Solidaire, toegankelijke en goede zorg

Gezondheidszorg staat in het centrum van de belangstelling. Burgers rekenen een goede gezondheid en goede zorg steevast tot de top-3 belangrijke zaken in het leven en de maatschappij. Tegelijkertijd maken ze zich zorgen over de kwaliteit en de houdbaarheid van zorg in de toekomst, vooral waar het toegankelijkheid en betaalbaarheid betreft. Als je ziek bent, of iemand uit je naaste omgeving is ziek, dan is in één klap al het andere onbelangrijk. Je bestaan wankelt. Dan wil je er op kunnen vertrouwen dat je snel en goed geholpen wordt. Dat je de zorg, aandacht en liefde krijgt die nodig is.

Volgens het kabinet hebben we het beste zorgsysteem ter wereld. Zorgverleners en veel burgers denken daar toch echt anders over. Zowel in de cure als de care hebben de afgelopen jaren grote veranderingen plaatsgevonden. De politiek heeft de zorgen over kwaliteit, toegankelijkheid en de betaalbaarheid de laatste decennia vooral geprobeerd op te lossen met marktwerking en met decentralisatie naar gemeenten. Beiden zijn hopeloos mislukt.

In de cure is het volgens Marcel Levi (CEO van het University College London Hospitals (UCLH), daarvoor bestuursvoorzitter van het AMC) ‘een behoorlijke puinhoop’.[1] Er wordt geklaagd over toenemende ongelijkheid in de toegankelijkheid van de cure-zorg, de kosten worden afgewenteld op burgers in plaats van dat er werkelijke besparing is, en de bureaucratie is hoog. Van de geboden keuzevrijheid wordt weinig gebruik gemaakt, maar niettemin wordt de solidariteit erdoor ondermijnd. De ongelijkheid, ook in levensverwachting, neemt toe. Over de kwaliteit van de cure-zorg zijn tegelijkertijd weinig klachten.

In de care is het al niet veel beter: volgens een onderzoek in De Groene Amsterdammer van 3 augustus 2017 is het resultaat van twee jaar decentralisering: wantrouwen, bureaucratie en hogere kosten. Wij noteerden ook: wachtlijsten in de (gespecialiseerde) jeugdzorg en de GGZ, enorme verschraling van de geboden zorg aan huis, te snelle afbouw van verzorgingshuizen, klachten over de kwaliteit van verplegingszorg, thuiszorg en de huishoudelijke hulp, ondermijning van arbeidsvoorwaarden met name bij de laagste inkomens, tekort aan verplegenden gecombineerd met het ontslag van 70.000 werkenden in de care onder Rutte II, verschillen tussen gemeenten zijn soms groot, miljoenentekorten in de jeugdzorg, etc.

Zowel bij de cure als de care zijn er zorgen over de privacybescherming en onafhankelijke rechtsbescherming. En bij care en cure voelen professionals zich beknot in hun regelruimte om patiënten/cliënten goed te helpen – de frustratie in de sector is groot.

Misschien wel het grootste probleem is dat het Nederlandse zorgsysteem langzamerhand voor niemand meer te begrijpen is. Het drijft zowel hulpbehoevenden als de 1,3 miljoen mensen die in de zorg werken tot wanhoop. En dat geldt niet minder voor alle instanties en ambtenaren die tot taak hebben de boel te controleren of zorgbeleid te maken. Het zorglabyrint kost bakken vol energie: van het jaarlijks kiezen van de beste zorgpolis tot de opwinding over een onbegrijpelijke rekening van een zorgverlener, of het doolhof waar je in terechtkomt als je voor een hulpbehoevend familielid uit moet zoeken waar hij of zij terecht kan – en wat daarvoor betaald moet worden. Zorgorganisaties hebben, als ze werk doen dat valt onder de WMO (Wet maatschappelijke ondersteuning) te maken met tientallen verschillende aanbestedingsmethoden, inhoudelijke eisen en controle-eisen van evenzovele gemeenten. Doen ze werk dat valt onder de zorgverzekeringswet (ZVW), dan moeten ze dealen met verschillende verzekeraars die allemaal hun eigen kwaliteitscriteria, onderhandelingsmethode en controlesysteem hanteren. En wie pech heeft, heeft zowel met de verzekeraars als met de gemeenten als met de zorgkantoren (die het geld van de Wet langdurige zorg toekennen) te maken.

De wirwar van regelingen, instituties en financieringsvormen belemmert ook de controle op de besteding van de zorgmiljarden. ‘Het is moeilijk om zicht te krijgen op hoe zorggeld wordt besteed en een oordeel te vellen over de geleverde prestatie’, was het harde oordeel van de Algemene Rekenkamer in haar Verantwoordingsonderzoek over de zorguitgaven 2015. Dat is sindsdien niet verbeterd.

Rechts voert nu redelijk ongehinderd de eigen zorgagenda uit. De toekomstvisie is duidelijk: meer markt en wantrouwen jegens zorgverleners en patiënten, en ruim baan voor de verzekeraars en aandeelhouders. Marktwerking lijkt een succes, doordat het grillige, bemoeizuchtige en wantrouwige beleid tegenover instellingen en zorgverleners voor het brede publiek vrijwel onzichtbaar blijft. De hogere kosten worden eveneens nauwelijks opgemerkt; door kostenverschuiving van premiebetaler naar patiënt lijkt er zelfs van enige kostenbeheersing sprake. In werkelijkheid dreigt de solidariteit tussen rijk en arm en tussen gezond en ziek steeds meer te sneuvelen. De afwenteling van kosten op zieken en burgers zelf wordt steeds verder opgevoerd met als argument dat de kosten anders onbetaalbaar zouden worden. Het resultaat is dat we steeds meer zorgmijding zien bij mensen die het niet meer kunnen betalen.

De rechtse agenda van meer marktwerking, en ruim baan voor verzekeraars wordt op dit moment niet of nauwelijks gehinderd door linkse oppositie. Het initiatief vanuit de SP om te komen tot een Nationaal Zorgfonds (NZF) heeft weliswaar veel mensen op de been gebracht, waaronder ook veel zorgverleners, maar het werd niet omarmd door PvdA, GL en FNV. Electorale belangen, verstoorde verhoudingen en inhoudelijke verschillen waren daarvan de oorzaak. Toch is een breed gedragen, linkse alternatieve visie op de toekomst van de zorg hard nodig. Niet alleen vanwege de rechtse dominantie van marktwerking, maar ook omdat er de komende jaren in de curatieve zorg grote veranderingen op stapel staan. We staan aan de vooravond van majeure veranderingen in het ziekenhuislandschap. Te vrezen valt een herhaling van eind vorige eeuw, toen de politiek hierop te laat, te populistisch, te ad hoc en te grillig reageerde.

Er dreigt een harde concurrentiestrijd tussen ziekenhuizen, waarin ten aanzien van sommige behandelingen overcapaciteit ontstaat en dure, door iedereen aangeschafte technologie nauwelijks gebruikt wordt. Tegelijkertijd zullen sommige behandelingen te weinig worden aangeboden, waar we vanwege het gebrek aan zicht op de onafhankelijk opererende ziekenhuizen bovendien te laat achter zullen komen, met als gevolg wachtlijsten. Daarnaast gaat in deze concurrentiestrijd minstens de helft van de ziekenhuizen verdwijnen, wat lokaal de nodige onrust zal geven. Het faillissement van MC Slotervaart en MC IJsselmeerziekenhuizen lijkt slechts het begin van dit drama. Zeker 14 andere ziekenhuizen staan aan de rand van de financiële afgrond.

Een verdeeld links is funest in de strijd om de rechtse zorgagenda te veranderen. Gelukkig zijn de electorale tegenstellingen een stuk minder en de persoonlijke verhoudingen een stuk beter. Er was zo waar een gezamenlijke linkse tegenbegroting en een gezamenlijke deelname aan de acties voor de verbetering van de publieke sector. Wat nu nodig is, is dat we ook inhoudelijk een nieuwe gezamenlijke visie ontwikkelen. In de artikelen op deze site wordt daartoe een bijdrage geleverd.

[1] Paradoxale uitkomsten van marktwerking in de dagelijkse praktijk van de zorg, Marcel Levi, in Socialisme & Democratie, WBS, 7 april 2015.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

One thought on “Solidaire, toegankelijke en goede zorg”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *