelijke huursubsidie verkregen wordt gebaseerd op het inkomen van twee jaar daarvoor, tenzij er sprake is van een grote inkomensdaling (zie 8). We beperken de definitie van een toeslagpartner tot fiscale partners (inkomens van anderen tellen daardoor niet meer mee voor het bepalen van het recht op huursubsidie) en verlagen de leeftijdsgrens naar 18 jaar
    • we schrappen de meeste andere fiscale aftrekposten:
      • de fiscale aftrekposten voor reiskosten voor werk worden geschrapt, en de cataloguswaarde van door de werkgever verstrekte private vervoersmiddelen, behoudens de fiets, wordt volledig als belastbaar inkomen meegeteld (de huidige bijtellingen vervallen daarmee);
      • de aftrekposten voor giften en vrijwilligerswerk blijven. Vrijwilligersvergoedingen van ANBI-instellingen tot € 100 per maand kunnen anders dan nu ook collectief per instelling als fiscale aftrek verstrekt worden. Vrijwilligersvergoedingen tellen niet mee bij het toetsingsinkomen voor de huurtoeslag, voor WW-uitkeringen en voor het Zekerheidsinkomen. Daarmee bevorderen we giften en vrijwilligerswerk
      • de aftrekposten voor alimentatie en van lijfrentepremies en inleggelden voor lijfrentes vervallen
    • we voeren naast de bestaande belasting op inkomen uit vermogen ook een aparte vermogensbelasting in van 2% voor miljonairs en van 4% voor miljardairs
    • we zorgen voor een actieve aanpak van belastingontduiking en -ontwijking die onze schatkist nu tientallen miljarden per jaar kost:
      • rulings (belastingafspraken voor multinationals om dubbele belastingheffing te voorkomen; vaak misbruikt om belasting te ontwijken) worden openbaar zodat ze getoetst en democratisch gecontroleerd kunnen worden
      • we gaan veel meer belastingcontroles bij bedrijven en grote vermogens organiseren (eenmaal per 3 jaar, in plaats van de huidige eenmaal per 40-50 jaar, bij grote bedrijven en bedrijven met groot risico of eerdere fraude ieder jaar)
      • we scherpen vestigingseisen voor multinationals aam (o.m. werknemers en kantoor in Nederland)
      • belastingverdragen met derdewereldlanden maken we solidair en voorzien we van antimisbruikbepalingen
      • bedrijven moeten in concrete aantallen en euro’s in hun jaarverslagen aan gaan geven in welke landen zij produceren, in welke landen zij hun omzet boeken, waar zij investeren en in welk land zij hoeveel belasting betalen. Ook moeten bedrijven meer inzicht geven in hun vennootschapsstructuur
      • trustkantoren (die nu vooral werken voor brievenbusfirma’s) verbieden we. Er komt een openbaar register waarin staat wie de eigenaar is van een brievenbusfirma en wie profiteert van constructies via brievenbusfirma’s
      • het Koningshuis gaat gewoon belasting betalen.
  13. Uit de crisis door overheidsinvesteringen, i.p.v. bezuinigingen, met:
    • financieel-economische politiek die stuurt op brede welvaart, en niet primair op overheidsschuld of financieringstekort
    • in plaats van de huidige sterke afhankelijkheid van de export en van de financiële industrie (die beiden onze economie kwetsbaar maken voor externe invloeden) moet onze economie meer gaan steunen op hogere, duurzaam verantwoorde, binnenlandse bestedingen. Dus: Geen investeringen meer in EU- en nationaal gesubsidieerde en vooral voor de export producerende landbouwsector, niet meer in havens en luchthavens, niet meer in het aantrekkelijk maken als vestigingsplaats van banken. Maar wel investeren in o.m. natuurinclusieve, voor de binnenlandse markt producerende landbouw, in circulaire economie, in verduurzaming energie, in innovatieve, sterke publieke dienstverlening, etc.
    • we voeren gedurende deze crisis extra solidariteitsheffingen in waar veel geld verdiend wordt
    • we stellen een Breed Welvaartsfonds in van tenminste 80 miljard euro:
      • doel is niet primair economische groei (dat is slechts een middel), maar brede welvaartsbevordering. Een bijdrage leveren aan economische groei is geen voorwaarde
      • groeibevordering die alleen privaat neerslaat wordt uitgesloten
      • prioriteit ligt bij investeringen in de kennis- en innovatiestructuur, de duurzaamheidstransities (klimaat/energie; biodiversiteit; circulaire economie; gezond en veilig milieu), digitalisering/robotisering/kunstmatige intelligentie, oplossen woningnood en leefbaarheid, en vermindering private schulden
      • het fonds wordt mede gebruikt voor sectorspecifieke steun voor herstel na de huidige covid-19 crisis, ook voor de cultuursector en met speciale aandacht voor het mkb
      • deze en andere overheidsinvesteringen worden steeds gekoppeld aan werkgelegenheidsdoelstellingen voor nieuwe extra, goede banen en aan garanties voor begeleiding en scholing naar vervangend werk waar banen bij transities verloren gaan
      • het fonds wordt een wettelijk verankerd begrotingsfonds waarop het budgetrecht van het parlement volledig op van toepassing is
      • waar het bedrijfsleven van de investeringen meeprofiteert, is er van die zijde cofinanciering

[i] Zie: https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/subsidie-voor-fossiele-brandstoffen-ongekend-groot

[ii] . Volgens het CPB (april 2020) zal afschaffing van de hypotheekrenteaftrek een welvaartsstijging van 0,5% van het bbp opleveren (zo’n 3 á 4 miljard euro per jaar) en de huizenprijzen in 5 jaar 11% doen verlagen. De huidige hypotheekrenteaftrek gaat nu voor 42% naar de 20% hoogste inkomens en voor 90% naar de 60% hoogste inkomens. De totale netto fiscale subsidiëring van woonbezitters versus huurders bedraagt € 10 miljard versus € 2 miljard.

[iii] cf. voorstel uit algemene heroverweging ‘Ruimte voor Wonen’

FacebooktwitterredditpinterestlinkedinmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Linkse begrotingspolitiek

  1. We voeren een linkse begrotingspolitiek, maken een eind aan de schadelijke te grote zuinigheid bij de overheid. We zijn voor degelijke financiering van overheidsuitgaven, maar dan wel zonder neoliberale dogma’s en gericht op de langere, duurzame termijn. Hervormingen moeten voldoen aan eisen van sociale rechtvaardigheid en aan eisen van ecologische duurzaamheid. Er is veel meer begrotingsruimte als we de afspraken over staatsschuld en financieringstekort niet meer zo idioot formuleren als nu gebeurt. We hoeven het vermogen van de overheid niet geforceerd op te krikken. Zorgen over de staatsschuld worden zeer overdreven. De Nederlandse overheid heeft altijd een netto-vermogen gehad, geen netto-schuld: de bezittingen zijn groter dan de schulden en gegarandeerde toekomstige inkomsten, m.n. de zekere inkomsten uit belastingen op pensioenen. Zo bezien heeft ons land helemaal geen staatsschuld. We nemen de bezittingen en vorderingen van de overheid in aanmerking bij de herformulering van de staatsschuld. En we stappen af van de regel dat meevallers op de begroting alleen gebruikt mogen worden voor de aflossing van de staatsschuld. We hadden ooit de gulden financieringsregel dat overheden konden lenen voor rendabele investeringen. Die moeten we weer hanteren. En die leningen tellen dan niet mee voor het financieringstekort, de kost gaat voor de baat uit.
  2. Het financieringstekort hoeft ook niet per sé maximaal 3 procent op jaarbasis te zijn. Gemiddeld 3 procent voor een langere periode zou de inzet moeten zijn. Er is daarnaast geen enkele noodzaak tot het creëren van een begrotingsoverschot. Begrotingsoverschotten moeten gebruikt worden voor investeringen. Begrotingsdoelen moeten we afwegen tegen sociale doelen (werkgelegenheid, ongelijkheid, armoede en uitsluiting) en duurzaamheidsdoelen. Ja, dat moeten we Europees regelen, met een verandering van het stabiliteits- en groeipact, maar laten we daar maar eens assertief in zijn. Worden de Europese begrotingsregels niet aangepast, dan zit er niks anders op dan statelijke ongehoorzaamheid. We moeten niet te benauwd zijn om veranderingen af te dwingen, zolang het vetorecht nog bestaat. De EU zal sociaal zijn, of niet zijn.
  3. Voorts moeten we in de EU Eurobonds invoeren: landen lenen geen geld op de ‘gewone’ geldmarkt, maar van de Europese Centrale Bank, waarbij landen in feite garant staan voor elkaar. Als staatsschulden oplopen gooit de private geldmarkt maar al te graag de rente voor staten omhoog. Daardoor loopt de staatsschuld verder op en ontstaat een eindeloze negatieve spiraal. Eurobonds voorkomen dat, want de ECB kan de rente in de hand houden. Ook de ECB zal voor verschillende landen verschillende tarieven rekenen, maar veel gereguleerder dan op de markt. Als je de rentevorming aan de markt overlaat geef je financiële markten de macht om landen af te straffen. Bij Italië kunnen Eurobonds het verschil zijn tussen wel en niet omvallen. Eurobonds betekenen voor landen als Nederland en Duitsland wel een iets hogere rente.
  4. De € 2600 miljard die de Europese Centrale Bank de afgelopen jaren in de financiële markten pompte leidden tot vastgoed- en aandelenbubbels en kwamen niet ten goede van de werkelijke economie. De discussie moet niet gaan over wel of niet stimuleren door de ECB, maar over de vorm waarin de ECB stimuleert. Een van de manieren om ervoor te zorgen dat het geld daadwerkelijk de economie versterkt is green quantitative easing (groene geldverruiming). De ECB verstrekt dan grootschalig geld aan de Europese investeringsbank, die met dat geld de investeringen pleegt die nodig zijn voor de energietransitie. Waarbij de Europese investeringsbank zelf het initiatief neemt en niet afwacht of bedrijven met investeringsplannen komen, want dat valt zelfs tijdens hoogconjunctuur al tegen, laat staan in crisistijd. De afgelopen jaren werd als alternatief voor de Draghi-methode ook ‘helikoptergeld’ geopperd, oftewel het rechtstreeks uitdelen van geld aan mensen. Het voordeel van groene geldverruiming ten opzichte van helikoptergeld is echter dat je zeker weet dat het geld daadwerkelijk wordt uitgegeven en dat je er een groenere energie-infrastructuur voor terug krijgt.
  5. We gaan de begrotings- en financieringstekorten die nu door de terechte grotere overheidsuitgaven in deze crisis ontstaan niet oplossen met bezuinigingen of lastenverhogingen voor huishoudens met een laag of middeninkomen of voor het mkb. Wij willen de financiering oplossen door hogere belastingopbrengsten door een duurzame economie te stimuleren, en door hogere lasten bij de grootverdieners en de grote vermogens. In een crisis worden bedrijven terughoudend met investeringen en ook burgers houden de hand op de knip. Om te voorkomen dat de economie in een spiraal naar beneden raakt, is het aan de overheid om te blijven investeren. Dat is goed voor de werkgelegenheid, goed voor de koopkracht, en er is veel nuttigs te doen: het energiezuinig maken van woningen, grootschalige duurzame energie, wijken opknappen, infrastructuur up-to-date maken, nieuwe woningen bouwen. Zeker nu de rente op overheidsschulden zo laag is en voorlopig ook zal blijven moeten we nu ook in deze tijd van relatieve voorspoed als overheid fors investeren. Die lagere rente komt maar deels door het ECB-beleid. Er zijn structurele ontwikkelingen – vergrijzing/ontgroening, robotisering/digitalisering en stijgende ongelijkheid – die hiervoor zorgen (de besparingen nemen toe en voor investeringen is steeds minder een beroep op de kapitaalmarkt nodig). Vooral de vergrijzing/ontgroening zal zeker ervoor zorgen dat voor een lange periode de rente zeer laag en zelfs negatief blijft (zie ook Japan, dat ons hierin voorging). Voor het eerst in de geschiedenis is de rente op staatsleningen bij alle looptijden negatief. Daarmee verdiend de overheid voor het eerst door meer te lenen. Aflossen van staatsschuld kost juist geld. Aflossing van staatsschuld is daarmee nu niet alleen onnodig (de overheidsfinanciën zijn nu volledig houdbaar), maar zelfs schadelijk. Het schaadt niet alleen onze welvaartsgroei, maar als er steeds minder staatsschuld is, verdwijnen ook steeds meer de hard nodige risicovrije beleggingen voor banken, verzekeraars en pensioenfondsen.
  6. En bij de investeringen moeten ook niet ineens allerlei wettelijke procedures buiten werking gesteld worden. Partijen die zich al heel lang ergerden aan de uitgebreide inspraakmogelijkheden bij infrastructurele plannen grepen de vorige crisis aan om daar in één klap van af te komen. De Crisis- en herstelwet werd in de markt gezet als grote aanjager van werkgelegenheid in crisistijd en kleedde de inspraak van bewoners en milieuorganisaties grotendeels uit. Snelwegen, vliegvelden (Lelystad), grote mestvergistingsinstallaties: het moest allemaal snel aangelegd kunnen worden om de crisis te bestrijden. Het verzet van milieuorganisaties werd beperkt door hun voor te houden dat ook windmolens eerder gebouwd zouden kunnen worden. De Crisis- en herstelwet van 2010 was eerst tijdelijk maar werd drie jaar later permanent. Want ook dat is een les van de crisis: tijdelijke maatregelen zijn vaak een opmaat voor permanente maatregelen. Ook nu is het zaak ervoor te zorgen dat de crisis niet opnieuw misbruikt wordt.
  7. Wat nodig is, zijn minder besparingen (dat doen we door de AOW te verhogen en daarmee de aanvullende pensioenen te verlagen), hogere consumptie (dat doen we door hogere inkomens te regelen – wel duurzaam, door gedifferentieerde btw-tarieven naar duurzaamheid en door regulering) en hogere investeringen, zowel privaat (dat doen we door kapitaal aan te wenden voor speculatieve doeleinden of dood laten staan fiscaal onaantrekkelijk te maken en door anti-speculatie regelgeving) als publiek. Dat zorgt voor een hogere welvaart voor huidige én toekomstige generaties.
  8. Hoe slechter de economische situatie, hoe belangrijker een goed vangnet om ervoor te zorgen dat mensen niet helemaal door de bodem zakken. In economische termen is sociale zekerheid een van de ‘automatische stabilisatoren’: de koopkracht blijft enigszins op peil, wat goed is voor bedrijven. Crisis betekent vrijwel per definitie oplopende werkloosheid. Om de sociale zekerheid als economische stabilisator te laten werken zou het stelsel in tijden van crisis juist uitgebreid moeten worden. Regeringen hebben vaak de omgekeerde neiging: zodra het aantal uitkeringen stijgt, ontstaat de drang te gaan bezuinigen. We koppelen de duur van de WW-uitkering aan conjunctuur, door deze anticyclisch toe te passen: de maximale WW-duur is dan korter tijdens hoogconjunctuur en langer bij laagconjunctuur. Werknemers worden zo beter beschermd als het risico op werkloosheid hoger is. In tijden van crisis, zoals nu, wordt tijdelijk ook iedereen die werknemer was voor zijn werkloosheid toegelaten tot de WW. De overheid moet verder voor zzp-ers en voor het mkb risicoarme en goedkope investeringskredieten organiseren. En we moeten de gratis scholingsmogelijkheden voor mensen in de WW en de bijstand (te vervangen door het gegarandeerde zekerheidsinkomen) drastisch verruimen, zeker in tijden van crisis. In plaats van de werklozen op te jagen naar werk dat er in tijden van crisis onvoldoende is, kunnen we beter zorgen dat mensen zich verder en beter scholen. Op termijn is dat veel beter voor de economie. Voorts willen we nu het crisis is, een crisisinkomen als tijdelijk inkomensvangnet. Hiermee ontvangt iedereen die zijn inkomen verliest in de huidige crisis en geen recht heeft op WW, een uitkering ter hoogte van de bijstandsuitkering voor een alleenstaande, zonder vermogens- en partnertoets en zonder kostendelersnorm. Dit vervangt de huidige Tijdelijke Regeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO, die nu wel een partnertoets kent) en de Tijdelijke Regeling Flexibele Arbeidskrachten (TOFA). Werknemers die thuis moeten blijven vanwege dat de kinderopvang en het onderwijs door de pandemie gesloten moeten zijn, krijgen recht op coronaverlof. Daar worden de werkgevers voor gecompenseerd. De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW), waarmee werkgevers gecompenseerd worden voor loonkosten tijdens gedwongen sluiting of groot omzetverlies in deze crisis, wordt gecontinueerd zolang dat nodig is. Wel worden de voorwaarden strenger: geen verdere ontslagen (ook niet flexwerkers), geen dividenduitkeringen, geen bonussen (ook bij multinationals). Grote bedrijven die omvallen worden alleen gesteund met aanvullende voorwaarden wat betreft duurzaamheid en zeggenschap.
  9. Een van de grote problemen tijdens de vorige crisis was dat banken van schrik geen geld meer uitleenden. Doordat bedrijven gewend zijn om veel met leningen te financieren, ook hun ‘gewone’ uitgaven, had het opdrogen van de kredietverlening enorme gevolgen. Een bedrijf als NedCar merkte in 2008 bijvoorbeeld dat verkochte vrachtwagens weer afbesteld werden omdat de klanten geen krediet meer kregen. Met gevolgen voor NedCar én voor alle bedrijven die op dat moment eigenlijk een nieuwe vrachtwagen nodig hadden. Sommige bedrijven realiseren zich sindsdien hopelijk dat het beter is om dit soort kosten überhaupt niet met leningen te financieren maar met eigen vermogen. Maar gemiddeld genomen zijn bedrijven tegenwoordig nog afhankelijker van leningen dan in 2008: de totale schuld van bedrijven is inmiddels hoger dan kort voor de vorige crisis. Een plotselinge opdroging van de kredietverlening is funest. De overheid moet blijven zorgen voor de beschikbaarheid van bedrijfskredieten in tijden van crisis. Ook kan de ECB als voorwaarde stellen aan banken om in aanmerking te komen voor overheidssteun dat zij deze kredieten blijven verstrekken.

Gerard Bosman, januari 2021

FacebooktwitterredditpinterestlinkedinmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Versterking democratische rechtsstaat

  1. Directe democratie verdraagt zich slecht met vertegenwoordigende democratie. Ze dreigt gauw te ontaarden in een dictatuur van de meerderheid, waarbij de belangen en argumenten van de minderheid er niet toe doen. Directe democratie is zeer gevoelig gebleken voor eenzijdige informatie en opinievorming. Vertegenwoordigende democratie met evenredige vertegenwoordiging, een lage kiesdrempel en bescherming van rechten van politieke minderheden geeft meer kans op een betere weging van het publieke belang. We voeren geen referendum in, anders dan op lokaal niveau voor kwesties die alleen dat lokale niveau betreffen. Daarvoor komen hoge drempels (aanvraag gesteund door 40% van kiesgerechtigde inwoners, uitslag tenminste 50% voor van stemgerechtigden). Wel voeren we een uitgebreider burgerinitiatiefregeling in en faciliteren we via loting samengestelde burgerraden op lokaal niveau. Deze krijgen een adviesrecht aan gemeenteraden.
  2. Burgerparticipatie bij totstandkoming beleid wordt verder bevorderd. Daarvoor komt een speciaal ondersteunings- en innovatieprogramma en -budget.
  3. We versterken de representatieve, gekozen democratie met:
    • meer geld voor onderzoek en ondersteuning van volksvertegenwoordigers in ieder gekozen orgaan.
    • een veel betere vergoeding van hun werkzaamheden op lokaal en provinciaal niveau.
    • versterking van de positie van politieke partijen, met eisen aan democratische organisatie en financiële transparantie. Private financiering van politieke partijen mag slechts beperkt en volledig transparant plaatsvinden.
    • Er komt een lobbyregister.
  4. Het nevenwerkzaamheden en -inkomstenregister wordt veel sterker gehandhaafd, met boetes en bekendmaking bij overtredingen.
  5. Er komt geen kiesdrempel.
  6. We versterken de rechten van parlementaire minderheden.
  7. De informatiepositie van volksvertegenwoordigers wordt versterkt (en niet beperkt, zoals het huidige kabinet wilde), ambtelijke notities en verslagen mogen niet meer worden achtergehouden. De Rutte-doctrine wordt ingetrokken. Ambtenaren – ook van uitvoeringsorganisaties moeten rechtstreeks door Kamerleden benaderd en gehoord kunnen worden.
  8. We bevorderen de beginselen van goed en deugdelijk bestuur. In 2009 heeft de minister van BZK de beginselen van goed en deugdelijk bestuur vastgesteld. In de praktijk blijkt dat bestuurders en ambtenaren die nauwelijks of niet toepassen in de dagelijkse praktijk. Het resultaat is een afnemend vertrouwen in de overheid. In zijn boekje “Groter denken, kleiner doen” geeft Tjeenk Willink vele illustraties hiervan. Ook bij de Toeslagenaffaire is dit pijnlijk aangetoond. Wij streven naar een herijking van de beginselen en een verbinding met de beginselen van maatschappelijk verantwoord ondernemen met de rechtsstaat. De beginselen zijn: openheid en integriteit, participatie, behoorlijke contacten met burgers, doelgericht en doelmatig, legitimiteit, zelfreinigend en lerend vermogen, verantwoording.
  9. We voeren een Grondwettelijke toetsing in van wetten. De Raad van State wordt gesplitst in een adviesorgaan van de wetgever en in een bestuursrechter, die ook deze Grondwettelijke taak erbij krijgt.
  10. De Eerste Kamer blijft bestaan, maar krijgt een terugzendrecht. De Eerste Kamer wordt iedere twee jaar voor de helft opnieuw gekozen door de leden van de Provinciale Staten.
  11. Gemeenteraden en Provinciale Staten kunnen tussentijds door hen zelf of hun bestuur ontbonden worden voor tussentijdse verkiezingen. We voegen de taken en bevoegdheden van de waterschappen bij de provincies. De waterschapsbelasting wordt daarbij eerlijker, en dus minder zwaar voor huishoudens.
  12. Gemeenten worden in de komende kabinetsperiode niet meer tegen hun wil heringedeeld. De bestuurskracht van kleine gemeenten wordt versterkt met meer geld en mogelijkheden voor aantrekken van hoog genoeg geschoold personeel.
  13. Gemeenschappelijke regelingen tussen lagere overheden worden voorzien van een verplichte dualistische structuur zoals in gemeenteraden. De bestuurders en volksvertegenwoordigers in de organen van een gemeenschappelijke regeling worden gekozen door en uit de bestuursorganen die zij vertegenwoordigen.
  14. De burgemeester en de Commissaris van de Koning worden openbaar gekozen door de gemeenteraad respectievelijk Provinciale Staten. De kabinetsformateur wordt door de Tweede Kamer benoemd en ontslagen.
  15. De staatsrechtelijke rol van de Koning wordt ook in formele zin beperkt tot representatieve en extern vertegenwoordigende functies. De Grondwet wordt ontdaan van de suggestie dat wetten bij de gratie van een God verkondigd worden. Leden van Koninklijk Huis betalen gewoon belasting en hun inkomen wordt gebracht onder de maximum norm voor topbeloningen in de publieke sector. Van staatsvoorzieningen kan geen gebruik gemaakt worden voor privédoeleinden en paleizen zijn publiek bezit en worden zoveel mogelijk ook voor publiek toegankelijk.
  16. We zetten in op verdere democratisering van de EU:
    • Er komt een aparte Europese Senaat met leden gekozen door en uit de leden van de nationale parlementen van de lidstaten. Deze zetelt in Straatsburg.
    • Het Europees Parlement wordt dan niet langer meer gekozen per lidstaat, maar op Europese lijsten van Europese partijen, en zetelt alleen in Brussel.
    • Het EP kiest de voorzitter van de Europese Commissie, en moet akkoord gaan met de benoeming van de andere leden ervan, waarin niet langer iedere lidstaat vertegenwoordigd is.
    • De voorzitter van de Europese Raad van ministers moet met instemming van de Europese Senaat gekozen worden.
    • Het vetorecht wordt drastisch beperkt, meerderheidsbesluitvorming wordt de norm.
    • De bevoegdheden van Europees Parlement worden uitgebreid.
    • De controle op rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitvoering wordt versterkt met meer bevoegdheden van de Europese Rekenkamer.
    • De rechtspositie van de Europarlementariërs wordt gelijk ongeacht de lidstaat waar zij vandaan komen en substantieel versoberd.
  17. De plan- en onderzoeksbureaus van de overheid en het CBS worden wat betreft de wetenschappelijke pluriformiteit en onafhankelijkheid versterkt. Er komt een aparte onafhankelijke Uitvoeringskamer, die vooraf toetst of voorstellen voldoende uitvoerbaar zijn. De Algemene Rekenkamer krijgt de bevoegdheid om geen goedkeurende verklaring te geven. Deze kan worden overruled door een besluit van de gezamenlijke Eerste en Tweede Kamer. Er komen verplicht rekenkamers voor lagere overheden.
  18. We versterken de publieke controle door extra middelen voor onafhankelijke, journalistiek, met als speerpunten voor versterking de lokale, regionale en Europese politiek en onderzoeksjournalistiek. De publieke omroep wordt versterkt met meer digitale mogelijkheden. Reclame wordt daar vervangen door extra bekostiging.
  19. We versterken de democratische rechtsstaat door een substantiële versterking van het recht op openbaarheid in de Wet op de openbaarheid, en een betere regeling voor klokkenluiders.
  20. De positie van de Ombudsman en van de Kinderombudsman worden ook versterkt. Gemeenten en provincies moeten zich aansluiten bij een regionale onafhankelijke, bij wet ingestelde Regionale Ombudsman. Burgers krijgen meer rechtsbescherming tegen besluiten van gemeenten, maar procedures worden verkort en aan het eindeloos kunnen doorprocederen wordt een eind gemaakt.

Gerard Bosman, januari 2021

FacebooktwitterredditpinterestlinkedinmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

De markt meester worden

1. de financiële markten

  1. We willen een minder op private schulden gerichte economie. De omvang van die schulden is internationaal vergeleken zorgwekkend groot, hetgeen ons zeer kwetsbaar maakt. Het is een rem op economische groei en een levensgevaarlijk gevaar voor de macro-economische stabiliteit. De bezittingen van de banken en verzekeraars zijn ruim vier keer zo groot als de totale Nederlandse economie. Dat betekent dat een toonaangevende bank die in de problemen komt al gauw te groot zal zijn voor Nederland om te redden. De absurd grote omvang van hypotheekschulden maakt ook onze financiële sector, die ook weer winst maakt door hypotheken door te verkopen, veel te groot ten opzichte van ons bbp. De winsten van de banken zijn weer enorm. In plaats van de focus op reductie van overheidsschulden moeten we de focus richten op reductie van private schulden, voor een duurzame, stabiele economische groei – met een forse krimp van onze private schulden en daarmee van de onze financiële sector. We stoppen radicaal met het aantrekken van nieuwe financiële spelers uit het buitenland, zoals nu door de Brexit gebeurt.
  2. Met de door ons bepleite beperking van hypotheken zal ook de financiële sector sterk krimpen. Dat willen we nog verder bevorderen door hogere buffers bij banken te eisen. Banken mogen elke euro op de balans nog altijd 25 keer uitlenen. Dat is veel te riskant. Wij willen de buffers geleidelijk verhogen naar 10 procent van het kapitaal. De gewogen risico-eisen worden eveneens verhoogd. Hard eigen vermogen is beter dan vermogen dat kan worden omgezet in eigen vermogen (coco’s). Wij willen daarom stoppen met de fiscale bevoordeling van coco’s – een soort converteerbare obligatieleningen waarmee banken strengere kapitaalregels kunnen omzeilen. In de risicomodellen van banken moeten harde ondergrenzen aan het kapitaal worden gesteld, de zogenaamde kapitaalvloeren.
  3. Ook meer regulering helpt om de ‘Wolf on Wall Street’ te temmen. We voeren een verbod in verbod in op te risicovolle producten, verplichten tot een harde scheiding tussen nuts- en zakenbankfuncties (aparte spaarbanken). De huidige strenge bonuswetgeving wordt verscherpt: een bonus mag niet 20 maar nog maar 10% van het vaste salaris bevatten en mag niet gerelateerd zijn aan doelstellingen die speculatie bevorderen of anderszins strijdig zijn met het algemeen belang.
  4. Ook de omvang per bank is nu te groot. We willen streven naar een stelsel van kleinere banken, die bij problemen dan ook minder kostbaar gered kunnen worden. Kleinschaligheid helpt ook de focus meer op het klantbelang te leggen en de nutsfuncties van banken te versterken. We willen ook meer diversiteit in banken, waaronder een staatsbank en een echt coöperatieve bank. De Volksbank moet een staatsbank worden.
  5. Als een bank gered moet worden, wentelen we dat niet meer af op de belastingbetaler. De leiding moet dan plaatsmaken. Bij wanbeleid volgt vervolging, we schikken niet meer.
  6. We stellen het belang van klanten centraal bij banken met regels over minimum aan kantoren, persoonlijk contact en advies, geldautomaten, etc. Dit zal ook het verlies aan werkgelegenheid, met name voor lage en middelbaar geschoolde functies, deels kunnen compenseren. Het wordt eenvoudiger om van bank over te stappen – banken moeten o.m. zelfde rekeningnummer blijven gebruiken en automatische incasso’s continueren. Betaalgegevens zijn van de klant, niet van de bank. Banken beschikken alleen over de gegevens, omdat zij een nutsfunctie hebben: het veilig en goed laten verlopen van het betalingsverkeer. Banken mogen betaalgegevens niet verkopen aan derden. De gedragscode waarin de omgang met betaalgegevens is geregeld, willen wij aanpassen, waarbij de bescherming van privacy voorop staat.
  7. Banken dragen nog steeds te weinig bij aan de overheidsfinanciën. Banken betalen geen btw. Wij willen de bankbelasting daarom verhogen. Daarnaast voeren we in Europees verband een belasting in op speculatieve transacties met aandelen (Financial Transaction Taks – FTT – of ook wel Tobin-tax genaamd).
  8. Wij willen de bankenunie vervolmaken door de invoering van een door banken zelf gefinancierd Europees depositogarantiestelsel (DGS), zodat overheden onder druk van spaarders niet in de verleiding komen falende banken alsnog te redden. Met de invoering van een Europees DGS zorgen we ervoor dat de Europese bankenunie naast Europees toezicht en een Europees steunfonds stevig op drie pijlers rust. Daarvoor is het wel nodig dat de bankbalansen eerst verder op orde worden gebracht. Ook de verstrengeling tussen banken en overheden moet verder worden doorbroken. Staatsobligaties moeten daarom een eerlijkere weging krijgen in de Europese en internationale financiële regelgeving. Ook wordt het aandeel staatsobligaties op een bankbalans gemaximeerd.
  9. We willen een vervolg op de discussie over de rol van banken en van de overheid bij geldcreatie en stellen regels voor of tegen het gebruik van digitale geldmiddelen als bitcoins. Geldschepping moet de samenleving dienen: een goede democratische controle op geldschepping, het voorkomen van financiële zeepbellen en het creëren van ruimte voor publieke bestedingen. We stimuleren dat geld in de productieve economie terechtkomt en ontmoedigen speculatie.
  10. Sommige verzekeraars verkeren in zwaar weer. Wij willen dat er geen dividenden mogen worden uitgekeerd als buffers onder druk staan. De Nederlandsche Bank moet hierop toezicht houden. Collectieve schadeafhandeling is slecht geregeld in Nederland. Woekerpolishouders en derivatenbezitters blijven te lang met ellende zitten. Wij willen een juridische mogelijkheid invoeren om sneller tot collectieve oplossingen te komen. Er komt een verplicht waarborgfonds voor het schadeloosstellen van verzekerden bij faillissement van een verzekeraar, gevoed door verzekeraars. Het klachtenbureau Kifid wordt genationaliseerd.
  11. De accountants hebben bewezen zichzelf niet te kunnen reguleren. We voeren regels en verscherpt toezicht in om te waarborgen dat de controle op rechtmatigheid en op een getrouw beeld geven op juiste wijze plaatsvindt. Zij moeten een Chinese muur opzetten tussen accountantswerkzaamheden en advieswerkzaamheden. Fiscalisten, accountants en vermogensbeheerders ontspringen nog te vaak de dans bij belastingontduiking. In de praktijk worden deze mensen zelden strafrechtelijk vervolgd, terwijl hier wel mogelijkheden voor bestaan. Dat moet anders, omdat dit de mensen zijn die de ingewikkelde constructies bedenken om de fiscus om de tuin te leiden. We moeten de mogelijkheden verruimen om adviseurs te vervolgen die meewerken aan belastingontduiking en agressieve belastingontwijking.
  12. Er moeten ook scherpere regels komen voor private equity bedrijven. Het lange termijnperspectief bij bedrijven wordt ondermijnd door excessen van private equity-partijen en door activistische aandeelhouders. Die jagen bedrijven op om onderdelen af te stoten of onderdelen te verkopen zonder oog voor de belangen van werknemers of klanten. Gezonde bedrijven gaan daardoor op termijn kapot. We moeten de uitwassen van dit Angelsaksische aandeelhouderskapitalisme bestrijden: de investeerder, en niet de belastingbetaler moet de grootste risicodrager zijn; excessieve schuldfinanciering en het verzwakken van de balans van ondernemingen moeten worden beperkt; de invloed van werknemers moet worden vergroot; en de kosten en het verdienmodel van private equity-partijen moeten transparant worden.
  13. We gaan ook de hedgefondsen strakker reguleren. Hedgefondsen speculeren vaak op koersdalingen en halen veel voordeel uit een beurscrisis of een bedrijf/aandeel dat verloren gaat. Terwijl de gewone belegger zijn verlies in die situatie moet accepteren, halen hedgefondsen juist grote winsten bij een beurskrach of crash van een aandeel. Zij spelen in op risico, maar zijn daarbij ook zelf een belangrijk risico voor de stabiliteit van ons financiële stelsel. Ook hier ligt de dreiging van het ondermijnen van het lange termijn perspectief van ondernemingen door activistische aandeelhouders. Er is bovendien zorgwekkend weinig transparantie. We gaan het aandelenbezit door hedgefunds in een onderneming wettelijk beperken (bijv. tot 30%) en het toezicht verscherpen. De internationale kredietbeoordelaars moeten daarbij ook meer transparantie verschaffen.
  14. (Semi-)overheidsinstellingen moeten ook minder speelruimte krijgen op financieel terrein met een verplichte, externe toets op investeringen en contracten. Mogelijk kan de BNG hierbij ook een rol spelen als verplichte bankier.

2. Een economie meer gebaseerd op binnenlandse bestedingen en minder op export en doorvoer, en op eerlijke handel in plaats van vrijhandel

  1. Onze economie moet niet alleen minder afhankelijk zijn van de financiële industrie, we moeten in zijn algemeenheid minder afhankelijk worden het buitenland en dus van export en doorvoer. Binnenlandse bestedingen moeten veel meer de motor van onze energie worden. Nederland moet ophouden zichzelf te zien als een kleine open handelseconomie die goedkope lonen nodig heeft om de export op te drijven. In werkelijkheid zijn we onderdeel van een grote en in wezen gesloten economie, de eurozone, waarin de welvaart afhangt van een krachtige en duurzame binnenlandse vraag. Maar zelfs voor een kleine, open handelseconomie is het slecht beleid om met behulp van goedkope lonen het handelsoverschot op te drijven. Al in 1776 leerde Adam Smith ons dat de rijkdom van een land zich uit in de levensstandaard van burgers en niet in de handelsbalans. Lage lonen leiden niet tot een hoge levensstandaard. Dat het Nederlandse overschot op de lopende rekening als percentage van het bbp sinds 2010 meer dan verdubbeld is, toont aan dat we nog steeds teveel nadruk leggen op de export. Teveel van de Nederlandse productie gaat naar buitenlandse consumenten. Het is onjuist om goedkope lonen te verdedigen omdat die meer banen zouden betekenen. Ze betekenen weliswaar meer banen voor de export, maar die gaan ten koste van banen in de binnenlandse sector met een per saldo negatieve uitwerking op onze levensstandaard. Daarom moeten de lonen juist omhoog in de exportsector, zoals ook Klaas Knot, directeur van DNB, bepleit. In plaats van de huidige sterke afhankelijkheid van de export en van de financiële industrie (die beiden onze economie kwetsbaar maken voor externe invloeden) moet onze economie meer gaan steunen op hogere, duurzaam verantwoorde, binnenlandse bestedingen. Dus: Geen investeringen meer in EU- en nationaal gesubsidieerde en vooral voor de export producerende landbouwsector, niet meer in havens en luchthavens, niet meer in het aantrekkelijk maken als vestigingsplaats van banken. Maar wel investeren in o.m. natuurinclusieve, voor de binnenlandse markt producerende landbouw, in circulaire economie, in verduurzaming energie, in innovatieve, sterke publieke dienstverlening, etc.
  2. Eerlijke en duurzame handel moet volledige vrijhandel vervangen, ook in internationaal opzicht. We beoordelen handelsverdragen hierop zeer kritisch en staan geen aparte rechtssystemen hiervoor toe (geen ISDS, geen ICS). Bescherming van mensenrechten is voorwaarde voor handelsverdragen. De vrijhandelsverdragen met Japan, Canada, China en de Zuid-Amerikaanse Mercosur-landen voldoen daar niet aan en kunnen dus niet gesteund worden. Lidstaten en regio’s in lidstaten moeten op grond van economische problemen en achterstand tijdelijk ontheffing kunnen krijgen van het verbod op overheidssteun aan bepaalde bedrijven of sectoren. Daartoe worden objectiveerbare criteria opgesteld, waaraan de Europese Commissie toetst.

3. Regulering marktsector

  1. De overheid neemt eigendom in bedrijven die van nationaal belang zijn.
  2. We maken vijandige overnames moeilijker door werknemers een blokkerende stem te geven bij alle overnames en fusies, door een wachttijd in te voeren en door financiering door eigen vermogen te eisen. Nu worden overnames vaak gefinancierd via schuld, en dat is slecht voor het bedrijf en voor de economie als geheel. De investeerder, en niet de belastingbetaler moet de grootste risicodrager zijn. Dit wordt vooraf getoetst. Excessieve schuldfinanciering en het verzwakken van de balans van ondernemingen wordt wettelijk beperkt.
  3. We pakken kartelvorming en monopolies aan en we beperken het patentrecht in duur en ook waar het algemeen belang teveel in het geding is, zoals nu bij de farmaceutische industrie en bij internetbedrijven als zoekmachines, sociale media en softwarebedrijven.
  4. We verbeteren de huurbescherming van zelfstandige winkeliers en de rechtspositie van franchisenemers, en we passen de mededingingswetgeving aan, zodat de macht van grote inkopers tegenover kleine zelfstandigen wordt ingeperkt. Bij overheidsopdrachten garanderen we dat kleine ondernemers dezelfde kansen krijgen als grote bedrijven. Ondernemingen moeten in hun publiek jaarverslag verplichte onderdelen opnemen over hun sociaal en duurzaamheidsbeleid.
  5. We voeren een tijdelijke solidariteitsheffing in bij de huidige crisis, waarin ondernemingen die veel winst maken extra belast worden. De opbrengst gaat naar extra tijdelijke ondersteuningen van ondernemers die juist veel verlies leiden in de huidige crisis.
  6. Consumentenbelangen moeten veel beter worden beschermd. Dat vraagt o.m. strengere regulering en betere handhaving, waarbij de vrije mededinging beperkt kan worden. De Autoriteit Consument en Markt moet zich beperken tot puur private en niet grotendeels door overheid gesubsidieerde en/of gereguleerde sectoren (dus geen zorg, onderwijs, kinderopvang, etc.) en stelt consumenten- en publieke belangen zwaarder dan pure mededingingsbelangen. Ook moet het verbod op het georganiseerd onderhandelen over prijzen van zzp-ers vervallen.
  7.  Het ACM moet proactief controleren op een nieuw door de overheid vastgesteld Keurmerk Duurzaam en Eerlijk Ondernemen. Geen zelfregulatie meer, maar harde zekerheid voor een faire beloning, goede arbeidsomstandigheden, geen uitbuiting, geen kinderarbeid, geen bijdrage aan onveiligheid, een schone, circulaire productie en distributie, geen schade aan biodiversiteit en geen vervuiling van lucht, water en bodem.
  8. Reclame en productinformatie moet betrouwbaar zijn, met aansprakelijkheid van de producent als dat niet zo is, en productaansprakelijkheid moet veel minder eenvoudig als nu uitgesloten kunnen worden. Dat geldt des te meer voor digitale aanbieders. Gezondheidsclaims voor producten en diensten moeten vooraf aan de toezichthouder worden bewezen. We zetten ons in om de misstanden die nu wekelijks bij consumentenprogramma’s te zien zijn aan te pakken met extra regelgeving en handhaving. Met scherpe en intensieve inspecties en hoge, effectieve boetes.

4. Sterkere positie werknemers in bedrijven

  1. We gaan de mogelijkheden voor een coöperatieve onderneming bevorderen, door een lager vennootschapstarief.
  2. De rechten van de Ondernemingsraad (OR) worden versterkt, o.m. met een recht op het benoemen van een deel van de leden van de Raad van Commissarissen en instemminsrecht bij afhandeling van faillissementen en bij doorstarten, fusies en overnames.
  3. De Raden van Commissarissen moeten tenminste drie leden hebben die andere onderwerpen bewaken dan de beleggersbelangen, waaronder tenminste een die specifiek let op werknemersbelangen. Tenminste de helft van de leden moeten bestaan uit andere dan vooral financieel georiënteerde types.
  4. Ook de belangen van werknemers bij platformbedrijven moet veel beter gereguleerd en gehandhaafd worden.
  5. Het stakingsrecht gaan we wettelijk regelen.
  6. Er komen maatregelen om de positie van vakbonden te versterken. Gele bonden worden bestreden – zij worden uitgesloten van cao-overleg. Onderdelen van cao’s kunnen alleen voor leden gaan gelden, teneinde free-rider gedrag tegen te gaan. In het burgerschapsonderwijs wordt aandacht gegeven aan het belang van vakbonden en van organisatie van werknemers. Er wordt niet getornd aan de algemeenverbindendverklaring van cao’s.

5. Regulering van de digitale sector

  1. De huidige kaders voor wetgeving en regulering lopen achter bij de alledaagse realiteit van algoritmische lock-ins, ongebreidelde verknopingen van datastromen, vervagende grenzen tussen de private infrastructuur en gebruikersvoorwaarden met een onduidelijke status. Zelfregulatie is evident onvoldoende gebleken. De privacy van burgers moet veel beter worden beschermd en het internet moet meer worden gereguleerd:
    • Het dwingend en niet transparant goedkeuren van delen van je data en surfgedrag op websites wordt verboden.
    • Overheden en publieke instellingen moeten zelf controle houden over hun databestanden.
    • Er komt wettelijk gegarandeerde zeggenschap en transparantie over de koppeling van databestanden in publieke sectoren.
    • Het medisch beroepsgeheim wordt niet aangetast.
    • We draaien het mogelijk maken van het verkopen van je data door je bank terug.
    • Burgers krijgen zeggenschap en controle over wat er met hun data gebeurt en er komen strenge wettelijke voorwaarden voor het omgaan met deze data.
    • Bij het gebruik van algoritmes en databestanden wordt transparantie wettelijk verplicht. Stigmatiserend gebruik van algoritmes, bijv. bij het bestrijden van fraude, wordt verboden. Algoritmes mogen niet leiden tot uitsluiting op de arbeidsmarkt of verzekeringen.
  2. We ondersteunen de ontwikkeling van een ‘publiek internet’, met waardengedreven publieke en non-profit platforms, waardoor informatie en communicatie, en daarmee datastromen, niet langer via commerciële platforms hoeft te gaan. Zo bevorderen we een divers en pluriform internet met verschillende typen spelers.
  3. Platformbedrijven moeten voor hun diensten voldoen aan dezelfde eisen als hun concurrenten: cao-naleving (Picnic), verbod op schijnzelfstandigheid (Deliveroo, Uber), beroepsvoorschriften (Uber) en belastingvoorschriften als btw en toeristenbelasting (AirBNB).
  4. We voeren naar Frans voorbeeld een aparte belasting in op digitale diensten (Digitaks).
  5. We voeren wetgeving in om monopolyposities (zoals Google bij zoekmachines en Facebook bij sociale media) te breken. Dat kan o.m. met interoperabiliteit, het verbieden van koppelingen (zoals die nu door de Europese Commissie is verboden tussen het besturingssysteem Windows en de zoekmachine Internet Explorer), en door te verbieden dat toegang tot platforms of data uniek is – zoals nu Facebook bepaalt welk aanbod van andere partijen is toegestaan. Dataportabiliteit maakt het gebruikers mogelijk een alternatief voor Facebook te kiezen zonder gegevens te verliezen en dus zonder virtuele vrienden te verliezen.
  6. We nemen maatregelen om jongeren beter te beschermen tegen potentieel beschadigende content en verslavend internetgedrag, en om burgers te misleiden met ‘fakenews’ – dat moet wel zeer transparant en controleerbaar gebeuren, onafhankelijk van de overheid – en bewuste manipulatie van de democratie.
FacebooktwitterredditpinterestlinkedinmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Migratie en ontwikkelingssamenwerking

  1. Het is beter als de EU vluchtelingen in hun regio asiel laat aanvragen voor opvang in de EU dan dat ze eerst via mensensmokkelaars in de EU belanden. Zo kunnen mensen bij EU-kantoren ter plekke geregistreerd en gescreend worden. Vluchtelingen die aan de criteria voldoen, kunnen dan legaal en veilig komen. Daar komt geen smokkelaar aan te pas. Zo worden de kampen in de regio ontlast. De verdeling van de vluchtelingen en de kosten die daarvoor gemaakt worden moeten eerlijk over de lidstaten worden verdeeld. Daarnaast moeten we de toelatingscriteria en procedures redelijker en humaner maken. De lijst van veilige landen moet onafhankelijk worden vastgesteld. Nu worden teveel landen als veilig gezien die dat niet blijken te zijn (bijv. Afghanistan). En de persoonlijke veiligheid moet ook met onafhankelijke procedure zeker zijn gesteld alvorens mensen naar landen van herkomst worden teruggestuurd – dat gaat nu geregeld mis. Procedures moeten niet moedwillig vertraagd worden om vluchtelingen en hun gezinsherenigers te ontmoedigen. Als je niet terug kan omdat je land van oorsprong je niet toelaat, moet je een aparte tijdelijke vergunning krijgen. Kinderen die hier geboren zijn of al 5 jaar hier wonen, moeten als regel met hun verzorgende ouder(s) een verblijfsvergunning krijgen. Met een snelle en goede re-integratie kunnen ook vluchtelingen veel helpen bij onze groeiende arbeidstekorten. We gaan – gereguleerd, zoals hierboven beschreven – veel meer vluchtelingen toelaten (denk aan tenminste ca. 20.000 per jaar). De vluchtelingen in de kampen in Europa (zoals in Griekenland en in Bosnië-Herzegovina) krijgen voorrang. We gaan de duur van verblijfsvergunningen niet beperken (Rutte III wil terug van 5 naar 3 jaar).
  2. Er komt een extra inzet voor statushouders (huisvesting waar ook werk is, gratis en publiek georganiseerd taalonderwijs, inburgering en beroepsmatige scholing, vooral voor tekortberoepen van goede kwaliteit, al te beginnen in de kleinschalig te organiseren asielopvang die zoveel mogelijk georganiseerd wordt in gemeenten waar zij later ook kunnen werken en wonen, met zoveel mogelijk betrokkenheid van andere burgers uit die gemeenten). Het inburgeringsonderwijs wordt ook opengesteld voor immigranten uit de EU en de deelname daarin is gratis en wordt aangemoedigd.
  3. Arbeidsmigranten komen omdat er werk is. Veel werk: poetsen, oogsten, ziekenzorg, etc. Werk is dé pull factor voor migranten. Maar arbeidsmigranten van buiten de EU aannemen mag bijna niet: stel je voor dat ze blijven! Dit is een denkfout. Een illegaal gaat niet uit zichzelf terug als hij eenmaal in Europa is: zo’n dodentocht maak je niet nog eens. Maar als hij een arbeidscontract heeft voor vier maanden, en het vooruitzicht dat hij volgend jaar wéér legaal vier of vijf maanden kan werken bij een Spaanse autofabriek of Hollandse boer, dan kan hij rustig een tijdje naar zijn land terug. Velen zullen dat doen. Migranten die geen legale manier hebben om naar Europa te komen, komen illegaal. We kunnen migratie niet stoppen. Wat we wel kunnen, is het organiseren. We zetten Europese arbeidsbureautjes neer in Afrika, kijken welk EU-land welke arbeidsmigranten nodig heeft, en laten mensen ter plekke op vacatures solliciteren. Wie pech heeft of niet gekwalificeerd is, kan het volgend jaar weer proberen. De EU moet tijdelijke arbeidsvergunningen afgeven en mensen voor tekortberoepen werven op bureaus in met name Afrika, met beperkte rechten op sociale zekerheid (wel zorg, geen bijstand of pensioen). Dit moet het liefst gekoppeld zijn aan opleidingsprogramma’s, deels on the job, en terugkeerprogramma’s en een soort Marshallplan voor Afrika. Dat maakt het ook mogelijk om met succes terug te keren naar je land van herkomst en daar een beter leven op te bouwen. Dan snijdt het mes aan vele kanten. Zo bepalen we zelf wie er komen, niet de smokkelaars. Veel politici doen alsof deze oplossing niet bestaat. Ze hitsen ons liever op met moskeeverboden, boerkaverboden en Zwarte Pieten nostalgie. Ze zeggen dat de tekorten in onze verzorgingsstaat ontstaan door migranten, in plaats van fout beleid van diezelfde politici. Zij misleiden daarmee de kiezer en maken onze maatschappij kapot door mensen tegen elkaar op te zetten. Migratie is te managen, het is een kwestie van politieke wil, humaniteit en rechtvaardigheid om dat te organiseren.
  4. We schaffen de zogenoemde extraterritoriale (‘expat’) regeling af. Het is niet te verdedigen dat buitenlandse werknemers fors (30% van hun inkomen is nu belastingvrij) minder belasting betalen dan Nederlandse. Als buitenlandse expertise schaars is, moeten werkgevers en uitzendbureaus die buitenlandse werknemers inhuren daar zelf voor betalen.
  5. We schaffen de beperkende maatregelen voor een meervoudige nationaliteit af.
  6. We verdubbelen het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Deze wordt niet meer afhankelijk van profijtelijkheid voor het Nederlandse bedrijfsleven. Vervuilende posten als kosten voor vluchtelingenopvang en voor defensietaken worden niet meer uit dit budget gefinancierd. We verhogen het budget voor klimaataanpassingen in arme landen, en het budget daarvoor is aanvullend op het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Ook komt er aanvullend budget voor de bestrijding van ziekten in ontwikkelingslanden, waaronder voor bestrijding van covid-19. We maken een eind aan handelsverdragen die de ontwikkeling van arme landen juist belemmeren, zoals importtarieven.

Gerard Bosman, januari 2021

FacebooktwitterredditpinterestlinkedinmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Veiligheid Linksom!

  1. De veiligheidssectorzit verstopt. De rechtsstaat en de toegang tot het recht komen steeds meer in het geding. De hele rechtsketen dreigt door tekorten verstopt te raken. De extra banen moeten deze tekorten opheffen. We verbeteren de veiligheid, de toegang tot het recht en de werking van de rechtsketen. We zorgen onder meer voor duizenden extra wijkagenten, extra rechercheurs, specialisten op bijv. bestrijding van cybercriminaliteit, meer rechtshulp en rechters, militairen, marechaussees, douaniers, maar ook voor conducteurs, toezichthouders, wijkconciërges, en inspecteurs van toezichthouders (denk aan de Belastingdienst, de Arbeidsinspectie, de Privacy-waakhond APG, de Voedsel- en Warenautoriteit, de Inspectie voor milieu en van landbouw, etc.). De uitgaven hiervoor maken onderdeel uit van de eerder genoemde intensivering voor de publieke sector van € 15 miljard structureel.
  2. Toezicht concentreren we in een versterkte bundeling van geheel onafhankelijke toezichthouders, conform het advies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Er moeten veel meer inspecties plaatsvinden en die moeten effectief en onafhankelijk zijn, en dus niet gebaseerd zijn of leunen op zelfregulatie. Misstanden als bij de Voedsel- en Warenautoriteit moeten stevig worden aangepakt.
  3. We verlagen de griffierechten en investeren in gratis rechtsbijstand en juridisch advies. De democratische rechtsstaat valt of staat met toegang tot het recht voor een ieder.
  4. En we verleggen de focus. Veel criminaliteit is nu drugsgerelateerd. In plaats van steeds meer inzet op repressie, dat aantoonbaar niet werkt, zetten we in op legalisering en regulering van drugs, en het behandelen en voorkomen van verslaving. Maar ook meer in het algemeen zetten we minder eenzijdig in op strafrecht, en meer op preventie en reclassering, met een aparte inzet op veelplegers, zeden- en levensdelicten, zware, georganiseerde criminaliteit, milieucriminaliteit en grootschalige fraude/witwassen, de zgn. witte boorden-criminaliteit.
  5. Daklozen, verslaafden, mensen zonder verblijfsvergunning, worden niet meer achtervolgd met boetes en opsluitingen, maar begeleid, gericht op oplossing van hun problemen.
  6. Kinderrechten worden weer hard gegarandeerd. We maken veel meer werk van strijd tegen discriminatie (incl. homofobie, islamofobie en antisemitisme), huishoudelijk geweld, besnijdenis van vrouwen, gedwongen huwelijken, kindhuwelijken, eerwraak, mensenhandel en seksuele intimidatie, waaronder intimidatie op straat. We geven ook prioriteit aan bestrijding van de dreiging tegen de rechtsstaat vanuit met name extreemrechtse en extreemreligieuze hoek.
  7. We investeren ook in de organisaties, scheidden justitie weer van de politie, en decentraliseren een deel van de aansturing van de nationale politie.
  8. We ontlasten de rechtspraak ook door veel procedures niet meer in eerste instantie door de rechter te laten afdoen, zoals bij echtscheiding en schuldhulpverlening.
  9. Inzet van politie voor openbare orde en veiligheid bij commerciële evenementen, waaronder commerciële sportevenementen, moet voortaan betaald worden. Vaak worden grote winsten en/of salarissen verdiend, en het gaat niet aan om de vaak problematische veiligheid daarbij af te wentelen op de belastingbetaler. Supportersgeweld gaan we veel strakker aanpakken, ook met veel hogere straffen. Gemaakte kosten, ook van inzet van politie en justitie, verhalen we op daders.
  10. Bij de versterking van defensie zorgen we vooral voor meer inzet op personeel, met een betere uitrusting, beloning en rechtspositie. De investeringen in defensie moeten worden verhoogd om aan de actuele bedreigingen en Europese ambities te voldoen. We streven naar veel meer Europese defensiesamenwerking en willen de afhankelijkheid van de VS verminderen. De 2% norm van de NAVO kan dan ondanks de extra ambitie worden verlaagd. De totale defensie-uitgaven moeten niet meer afhankelijk zijn van het nationaal inkomen, alleen de verdeling van die uitgaven over de lidstaten moet dat zijn. Het probleem ligt nu niet zozeer in de totale omvang van de defensie-uitgaven. Weliswaar voldoen nu alleen de VS, het VK, Turkije en Estland aan de 2% norm (de VS zelfs 4%), maar in absolute bedragen besteed de NAVO meer dan vier maal zoveel uit aan defensie als de Russische Federatie en twee maal zoveel als China. Wanneer echt alle NAVO-lidstaten 2% van hun bbp aan defensie zouden uitgeven, zouden we niet weten wat te doen met de enorme bedragen die dan beschikbaar komen – het zou volkomen absurd zijn. Het probleem zit hem veel meel in het teveel ontbreken van samenwerking, verschillende systemen, teveel doublures. Percentages zeggen niet zoveel: dat Estland meer dan 2% van zijn bbp uitgeeft aan defensie helpt de NAVO in absolute bedragen nauwelijks.
FacebooktwitterredditpinterestlinkedinmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Zorg Linksom!

  1. We gaan de publieke zorg net als onderwijs uit de belastingopbrengst betalen. Naast het vervallen van de zorgpremies (ZVW, WLZ) vervalt ook het eigen risico in de Zorgverzekeringswet (ZVW) en de eigen bijdragen in de Wet Langdurige Zorg (WLZ) en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en voor medicijnen. Het Centraal Administratie Kantoor (CAK), dat nu de eigen bijdragen in de WLZ en WMO int, kan daarmee worden opgeheven. Ook de zorgtoeslag kan hiermee vervallen.
  2. We verhogen de collectieve zorguitgaven met € 10 miljard structureel door:
    • meer en beter betaald personeel (ca. 5 miljard van de 15 miljard extra structurele uitgaven voor de publieke sector gaat naar de zorg),
    • het ophogen van de basiscapaciteit (met o.m. betere bereikbaarheid van spoedeisende zorg, meer intensive care reservecapaciteit) en van de GGD, met invoering van een centrale regie bij rampen en epidemieën,
    • minder snelle extramuralisering (meer tehuizen langer open houden en meer dagbesteding), en
    • het oplossen van kwalitatieve tekorten en realisering van gewenste verbeteringen (zoals nieuwe vormen van zorg in de wijk).
    • De wachtlijsten in de Jeugdzorg, en met name de problemen bij meervoudige, complexe problematiek schreeuwen om een oplossing. In de Jeugdzorg zorgen we daarnaast voor een structurele oplossing van de 18-plus overgangsproblematiek, door het mogelijk te maken deze zorg ook na meerderjarigheid te verlengen.
    • De wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) moeten ook snel weggewerkt worden. Het verkorten van de wachttijd voor mensen met autisme, persoonlijkheidsstoornissen, trauma’s en licht verstandelijke beperkingen krijgt prioriteit. Teneinde de stijging in de doorgeleiding naar gespecialiseerde GGZ tot staan te brengen is moeten we in de geestelijke gezondheidszorg alles richten op de zogeheten ‘vroegsignalering’ en op snelle interventie, het zo snel mogelijk zorgen voor zorg, aangepast werk en wonen voor mensen die psychisch kwetsbaar zijn.
    • Het basispakket van publiek bekostigde zorg wordt uitgebreid met mond/tandartszorg, fysiotherapie, anticonceptie en effectieve zorgpreventie.
    • Alle gesubsidieerde zorg wordt – binnen bovenstaande kaders – weer een recht, in plaats van een voorziening. Eigen kracht en zelfredzaamheid wordt een recht, geen plicht. Burgers die een beroep doen op langdurige zorg krijgen een wettelijk recht om zelf een plan op te stellen hoe die hulp eruit moet zien. Dit recht wordt actief bevorderd en gefaciliteerd, waarbij burgers het recht hebben om zich te laten bijstaan. Voor deze bijstand kan desgewenst een beroep worden gedaan op betaalde, onafhankelijke deskundigen. Het gebruik van een PGB blijft daarbij mogelijk en wordt niet, zoals nu te vaak gebeurt, ontmoedigt. We versimpelen de procedures rondom het PGB. De overheid moet zorgen voor passende ondersteuning en facilitering voor mantelzorg, met o.m. meer respijtzorg en zorgverlof.
    • Innovatie wordt bevorderd met een landelijk expertisecentrum, dat goede praktijken breder beschikbaar maakt en geld beschikbaar stelt voor innovatieve experimenten en onderzoek. Er is o.m. meer aandacht en geld nodig voor bestrijding van depressies, voor zeldzame vormen van kanker, voor onderzoek naar en begeleiding van dementerenden, etc.
  3. Ter financiering van de extra uitgaven voor de zorg komt er een pakket aan maatregelen, gericht op het bestrijden van de enorme verspilling, die het huidige zorgstelsel veroorzaakt. In de eerste plaats gaan we samenwerken bevorderen en zelfs verplichten, in plaats van dat zorgaanbieders elkaar concurreren:
    • Dat betekent ook een spreiding van zorgvoorzieningen die minder overlapt en efficiënt is.
    • De keuzevrijheid voor een zorgverlener blijft, maar dat betreft vooral de behandelaar (een andere arts of verpleger bijv.), niet primair de zorgorganisatie.
    • Tweedelijns zorg wordt regionaal aangeboden. En nationale concentratie van dure, zeer gespecialiseerde zorg (incl. ggz en jeugdzorg).
  4. Er komt zo een regionaal afgestemd aanbod van samenwerkende zorgaanbieders:
    • met dure specialisatie in hoogwaardige centra en een breed aanbod van basiszorg (incl. GGZ); waarin cure en care elkaar effectief en efficiënt aanvullen;
    • waarin ingezet wordt door tijdige interventie dure specialistische hulp te voorkomen; en waarin het langer thuis met zorg kunnen wonen (als recht, niet als plicht!) ook adequaat gefaciliteerd wordt.
    • We willen in de wijken komen tot basiszorgcentra met apotheken, huisartsen, spreekuren van specialisten, fysiotherapie, etc., en kleinschalige woonzorgvoorzieningen, met goede thuiszorg en wijkverpleging, en activiteitenbegeleiding.
    • De regelgeving moet aangepast worden om innovatieve initiatieven voor gedeconcentreerde zorg voor chronische aandoeningen door huisartsen met participatie van specialisten mogelijk te maken. Voor een adequate aanpak van chronische aandoeningen hebben we een gedeconcentreerde zorgvoorziening nodig die dicht bij de mensen staat en laagdrempelig toegankelijk is. Een aantal specialisten kunnen dan bijvoorbeeld op invitatie van de huisarts een dagdeel in de week tegelijkertijd aanwezig zijn om ingewikkelde patiënten multidisciplinair te zien.
    • Er moet voorts veel meer gebruik gemaakt worden van het vergunningenstelsel volgens de Wet op de bijzondere medische verrichtingen (WBMV) om tot een intelligente planning van dure voorzieningen voor complexe medische zorg binnen regio’s te komen.
    • Een groot probleem is nu ook de ICT-versnippering, waardoor artsen, apothekers en verpleegkundigen te vaak niet van elkaar weten wat ze doen. Hiertoe worden in de subsidievoorwaarden regels gesteld die voldoen aan de hoogste privacy-eisen, en er wordt onder strakke aansturing en voorwaarden innovatiegeld ter beschikking gesteld, die op termijn ook weer geld bespaart.
  5. Marktwerking frustreert samenwerking niet alleen omdat zorgverleners elkaars concurrenten zijn, maar ook omdat in een ‘markt’ samenwerking al gauw beschouwd wordt als kartelvorming – en dat is nu verboden. We schrappen de marktwerking in de zorg en maken daarmee de Autoriteit Consument en Markt (ACM) niet bevoegd in het stelsel van publiek bekostigde zorg.
  6. In de tweede plaats zorgen we voor een ander bekostigingssysteem waarbij het aantal verrichtingen veel minder een rol speelt en alleen medisch nuttige ingrepen en behandelingen worden vergoed. Volgens Gert Westert, hoogleraar kwaliteit van zorg aan het Radboud Universitair Medisch Centrum, kan er in ziekenhuizen zeker twintig procent worden bespaard als artsen anders worden betaald én elkaar veel meer aanspreken op hun manier van werken. Hij gaat er vanuit dat in de cure zo’n dertig procent van de zorg niet of nauwelijks te maken heeft met het medische nut ervan maar slechts voortkomt uit het aanbod. De Inspectie voor de Gezondheidszorg krijgt tot taak ook de effectiviteit van de zorgverlening te beoordelen. Deze kwaliteitsoordelen worden publiek gemaakt. Daarbij wordt o.m. gekeken naar het percentage hersteloperaties – de inspectie kan zorgaanbieders daarop aanspreken.
  7. Iedereen in de publiek bekostigde zorg komt in de derde plaats in loondienst, er mogen geen winstuitkeringen meer worden verstrekt. Specialisten komen verplicht in loondienst, bij huisartsen schaffen we de goodwill af. Huisartsen, apothekers, tandartsen, paramedici, ambulancediensten en andere zorgaanbieders die nu als ondernemer werken moeten ook in loondienst komen bij hun eigen onderneming, tegen een soort ‘gebruikelijk loon’, zonder aparte private vermogensopbouw. Activiteiten die zij verrichten in niet-publieke zorg, bijv. gefinancierd door zorgverzekeraars en/of patiënten zelf, moeten in een financieel gescheiden entiteit plaatsvinden.
  8. De toegang tot specialistische, paramedische en/of langdurige zorg krijgt in de vierde plaats een brede, maar strakkere poortwachter bij huisartsen (die daartoe lagere patiëntennormen en meer assistenten in hun bekostiging krijgen) en wijkverpleegkundigen. Indicaties vinden alleen plaats op basis van tenminste een persoonlijk gesprek met de patiënt door de huisarts of de wijkverpleegkundige. Diagnostisch onderzoek wordt gesubsidieerd. Spoedeisende hulp is alleen beschikbaar als het ook spoedeisend is.
  9. In de vijfde plaats: Hulpmiddelen kopen we zoveel mogelijk centraal in op indicatie van huisarts of (wijk)verpleegkundige. Er wordt daarbij ook gewerkt met centrale uitleenmagazijnen. Brillen en gehoorapparaten worden verstrekt door erkende opticiens en audiciens binnen bepaalde vergoedingsregels.
  10. De dure medicijnprijzen worden in de zesde plaats met een pakket van maatregelen substantieel verlaagd. we beperken de prijs- en patentmacht van de farmaceutische industrie. We volgen de voorstellen uit de initiatiefnota van GL, PvdA en SP hierover van eind 2017. Allereerst wordt daarin het volgende voorgesteld om onderzoek en ontwikkeling van medicijnen van het in de handel brengen daarvan te ontkoppelen:
    • Met de instelling van een onafhankelijk (niet aan de farmaceutische industrie gelieerd) Nationaal Fonds Geneesmiddelenonderzoek. In overleg met patiëntenorganisaties kan daarmee door overheid en wetenschap prioriteiten bepalen voor geneesmiddelenonderzoek;
    • Bij het overdragen van licenties moeten door de overheid voorwaarden worden gesteld aan de fabrikant die de toegankelijkheid – ook in prijs – garanderen;
    • Versterking van innovatieve modellen voor ontwikkeling van medicijnen, met een eerlijke prijs en rendement, zoals Fair Medicine;
    • De overheid moet daarnaast investeren in ontwikkelingstrajecten van medicijnen voor specifieke groepen patiënten, met afspraken over prijzen en over de beschikbaarheid van verkregen data;
    • De Autoriteit Consument en Markt moet meer bevoegdheden krijgen om misbruik van macht door de farmaceutische industrie aan te pakken, bijv. bij excessief hoge prijzen en rendementen. En die mogelijkheden ook beter gebruiken;
    • Agressieve en excessieve marketingtactieken van de farmaceutische industrie moet aan banden worden gelegd. Belangenverstrengeling tussen artsen, zorginstellingen, patiëntenorganisaties en fabrikanten wordt streng verboden en gehandhaafd. Niet met zelfregulering, zoals nu, maar door de overheid. Er moet geïnvesteerd worden in onafhankelijke patiëntenvoorlichting. Er komt een verbod op commerciële sponsering van patiëntenorganisaties – in plaats van deze sponsoring organiseert de overheid adequate subsidiëring. Artsen mogen alleen andere dan generieke medicijnen voorschrijven, indien zij dat – in verantwoording naar het zorgkantoor – medisch kunnen verantwoorden;
    • In plaats van het huidige transparantieregister over betalingen tussen de farmaceutische industrie, artsen en apothekers, dat nu door henzelf beheerd wordt, komt er een publiek beheerd register, dat voor iedere zorgverlener en iedere geneesmiddelenfabrikant verplicht wordt, goed gecontroleerd wordt en waarbij sancties volgen aan het onjuist invullen ervan;
    • We gaan de octrooiwetgeving aanpassen – deze beschermen nu teveel de winsten van fabrikanten op al ontwikkelde medicijnen, in plaats van dat ze de ontwikkeling van nieuwe medicijnen stimuleren. Patenten moeten voor een veel korte periode dan de huidige 20 jaar gelden, niet verlengd moeten worden bij slechts marginale wijzigingen, en aan strengere voorwaarden moeten voldoen. Hier zetten we ons internationaal voor in;
    • Op korte termijn kunnen en moeten we wel dwanglicenties inzetten. Door een dwanglicentie kan de overheid (of iemand die door overheid is aangewezen) gebruik maken van een octrooi voordat dit is afgelopen, zonder toestemming van de octrooihouder. Daarmee wordt het monopolie doorbroken en kunnen generieke middelen eerder toegang krijgen. Dit generieke middel dat via een dwanglicentie verkregen wordt, kan afkomstig zijn uit een ander land of in Nederland geproduceerd worden. En de octrooihouder ontvangt een redelijke vergoeding, volgens internationale richtlijnen. Dwanglicenties toepassen kan ook de prijsonderhandeling onder druk zetten omdat de positie van de overheid wordt versterkt.
  11. Fabrikanten van medicijnen besteden voorts het overgrote deel van hun onderzoeksbudget aan de doorontwikkeling van bestaande geneesmiddelen. Er wordt ingezet op de grootst mogelijk winst, in plaats van therapeutische meerwaarde. Verschillende toelatingsmaatregelen kunnen ervoor zorgen dat we dat weer omdraaien:
    • Er moeten meer voorwaarden gesteld worden aan medicijnen die worden toegelaten tot de markt. Data moeten beter worden geregistreerd en er moet gekeken worden naar de meerwaarde die een nieuw middel heeft ten opzichte van bestaande geneesmiddelen. Wanneer een fabrikant een nieuw middel op de markt brengt wordt dat middel toegelaten op basis van onderzoeksgegevens die de fabrikant zelf aanlevert. Toelating zou verbonden moeten zijn aan striktere voorwaarden voor registratie van data, zowel in de trial fases als daarna. Ook het effect van nieuwe geneesmiddelen moet veel strakker geregistreerd worden. Fabrikanten moeten verplicht worden onderzoek te doen naar biomarkers. Er is op dit moment geen vergoeding voor onderzoek naar diagnostische testen en analyse van patiënten materiaal. De ontwikkeling van voorspellende testen moet gestimuleerd worden. Vergoeding van deze testen is via reguliere bekostiging op dit moment lastig. Er moet een experimenteerartikel komen voor gepersonaliseerde medicijnen;
    • Door eigen bereidingen van apothekers wettelijk goed te regelen, ontstaat er een alternatief voor te dure geneesmiddelen;
    • Prijsonderhandelingen en de voorwaarden van vergoeding door de overheid van medicijnen moeten altijd – anders dan nu – openbaar zijn.
  12. De extreem hoge prijs van sommige geneesmiddelen zet de beschikbaarheid van geneesmiddelen onder druk. De prijzen moeten gewoon omlaag. Door wetten te veranderen en beter samen te werken kan dat ook. Er zijn verschillende mogelijkheden om dat voor elkaar krijgen:
    • De huidige manier waarop maximumprijzen voor geneesmiddelen worden vastgesteld is niet representatief. Door in Nederland het ‘Noorse model’ te hanteren, waarbij de maximumprijs gebaseerd wordt op het gemiddelde van de drie laagste prijzen van de tien landen waar mee vergeleken wordt, zal de maximumprijs lager uitvallen. Hierdoor kunnen de maximumprijzen van geneesmiddelen met honderden miljoenen naar beneden;
    • De vergoedingslimieten van het Geneesmiddelen Vergoedingen Systeem (GVS) zijn sinds 1998 niet meer opnieuw berekend. Omdat er nu veel meer generieke middelen met een aanzienlijk lagere prijs dan het origineel, beschikbaar zijn, kan een nieuwe berekening tot een flinke besparing leiden;
    • Als geneesmiddelen voor nieuwe, maar niet geregistreerde indicaties worden gebruikt zou een lagere prijs moeten gelden en of een beperking van de duur van het octrooi;
    • Door prijsonderhandelingen met een geheime uitkomst, die de minister voert met de industrie, is niet transparant hoeveel wordt betaald voor een geneesmiddel. Er kan tot lagere prijzen gekomen worden door andere aanbieders toe te laten en door meer informatie met elkaar te delen;
    • Samen sta je sterker. Dus als ziekenhuizen en landen meer mogelijkheden hebben om samen te werken, kunnen zij een beter blok vormen tegen de farmaceuten. Gezamenlijke inkoop, een grotere inkoopmacht, zorgt voor eerlijkere prijzen;
    • We hevelen dure geneesmiddelen over naar het ziekenhuisbudget. In het ziekenhuis is sprake van meer mogelijkheden voor monitoring van effecten van deze middelen en een doelmatigere inkoop omdat ziekenhuizen lagere prijzen kunnen bedingen. Daarnaast is een belangrijk voordeel van de overheveling van specialistische middelen dat de voorschrijvend specialist niet uitgelokt wordt om zijn voorschrijfbeleid te laten bepalen door een keuze voor middelen die niet onder het ziekenhuisbudget vallen, in plaats van het meest optimale middel te kiezen;
    • Ziekenhuizen moeten vergoeding van medicijnen ontvangen op basis van netto inkoopprijs en niet op basis van lijstprijs. Op dit moment kunnen ziekenhuizen winst maken op inkoop van dure geneesmiddelen. Sinds 2012 is er een wijziging van de beleidsregel dure geneesmiddelen, opgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Vanaf dat moment worden geneesmiddelen niet meer vergoed op basis van de netto inkoopprijs, maar op basis van de lijstprijs. Korting blijft dus onzichtbaar. Daarnaast vormt deze mogelijkheid een prikkel voor ziekenhuizen om dure middelen te kiezen, waarop immers winst gemaakt kan worden. Als zorgverzekeraars op basis van nacalculatie toch gaan vergoeden betekent dat een overschrijding van het budget of verdringing van andere zorg binnen het ziekenhuis. Zorgverzekeraars hebben niets gedaan aan doelmatigheid, zij hadden kunnen weten dat een aantal behandelingen onnodig zijn maar hebben gewoon betaald. Zelfs als een richtlijn van de beroepsgroep een bepaalde behandeling onzin vindt, wordt deze toch uitgevoerd én vergoed. De NZa ziet niet toe op doelmatige inkoop door zorgverzekeraar. Er zouden regionale (onafhankelijke) beoordelingscommissies moeten komen die bindend advies geven;
  13. Voorts moeten we het overmatig gebruik van medicijnen beperken:
    • We gaan artsen beter voorlichten. Artsen doen hun best, maar schrijven soms toch een duurder medicijn voor, terwijl er goedkopere varianten beschikbaar zijn met dezelfde werking.. Betere voorlichting, leidt tot beter voorschrijven.
    • Het voorschrijven van een medicijn is maatwerk. Soms kunnen doses naar beneden, of kan een patiënt zelfs helemaal stoppen met het nemen van een medicijn, terwijl de fabrikant de arts dwingt om toch hogere doses voor te blijven schrijven. Onafhankelijk onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van kortdurender gebruik van geneesmiddelen is nodig.
  14. Belangrijk is ook, in de zevende plaats, dat we gaan bezuinigen op de zorgbureaucratie. Medisch specialisten zijn 38% van hun werktijd kwijt aan administratieve handelingen en aiossen zelfs 46%. En het merendeel van die handelingen ervaren ze als onzinnig, aldus een enquête onder ruim 3000 specialisten en aiossen. De denktank Ontregel de Zorg berekende op een ‘schrapdag’ dat wijkverpleegkundigen zelfs bijna 50% van hun tijd kwijt zijn aan administratie. Eerder bleek uit een enquête van de FNV Zorg en Welzijn onder 13.000 zorgmedewerkers dat ze gemiddeld 40% van hun tijd kwijt zijn aan administratie. Hier is veel geld te besparen: 1 uur per week minder besteden aan administratie door verpleegkundigen levert per jaar al 114 miljoen euro op. We gaan de administratie beperken tot maximaal 20% van de tijd, voor alle ruim 1 miljoen zorgmedewerkers. De bureaucratische verantwoording wordt tot een minimum beperkt. Geen uitgebreide DBC’s en productcodes meer en geen minutenregistraties. Minimale protocollen en richtlijnen. Geen uitsplitsing van bevoegdheden van verplegers in de regelgeving. Institutioneel wantrouwen naar professionals in de zorg wordt vervangen door vertrouwen en hen een medeverantwoordelijkheid te geven in een efficiënt en doelmatig beheer. In de thuiszorg gaan we weer terug van taakgerichte zorg naar persoonsgerichte zorg in zelfsturende teams, zonder minutenzorg en afvinklijstjes, maar met meer tijd en aandacht voor een persoonlijke relatie met de cliënt. Resultaatsbekostiging (‘schoon huis’) wordt weer vervangen door indicatie van het benodigde aantal uren.
  15. Maar wat echt vermindering van verspilling in de zorgkosten zal brengen in de administratie is, in de achtste plaats, dat we de zorg niet meer via verzekeraars en gemeenten laten bekostigen. Alle publiek bekostigde zorg gaat via één wet bekostigd worden met regionale zorgkantoren en regionale zorgvisies binnen één landelijk zorgkader (ZVW, WLZ, WMO en Wet Jeugdzorg gaan hierin op). Zorg wordt niet meer ingekocht of aanbesteed, maar bekostigd in duurzame subsidierelaties (vergelijkbaar met het onderwijs, maar dan regionaal georganiseerd). Gemeenten en zorgverzekeraars spelen geen rol meer in de financiering en indicatie van de publiek bekostigde zorg. Door gemeenten niet meer te belasten met de zorg en met de bijstand, worden de gemeentelijke financiën en lasten ook veel beter beheersbaar en betaalbaar, en kunnen zij zich concentreren op hun andere taken (uitdagingen genoeg: schuldhulp, welzijn, betaalbaar wonen, verduurzaming, etc.). Zorgverzekeraars moeten zich beperken tot wat resteert voor aanvullende zorgverzekeringen. De transitie vindt op gelijke wijze plaats als bij de opheffing van de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisaties (PBO’s). Er is dus nadrukkelijk geen nationalisatie en dus ook geen schadeloosstelling aan de orde. Dit wordt, eventueel stapsgewijs, ingevoerd per 2025.
  16. Last but not least bij het verlagen van zorgkosten: We investeren veel meer in preventie. Dat verlaagt op termijn de zorgkosten. Dit gaan we doen:
    • We verhogen btw en accijnzen voor ongezonde producten en verlagen die op gezonde producten.
    • We verbieden ongezonde producten op scholen (incl. de schoolterreinen), sportvelden en -clubs (inclusief kantines) en zorginstellingen.
    • Roken wordt ook op terrassen en in de openbare ruimte verboden, en aparte rookkamers worden verboden.
    • Bewezen effectieve programma’s tegen verslavingen en voor een gezonde leefstijl worden ondergebracht in de publiek bekostigde zorg.
    • We stimuleren sporten, met meer sport, spel en beweging op school, en geven iedere jongere een gratis lidmaatschap van een sportclub.
    • We nemen wettelijke maatregelen voor een veel lager percentage van vet, suiker en zout in producten, in plaats van het veel te slappe akkoord dat daarover nu is afgesproken.
    • Kinderen die niet gevaccineerd zijn volgens het rijksvaccinatieprogramma worden niet toegelaten tot scholen en de kinderopvang.
    • We investeren meer in onderzoek naar preventie en genezing van ernstige ziekten en compenseren daarbij meer dan volledig het vervallen van fiscale subsidiëring van giften daarvoor.
    • De kost gaat hier voor de baat uit. Financiering geschiedt via het Brede Welvaartsfonds.

Gerard Bosman, januari 2021

FacebooktwitterredditpinterestlinkedinmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Onderwijs, kinderopvang en cultuur

  1. We starten een fors offensief tegen laaggeletterdheid met een structureel extra budget van 1 miljard euro:
    • We zorgen voor een publiek gefinancierd landelijk aanbod van basiseducatie voor laaggeletterden, gericht op basisvaardigheden op het terrein van in ieder geval taal, rekenen en digitale vaardigheden, waaronder het kunnen beoordelen van informatie op betrouwbaarheid.
    • Gemeenten moeten taakstellingen en geoormerkte middelen daarvoor krijgen.
    • Er komen speciale, gratis, laagdrempelige en aantrekkelijke scholen voor basiseducatie in alle gemeenten met een extra inzet op de wijken waar dit probleem het grootst is, met een open digitaal interactief ondersteuningskanaal en een landelijk kwaliteitskader.
    • Bij de opzet wordt samengewerkt met volwassenenonderwijs, bibliotheken en buurtwerk/wijkcentra, en met scholen in het PO en VO: scholen bemiddelen actief voor taalonderwijs voor ouders van hun leerlingen wanneer zij constateren dat die inzet nuttig kan zijn.
    • Er komen aparte diploma’s voor de verschillende taalniveaus met een bescheiden bonus/beloning bij het behalen daarvan.
    • Bibliotheken worden gratis en gepromoot met taal- en leescafés, quizzen, publieke dictees e.d. We investeren in moderne bibliotheken, met moderne media en digitale toegang, die nauw samenwerken met scholen en het taalonderwijs. Bibliotheken worden leesbevorderingscentra. Iedere wijk en ieder dorp moet een fysieke, goed toegankelijke bibliotheekvoorziening hebben. Jongeren tot 25 jaar en inkomens tot 130% van het sociaal minimum krijgen een gratis abonnement op een onafhankelijk dagblad (al dan niet digitaal) naar keuze.
  2. Met de extra € 5 miljoen structureel voor het onderwijs uit de € 15 miljard structurele intensivering voor de publieke sector financieren we een vermindering van de werkdruk in het onderwijs en realiseren meer aandacht per leerling:
    • We realiseren kleinere klassen (gemiddeld 23 leerlingen, in achterstandswijken gemiddeld 12 leerlingen) en een kleinere lestaak (max. 1/3 van de aanstelling).
    • Er komen ook meer onderwijsassistenten (per klas tenminste één), meer vakleerkrachten (bijv. voor bewegings- en voor cultuuronderwijs) en iedere school krijgt tenminste een schoolconciërge.
    • En er komt meer specialistische begeleiding in kader van passend onderwijs.
    • De beloningsverschillen tussen PO en VO worden opgeheven.
    • De beloningen worden goed concurrerend met de marktsector.
  3. In het onderwijsbeleid voeren we een radicaal op gelijke kansen gericht beleid – nu bevestigd en vergroot het onderwijs eerder de gelijkheid van kansen. Dat vraagt in de eerste plaats om uitstel van studiekeuze tot 15/16 jaar met een investerings- en innovatieplan en -budget voor meer niveaudifferentiatie en verschillende werkvormen. Er komt een structureel extra budget hiervoor van € 1 miljard euro voor PO en VO en een extra transitiefonds. Dat laatste wordt bekostigd uit het Brede Welvaartsfonds.
  4. Al in de vroegste jaren wordt nu ongelijkheid in kansen opgelopen. Het huidige voorschoolse onderwijs wordt steeds minder door kinderen van ouders met een laag inkomen/lage opleiding bezocht, ook door de oplopende kosten. We maken dit onderwijs daarom gratis, d.w.z. volledig collectief uit de belastingen gefinancierd, net zoals we dat met de kinderopvang gaan doen. De voorschoolse educatie moet – voor tenminste 16 uur per week – beschikbaar worden voor alle kinderen vanaf twee jaar.
  5. De eigen bijdragen voor de kinderopvang vervallen volledig en ze wordt in en met scholen georganiseerd en gefinancierd vanuit het Rijk, en geïntegreerd met de voorschool en het funderend onderwijs (PO + VO). De kinderopvang moet zonder tussenkomst van ondernemingen georganiseerd worden – iedereen in loondienst, geen commerciële of natuurlijke persoon als eigenaar, geen winstuitkering, geen winstmotief). De kinderopvangtoeslag kan dan vervallen (zie hiervoor bij de inkomsten- en loonbelasting). Dit wordt ingevoerd uiterlijk per 2025.
  6. In de bekostiging moet het meeste geld en de beste leraren en leermiddelen gaan naar de moeilijkste leerlingen/scholen met de grootste pedagogische uitdagingen, in plaats van de huidige rendementsbekostiging en het huidige onderwijsachterstandenbeleid. In plaats van premies op zo snel mogelijk doorstromen willen we een premie op het bieden van kansen. Bij scholen met een extra pedagogische uitdaging ontvangt men een toeslag en een kleinere lestaak, zodat er meer individuele begeleiding gegeven kan worden. De bekostiging moet recht gaan doen aan de inspanningen van een school om leerlingen te stimuleren en te begeleiden om hun talenten optimaal te ontplooien, en dit moet niet zoals nu juist risico’s voor een school opleveren. Concurrentie tussen scholen wordt zoveel mogelijk vervangen door samenwerking.
  7. De verschillen in kwaliteit tussen scholen moeten veel minder groot worden. Zwakke scholen moeten eerder onder toezicht worden geplaatst. Kinderen zijn anders de dupe. Zo nodig wordt extra budget ter beschikking gesteld om de situatie te verbeteren.
  8. De taal- en rekenvaardigheid, maar ook de kennis in andere vakken in het basis, voortgezet en beroepsonderwijs moet substantieel omhoog. Teveel leerlingen ontberen nu basale, noodzakelijke kennis en vaardigheden. We stellen hiervoor structureel 1 miljard euro ter beschikking.
  9. In het publiek bekostigde basis en voortgezet onderwijs komt er op iedere school een toelatingsrecht. Scholen mogen leerlingen niet meer afwijzen, ook niet vanwege de religieuze identiteit van de school. Bij capaciteitsproblemen kan er tijdelijk een stop worden toegestaan, maar de school moet dat met extra publieke middelen zo snel mogelijk oplossen.
  10. Mbo-instellingen met veel leerlingen uit achterstandsituaties krijgen gericht extra overheidsgeld om deze leerlingen naar het diploma te tillen dat voor hen haalbaar is.
  11. Stapelen van diploma’s is een belangrijk principe voor sociale mobiliteit. Jongeren krijgen een doorstroomrecht: een diploma geeft zonder extra voorwaarden recht op vervolgonderwijs. De aansluiting wordt verbeterd, extra toegangseisen vervallen en er komen goede schakelprogramma’s. Er komt extra geld voor extra begeleiding, bijlessen en coaching van studenten die doorstromen van mbo naar hbo, in het laatste jaar mbo en het eerste jaar hbo, en voor meer professionele studieloopbaanoriëntatie en -begeleiding.
  12. We verlengen de leerplicht voor jongeren die nog geen startkwalificatie hebben.
  13. We gaan het passend onderwijs beter afdwingen en faciliteren:
    • Leerplichtambtenaren krijgen doorzettingsmacht om kinderen met een beperking op scholen te plaatsen.
    • Er komt landelijk één wettelijke definitie van basiszorg dat de minimumondersteuning omschrijft die iedere school moet bieden. Scholen mogen dan niet langer leerlingen weigeren omdat ze niet in staat zouden zijn passend onderwijs te leveren. We brengen de bekostiging daartoe ook op orde.
    • Erkend moet worden dat voor sommige leerlingen speciaal onderwijs een beter alternatief blijft. Daartoe blijven een aantal van deze scholen in regionaal verband in stand.
    • Leerlingen met een (meervoudige) beperking die geen regulier onderwijs kunnen volgen, kunnen kosteloos onderwijs volgen of naar de dagbesteding.
    • Voor het onderwijsdeel en de onderwijsondersteuning wordt geen eigen bijdrage gevraagd.
    • Leerlingen die meer begeleiding nodig hebben, krijgen die ook, publiek bekostigd.
    • De medicalisering van leerproblemen moet worden teruggedrongen.
  14. We maken het mbo voor iedereen gratis (huidige lesgeld wordt afgeschaft) per 2022 en dat financieren we tenminste deels door een verhoging van het collegegeld (dat door de vergoeding en de financiering daarvan met de ouderheffing, zie hierna, vooral ten laste komt van de ouders met hogere inkomens, boven 2 maal modaal, en studenten van buiten de EU).
  15. We vervangen de huidige rentedragende studieleningen door invoering van een gelijke studiebeurs voor iedereen, ongeacht het ouderlijk inkomen:
    • Ouders van studerende kinderen in het hoger onderwijs krijgen een extra heffing in de inkomstenbelasting om de huidige veronderstelde ouderbijdrage te vervangen.
    • De beurs wordt genormeerd op 70% van het (te verhogen) sociaal minimum, plus een OV-studentenkaart en een volledige vergoeding van het collegegeld. Dit laatste wordt eveneens tenminste deels vergoed uit de ouderheffing.
    • Dit nieuwe stelsel voeren we uiterlijk 2026 in, waarbij vooruitlopend daarop per uiterlijk 2023 de basisbeurs de rentedragende lening gaat vervangen, de aanvullende beurs wordt verhoogd en breder – ook voor studenten met ouders met middeninkomens – beschikbaar.
    • De ‘leengeneratie’, die getroffen werd door de vervanging van de basisbeurs door de studielening, ontvangt een gedeeltelijke kwijtschelding van hun studieschulden.
  16. We verdubbelen het cultuurbudget. De sector krijgt extra steun op maat nu er in covid-19 crisis gedwongen sluiting is. Er komt een garantie dat cultuurinstellingen en gezelschappen nu niet daardoor omvallen.

Gerard Bosman, januari 2021

FacebooktwitterredditpinterestlinkedinmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Links verduurzamen

  1. Moeilijke keuzes moeten niet worden uitgesteld – die tijd hebben we niet meer:
    • de kolencentrales moeten direct dicht,
    • de intensieve veeteelt moet binnen 10 jaar gehalveerd worden en in 30 jaar geheel worden afgebouwd (ook van belang voor het voorkomen van nieuwe zoönoses, zoals het covid-19 virus),
    • de luchtvaart moet zolang daar zoals nu geen duurzame vorm voor bestaat, krimpen (Schiphol terug naar max. 400.000 vluchtbewegingen, 10% minder op andere luchthavens, in komende kabinetsperiode, Lelystad gaat definitief niet open, duurdere prijzen, verbod op vluchten <750km), en duurzame alternatieven moeten we faciliteren en organiseren.
    • We maken per direct een einde aan alle subsidies voor fossiele energie – in de vorm van exportkredietverzekeringen en vrijstellingen voor energiebelasting (glastuinbouw) en van belasting op kerosine (luchtvaart), en subsidies aan niet-duurzame vormen van biomassa. Subsidies worden zoveel mogelijk vervangen door beprijzing, waarbij schoon en duurzaam goedkoper worden. Op dit moment bedragen de subsidies aan fossiele energie aan grootverbruikers 17,5 miljard euro per jaar![i]
    • De industrie wordt niet langer uitgezonderd van de wettelijke plicht voor bedrijven alle broeikasgasuitstoot te verminderen als er maatregelen daarvoor mogelijk zijn die zich binnen vijf jaar laten terugverdienen, en we gaan dat strikt handhaven.
    • De transitiekosten voor de energietransitie, incl. investeringen in nieuw elektriciteitsnetwerk en  -opslag, en in productie en distributie van groene waterstof, maken deel uit van het Brede Welvaartsfonds dat we met 60 miljard euro vullen.
  2. Er komt een nationaal fonds om mensen naar nieuw werk te begeleiden en werk en inkomen te garanderen, voor hen die werk verliezen door de energietransitie.
  3. De overheid moet levens en gezondheid van haar burgers te beschermen en tevens zich te houden aan Europese wetgeving waaraan ze zich heeft gecommitteerd. Burgers kunnen dat in het vervolg bij de rechter gaan afdwingen.
  4. We dwingen drastische vermindering van gebruik antibiotica in veeteelt af, verbieden en belasten gebruik van schadelijke pesticiden, bevorderen biologische bestrijdingsmiddelen en voorkomen patenteren en in eigendom nemen van natuur door bedrijven.
  5. De normen voor de luchtkwaliteit, zoals voor geur (ammoniak), de hoeveelheid en samenstelling van (ultra-)fijnstof en fijnstof van bio-industrie, stikstofoxiden en roet, worden aangescherpt tot tenminste het niveau dat is vastgelegd door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).
  6. Normen op het gebied van geluid, trillingen, stank, en andere overlastgevers worden altijd vastgesteld op basis van de beste (en meest recente) wetenschappelijke inzichten en strikter gehandhaafd. Gemeenten hebben een belangrijke de taak bij de handhaving en geven inwoners inzicht in de controle. Bedrijven die installaties vervangen krijgen geen nieuwe vergunning als zij niet de best beschikbare, duurzame technieken toepassen.
  7. Het stikstofarrest van de Raad van State wordt strikt uitgevoerd – niet door ontwijktrucs. De Nederlandse stikstofuitstoot moet met meer dan 50% omlaag om de natuur drastisch te ontzien.
  8. Met betrekking tot de uitstoot van PFAS-stoffen worden bronmaatregelen genomen die voorkomen dat ze nog gemaakt worden, in plaats van dat de normen versoepeld worden. De uitstoot wordt streng verboden en gehandhaafd, ook wat betreft de afvalstromen. Er komen onafhankelijke veilige normen voor de concentratie in bodem (ten behoeve van bodemsanering) en water (voor toepassing als drinkwater). De toepassing van het kankerverwekkende chroom-6 wordt eveneens direct verboden. Bij bouwen of bij ander gebruik van de grond krijgt de veiligheid en kwaliteit van het drinkwater de hoogste prioriteit. Voorraden voor de toekomst worden beschermd tegen bedreiging en vervuiling, zoals het lozen van afvalwater en de winning van zout of gas. De normen voor lozen van voor de gezondheid schadelijke stoffen door bedrijven in bodem, water en atmosfeer moeten veel strikter worden gehandhaafd en veel zwaarder, ook strafrechtelijk, worden vervolgd.
  9. In plaats van kolencentrales investeren we in wind, zon, geothermie en andere niet-fossiele bronnen. Ook aardgas beëindigen we – direct qua Nederlandse winning. We investeren in netwerken, die publiek beheerd blijven of worden (zoals de warmtenetten). We investeren ook in groene waterstof als duurzame vorm van energieopslag. Deze investeringen maken deel uit van het eerder genoemde Brede Welvaartsfonds. Restwarmte-uitstoot wordt belast opdat het rendabel wordt deze te benutten.
  10. We willen in 2050 niet alleen een fossielvrije energievoorziening, maar een volledig circulaire economie: een kringloopeconomie waarin geen eindige grondstoffen worden uitgeput en waarin reststoffen (afval) volledig opnieuw worden ingezet in het systeem. Met een zuiniger gebruik van eindige grondstoffen, en met een productieconcept waarin hergebruik, reparatie en recycling uitgangspunt is, en waarin ook energie teruggewonnen wordt uit materialen en afval(verwerking). Een donut-economie, waarin de groei begrensd is door lijnen van ecologische duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid. En waarin groei niet meer alleen gemeten wordt in welvaart, maar ook in welzijn, geluk, ecologie en gezondheid. Met ook nieuwe verdienmodellen, waarin je betaalt voor gebruik in plaats van voor bezit, en waarbij producten eigenaar blijven van het product. Voor iedere sector van onze economie komen er wettelijke doelstellingen, instrumenten en financiering, op weg naar een volledig circulaire economie in 2050. We streven daarbij naar een breed maatschappelijk akkoord met sociale partners, overheden en de milieubeweging. We realiseren voor 2050 100% hergebruik van grondstoffen en afval. Hiertoe wordt naar analogie van de Klimaatwet een Afvalwet ingevoerd, met afgesproken meetbare en voor de burger afdwingbare termijndoelen. De transitiekosten maken deel uit van het eerder genoemde Brede Welvaartsfonds. Onderdeel van deze aanpak is:
    • We voeren de verpakkingsbelasting opnieuw in en verdubbelen de opbrengst;
    • Statiegeldregelingen voor alle plastic en blik verpakkingen worden verplicht gesteld;
    • Alle verpakkingen worden uiterlijk 2030 verplicht biologisch afbreekbaar, zoals bioplastics.
  11. In de landbouw moet er een nieuw verdienmodel komen:
    • Niet meer door concurrentie op zo laag mogelijke kostprijs, maar met eerlijke prijzen, garanties voor eerlijke concurrentie door gelijke eisen te stellen aan importproducten en het breken van de inkoopmacht van o.m. supermarkten en de tussenhandel en de marktmacht van voedselverwerkers.
    • We willen meer, kleine boeren en minder dieren met meer dierenwelzijn, geen monocultuur en meer natuurlijk leven.
    • Uitstoot van broeikasgassen, stikstof en fijnstof moet zoveel mogelijk worden teruggedrongen.
    • We stellen strenge duurzaamheidskwaliteitseisen en willen grondgebonden productie, met zoveel mogelijk lokale productie- en consumptieketens.
    • We bevorderen regionale afzetcoöperaties.
    • Export van landbouwproductie vervangen we zoveel mogelijk door export van landbouwexpertise.
    • De veestapel moet in 2030 met de helft gekrompen zijn en in 2050 is er geen intensieve veeteelt meer in ons land.
    • Natuurinclusieve landbouw moet in 2050 volledig gerealiseerd zijn met meetbare en voor burgers afdwingbare tussendoelen in 2030.
    • We sluiten daartoe een Plattelandsakkoord, in de geest van het Klimaatakkoord, met betrokkenheid van boeren, burgers en overheden op het platteland, van banken en van natuur- en milieuorganisaties.
    • De transitiekosten maken deel uit van het eerder genoemde Brede Welvaartsfonds.
  12. We investeren tot 2030 20 miljard extra in (betaalbaar, snel, toegankelijk) OV, fietsvoorzieningen, en elektrisch particulier vervoer. Het OV moet qua prijs voordeliger worden dan privaat vervoer. Dat doen we door de OV-prijzen te verlagen en die van privaat vervoer (auto, vliegtuig) zwaarder te belasten – het laatste ook gedifferentieerd naar tijd en plaats, om overlast en verstopping (met weer meer uitstoot) te beperken. Het verlies aan inkomsten van het OV door de corona-crisis compenseren we volledig, opdat de nu geplande bezuinigingen kunnen vervallen. Deze investeringen maken deel uit van het eerder genoemde Brede Welvaartsfonds.
  13. Duurzaam links impliceert dat we de veranderingen eerlijk en sociaal uitvoeren. De sterkste schouders en de grootste vervuilers krijgen de zwaarste lasten:
    • Er komt een substantiële (€ 50 per ton CO₂-uitstoot met 5% jaarlijkse verhoging) CO₂-belasting voor alle bedrijven, inclusief energiebedrijven, landbouw, en bijv. datacenters, die niet verrekend mag worden met de bestaande ETS-heffing.
    • De CO₂-belasting en de bestaande ETS-heffing gaan ook gelden voor andere broeikasgassen, dus ook bijv. voor methaan.
    • We gaan ook de uitstoot van stikstof en fijnstof belasten.
  14. We voeren een apart laag btw-tarief in voor producten die voldoen aan eisen van ecologische duurzaamheid (circulair gebruik van grond- en afvalstoffen, geen fossiele energie, bescherming van biodiversiteit, dierenwelzijn en gezondheid mensen, geen vervuiling) en van sociale rechtvaardigheid (geen kinderarbeid, eerlijke beloning en arbeidsvoorwaarden, bescherming arbeidsomstandigheden en positie werknemers, eerlijk belasting betalen) met behulp van een nieuw keurmerk voor Duurzaam en Eerlijk Ondernemen. Ook gezonde producten (geen of weinig suiker en vet bv.) worden onder het lage btw-tarief geplaatst. Duurzame apparaten, diensten en producten komen zo onder het laagste btw-tarief, zoals biologische producten en ander duurzaam geproduceerd voedsel, openbaar vervoer, reparatiediensten, het circulair ophalen en verwerken van afval, etc. Vervuilend gedrag moet juist zwaarder belast worden, zoals vleesconsumptie, producten van intensieve landbouw en visserij, e.d. Er komt een verbod op stunten met vleesprijzen. Al het vlees dat in Nederland verkocht wordt, beschikt als eerste stap over tenminste twee sterren van het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming.
  15. De energiebelasting gaat omlaag voor normale huishoudens – nu betalen zij gemiddeld 30 x zoveel als de meest vervuilende bedrijven, dat moet worden omgekeerd:
    • Een progressieve energiebelasting naar schaal van energieconsumptie en tarieven gebaseerd op uitstoot CO₂, zodat duurzame elektriciteit niet belast wordt, met kolen opgewekte elektriciteit extra zwaar belast wordt en met aardgas opgewekte elektriciteit even zwaar belast wordt als direct gebruik van aardgas. Vervuilers en fossiel grootverbruikers veel zwaarder belasten, huishoudens lager belasten.
    • Lage inkomens krijgen een hogere belastingvrije voet voor de energiebelasting.
    • Huidige vrijstellingen, juist vaak van de grootste vervuilers (zoals de luchtvaart) worden afgeschaft.
  16. De opslag duurzame energie (ODE) in de energiebelasting wordt afgeschaft. De subsidies voor verduurzaming worden anders gefinancierd, o.m. uit een hogere energiebelasting op vervuilende productie. Subsidies voor verduurzaming energieverbruik (SDE+) komen in het vervolg vooral ten goede aan de lage en middeninkomens. En ze mogen niet gebruikt worden voor CO₂-opslag (CCS) of niet-duurzame biomassa. Bedrijven moeten daarin zelf investeren.
  17. De milieu-investeringsaftrek wordt geschrapt. Hiervoor in de plaats komt het innovatie- en werkgelegenheidsfonds zoals onze TK-fractie dat heeft voorgesteld.
  18. We stellen tenminste 1 miljard euro beschikbaar voor isolatie en ventilatie van publieke gebouwen (zoals scholen, zorginstellingen, bibliotheken, sportclubgebouwen, etc.). Dit geld komt uit het Brede Welvaartsfonds.
  19. Er komen bindende afspraken met corporaties en commerciële verhuurders voor het energieneutraal maken van 250.000 woningen per jaar. Er komt een verbod op het verhuren van woningen met de slechtste energielabels (vooral in bezit bij particuliere verhuurders), voorafgegaan door een verbod op huurverhoging van deze woningen. Dit verbod wordt stapsgewijs aangescherpt.
  20. Gemeenten kunnen met hulp van het Rijk duurzaamheidsfondsen oprichten die koopwoningen verbeteren, en in ruil daarvoor een aandeel nemen in de woning. De eigenaar kan ervoor kiezen de investeringen terug te betalen en weer volledig eigenaar te worden, of de woning deels eigendom te laten blijven van het fonds. In ruil voor de gratis woningverbetering wordt deze woning onderdeel van een gereguleerd en sociaal koopsegment.
  21. Sociale huurwoningen gaan niet van het gas af voor, of op zijn vroegst tegelijk met, dat ze goed geïsoleerd en geventileerd zijn. Bij de omzetting moeten huishoudens 1000 euro ontvangen om de kosten van vervanging van kookstel, fornuis en pannen te financieren. De financiering hiervan geschiedt uit het Brede Welvaartsfonds. Zonder de onder wonen genoemde garantie voor niet stijgende woonlasten kan de sociale huursector niet de startmotor zijn van de verduurzaming van de bebouwde omgeving. We passen de Warmtewet aan opdat warmtenetten publiek worden, de koppeling aan de gasprijs moet worden geschrapt, de bescherming van consumenten wordt versterkt (de prijs moet transparant zijn en bewezen lager dan gasprijs, en alle storingen moeten worden vergoed) en bevorderen energiecollectieven voor de levering van warmte.
  22. We gaan de slachtoffers van de aardgaswinning snel en onafhankelijk compenseren en dat zoveel mogelijk verhalen op de NAM. Groningen (en delen van Drenthe) krijgen een apart fonds van 10 miljard euro voor herstel en investeringen.

Gerard Bosman, januari 2021


[i] Zie: https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/subsidie-voor-fossiele-brandstoffen-ongekend-groot

FacebooktwitterredditpinterestlinkedinmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedinmail