Onderwijs, kinderopvang en cultuur

  1. We starten een fors offensief tegen laaggeletterdheid met een structureel extra budget van 1 miljard euro:
    • We zorgen voor een publiek gefinancierd landelijk aanbod van basiseducatie voor laaggeletterden, gericht op basisvaardigheden op het terrein van in ieder geval taal, rekenen en digitale vaardigheden, waaronder het kunnen beoordelen van informatie op betrouwbaarheid.
    • Gemeenten moeten taakstellingen en geoormerkte middelen daarvoor krijgen.
    • Er komen speciale, gratis, laagdrempelige en aantrekkelijke scholen voor basiseducatie in alle gemeenten met een extra inzet op de wijken waar dit probleem het grootst is, met een open digitaal interactief ondersteuningskanaal en een landelijk kwaliteitskader.
    • Bij de opzet wordt samengewerkt met volwassenenonderwijs, bibliotheken en buurtwerk/wijkcentra, en met scholen in het PO en VO: scholen bemiddelen actief voor taalonderwijs voor ouders van hun leerlingen wanneer zij constateren dat die inzet nuttig kan zijn.
    • Er komen aparte diploma’s voor de verschillende taalniveaus met een bescheiden bonus/beloning bij het behalen daarvan.
    • Bibliotheken worden gratis en gepromoot met taal- en leescafés, quizzen, publieke dictees e.d. We investeren in moderne bibliotheken, met moderne media en digitale toegang, die nauw samenwerken met scholen en het taalonderwijs. Bibliotheken worden leesbevorderingscentra. Iedere wijk en ieder dorp moet een fysieke, goed toegankelijke bibliotheekvoorziening hebben. Jongeren tot 25 jaar en inkomens tot 130% van het sociaal minimum krijgen een gratis abonnement op een onafhankelijk dagblad (al dan niet digitaal) naar keuze.
  2. Met de extra € 5 miljoen structureel voor het onderwijs uit de € 15 miljard structurele intensivering voor de publieke sector financieren we een vermindering van de werkdruk in het onderwijs en realiseren meer aandacht per leerling:
    • We realiseren kleinere klassen (gemiddeld 23 leerlingen, in achterstandswijken gemiddeld 12 leerlingen) en een kleinere lestaak (max. 1/3 van de aanstelling).
    • Er komen ook meer onderwijsassistenten (per klas tenminste één), meer vakleerkrachten (bijv. voor bewegings- en voor cultuuronderwijs) en iedere school krijgt tenminste een schoolconciërge.
    • En er komt meer specialistische begeleiding in kader van passend onderwijs.
    • De beloningsverschillen tussen PO en VO worden opgeheven.
    • De beloningen worden goed concurrerend met de marktsector.
  3. In het onderwijsbeleid voeren we een radicaal op gelijke kansen gericht beleid – nu bevestigd en vergroot het onderwijs eerder de gelijkheid van kansen. Dat vraagt in de eerste plaats om uitstel van studiekeuze tot 15/16 jaar met een investerings- en innovatieplan en -budget voor meer niveaudifferentiatie en verschillende werkvormen. Er komt een structureel extra budget hiervoor van € 1 miljard euro voor PO en VO en een extra transitiefonds. Dat laatste wordt bekostigd uit het Brede Welvaartsfonds.
  4. Al in de vroegste jaren wordt nu ongelijkheid in kansen opgelopen. Het huidige voorschoolse onderwijs wordt steeds minder door kinderen van ouders met een laag inkomen/lage opleiding bezocht, ook door de oplopende kosten. We maken dit onderwijs daarom gratis, d.w.z. volledig collectief uit de belastingen gefinancierd, net zoals we dat met de kinderopvang gaan doen. De voorschoolse educatie moet – voor tenminste 16 uur per week – beschikbaar worden voor alle kinderen vanaf twee jaar.
  5. De eigen bijdragen voor de kinderopvang vervallen volledig en ze wordt in en met scholen georganiseerd en gefinancierd vanuit het Rijk, en geïntegreerd met de voorschool en het funderend onderwijs (PO + VO). De kinderopvang moet zonder tussenkomst van ondernemingen georganiseerd worden – iedereen in loondienst, geen commerciële of natuurlijke persoon als eigenaar, geen winstuitkering, geen winstmotief). De kinderopvangtoeslag kan dan vervallen (zie hiervoor bij de inkomsten- en loonbelasting). Dit wordt ingevoerd uiterlijk per 2025.
  6. In de bekostiging moet het meeste geld en de beste leraren en leermiddelen gaan naar de moeilijkste leerlingen/scholen met de grootste pedagogische uitdagingen, in plaats van de huidige rendementsbekostiging en het huidige onderwijsachterstandenbeleid. In plaats van premies op zo snel mogelijk doorstromen willen we een premie op het bieden van kansen. Bij scholen met een extra pedagogische uitdaging ontvangt men een toeslag en een kleinere lestaak, zodat er meer individuele begeleiding gegeven kan worden. De bekostiging moet recht gaan doen aan de inspanningen van een school om leerlingen te stimuleren en te begeleiden om hun talenten optimaal te ontplooien, en dit moet niet zoals nu juist risico’s voor een school opleveren. Concurrentie tussen scholen wordt zoveel mogelijk vervangen door samenwerking.
  7. De verschillen in kwaliteit tussen scholen moeten veel minder groot worden. Zwakke scholen moeten eerder onder toezicht worden geplaatst. Kinderen zijn anders de dupe. Zo nodig wordt extra budget ter beschikking gesteld om de situatie te verbeteren.
  8. De taal- en rekenvaardigheid, maar ook de kennis in andere vakken in het basis, voortgezet en beroepsonderwijs moet substantieel omhoog. Teveel leerlingen ontberen nu basale, noodzakelijke kennis en vaardigheden. We stellen hiervoor structureel 1 miljard euro ter beschikking.
  9. In het publiek bekostigde basis en voortgezet onderwijs komt er op iedere school een toelatingsrecht. Scholen mogen leerlingen niet meer afwijzen, ook niet vanwege de religieuze identiteit van de school. Bij capaciteitsproblemen kan er tijdelijk een stop worden toegestaan, maar de school moet dat met extra publieke middelen zo snel mogelijk oplossen.
  10. Mbo-instellingen met veel leerlingen uit achterstandsituaties krijgen gericht extra overheidsgeld om deze leerlingen naar het diploma te tillen dat voor hen haalbaar is.
  11. Stapelen van diploma’s is een belangrijk principe voor sociale mobiliteit. Jongeren krijgen een doorstroomrecht: een diploma geeft zonder extra voorwaarden recht op vervolgonderwijs. De aansluiting wordt verbeterd, extra toegangseisen vervallen en er komen goede schakelprogramma’s. Er komt extra geld voor extra begeleiding, bijlessen en coaching van studenten die doorstromen van mbo naar hbo, in het laatste jaar mbo en het eerste jaar hbo, en voor meer professionele studieloopbaanoriëntatie en -begeleiding.
  12. We verlengen de leerplicht voor jongeren die nog geen startkwalificatie hebben.
  13. We gaan het passend onderwijs beter afdwingen en faciliteren:
    • Leerplichtambtenaren krijgen doorzettingsmacht om kinderen met een beperking op scholen te plaatsen.
    • Er komt landelijk één wettelijke definitie van basiszorg dat de minimumondersteuning omschrijft die iedere school moet bieden. Scholen mogen dan niet langer leerlingen weigeren omdat ze niet in staat zouden zijn passend onderwijs te leveren. We brengen de bekostiging daartoe ook op orde.
    • Erkend moet worden dat voor sommige leerlingen speciaal onderwijs een beter alternatief blijft. Daartoe blijven een aantal van deze scholen in regionaal verband in stand.
    • Leerlingen met een (meervoudige) beperking die geen regulier onderwijs kunnen volgen, kunnen kosteloos onderwijs volgen of naar de dagbesteding.
    • Voor het onderwijsdeel en de onderwijsondersteuning wordt geen eigen bijdrage gevraagd.
    • Leerlingen die meer begeleiding nodig hebben, krijgen die ook, publiek bekostigd.
    • De medicalisering van leerproblemen moet worden teruggedrongen.
  14. We maken het mbo voor iedereen gratis (huidige lesgeld wordt afgeschaft) per 2022 en dat financieren we tenminste deels door een verhoging van het collegegeld (dat door de vergoeding en de financiering daarvan met de ouderheffing, zie hierna, vooral ten laste komt van de ouders met hogere inkomens, boven 2 maal modaal, en studenten van buiten de EU).
  15. We vervangen de huidige rentedragende studieleningen door invoering van een gelijke studiebeurs voor iedereen, ongeacht het ouderlijk inkomen:
    • Ouders van studerende kinderen in het hoger onderwijs krijgen een extra heffing in de inkomstenbelasting om de huidige veronderstelde ouderbijdrage te vervangen.
    • De beurs wordt genormeerd op 70% van het (te verhogen) sociaal minimum, plus een OV-studentenkaart en een volledige vergoeding van het collegegeld. Dit laatste wordt eveneens tenminste deels vergoed uit de ouderheffing.
    • Dit nieuwe stelsel voeren we uiterlijk 2026 in, waarbij vooruitlopend daarop per uiterlijk 2023 de basisbeurs de rentedragende lening gaat vervangen, de aanvullende beurs wordt verhoogd en breder – ook voor studenten met ouders met middeninkomens – beschikbaar.
    • De ‘leengeneratie’, die getroffen werd door de vervanging van de basisbeurs door de studielening, ontvangt een gedeeltelijke kwijtschelding van hun studieschulden.
  16. We verdubbelen het cultuurbudget. De sector krijgt extra steun op maat nu er in covid-19 crisis gedwongen sluiting is. Er komt een garantie dat cultuurinstellingen en gezelschappen nu niet daardoor omvallen.

Gerard Bosman, januari 2021

FacebooktwitterredditpinterestlinkedinmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *