Hoofdstuk VI. Duurzaam Links: Een circulaire, duurzame economie, zonder fossiele energie, met herstel biodiversiteit, dierenwelzijn en natuur en een schone, gezonde bodem, water en atmosfeer

Een Nieuwe Tien over Rood – 240 Concrete Voorstellen voor een nieuw PvdA verkiezingsprogramma 2021

     Linksom! in de PvdA

Voorstellen:

A)     Klimaat en energie

75.  We gaan snel de Europese en nationale klimaatwetten uitvoeren, mede met behulp van de nieuwe European Green Deal. We maken afspraken zoveel mogelijk concreet en afdwingbaar, ook voor burgers.

76.  De energietransitie moet eerlijk plaatsvinden. Onze PvdA moet dit afdwingen willen we de plannen steunen. Huishoudens moeten minder, en bedrijven meer betalen met o.m. een CO₂-heffing voor de industrie. Andere klimaatgassen, zoals methaan, worden op gelijke wijze belast. Het voorstel van onze TK-fractie[1] daarover wordt door ons gesteund, zij het dat we met het PvdA netwerk Duurzame Energie pleiten voor een iets hogere beginprijs (bijv. € 50 per ton CO₂-uitstoot met 5% jaarlijkse escalatie) en het niet verrekenen met al bestaande ETS-heffingen. De opbrengsten van deze heffing worden gebruikt voor subsidies duurzame energie aan bedrijven en huishoudens en aan innovatie.

77.  We gaan de energiebelasting eerlijk verduurzamen: Een progressieve energiebelasting naar schaal van energieconsumptie en tarieven gebaseerd op uitstoot CO₂, zodat duurzame elektriciteit niet belast wordt, met kolen opgewekte elektriciteit extra zwaar belast wordt en met aardgas opgewekte elektriciteit even zwaar belast wordt als direct gebruik van aardgas. Vervuilers en fossiel grootverbruikers veel zwaarder belasten, huishoudens lager belasten. Lage inkomens krijgen een hogere belastingvrije voet voor de energiebelasting. Huidige vrijstellingen, juist vaak van de grootste vervuilers (zoals de luchtvaart) worden afgeschaft.

78.  De opslag duurzame energie (ODE) in de energiebelasting wordt afgeschaft. De subsidies voor verduurzaming worden anders gefinancierd, o.m. uit een hogere energiebelasting op vervuilende productie. Subsidies voor verduurzaming energieverbruik (SDE+) komen in het vervolg vooral ten goede aan de lage en middeninkomens. En ze mogen niet gebruikt worden voor CO₂-opslag (CCS) of niet-duurzame biomassa. Bedrijven moeten daarin zelf investeren. De milieu-investeringsaftrek wordt geschrapt. Hiervoor in de plaats komt het innovatie- en werkgelegenheidsfonds zoals onze TK-fractie dat heeft voorgesteld.

79.  De aardgaswinning wordt zo snel mogelijk gestaakt, zo mogelijk eerder dan nu door de regering toegezegd, ook in velden buiten Groningen. Er komt geen winning van schaliegas. De eigenaren en bewoners van door de gaswinning beschadigde gebouwen worden allen binnen een jaar gecompenseerd, met een omgekeerde bewijslast (NAM moet bewijzen dat schade niet veroorzaakt is door aardbevingen). Nederland werkt niet mee aan het gasnetwerk Nordstream II en bouwt zo snel mogelijk de import van fossiele brandstoffen uit Rusland en het Midden-Oosten af.

80.  Waterstof kan een goede manier zijn voor energieopslag, maar dat moet dan wel groene waterstof zijn. Alleen als tussenstap zijn andere vormen van waterstof acceptabel.

81.  Alleen echte duurzame biomassa[2] kan zolang er onvoldoende andere duurzame energiebronnen zijn in de transitieperiode gebruikt worden als duurzame energiebron, en de toepassing moet zoveel mogelijk beperkt en geprioriteerd (‘cascadering’) worden. Subsidie voor bijstook van biomassa bij kolencentrales vervalt direct – die centrales moeten direct dicht. De overige subsidies voor gebruik van biomassa worden alleen nog toegekend indien er voldaan wordt aan de strenge duurzaamheideisen en er geen andere alternatieven beschikbaar zijn.

82.  We investeren niet in kernenergie, ook niet in extreem dure en onbewezen technieken daarbij (uitgezonderd wetenschappelijk onderzoek). De kerncentrale in Borssele gaat uiterlijk in 2025 dicht.

83.  Het lozen van restwarmte in oppervlaktewater en in de lucht wordt belast met zodanige tarieven dat levering aan warmtenetten aantrekkelijker wordt. Uiterlijk in 2030 wordt dit verplicht. Er komt subsidie voor de aanleg van publiek beheerde warmtenetten. Warmtenetten worden verplicht door gemeenten beheerd. Investeringen in CO₂-opslag (CCS) worden alleen dan toegelaten als er geen duurzamer alternatief beschikbaar is, en alleen als tijdelijke tussenoplossing. Hergebruik van CO₂ (CCU) is wel een structureel duurzaam alternatief.

B)     Circulaire economie

84.  We willen in 2050 niet alleen een fossielvrije energievoorziening, maar een volledig circulaire economie: een kringloopeconomie waarin geen eindige grondstoffen worden uitgeput en waarin reststoffen (afval) volledig opnieuw worden ingezet in het systeem. Een donut-economie, waarin de groei begrensd is door lijnen van ecologische duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid. En waarin groei niet meer alleen gemeten wordt in welvaart, maar ook in welzijn, geluk, ecologie en gezondheid.

Een circulaire economie is veel meer dan alleen recycling. Het begint met zuiniger omgaan met grondstoffen door anders te denken over producten en productieprocessen. Is het product het beste antwoord op de behoefte en kunnen bij de productie minder of andere grondstoffen worden gebruikt? In het ontwerp van producten en diensten moet al rekening gehouden worden met hergebruik, reparatie en recycling. Er moet ook energie teruggewonnen worden uit materialen, en afval storten en verbranding zonder energieterugwinning moet zoveel mogelijk worden voorkomen.

Voor iedere sector van onze economie komen er wettelijke doelstellingen, instrumenten en financiering, op weg naar een volledig circulaire economie in 2050. We streven daarbij naar een breed maatschappelijk akkoord met sociale partners, overheden en de milieubeweging.

85.  Er zijn ook nieuwe verdienmodellen nodig, waarbij je betaalt voor gebruik in plaats van voor bezit, waarbij producenten eigenaar blijven van het product. Denk aan de platforms voor auto delen, het beheer van kantoormeubilair en van medische apparaten. Dat gaan we stimuleren.

86.  Materialen als papier, staal en glas worden al veel gerecycled. Maar er zijn nog meer materialen en producten die worden afgedankt, die kunnen worden hergebruikt en waaruit grondstoffen kunnen worden gerecycled. Afgedankte elektronica bijvoorbeeld bevatten veel zeldzame aard- en edelmetalen, die nog nauwelijks worden gerecycled. Dat gaan we verplichten.

 

87.  Waar ook meer mee kan en moet is bij beton. De voorraad van beton in gebouwen en werken – zoals viaducten en bruggen – is enorm. Het vrijkomende beton wordt bijna volledig gerecycled, maar het overgrote deel van het materiaal verdwijnt in laagwaardige ophogingen en wegfunderingen. Bij de productie van beton komen echter veel broeikasgassen vrij en in dergelijke ophogingen kan ook zand of grind worden gebruikt. Belangrijke uitdaging voor de bouwsector is om de grote voorraad beton hoogwaardiger te recyclen. Daarnaast kunnen architecten in de ontwerpfase beter inspelen op mogelijkheden van hergebruik van gebouwen en onderdelen daarvan. Bijvoorbeeld door modulair te ontwerpen, waardoor een gebouw makkelijk is af te breken in modules en onderdelen van een gebouw makkelijk kunnen worden hergebruikt. Voor het hoogwaardiger recyclen van beton komen verplichtende richtlijnen.

88.  We gaan ook veel meer gebruik maken van duurzame bosbouw voor duurzame houten gebouwen. Het bosareaal hiervoor in ons land wordt tenminste verdubbeld.

89.  We realiseren voor 2050 100% hergebruik van grondstoffen en afval. Hiertoe wordt naar analogie van de Klimaatwet een Afvalwet ingevoerd, met afgesproken meetbare en voor de burger afdwingbare termijndoelen. Onderdeel van deze aanpak is:

-We voeren de verpakkingsbelasting opnieuw in en verdubbelen de opbrengst.

-Statiegeldregelingen voor alle plastic en blik verpakkingen worden verplicht gesteld.

-Alle verpakkingen worden uiterlijk 2030 verplicht biologisch afbreekbaar, zoals bioplastics.

C)     BTW-differentiatie

90.  We voeren een apart laag btw-tarief in voor producten die voldoen aan eisen van:

-ecologische duurzaamheid (circulair gebruik van grond- en afvalstoffen, geen fossiele energie, bescherming van biodiversiteit, dierenwelzijn en gezondheid mensen, geen vervuiling) en van:

-sociale rechtvaardigheid (geen kinderarbeid, eerlijke beloning en arbeidsvoorwaarden, bescherming arbeidsomstandigheden en positie werknemers, eerlijk belasting betalen).

Een nieuw door de overheid ingesteld en gehandhaafd keurmerk voor Duurzaam en Eerlijk Ondernemen wordt daartoe ingesteld. Het keurmerk voorziet er tevens in dat ieder product een productlabel krijgt waar aan de consument kan zien wat de sociale en ecologische prestatie of belasting van het product en de verpakking is.

Ook gezonde producten (geen of weinig suiker en vet bv.) worden onder het lage btw-tarief geplaatst.

Er komt een verbod op stunten met vleesprijzen. Al het vlees dat in Nederland verkocht wordt, beschikt als eerste stap over 1 ster van het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming.

Duurzame apparaten, diensten en producten komen zo onder het laagste btw-tarief, zoals biologische producten en ander duurzaam geproduceerd voedsel, openbaar vervoer, reparatiediensten, het circulair ophalen en verwerken van afval, etc.

Vervuilend gedrag moet juist zwaarder belast worden, zoals vleesconsumptie, producten van intensieve landbouw en visserij, e.d.

D)     Mobiliteit

91.  We gaan veel meer investeren in minder mobiliteit (dichtbij of thuis werken), fietsen en openbaar vervoer, en we bevorderen duurzame mobiliteit:

a)     Wat betreft rail met een nieuw Randstad-breed lightrail-project en nieuwe railverbindingen in grensregio’s, toch een nieuwe Zuiderzeespoorlijn en een treinverbinding Groningen-Almelo, alsook meer sporen naast elkaar op drukke trajecten.

b)     Verder meer snelle fietsverbindingen, vrije rijwielpaden en fietsinfrastructuur Er komen roosterafspraken met bedrijven, universiteiten en hogescholen om de spits te ontlasten.

c)      Investeringen moeten uit een apart staatsfonds gefinancierd worden, waar de overheid nu bijna gratis voor kan lenen.

d)     Het OV wordt fors goedkoper, zodat het in prijs aanzienlijk wint van gemotoriseerd individueel vervoer.

e)     Ook moeten er concrete maatregelen worden genomen voor het beprijzen van particulier vervoer met rekeningrijden gedifferentieerd naar tijd en plaats en het belasten van fossiele brandstoffen in de scheep- en luchtvaart.

f)      Belasting op elektriciteit bij oplaadpalen wordt veel lager dan accijns voor benzine of diesel, in plaats van omgekeerd zoals nu, o.m. met een vrijstelling van energiebelasting op laadpalen.

92.  In Europees verband moet er in het kader van de Europese Green Deal een groot project worden opgezet door de Europese Investeringsbank voor continentale hogesnelheidslijnen en fossielvrij goederenvervoer, beide met een Europese publieke netwerkbeheerder. Nationaal doen we er alles aan voor hogesnelheidslijnen naar Berlijn, naar Frankfurt en München, en naar Bremen, Hamburg en Kopenhagen.

93.  We maken continentale vluchten duurder (met een extra belasting en zetten een stop op de groei van iedere luchthaven: Lelystad uitbreiding gaat niet door, Schiphol en regionale luchthavens mogen niet groeien. Waar al een snelle treinverbinding is, worden vluchten gestaakt, naar mate dat er voldoende capaciteit is.

E)     Landbouw

94.  Een radicale verandering bij de landbouw is nodig. Het moet minder vervuilend, duurzamer, natuurlijker. Niet alleen voor het klimaat, maar ook voor de eveneens voor de mens bedreigende drastische achteruitgang van de biodiversiteit en via vervuiling en besmetting ook rechtstreeks voor een bedreiging van onze gezondheid. 

Maar dat kan niet zonder de boeren. Het huidige systeem van concurreren op kostprijs biedt op lange termijn geen perspectief voor de sector in een druk bevolkt land als Nederland zich niet. Boeren staan nu met de rug tegen de muur, en velen zouden wel verandering willen als de prijzen stijgen. Niet alleen 84% van de insecten zijn verdwenen, maar ook 93% van de boeren.

We moeten boeren verplichten, maar ook stimuleren en faciliteren, om zich te richten op het produceren van duurzame kwaliteitsproducten en grondgebondenheid, door te kiezen voor natuurinclusieve kringlooplandbouw, met zoveel mogelijk lokale productie- en consumptieketens, dier- en milieuvriendelijke landbouwconcepten en het leggen van verbinding tussen landbouw en maatschappij. Niet steeds minder boeren en meer monocultuur, maar juist meer kleine boeren en minder monocultuur, en minder dieren en meer dierenwelzijn in de veeteelt.

Natuurinclusieve landbouw moet in 2050 volledig gerealiseerd zijn met meetbare en voor burgers afdwingbare tussendoelen in 2030. We sluiten daartoe een Plattelandsakkoord, in de geest van het Klimaatakkoord, met betrokkenheid van boeren, burgers en overheden op het platteland en natuur- en milieuorganisaties.

95.  We streven naar een hervorming van het Gemeenschappelijk Europees Landbouwbeleid (nu 40% van de EU-begroting) met hogere kwaliteitsnormen. Directe inkomenssteun voor boeren vervangen we door subsidies die gekoppeld zijn aan het realiseren van maatschappelijke opgaven zoals duurzaamheid, natuurbehoud, gezondheid en dierenwelzijn. Ook kan een deel van het landbouwbudget worden ingezet voor innovatie om onze voedselvoorziening toekomstbestendig te maken.

96.  De transitie moet eerlijk plaatsvinden, maar dat kan ook, ook met boeren. Nu subsidiëren we melkboeren, terwijl 1 op de 5 van de miljonairs in ons land (melk)boer is. Het systeem dwingt de boeren tot grootschaligheid en export, terwijl dat een doodlopende weg is. Boeren die willen overstappen naar natuurinclusieve en kringlooplandbouw moeten gesteund worden, zij die daarin niet meewillen moeten uitgekocht worden.

Landbouw niet primair gericht op export, maar op de binnenlandse markt. Expertise gaan we juist meer exporteren, opdat ook in de Derde Wereld een betere situatie ontstaat en we niet lokale productie daar wegconcurreren. Geen oneerlijke handelsverdragen en oneerlijke EU-landbouwsubsidie meer, zoals CETA en met de Mercosur-landen.

97.  De macht van de inkopers en de supermarkten moet daarbij gebroken worden zodat er een eerlijke prijs ontstaat, waarin de kosten van milieubelasting verdisconteerd is. Het mededingingsbeleid wordt zodanig aangepast dat boeren meer marktmacht krijgen ten opzichte van de voedselverwerkers en supermarktketens, onder andere met het doel een verbetering van de afzetprijzen te realiseren. Verkoop onder de kostprijs wordt verboden.

Dat ondersteunen we met gedifferentieerde btw-tarieven, laag voor milieuvriendelijke producten, hoog voor milieuvervuilende producten. Zo krijgen duurzame boeren een eerlijk inkomen en krijgen huishoudens een eerlijke, betaalbare prijs gepresenteerd.

98.  Er komt een einde aan de bio-industrie en de intensieve veeteelt. Wij willen de omvang van de Nederlandse veestapel controleren en fors verminderen – te beginnen met een halvering in de komende 10 jaar en een volledige beëindiging van intensieve veeteelt binnen 30 jaar.  Er komt per direct een moratorium op de omvang van de veestapel in de intensieve veehouderij per diersoort, vooruitlopend op het nieuwe beleid. We geven provincies de bevoegdheid om regionaal extra eisen te stellen aan de veehouderij in het kader van de volksgezondheid en het milieu en tevens nemen we het voorzorgcriterium op als weigeringsgrond voor vergunningaanvragen van veehouderijen in de AMvB’s van de Omgevingswet. Nieuwbouw van megastallen wordt niet meer toegestaan en bestaande megastallen verdwijnen.

99.  De uitstoot van CO2, methaan, stikstof en fosfaat in de landbouw wordt verder belast. Met de opbrengsten financieren we meer subsidie voor natuurinclusieve landbouw. We brengen methaan en andere klimaat emissies onder de werking van het ETS, waardoor emissies van mest worden teruggedrongen.

100.         We bevorderen duurzame innovaties op het platteland, zoals biologische landbouw, energieleverende kassen en regionale afzetcoöperaties. Natuurinclusieve landbouw wordt de norm. Boeren kunnen een deel van hun inkomen verdienen met de bescherming en ontwikkeling van natuur, recreatie, dienstverlening, opwekking van duurzame energie en zorg.

101.         Om de inklinking van het veen en de uitstoot van CO₂ tegen te gaan verhogen we het waterpeil in het veenweidegebied en stemmen we het gebruik van de grond zoveel mogelijk af op de aard van het gebied (functie volgt peil). Er komt een pakket aan stimuleringsmaatregelen om boeren te helpen over te stappen op duurzame natte landbouw.

102.         De teelt van lokale eiwitgewassen voor voedsel en veevoer wordt bevorderd. Wij willen dat er meer veevoeders uit de eigen akker- en tuinbouwrestproducten worden gehaald zodat we op termijn kunnen stoppen met de import van de dure en niet-duurzame soja. Wij willen dat de mest die op land wordt uitgereden van gezonde samenstelling is voor het milieu. De mineralen, fosfaat en stikstof gaan we daarom eerst (deels) uit de mest halen en separaat verhandelen als grondstof voor andere toepassingen. De ontheffing van Nederland in de EU om meer fosfaat uit te mogen rijden wordt direct beëindigd.

103.         De normen voor dierenwelzijn worden verhoogd en strak gehandhaafd. Weidegang voor koeien en voldoende buitenruimte voor varkens en pluimvee worden wettelijk verankerd. Koeien kunnen grazen, kippen scharrelen, varkens wroeten. Alle stallen worden (brand)veilig. Geen varkens meer met geamputeerde staarten, op betonnen vloeren, in kraamkooien en megastallen; geen koeien die nooit hun kalveren mogen grootbrengen of in een wei mogen grazen; geen plofkippen die met gebroken vleugels het slachthuis bereiken; geen langeafstandstransporten met levende dieren, en zeker niet met dieren jonger dan twee maanden. Dieren hebben recht op een respectvolle behandeling. Landbouw- en huisdieren worden zo gehouden dat zij soorteigen gedrag kunnen vertonen. We willen regelgeving aanpassen zodat boeren verplicht worden het dierenwelzijn te monitoren en te verbeteren met moderne middelen.

104.         Er komt een verbod op het houden en fokken van nertsen en andere (pels)dieren met als doel het verkrijgen van (een deel van) hun pels of vacht. Daarnaast komt er een verbod op de handel in, import en doorvoer van bontproducten.

105.         Om onnodig transport van slachtdieren te voorkomen wordt het slachten in Nederland het uitgangspunt. Daar waar dat niet gebeurt wordt Europees geregeld dat er een verbod komt op veetransporten van levende dieren die langer dan 4 uur duren.

106.         Dierenartsen krijgen een meldplicht van misstanden en er komt ook een meldpunt voor anonieme klachten. Klokkenluiders worden beschermd en gerehabiliteerd. De NVWA wordt ook drastisch hervormd en onafhankelijk gemaakt van de minister en van de te controleren sector (als onderdeel van een totale reorganisatie van het overheidstoezicht, waarbij alle toezichthouders versterkt en onafhankelijker worden en onder een gemeenschappelijke structuur komen, conform de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid), opdat de cultuur van het wegkijken nu eens echt wordt aangepakt. Daarbij wordt samengewerkt met de dierenbescherming en kritische dierenartsen. Slachthuizen worden permanent gevolgd met camera’s. Opsporing en vervolging van dierenmishandeling krijgt ook meer prioriteit.

107.         Antibiotica mogen alleen worden gebruikt in uitzonderingsgevallen en op individueel niveau. De NVWA gaat meer inspecteren op antibioticagebruik, ook in geïmporteerd voedsel zoals kweekvis. We pleiten voor verder onderzoek naar de gevolgen van de Q-koortsepidemie en stellen samen met de sector een ruim schadefonds in voor alle getroffenen. Het gebruik van antibiotica in de veehouderij wordt verder afgebouwd. In een toekomstige zoönose-uitbraak (ziekte die overdraagbaar is van dier op mens, zoals Q-koorts en de Corona-virussen), stellen we het belang van volksgezondheid boven het economisch belang, hierom laten we de verantwoordelijkheid over de aanpak van een dergelijke uitbraak direct en volledig vallen onder het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport en niet gedeeltelijk onder het ministerie van economische zaken. Slachtoffers van de Q-koorts uitbraak worden alsnog ruimhartig schadeloos gesteld.

108.         We verbieden het gebruik van pesticiden die schadelijk zijn voor mens, milieu en ecosystemen, zoals neonicotinoïden. Het gebruik van biologische bestrijdingsmiddelen wordt bevorderd. Een progressieve belasting op pesticiden en geïmporteerd veevoer maakt de kiloknaller extreem duur en het onbespoten appeltje goedkoop. Het gebruik van patentloze, vaak biologische, zaden en pootgoed willen we stimuleren. Er dient komende kabinetsperiode een beleid te komen voor toepassing van biotechnologie gericht op een duurzaam gebruik van de planeet, de bestrijding van armoede en volksgezondheid. We zijn geen voorstander van het patenteren en in eigendom nemen van natuur door bedrijven.

109.         Nederland moet zonder dralen strikt de Europese visserijwetgeving implementeren. Vangstrechten worden voortaan verdeeld op grond van transparante, sociale en ecologische criteria die bewezen duurzame visserij belonen en stimuleren. De puls-visserij is nog niet bewezen duurzaam. Zo belonen we de innovatieve vissers. Overbevissing in onze binnenwateren willen we tegengaan. Viskwekerijen alleen op land en zoveel mogelijk alleen vegetarische kweekvis.

F)      Ruimtelijke Ordening

110.         We moeten de regie van de rijksoverheid op ruimtelijke ordening weer herstellen, zonder terug te keren in verstikkende wetgeving:

-Er komt weer een minister(ie) van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Duurzaamheid.

-We gaan de Omgevingswet aanpassen uit oogpunt van uitvoerbaarheid en handhaving milieuregels en gezondheidsnormen en meer landelijke en provinciale taakstellingen en projecten.

-Er komt een landelijke visie voor de toekomstige ruimtelijke ordening van Nederland over 50-100 jaar die kaders stelt voor antwoorden op o.m. de zeespiegelstijging, meer extreme rivierwaterstanden en meer extreem weer (zowel droogte als juist veel regen en storm) en die uitstootreductiedoelstellingen realiseert, de biodiversiteit substantieel doet toenemen en de woningbehoeften en mobiliteitsbehoeften accommodeert, ook in relatie tot het nabijgelegen buitenland.

111.         We omarmen daarbij de bouwstenen uit een recente studie van een aantal Wageningse wetenschappers[3]:

a)     een derde minder dieren in de veeteelt; geen intensieve veeteelt meer;

b)     halvering agrarisch grondgebruik; volledig circulaire, natuurinclusieve landbouw;

c)      akkerbouw concentreren op vruchtbare kleigronden (Zeeland, polders, Noord-Holland, Friesland en Groningen), niet meer laagveengronden;

d)     op laagveengronden vooral natte teelt (zoals cranberry’s en riet) met hogere waterstand;

e)     bebossing verdubbelen (vooral in Noordoost-Nederland, op de Veluwe, in de Achterhoek en Noord-Brabant) en op zandgronden naaldbomen vervangen door meer loofbos en kruidenrijke graslanden (deze laten minder water verdampen en geven meer biodiversiteit);

f)      beken verlengen om water meer te laten infiltreren in plaats van af te voeren;

g)     landbouw verplaatsen weg van de hoge zandgronden naar lagere gronden;

h)     duinenrij versterken door verbreding (zand winnen in diepe geulen op zee en die vlak voor de kust door golven tegen de kust laten deponeren);

i)       op IJsselmeer eilandenrand (‘vooroevers’) aanleggen langs oevers (daardoor kan er langs de randen een vast peil blijven voor de scheepvaart terwijl er in het midden een voor de natuur goed dynamisch peil komt), en open water zuidoostkant Noordoostpolder maken (om uitdroging Weerribben te voorkomen);

j)       volledig duurzame fossiele energie, ook zonder kerncentrales;

k)     groene waterstofproductie en duurzame zeelandbouw (zoals kweken van schelpdieren en zeewier) rondom wind- en zonneparken;

l)       industrie en overslaghaven op zee voor Rotterdam;

m)   delen van de Noordzee worden natuurgebied, de visserij is volledig duurzaam;

n)     stedengroei vooral op hoge gebieden in oosten en zuiden (Twente, Achterhoek, Drenthe, Brabant en Limburg, met o.m. een stedenrand – Brabantstad – langs de Maas), en minder in de Randstad (om verdere bodemdaling en risico’s daar ook te beperken);

o)     inzetten op middelgrote in plaats van grote steden;

p)     steden ook natuurlijker inrichten met groene daken/gevels, bomen en waterpartijen, minder verstening en meer wateropvang, en met woningen vooral van duurzame houtbouw en hoogwaardig gerecycled beton;

q)     rond de steden komen wateropvangbekkens en groene gordels met (voedsel)bossen en bosteelt voor natuur en recreatie;

r)      brede rivierdalen ontwikkelen, daar geen bebouwing toestaan, kades weg langs Maasoevers in Limburg, bufferzone met moerassige zones voor hoogwaterstanden, oevers geschikt voor o.m. biologische fruit- en veeteelt, open verbinding tussen Maas en Waal maken, veel bredere IJsselbedding;

s)      open verbinding maken bij Kreekraksluizen tussen Ooster- en Westerschelde om getijdewerking te behouden omdat Oosterscheldekering door hoge zeespiegel vaker dicht moet.

G)     Natuurontwikkeling, herstel biodiversiteit, bescherming wilde dieren

112.         Er worden meer en met elkaar verbonden natuurgebieden gerealiseerd, met bescherming en herintroductie van bedreigde soorten:

a)     We investeren in het aaneensluiten van het netwerk van alle natuurgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, versneld en in volle omvang.

b)     Er komen twee grote natuurgebieden in Nederland bij: de Markerwadden en het Oostvaarderswold in Flevoland. Daarnaast worden nieuwe nationale landschappen aangewezen.

c)      Er wordt meer en meer divers bos aangelegd, ook om aan de CO₂-reductie doelstellingen te voldoen. Het bosareaal wordt tenminste verdubbeld.

d)     De kustlijn inclusief duinen en aangrenzend natuurgebied houden we puur; bebouwing wordt uitgesloten.

e)     In natuurgebieden zoals de Noordzee, de Waddenzee en de Zuid-Hollandse en Zeeuwse Delta is geen plaats voor schadelijke economische activiteiten als gasboring, zandsuppletie of landaanwinning. De Westerschelde wordt niet meer verder verdiept. 30% van de Noordzee wordt zee-reservaat, gesloten voor visserij en andere schadelijke activiteiten. Om de Waddenzee beter te beschermen, komt er één beheerder voor de Waddenzee.

f)      In bestemmingsplannen komt de mogelijkheid om waardevolle landschappen met natuurinclusieve landbouw te beschermen naar analogie van waardevolle dorps- en stadsgebieden en stedelijke monumenten. Daarbij kunnen de eigenaren of beheerders subsidie krijgen.

g)     De toegankelijkheid van natuurgebieden voor wandelaars, fietsers en ruiters wordt gewaarborgd, daar waar en wanneer dat ecologisch verantwoord is. Rond steden ontwikkelen we meer groene recreatiegebieden. Waarden als stilte, nachtelijke duisternis en de weidsheid van het landschap worden beschermd. Om waardevolle, open gebieden te behouden moet bebouwing in die gebieden duurder worden. Daarom wordt een openruimteheffing ingevoerd.

h)     De bezuinigingen op natuur van 2011 worden ongedaan gemaakt, waarbij Staatsbosbeheer weer wordt genationaliseerd. Natuur verhuist van het ministerie Economische Zaken naar een apart klimaat, natuur en milieuministerie. Bescherming van biodiversiteit en het behoud en terugkeer van bijzondere flora en fauna worden bevorderd. Bijen en weidevogels krijgen speciale aandacht. De zalm keert weer terug in onze rivieren.

113.         Plezierjacht wordt verboden. Beheerjacht wordt alleen onder strenge voorwaarden toegestaan bij ernstige schade of bedreiging van de volksgezondheid of veiligheid, wanneer alternatieven hebben gefaald. Stroperij is niet alleen internationaal, maar ook in Nederland een probleem. We willen een harde aanpak van de stroperij, met hoge boetes en een goede pakkans door voldoende groene buitengewone opsporingsambtenaren. Nederland zet zich in tegen de stroperij van en handel in wilde dieren en planten.

114.         Er worden steeds meer innovatieve alternatieven ontwikkelt voor dierproeven. Wij staan achter de ambitie om Nederland in 2025 wereldleider in proefdiervrije innovatie te maken. Daartoe wordt een actieplan opgesteld.

115.         We willen wettelijk vastleggen welke diersoorten als huisdier gehouden mogen worden. Die zogenaamde positieflijst bestaat al voor zoogdieren, maar voor ander categorieën zoals vogels, vissen en reptielen gaan we dit ook vastleggen.

H)     Schone en gezonde leefomgeving: bodem, water en atmosfeer

116.         De overheid moet levens en gezondheid van haar burgers te beschermen en tevens zich te houden aan Europese wetgeving waaraan ze zich heeft gecommitteerd. Burgers kunnen dat in het vervolg bij de rechter gaan afdwingen.

117.         De normen voor de luchtkwaliteit, zoals voor geur (ammoniak), de hoeveelheid en samenstelling van (ultra-)fijnstof en fijnstof van bio-industrie, stikstofoxiden en roet, worden aangescherpt tot tenminste het niveau dat is vastgelegd door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Normen op het gebied van geluid, trillingen, stank, en andere overlastgevers worden altijd vastgesteld op basis van de beste (en meest recente) wetenschappelijke inzichten en strikter gehandhaafd. Gemeenten hebben een belangrijke de taak bij de handhaving en geven inwoners inzicht in de controle. Bedrijven die installaties vervangen krijgen geen nieuwe vergunning als zij niet de best beschikbare, duurzame technieken toepassen.

118.         Het stikstofarrest van de Raad van State wordt strikt uitgevoerd – niet door ontwijktrucs. De maatregelen voor duurzaamheid in deze Nieuwe Tien over Rood zullen daartoe naar verwachting afdoende zijn. Op korte termijn regelen we snelheidsbeperkingen op alle snelwegen (ook ’s nachts) naar maximum 100 km/uur, uitkoop van de meest vervuilende veeteelthouders (indien mogelijk vrijwillig, maar als dat niet lukt zo nodig ook gedwongen), sluiting van alle kolencentrales, een moratorium op het aantal vliegbewegingen op ieder vliegveld, en een start met uitbreiding en herstel van natuurgebieden en van schone zones rond die natuurgebieden. De Nederlandse stikstofuitstoot moet met meer dan 50 procent omlaag om de natuur drastisch te ontzien. De kabinetsplannen voor het uitkopen van boeren nabij kwetsbare natuurgebieden zijn ontoereikend om dit te halen. Ook op andere plekken in het land zullen veehouders dieren moeten inleveren.

119.         Met betrekking tot de uitstoot van PFAS-stoffen (ernstig giftige, kankerverwekkende stoffen, die o.m. vrijkomen bij de productie van Tefal, waterafstotende stoffen en kunstgras) worden bronmaatregelen genomen die voorkomen dat ze nog gemaakt worden. De uitstoot wordt streng verboden en gehandhaafd, ook wat betreft de afvalstromen. Er komen onafhankelijke veilige normen voor de concentratie in bodem (ten behoeve van bodemsanering) en water (voor toepassing als drinkwater).

120.         Bij bouwen of bij ander gebruik van de grond krijgt de veiligheid en kwaliteit van het drinkwater de hoogste prioriteit. Voorraden voor de toekomst worden beschermd tegen bedreiging en vervuiling, zoals het lozen van afvalwater en de winning van zout of gas. Wij willen naar blijvend gezond water door zo spoedig mogelijk microplastics uit cosmetica en wasmiddelen te verwijderen en door waterfilters tegen vervuiling door medicijnen bij ziekenhuizen verplicht te stellen. Ook gewasbeschermingsmiddelen en mest mogen niet in het oppervlaktewater komen door lozing of afspoeling. Bij de waterzuivering worden grondstoffen als fosfaten uit afvalwater gewonnen en hergebruikt. De normen voor lozen van voor de gezondheid schadelijke stoffen door bedrijven in bodem, water en atmosfeer moeten veel strikter worden gehandhaafd en veel zwaarder, ook strafrechtelijk, worden vervolgd.

Toelichting

We moeten onze economie geheel verduurzamen naar een circulaire economie. De huidige parasitaire economie is eindig en al op afzienbare tijd niet meer houdbaar. Dat zal grote veranderingen betekenen in ons consumptiepatroon, ons productieproces en de distributie en transport. Het zal kansen bieden, maar ook bedreigingen. Voor sociaaldemocraten staat voorop dat deze transities op sociale en rechtvaardige wijze plaatsvinden. Er is geen tijd meer voor uitstel of geneuzel van klimaatontkenners, ontkenners van de bedreigingen door snel dalende biodiversiteit en voor ontkenners van risico’s op zoönoses en risico’s van gezondheidsbedreigende uitstoot en vervuiling. Ieder uitstel maakt de risico’s groter en zal de kosten verhogen. Nu voorop lopen betekent ook een koppositie in de toekomst. Het gaat niet meer om of, en wanneer, maar om hoe, en met wie. De aangekondigde Europese Klimaatwet moet dwingend zijn, met de ambities zoals voorgesteld door de nieuwe Europese Commissie in de nieuwe Green Deal.

1.      Een eerlijke energietransitie

De energietransitie moet eerlijk plaatsvinden. Onze PvdA moet dit afdwingen willen we de plannen steunen. Huishoudens moeten minder, en bedrijven meer betalen met o.m. een CO₂-heffing voor de industrie. Andere klimaatgassen, zoals methaan, worden op gelijke wijze belast. Het voorstel van onze TK-fractie daarover wordt door ons gesteund, zij het dat we met het PvdA netwerk Duurzame Energie pleiten voor een iets hogere beginprijs (bijv. € 50 per ton CO₂-uitstoot met 5% jaarlijkse escalatie) en het niet verrekenen met al bestaande ETS-heffingen. De opbrengsten van deze heffing worden gebruikt voor subsidies duurzame energie aan bedrijven en huishoudens en aan innovatie.

We gaan de energiebelasting eerlijk verduurzamen: Een progressieve energiebelasting naar schaal van energieconsumptie en tarieven gebaseerd op uitstoot CO₂, zodat duurzame elektriciteit niet belast wordt, met kolen opgewekte elektriciteit extra zwaar belast wordt en met aardgas opgewekte elektriciteit even zwaar belast wordt als direct gebruik van aardgas. Vervuilers en fossiel grootverbruikers veel zwaarder belasten, huishoudens lager belasten. Lage inkomens krijgen een hogere belastingvrije voet voor de energiebelasting. Huidige vrijstellingen, juist vaak van de grootste vervuilers (zoals de luchtvaart) worden afgeschaft.

De opslag duurzame energie (ODE) in de energiebelasting wordt afgeschaft. De subsidies voor verduurzaming worden anders gefinancierd, o.m. uit een hogere energiebelasting op vervuilende productie. Subsidies voor verduurzaming energieverbruik (SDE+) komen in het vervolg vooral ten goede aan de lage en middeninkomens. En ze mogen niet gebruikt worden voor CO₂-opslag (CCS) of niet-duurzame biomassa. Bedrijven moeten daarin zelf investeren. De milieu-investeringsaftrek wordt geschrapt.

2.      Een circulaire economie

Een circulaire economie is een kringloopeconomie waarin geen eindige grondstoffen worden uitgeput en waarin reststoffen (afval) volledig opnieuw worden ingezet in het systeem. Grondstoffen dreigen schaars te worden door een groeiende bevolking op onze planeet en de toenemende welvaart in de wereld. Door onze parasitaire levenswijze worden bovendien ecosystemen, het klimaat en onze gezondheid bedreigt met de afvalstoffen van die levenswijze.

Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) kan een circulaire economie 10% afname van onze CO₂-uitstoot en 20% waterbesparing in de industrie opleveren, maar ook meer leveringszekerheid van grondstoffen (25% minder import van primaire grondstoffen), als ook ruim 50.000 nieuwe banen en 7 miljard euro extra voor de Nederlandse economie.

Dat vraagt wel een enorme transitie. Hiervoor hebben we al aangegeven dat die eerlijk en rechtvaardig moet plaatsvinden, opdat huishoudens met een laag en middeninkomen daar niet de rekening van betalen. Het moet hen financieel mogelijk gemaakt worden duurzaam te leven. Voor wat betreft de verduurzaming van woningen en het energiegebruik van huishoudens hebben we hiervoor al voorstellen gedaan.

Een circulaire economie is veel meer dan alleen recycling. Het begint met zuiniger omgaan met grondstoffen door anders te denken over producten en productieprocessen. Is het product het beste antwoord op de behoefte en kunnen bij de productie minder of andere grondstoffen worden gebruikt? In het ontwerp van producten en diensten moet al rekening gehouden worden met hergebruik, reparatie en recycling. Er moet ook energie teruggewonnen worden uit materialen en afval storten en verbranding zonder energieterugwinning moet zoveel mogelijk worden voorkomen.

Fossiele energiebronnen moeten in een circulaire economie volledig vervangen worden door hernieuwbare energiebronnen. We beëindigen het gebruik van fossiele brandstoffen, inclusief aardgas. De in de Klimaatwet gestelde doelen daarvoor worden bindend en vatbaar voor rechterlijke toetsing. De aardgaswinning wordt zo snel mogelijk gestaakt, zo mogelijk eerder dan nu door de regering toegezegd, ook in velden buiten Groningen. Er komt geen winning van schaliegas. De eigenaren en bewoners van door de gaswinning beschadigde gebouwen worden allen binnen een jaar gecompenseerd, met een omgekeerde bewijslast (NAM moet bewijzen dat schade niet veroorzaakt is door aardbevingen). Nederland werkt niet mee aan het gasnetwerk Nordstream II en bouw zo snel mogelijk de import van fossiele brandstoffen uit Rusland en het Midden-Oosten af.

Waterstof kan een goede manier zijn voor energieopslag, maar dat moet dan wel groene waterstof zijn. Alleen als tussenstap zijn andere vormen van waterstof acceptabel. Alleen echte duurzame biomassa kan gebruikt worden als duurzame energiebron, en de toepassing moet zoveel mogelijk beperkt en geprioriteerd worden. Subsidie voor bijstook van biomassa bij kolencentrales vervalt direct – die centrales moeten direct dicht. We investeren niet in kernenergie, dat is niet duurzaam. De kerncentrale in Borssele gaat uiterlijk in 2025 dicht. Het lozen van restwarmte in oppervlaktewater en in de lucht wordt belast met zodanige tarieven dat levering aan warmtenetten aantrekkelijker wordt. Uiterlijk in 2030 wordt dit verplicht. Er komt subsidie voor de aanleg van publiek beheerde warmtenetten. Warmtenetten worden verplicht door gemeenten beheerd.  Investeringen in CO₂-opslag (CCS) worden alleen dan toegelaten als er geen duurzamer alternatief beschikbaar, en alleen als tijdelijke tussenoplossing. Hergebruik van CO₂ (CCU) is wel een structureel duurzaam alternatief.

Er zijn ook nieuwe verdienmodellen nodig, waarbij je betaalt voor gebruik in plaats van voor bezit, waarbij producenten eigenaar blijven van het product. Denk aan de platforms voor auto delen, het beheer van kantoormeubilair en van medische apparaten.

Veel grondstoffen zijn onttrokken aan de aarde en opgeslagen in gebouwen, infrastructuur en in producten als televisies, folders en flessen. De gebouwde omgeving kan worden gezien als een mijn, waar kostbare grondstoffen uit kunnen worden herwonnen (urban mine). Materialen als papier, staal en glas worden al veel gerecycled. Maar er zijn nog meer materialen en producten die worden afgedankt, die kunnen worden hergebruikt en waaruit grondstoffen kunnen worden gerecycled. Afgedankte elektronica bijvoorbeeld bevatten veel zeldzame aard- en edelmetalen, die nog nauwelijks worden gerecycled.

Waar ook meer mee kan en moet is bij beton. De voorraad van beton in gebouwen en werken – zoals viaducten en bruggen – is enorm. Het vrijkomende beton wordt bijna volledig gerecycled, maar het overgrote deel van het materiaal verdwijnt in laagwaardige ophogingen en wegfunderingen. Bij de productie van beton komen echter veel broeikasgassen vrij en in dergelijke ophogingen kan ook zand of grind worden gebruikt. Belangrijke uitdaging voor de bouwsector is om de grote voorraad beton hoogwaardiger te recyclen. Oftewel meer toepassen in beton. Daarnaast kunnen architecten in de ontwerpfase beter inspelen op mogelijkheden van hergebruik van gebouwen en onderdelen daarvan. Bijvoorbeeld door modulair te ontwerpen, waardoor een gebouw makkelijk is af te breken in modules en onderdelen van een gebouw makkelijk kunnen worden hergebruikt.

3.      Fiscale maatregelen

We voeren een apart laag btw-tarief in voor producten die voldoen aan eisen van ecologische duurzaamheid (circulair gebruik van grond- en afvalstoffen, geen fossiele energie, bescherming van biodiversiteit, dierenwelzijn en gezondheid mensen, geen vervuiling) en van sociale rechtvaardigheid (geen kinderarbeid, eerlijke beloning en arbeidsvoorwaarden, bescherming arbeidsomstandigheden en positie werknemers, eerlijk belasting betalen) met behulp van een nieuw door de overheid ingesteld keurmerk voor Duurzaam en Eerlijk Ondernemen. Ook gezonde producten (geen of weinig suiker en vet bv.) worden onder het lage btw-tarief geplaatst. Duurzame apparaten, diensten en producten komen zo onder het laagste btw-tarief, zoals biologische producten en ander duurzaam geproduceerd voedsel, openbaar vervoer, reparatiediensten, het circulair ophalen en verwerken van afval, etc. Vervuilend gedrag moet juist zwaarder belast worden, zoals vleesconsumptie, producten van intensieve landbouw en visserij, e.d. Er komt een verbod op stunten met vleesprijzen. Al het vlees dat in Nederland verkocht wordt, beschikt als eerste stap over 1 ster van het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming.

We voeren de verpakkingsbelasting opnieuw in en verdubbelen de opbrengst. Statiegeldregelingen voor alle plastic en blik verpakkingen worden verplicht gesteld. Wij willen dat ieder product een productlabel krijgt waar aan de consument kan zien wat de sociale en ecologische prestatie of belasting van het product en de verpakking is. Alle verpakkingen worden uiterlijk 2030 verplicht biologisch afbreekbaar, zoals bioplastics. We realiseren voor 2050 100% hergebruik van grondstoffen en afval. Hiertoe wordt naar analogie van de Klimaatwet een Afvalwet ingevoerd, met afgesproken meetbare en voor de burger afdwingbare termijndoelen.

4.      Duurzame mobiliteit

We gaan veel meer investeren in minder mobiliteit (dichtbij of thuis werken), fietsen en openbaar vervoer, o.m. met een nieuw Randstad-breed lightrail-project. Investeringen moeten uit een apart staatsfonds gefinancierd worden, waar de overheid nu bijna gratis voor kan lenen. Het OV wordt fors goedkoper, zodat het in prijs aanzienlijk wint van gemotoriseerd individueel vervoer. Ook moeten er concrete maatregelen worden genomen voor het beprijzen van particulier vervoer met rekeningrijden gedifferentieerd naar tijd en plaats en het belasten van fossiele brandstoffen in de scheep- en luchtvaart. Belasting op elektriciteit bij oplaadpalen wordt veel lager dan accijns voor benzine of diesel, in plaats van omgekeerd zoals nu, o.m. met een vrijstelling van energiebelasting op laadpalen.

In Europees verband moet er in het kader van de Europese Green Deal een groot project worden opgezet door de Europese Investeringsbank voor continentale hogesnelheidslijnen en fossielvrij goederenvervoer, beide met een Europese publieke netwerkbeheerder. We maken continentale vluchten substantieel duurder met een extra belasting en zetten een stop op de groei van luchthavens: Lelystad uitbreiding gaat niet door, Schiphol en regionale luchthavens mogen niet groeien.

5.      Duurzame landbouw

Een radicale verandering bij de landbouw is nodig. Het is absurd dat in een dichtbevolkt land dat drijft op diensten bijna 60 procent van het grondgebied in beslag wordt genomen door een uitermate vervuilende activiteit: de intensieve landbouw. Deze heeft grote nadelige maatschappelijke en milieueffecten. Niet alleen voor het klimaat, maar ook voor de eveneens voor de mens bedreigende drastische achteruitgang van de biodiversiteit en via vervuiling en besmetting ook rechtstreeks voor een bedreiging van onze gezondheid.  Dat moet minder, duurzamer, natuurlijker.

Maar dat kan niet zonder de boeren. Het huidige systeem van concurreren op kostprijs biedt op lange termijn geen perspectief voor de sector, daarvoor lenen de productieomstandigheden in een druk bevolkt land als Nederland zich niet. De gangbare, industriële landbouw kan de wereld op den duur niet voeden. Boeren staan nu met de rug tegen de muur, en velen zouden wel verandering willen als de prijzen stijgen. Burgers maken zich zorgen over klimaatverandering, maken zich zorgen over gezondheidsrisico’s en ergeren zich aan de landschapsvervuiling en schendingen van dierenwelzijn, natuurbeschermers zien dat er zich een ‘ecologische ramp’ voltrekt in het agrarische gebied. Niet alleen 84% van de insecten zijn verdwenen, maar ook 93% van de boeren.

We moeten boeren verplichten, maar ook stimuleren en faciliteren, om zich te richten op het produceren van duurzame kwaliteitsproducten en grondgebondenheid, door te kiezen voor natuurinclusieve kringlooplandbouw, met lokale productie- en consumptieketens, dier- en milieuvriendelijke landbouwconcepten en het leggen van verbinding tussen landbouw en maatschappij. Deze vormen van landbouw leveren meerwaarde voor boer, dier, maatschappij, natuur en milieu. Niet steeds minder boeren en meer monocultuur, maar juist meer kleine boeren en minder monocultuur. Natuurinclusieve landbouw moet in 2050 volledig gerealiseerd zijn met meetbare en voor burgers afdwingbare tussendoelen in 2030. We sluiten daartoe een Plattelandsakkoord, in de geest van het Klimaatakkoord, met betrokkenheid van boeren, burgers en overheden op het platteland en natuur- en milieuorganisaties, op basis van de hierna volgende uitgangspunten.

We streven naar een hervorming van het Gemeenschappelijk Europees Landbouwbeleid (nu 40% van de EU-begroting) per 2020 met hogere kwaliteitsnormen. Directe inkomenssteun voor boeren vervangen we door subsidies die gekoppeld zijn aan het realiseren van maatschappelijke opgaven zoals duurzaamheid, natuurbehoud, gezondheid en dierenwelzijn. Ook kan een deel van het landbouwbudget worden ingezet voor innovatie om onze voedselvoorziening toekomstbestendig te maken.

De transitie moet eerlijk plaatsvinden, maar dat kan ook, ook met boeren. Nu subsidiëren we melkboeren, terwijl 1 op de 5 van de miljonairs in ons land (melk)boer is. Het systeem dwingt de boeren tot grootschaligheid en export, terwijl dat een doodlopende weg is. Boeren die willen overstappen naar natuurinclusieve en kringlooplandbouw moeten gesteund worden, zij die daarin niet meewillen moeten uitgekocht worden. Landbouw niet primair gericht op export, maar op de binnenlandse markt. Expertise gaan we juist meer exporteren, opdat ook in de Derde Wereld een betere situatie ontstaat en we niet lokale productie daar wegconcurreren. Geen oneerlijke handelsverdragen en oneerlijke EU-landbouwsubsidie meer, zoals CETA en met de Mercosur-landen. Zo krijgen we kleinere en meer boeren, en minder dieren. De macht van de inkopers en de supermarkten moet daarbij gebroken worden zodat er een eerlijke prijs ontstaat, waarin de kosten van milieubelasting verdisconteerd is. Dat ondersteunen we met gedifferentieerde btw-tarieven, laag voor milieuvriendelijke producten, hoog voor milieuvervuilende producten. Zo krijgen duurzame boeren een eerlijk inkomen en krijgen huishoudens een eerlijke, betaalbare prijs gepresenteerd.

Het mededingingsbeleid wordt zodanig aangepast dat boeren meer marktmacht krijgen ten opzichte van de voedselverwerkers en supermarktketens, onder andere met het doel een verbetering van de afzetprijzen te realiseren. Verkoop onder de kostprijs wordt verboden.

De uitstoot van CO2, methaan, stikstof en fosfaat in de landbouw wordt verder belast. Met de opbrengsten financieren we meer subsidie voor natuurinclusieve landbouw. We brengen methaan en andere klimaat emissies onder de werking van het ETS, waardoor emissies van mest worden teruggedrongen.

We bevorderen duurzame innovaties op het platteland, zoals biologische landbouw, energieleverende kassen en regionale afzetcoöperaties. Natuurinclusieve landbouw wordt de norm. Boeren kunnen een deel van hun inkomen verdienen met de bescherming en ontwikkeling van natuur, recreatie, dienstverlening, opwekking van duurzame energie en zorg. Om de inklinking van het veen en de uitstoot van CO₂ tegen te gaan verhogen we het waterpeil in het veenweidegebied en stemmen we het gebruik van de grond zoveel mogelijk af op de aard van het gebied (functie volgt peil). Er komt een pakket aan stimuleringsmaatregelen om boeren te helpen over te stappen op duurzame natte landbouw.

De teelt van lokale eiwitgewassen voor voedsel en veevoer wordt bevorderd. Wij willen dat er meer veevoeders uit de eigen akker- en tuinbouwrestproducten worden gehaald zodat we op termijn kunnen stoppen met de import van de dure en niet-duurzame soja. Wij willen dat de mest die op land wordt uitgereden van gezonde samenstelling voor het milieu. De mineralen, fosfaat en stikstof gaan we daarom eerst (deels) uit de mest halen en separaat verhandelen als grondstof voor andere toepassingen. De ontheffing van Nederland in de EU om meer fosfaat uit te mogen rijden wordt direct beëindigd.

Er komt een einde aan de bio-industrie en de intensieve veeteelt. Wij willen de omvang van de Nederlandse veestapel controleren en fors verminderen – te beginnen met een halvering in de komende 10 jaar en een volledige beëindiging van intensieve veeteelt binnen 30 jaar.  Er komt per direct een moratorium op de omvang van de veestapel in de intensieve veehouderij per diersoort, vooruitlopend op het nieuwe beleid. We geven provincies de bevoegdheid om regionaal extra eisen te stellen aan de veehouderij in het kader van de volksgezondheid en het milieu en tevens nemen we het voorzorgcriterium op als weigeringsgrond voor vergunningaanvragen van veehouderijen in de AMvB’s van de Omgevingswet. Nieuwbouw van megastallen wordt niet meer toegestaan en bestaande megastallen verdwijnen.

De Nederlandse intensieve veehouderij wordt vaak genoemd als voorbeeld voor de rest van de wereld. Onze productiemethoden zijn geperfectioneerd op efficiëntie en het dierenwelzijn is ondanks bovenstaande misstanden beter dan in veel andere landen. Maar dat het elders nog slechter is, kan geen excuus zijn om weg te kijken. Als gidsland en als een van de grootste producenten ter wereld van vlees en zuivel, moet Nederland streven naar een voorbeeldfunctie wat betreft duurzaamheid, volksgezondheid en dierenwelzijn.

De intensieve veehouderij kent steeds meer structurele misstanden: megastallen, langeafstandstransporten (tegenwoordig ook om strenge regelgeving te ontlopen), stalbranden, dierziekten, mestoverschotten en risico’s voor de volksgezondheid en voor de klimaatverandering. Doordat het dier wordt aangepast aan de houderij in plaats van andersom, wordt ook het dierenwelzijn ernstig aangetast. Dieren worden te krap gehouden, met te weinig uitdaging of afleiding, kalf en koe worden bij de geboorte gescheiden, kalveren en lammetjes onthoornd, zeugen in kraamkooien gestald, staarten bij biggen geamputeerd en snavels bij kippen gekapt. Varkens worden in het slachthuis met heftig prikkend koolstofdioxidegas bedwelmd, met een afschuwelijke en verstikkende doodsstrijd tot gevolg. Kippen bereiken het slachthuis vaak met blaren op borst en poten doordat ze zo snel mogelijk en dus hardhandig in kratten worden gepropt. Hanen, bokken en stieren worden massaal jong gedood omdat ze niet gewild zijn bij de productie. Bij de meeste biggen worden staarten gecoupeerd, zonder pijnstilling.

De normen voor dierenwelzijn worden verhoogd en strak gehandhaafd. Weidegang voor koeien en voldoende buitenruimte voor varkens en pluimvee worden wettelijk verankerd. Koeien kunnen grazen, kippen scharrelen, varkens wroeten. Alle stallen worden (brand)veilig. Geen varkens meer met geamputeerde staarten, op betonnen vloeren, in kraamkooien en megastallen; geen koeien die nooit hun kalveren mogen grootbrengen of in een wei mogen grazen; geen plofkippen die met gebroken vleugels het slachthuis bereiken; geen langeafstandstransporten met levende dieren, en zeker niet met dieren jonger dan twee maanden. Dieren hebben recht op een respectvolle behandeling. Landbouw- en huisdieren worden zo gehouden dat zij soorteigen gedrag kunnen vertonen. We willen regelgeving aanpassen zodat boeren verplicht worden het dierenwelzijn te monitoren en te verbeteren met moderne middelen.

Er komt een verbod op het houden en fokken van nertsen en andere (pels)dieren met als doel het verkrijgen van (een deel van) hun pels of vacht. Daarnaast komt er een verbod op de handel in, import en doorvoer van bontproducten.

Om onnodig transport van slachtdieren te voorkomen wordt het slachten in Nederland het uitgangspunt. Daar waar dat niet gebeurt wordt Europees geregeld dat er een verbod komt op veetransporten van levende dieren die langer dan 4 uur duren.

Dierenartsen krijgen een meldplicht van misstanden en er komt ook een meldpunt voor anonieme klachten. Klokkenluiders worden beschermd en gerehabiliteerd. De NVWA wordt ook drastisch hervormd en onafhankelijk gemaakt van de minister en van de te controleren sector (als onderdeel van een totale reorganisatie van het overheidstoezicht, waarbij alle toezichthouders versterkt en onafhankelijker worden en onder een gemeenschappelijke structuur komen, conform de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid), opdat de cultuur van het wegkijken nu eens echt wordt aangepakt. Daarbij wordt samengewerkt met de dierenbescherming en kritische dierenartsen. Slachthuizen worden permanent gevolgd met camera’s. Opsporing en vervolging van dierenmishandeling krijgt ook meer prioriteit.

Antibiotica mogen alleen worden gebruikt in uitzonderingsgevallen en op individueel niveau. De NVWA gaat meer inspecteren op antibioticagebruik, ook in geïmporteerd voedsel zoals kweekvis.

We pleiten voor verder onderzoek naar de gevolgen van de Q-koortsepidemie en stellen samen met de sector een ruim schadefonds in voor alle getroffenen. Het gebruik van antibiotica in de veehouderij wordt verder afgebouwd. In een toekomstige zoönose-uitbraak (ziekte die overdraagbaar is van dier op mens, zoals Q-koorts), stellen we het belang van volksgezondheid boven het economisch belang, hierom laten we de verantwoordelijkheid over de aanpak van een dergelijke uitbraak direct en volledig vallen onder het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport en niet gedeeltelijk onder het ministerie van economische zaken. Slachtoffers van de Q-koorts uitbraak worden alsnog ruimhartig schadeloos gesteld.

We verbieden het gebruik van pesticiden die schadelijk zijn voor mens, milieu en ecosystemen, zoals neonicotinoïden. Het gebruik van biologische bestrijdingsmiddelen wordt bevorderd. Een progressieve belasting op pesticiden en geïmporteerd veevoer maakt de kiloknaller extreem duur en het onbespoten appeltje goedkoop. Het gebruik van patentloze, vaak biologische, zaden en pootgoed willen we stimuleren. Er dient komende kabinetsperiode een beleid te komen voor toepassing van biotechnologie gericht op een duurzaam gebruik van de planeet, de bestrijding van armoede en volksgezondheid. We zijn geen voorstander van het patenteren en in eigendom nemen van natuur door bedrijven.

Nederland moet zonder dralen strikt de Europese visserijwetgeving implementeren. Vangstrechten worden voortaan verdeeld op grond van transparante, sociale en ecologische criteria die bewezen duurzame visserij belonen en stimuleren. De puls-visserij is nog niet bewezen duurzaam. Zo belonen we de innovatieve vissers. Overbevissing in onze binnenwateren willen we tegengaan. Viskwekerijen alleen op land en zoveel mogelijk alleen vegetarische kweekvis.

6.      Versterking overheidsregie ruimtelijke ordening en natuurherstel

We moeten de regie van de rijksoverheid op ruimtelijke ordening weer herstellen, zonder terug te keren in verstikkende wetgeving. We gaan de Omgevingswet aanpassen uit oogpunt van uitvoerbaarheid en meer landelijke en provinciale taakstellingen en projecten.

Er komt een landelijke visie voor de toekomstige ruimtelijke ordening van Nederland over 50-100 jaar die kaders stelt voor een antwoord op o.m. de zeespiegelstijging, meer extreme rivierwaterstanden, meer extreem weer (zowel droogte als juist veel regen en storm), de uitstootreductiedoelstellingen realiseert, de biodiversiteit substantieel doet toenemen, de woningbehoeften en mobiliteitsbehoeften accommodeert, ook in relatie tot het nabijgelegen buitenland. De recente studie van een aantal Wageningse wetenschappers[4] laat zien wat dit kan betekenen – het kan: een schoon, veiliger, duurzaam en natuurlijker Nederland dat werkt en woont.

Er worden meer en met elkaar verbonden natuurgebieden gerealiseerd, met bescherming en herintroductie van bedreigde soorten. We investeren in het aaneensluiten van het netwerk van alle natuurgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, versneld en in volle omvang.

Er komen twee grote natuurgebieden in Nederland bij: de Markerwadden en het Oostvaarderswold in Flevoland. Daarnaast worden nieuwe nationale landschappen aangewezen. Er wordt meer en meer divers bos aangelegd, ook om aan de CO₂-reductie doelstellingen te voldoen.

De kustlijn inclusief duinen en aangrenzend natuurgebied houden we puur; bebouwing wordt uitgesloten. In natuurgebieden zoals de Noordzee, de Waddenzee en de Zuid-Hollandse en Zeeuwse Delta is geen plaats voor schadelijke economische activiteiten als gasboring, zandsuppletie of landaanwinning. De Westerschelde wordt niet meer verder verdiept. 30% van de Noordzee wordt zee-reservaat, gesloten voor visserij en andere schadelijke activiteiten. Om de Waddenzee beter te beschermen, komt er één beheerder voor de Waddenzee.

In bestemmingsplannen komt de mogelijkheid om waardevolle landschappen met natuurinclusieve landbouw te beschermen naar analogie van waardevolle dorps- en stadsgebieden en stedelijke monumenten. Daarbij kunnen de eigenaren of beheerders subsidie krijgen.

De toegankelijkheid van natuurgebieden voor wandelaars, fietsers en ruiters wordt gewaarborgd, daar waar en wanneer dat ecologisch verantwoord is. Rond steden ontwikkelen we meer groene recreatiegebieden. Waarden als stilte, nachtelijke duisternis en de weidsheid van het landschap worden beschermd. Om waardevolle, open gebieden te behouden moet bebouwing in die gebieden duurder worden. Daarom wordt een openruimteheffing ingevoerd.

De bezuinigingen op natuur van 2011 worden ongedaan gemaakt, waarbij Staatsbosbeheer weer wordt genationaliseerd. Natuur verhuist van het ministerie Economische Zaken naar een apart klimaat, natuur en milieuministerie.

Bescherming van biodiversiteit en het behoud en terugkeer van bijzondere flora en fauna worden bevorderd. Bijen en weidevogels krijgen speciale aandacht. De zalm keert weer terug in onze rivieren.

Plezierjacht wordt verboden. Beheerjacht wordt alleen onder strenge voorwaarden toegestaan bij ernstige schade of bedreiging van de volksgezondheid of veiligheid, wanneer alternatieven hebben gefaald. Stroperij is niet alleen internationaal, maar ook in Nederland een probleem. We willen een harde aanpak van de stroperij, met hoge boetes en een goede pakkans door voldoende groene buitengewone opsporingsambtenaren. Nederland zet zich in tegen de stroperij van en handel in wilde dieren en planten.

Er worden steeds meer innovatieve alternatieven ontwikkelt voor dierproeven. Wij staan achter de ambitie om Nederland in 2025 wereldleider in proefdiervrije innovatie te maken. Daartoe wordt een actieplan opgesteld.

We willen wettelijk vastleggen welke diersoorten als huisdier gehouden mogen worden. Die zogenaamde positieflijst bestaat al voor zoogdieren, maar voor ander categorieën zoals vogels, vissen en reptielen gaan we dit ook vastleggen.

We beschermen ons land tegen overstromingen en wateroverlast, waar mogelijk door rivieren meer ruimte te geven en hun natuurwaarden te versterken, in plaats van oneindig dijken te verzwaren. Tegen langdurige droogte wordt geïnvesteerd in meer wateropslag, minder verstening, minder intensief watergebruik en minder waterverspilling. Ook in de stad komt er meer groen en stadslandbouw wordt bevorderd.

7.      Zorgen voor een schone lucht, water en bodem

De overheid moet levens en gezondheid van haar burgers te beschermen en tevens zich te houden aan Europese wetgeving waaraan ze zich heeft gecommitteerd. Burgers kunnen dat in het vervolg bij de rechter gaan afdwingen. De normen voor de luchtkwaliteit, zoals voor geur (ammoniak), de hoeveelheid en samenstelling van (ultra-)fijnstof en fijnstof van bio-industrie, stikstofoxiden en roet, worden aangescherpt tot het niveau dat is vastgelegd door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Gemeenten hebben een belangrijke de taak bij de handhaving en geven inwoners inzicht in de controle. Normen op het gebied van geluid, trillingen, stank, en andere overlastgevers worden altijd vastgesteld op basis van de beste (en meest recente) wetenschappelijke inzichten. Bedrijven die installaties vervangen krijgen geen nieuwe vergunning als zij niet de best beschikbare, duurzame technieken toepassen.

Het stikstofarrest van de Raad van State wordt strikt uitgevoerd – niet door ontwijktrucs. De maatregelen voor duurzaamheid in deze Nieuwe Tien over Rood zullen daartoe naar verwachting afdoende zijn. Op korte termijn regelen we snelheidsbeperkingen op alle snelwegen (ook ’s nachts) naar maximum 100 km/uur, uitkoop van de meest vervuilende veeteelthouders (indien mogelijk vrijwillig, maar als dat niet lukt zo nodig ook gedwongen, sluiting van alle kolencentrales, een moratorium op het aantal vliegbewegingen op ieder vliegveld, en een start met uitbreiding en herstel van natuurgebieden en van schone zones rond die natuurgebieden.

De Nederlandse stikstofuitstoot moet met meer dan 50 procent omlaag om de natuur drastisch te ontzien. De kabinetsplannen voor het uitkopen van boeren nabij kwetsbare natuurgebieden zijn ontoereikend om dit te halen. Ook op andere plekken in het land zullen veehouders dieren moeten inleveren. Dat blijkt uit zeer recent onderzoek van het Wageningen Environmental Research, dat op initiatief van het Wereld Natuur Fonds is uitgevoerd.[5] De VVD belooft de boeren dat er geen dier af hoeft en technologische oplossingen afdoende zijn. Met die suggestie maken de onderzoekers korte metten. Theoretisch kunnen oplossingen zoals luchtwassers en een andere veevoersamenstelling de stikstofuitstoot in de landbouw met bijna een derde verlagen, maar in de praktijk zijn de oplossingen kostbaar, moeilijk te implementeren en zetten de onderzoekers vraagtekens bij de effectiviteit ervan. Dat de uitstoot van stikstof door veeteelt vergeleken met decennia terug behoorlijk is afgenomen door technologische maatregelen is waar, maar het laatste decennium loopt de uitstoot juist weer op, vooral na schrappen van het melkquotum in 2015. Deze afschaffing heeft volgens de Algemene Rekenkamer het aantal dieren fors doen toenemen. De stijging van schadelijke uitstoot komt volgens de Algemene Rekenkamer voor een belangrijk deel door de toename van het aantal dieren in Nederland. Daardoor stijgt de hoeveelheid mest. Desalniettemin blijft minister Schouten zeggen dat inkrimping van de veestapel niet haar doel is. De onderzoekers bekeken ook wat de effecten zijn op stikstof van de door minister Schouten terecht verlangde kringlooplandbouw. Ze laten zien dat de minister veel rigoureuzer te werk moet gaan. Pas als er voortaan geen stikstofdragend veevoer (zoals soja) meer wordt geïmporteerd, wordt de benodigde stikstofreductie van 50 procent gehaald. Het gevolg is dat dan nog maar voor de helft van de dieren voer beschikbaar is.

Nederland heeft al sinds lange tijd natuurwetgeving die beoogt het natuurbelang te beschermen. Zo was Nederland binnen Europa met de borging van de Ecologische Hoofdstructuur in de ruimtelijke ordening een voorloper met natuurbeleid vanuit een gezamenlijke visie op landbouw en natuur. De afgelopen jaren is er echter bezuinigd op natuurontwikkeling en heldere keuzes zijn achterwege gebleven. Veel Natura 2000- gebieden zijn er in ons land momenteel slecht aan toe. De biodiversiteit in Nederland is nadrukkelijk toe aan herstel. Het idee van Rutte III om nog minder natuur te beschermen is ridicuul.

Zo’n 35 procent van de stikstof in Nederland komt uit het buitenland. Maar Nederland ‘exporteert’ meer stikstofoxyden dan we ‘importeren’. De dichtheid van stikstof is in de 28 EU-lidstaten het hoogst in Nederland, vier keer hoger dan het EU-gemiddelde. We moeten dus echt zelf veel (en snel!) doen. De landbouw neemt met 45 procent verreweg de meeste uitstoot voor zijn rekening. Dat komt vooral door de ammoniak die vrijkomt uit mest van koeien, kippen en varkens. Na de landbouw leveren huishoudens, wegverkeer (beide 6,4 procent), de internationale scheepvaart (3,6 procent) en ammoniak uit de zee (2,7 procent) de grootste bijdrage aan de Nederlandse stikstofdepositie.

Stikstofoxiden en ammoniak in de lucht komt uiteindelijk weer op de grond terecht. Dit heet stikstofdepositie. De stoffen kunnen met neerslag mee komen op de bodem, dit heet natte depositie. Maar ook kunnen planten of de bodem direct stikstof uit de lucht opnemen, dit heet droge depositie. De depositie van stikstofoxiden en ammoniak zorgt ervoor dat de bodem rijk wordt aan voedingsstoffen. Dat is vooral in natuurgebieden een probleem. Door overbelasting met stikstof zijn veel habitats er slecht aan toe. De bodem verzuurt en de balans van voedingstoffen in de bodem wordt ontwricht. Zeldzame plantensoorten die juist voedselarme omstandigheden nodig hebben, verdwijnen. Een beperkt aantal stikstofminnende soorten neemt hun plaats in. Dat kan betekenen dat de plantensoorten, die kenmerkend zijn voor het gebied, verdwijnen en dat de kwaliteit van de overgebleven soorten minder wordt, of zelfs dat het gebied zijn natuurlijke kenmerken verliest. Zo verdringen de brandnetels bijvoorbeeld de orchideeën. Aangezien planten aan de basis staan van de voedselketen, beïnvloedt het verlies aan plantensoorten en plantkwaliteit ook de fauna, zoals insecten en vogels, die van die zeldzame planten leven. Dit bedreigt de biodiversiteit, die we niet voor niets beschermen – bedreiging van biodiversiteit is net als de klimaatcrisis een directe bedreiging door de aantasting van de voedselketens voor de toekomst van onze kinderen. En is in strijd met Europese regels voor natuurbescherming, die daarop gericht zijn.

Teveel uitstoot van ammoniak en stikstofoxiden is niet alleen slecht voor de natuur, maar is ook slecht voor de volksgezondheid. Volgens het Longfonds overlijden jaarlijks minimaal 11.000 mensen vroegtijdig door uitstoot van fijnstof en stikstofoxyden. Gemiddeld leven Nederlanders negen maanden korter door luchtverontreiniging, maar de verschillen zijn groot. Het aantal slachtoffers is het grootst in de grote steden, de Randstad, langs drukke wegen en in de omgeving van veehouderijen. Daar kan het levensduurverlies oplopen tot achttien maanden, terwijl het in de schoonste gebieden van Nederland ‘slechts’ vier maanden bedraagt. Volgens het kabinet is luchtverontreiniging, na roken, de grootste veroorzaker van ziektekosten in ons land. Het Longfonds, de Hartstichting en beroepsverenigingen van longartsen, cardiologen, kinderartsen, huisartsen en longverpleegkundigen hebben op 10 september jl. een petitie aangeboden aan de Tweede Kamer waarin gevraagd wordt om ambitieuze maatregelen.

Vooral mensen met longklachten en astma hebben last van stikstofoxyden. Zo’n 1,2 miljoen Nederlanders kampen bovendien met een longziekte. Volgens het Longfonds hebben ongeveer 100.000 kinderen tot en met de leeftijd van veertien jaar astma. Bij één op de vijf kinderen met astma in Nederland is de ziekte gerelateerd aan luchtvervuiling door het verkeer. In geen enkel ander Europees land is dat aantal zo hoog. In de grote steden worden uitlaatgassen verantwoordelijk gehouden voor nog meer astmagevallen bij kinderen. Ammoniak komt ook in de lucht, maar via uitspoeling in de bodem ook in ons grond- en oppervlaktewater. Dit bedreigt op den duur ook onze drinkwatervoorziening.

Met betrekking tot de uitstoot van PFAS-stoffen (ernstig giftige, kankerverwekkende stoffen, die o.m. vrijkomen bij de productie van Tefal, waterafstotende stoffen en kunstgras, worden bronmaatregelen genomen die voorkomen dat ze nog gemaakt worden. De uitstoot wordt streng verboden en gehandhaafd, ook wat betreft de afvalstromen. Er komen onafhankelijke veilige normen voor de concentratie in bodem (ten behoeve van bodemsanering) en water (voor toepassing als drinkwater).

Bij bouwen of bij ander gebruik van de grond krijgt de veiligheid en kwaliteit van het drinkwater de hoogste prioriteit. Voorraden voor de toekomst worden beschermd tegen bedreiging en vervuiling, zoals het lozen van afvalwater en de winning van zout of gas. Wij willen naar blijvend gezond water door zo spoedig mogelijk microplastics uit cosmetica en wasmiddelen te verwijderen en door waterfilters tegen vervuiling door medicijnen bij ziekenhuizen verplicht te stellen. Ook gewasbeschermingsmiddelen en mest mogen niet in het oppervlaktewater komen door lozing of afspoeling. Bij de waterzuivering worden grondstoffen als fosfaten uit afvalwater gewonnen en hergebruikt. De normen voor lozen van voor de gezondheid schadelijke stoffen door bedrijven in bodem, water en atmosfeer moeten veel strikter worden gehandhaafd en veel zwaarder, ook strafrechtelijk, worden vervolgd.


[1] Zie: https://www.pvda.nl/zeker-zijn-van-een-schone-toekomst/. Alle bedrijven gaan in dat voorstel vanaf 2021 45 euro per ton CO₂ betalen, en dat tarief stijgt 2% per jaar. In 2050 is dan tarief ongeveer 80 euro per ton CO₂. Uit de opbrengst wordt een verlaging van het vaste verminderingsbedrag in de energiebelasting met 150 euro gefinancierd, evenals een verhoging van de SDE+ subsidies (daar gaat 50% naar toe) en een innovatie- en werkgelegenheidsfonds voor bedrijfstakken die dat kunnen inzetten voor (verder) ontwikkelen van schone industrie en behoud van banen.

[2] Het moet gaan om duurzaam geteelde biomassa en restafval, waarbij de biodiversiteit en het landgebruik van inheemse bewoners beschermd wordt. Zo mogelijk alleen uit de EU. Er gelden strenge normen voor uitstoot van fijnstof en stikstof.

[3] https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/nederland-is-in-2120-schoon-en-groen~b831756c/

[4] https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/nederland-is-in-2120-schoon-en-groen~b831756c/

[5] Zie: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/stikstof-moet-ruim-gehalveerd-saneren-van-boeren-rond-kwetsbare-natuur-niet-genoeg~bc8f3c84/

FacebooktwitterredditpinterestlinkedinmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *