Een schuldenoffensief

  1. We komen met een Schuldenoffensief, dat echt de bakens verzet en probleemschulden voorkomt en saneert. We gaan risico meer bij kredietverstrekkers leggen door:
    • bij faillissement geen beslag meer toe te staan op toekomstig inkomen (1 maal in de 6 jaar) en de lijst van bezittingen die je mag houden bij faillissement te moderniseren;
    • bij het inleveren van het onderpand (de woning) de hypotheekschuld te laten vervallen. Tegelijkertijd worden de normen om in aanmerking te komen voor een hypotheek aangescherpt en de hypotheekrenteaftrek voor nieuwe hypotheken vervalt, waarbij tegelijkertijd gezorgd wordt voor veel meer betaalbare huur.
  2. We verzwaren de regulering van reclame voor kredietverstrekking, besteden in het funderend onderwijs aandacht aan financiële planning en verplichten alle gemeenten tot de instelling van een Geldloket waar gratis financieel advies, hulp en informatie verkregen kan worden.
  3. Sociale incasso vanuit de rijksoverheid (vaak de grootste schuldeiser) gaan we organiseren door maatwerk toe te passen bij incasso door het Rijk, met één incassobureau voor alle Rijksdiensten (dus incl. CJIB) en één beleidslijn voor het afschrijven van oninbare vorderingen. 
  4. We verplichten dat Gemeentelijke Kredietbanken met lage rentes werken (maximaal de rente waarvoor gemeenten zelf kunnen lenen plus aantoonbare kosten).
  5. De beslagvrije voet wordt verhoogd naar 95% van het verhoogde sociaal minimum.
  6. We gaan de zorgplicht vergroten van crediteuren ten tijde van het aangaan van koop-, leen- en huurovereenkomsten. Het commercieel verhandelen van schulden van huishoudens wordt verboden. De zorgplicht van banken e.a. blijft ook bij uitbesteding van incasso bij de oorspronkelijke partij in stand, ook wat betreft aansprakelijkheid.
  7. Gemeentelijke vroegsignalering moet verplicht georganiseerd worden. We verplichten de woningcorporaties, zorgverzekeraars, energieleveranciers en waterbedrijven dat zij bij twee maanden achterstand melding doen bij de gemeente. De gemeente moet dan zorgen dat hulpverleners contact leggen met de bewoners, om hen te ondersteunen om weer grip te krijgen op hun geld. Gemeenten moeten ook kijken hoe ze nóg vroeger in actie kunnen komen. Door bijvoorbeeld samen met corporaties en nutsbedrijven alert te zijn op ingrijpende levensgebeurtenissen, zoals echtscheiding of verlies van een naaste. Corporaties en andere bedrijven kunnen hun klanten dan in contact brengen met instanties die hen hierbij ondersteunen.
  8. We voeren een vergunningsplicht in voor private incassobureaus in om onoorbare praktijken tegen te gaan en bij overtreding deurwaarders te kunnen sanctioneren. Private incassobureaus die woekertarieven rekenen pakken we aan met forse boetes en bij herhaling het intrekken van de vergunning. Incassokosten worden wettelijk beperkt en de voorwaarden om ze in rekening te mogen betrekken worden verstrekt.
  9. Deurwaarders moeten in onafhankelijke publieke dienst komen zoals in Zweden. Ze mogen geen eigen belang hebben bij het innen van schulden. Per huishouden kan er maar één deurwaarder zijn. We draaien de verhoging van de deurwaarderskosten terug.
  10. Schulden mogen niet meer commercieel verhandeld worden, schulden aangegaan met iemand die geregistreerd staat als met problematische schulden worden nietig verklaard.
  11. De huidige gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), de schuldsanering via de rechter (Wsnp) en (het vrijwillige schuldenbewind bij) private bewindvoerders (Wcbm) worden geïntegreerd in een geheel nieuw volledig publiek schuldhulpverlening- en schuldsaneringsstelsel, waarbij de gemeenten de verantwoordelijkheid krijgen, opdat er sneller en beter gehandeld wordt:
    • Er geldt een toelatingsrecht en soms zelfs (via de rechter) wordt gedwongen hulpverlening mogelijk.
    • De gemeente moet binnen zes weken een hulpverleningsplan vaststellen, op maat opgesteld gegeven de specifieke situatie van de schuldenaar, waarbij er direct een voor iedereen bindend schuldenmoratorium ontstaat: alle schulden worden bevroren en incasso’s kunnen alleen via de gemeente plaatsvinden en alleen in overeenstemming met het plan.
    • De gemeente kan bewindvoering en budgetbeheer instellen en schulden overnemen.
    • Bewindvoerders moeten verplicht bij de gemeente in dienst en gediplomeerd/gecertificeerd zijn.
    • Het plan moet naast op het maximaal betalen van de schulden ook gericht zijn op het bieden van nieuw perspectief voor de schuldenaar.
    • De rechtspositie van de schuldenaar wordt verbeterd en er komt een recht op onafhankelijke cliëntadvies.
    • Hulpverleners moeten goed opgeleid zijn en ruime regel- en budgetruimte hebben.
    • Gemeenten krijgen hiertoe ruime extra middelen, dit wordt gefinancierd met een hogere bankenbelasting.
    • Schuldenaren en schuldeisers kunnen over besluiten van de gemeente in beroep bij de rechter. Zo’n beroep heeft geen schorsende werking.
    • Na één jaar (in plaats van de huidige drie jaar) worden resterende schulden kwijtgescholden, tenzij de schuldenaar onvoldoende meewerkt, dan wordt deze termijn verlengd (in plaats van, zoals nu, de schuldhulpverlening te staken – dat helpt niets, veroorzaakt alleen maar meer maatschappelijke kosten en zo leuk is het niet in de schuldsanering).
  12. Voor schuldenaren die al vijf jaar of langer leven op de beslagvrije voet  komt er een schuldenpardon. Nieuwe schulden maken voor mensen met problematische schulden wordt uitgesloten. Het Bureau Krediet Registratie (BKR) wordt daartoe genationaliseerd.

Gerard Bosman, januari 2021

FacebooktwitterredditpinterestlinkedinmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *