Meer doen aan schuldpreventie

Zoals we hebben gezien, begint alles met dat mensen nu vaak een te laag inkomen hebben om van te kunnen leven. Het besteedbaar inkomen aan de onderkant moet substantieel omhoog. In andere betogen (Hogere lonen en eerlijke beloningsverhoudingen, Een hard gegarandeerd sociaal minimum, Een eerlijk belastingstelsel) hebben we daarom voorgesteld het minimumloon en het daaraan verbonden sociaal minimum met ca. 10% te verhogen, om geen inkomstenbelasting te heffen tot een eerste schijf tot en met het minimumloon, en de individuele kosten aan zorg, onderwijs en kinderopvang af te schaffen en die aan huren te maximaliseren in relatie tot het besteedbare inkomen. Door van het sociaal minimum ook een onvoorwaardelijk minimum te maken – een gegarandeerd basisinkomen – wordt een harde inkomensvloer gelegd tegen armoede. Bovendien worden de mogelijkheden verruimd en meer gegarandeerd om met bijzondere bijstand en andere maatregelen aanvullend tegemoet te komen in specifieke omstandigheden die anders desondanks alsnog tot armoede kan leiden.

Ook hebben we in Een goede en zekere rechtspositie en meer zeggenschap voor werknemers tal van voorstellen gedaan om vast werk weer tot norm te maken en de inkomenszekerheid van flexwerkers te versterken. En in Een ontspannen samenleving hebben we voorstellen gedaan om de inkomenszekerheid van vrouwen te versterken.

In de voorgestelde belastingherziening, zorgstelselwijziging, ander stelsel voor huurbeleid en een nieuwe regeling voor de kinderopvang kiezen we voor een nog fundamentelere aanpak: we schaffen alle fiscale persoonlijke toeslagen af, en zorgen dat de individuele kosten op nul worden gezet (de zorg gaan we net als onderwijs collectief uit de totale belastingopbrengst financieren, zonder premies, eigen risico en eigen bijdragen; alle huurwoningen worden onder huurbescherming gebracht met een maximum huur gekoppeld aan het besteedbaar inkomen en kinderopvang gaan we eveneens collectief financieren en publiek organiseren, zonder eigen bijdragen). Dat is niet alleen goed tegen schulden, maar ook tegen de armoedeval (dat je minder overhoudt bij loonsverhoging), maakt arbeid goedkoper (premie zorg drukt nu alleen op arbeid), zorgt voor drastische vereenvoudiging van de uitvoering (met dito besparing) en brengt zorg, wonen en kinderopvang in de schoot van de publieke sector, waar ze thuis horen, zonder de negatieve effecten van marktwerking, rendementsdenken en financialisering.

Voorafgaand aan zo’n grote stelselwijziging, die uiteraard tijd zal kosten, nemen we de suggestie van In ’t Veld over (neem als toetsingsinkomen voor toeslagen het jaar t-2), en combineren die met een andere suggestie: maak de toeslag over naar respectievelijk de zorgverzekeraar, verhuurder en kinderopvangcentrum.

De voorgestelde introductie van een hard, onvoorwaardelijk sociaal minimum, en de vervanging van toeslagen doorafschaffing/verlaging van individuele kosten, met de afschaffing van zorgpremies en het eigen risico, zal ook veel verbeteren aan de overzichtelijkheid en begrijpelijkheid van alle inkomensregelingen. Bovendien vervangen we de huidige Fraudewet sociale verzekeringen, door een regeling waarbij geen omgekeerde bewijslast geldt en waar alleen sancties volgen als er sprake is van doelbewuste fraude. Vaak is de overheid de grootste schuldeiser, maar wordt er niet gecoördineerd geïncasseerd, en stelt juist de overheid zich niet redelijk op. Dat vraagt ook een ander incassobeleid vanuit de overheid. Sociale incasso vanuit de rijksoverheid gaan we bevorderen door maatwerk mogelijk te maken bij incasso door het Rijk, met één incassobureau voor alle Rijksdiensten (dus incl. CJIB) en één beleidslijn voor het afschrijven van oninbare vorderingen.  Dat geeft overzicht en het lukt dan beter om problematische schulden te helpen oplossen. We handhaven (en dan bedoelen we dat die ook wordt nageleefd!) de beslagvrije voet, waar die nu soms driedubbel door verschillende schuldeisers wordt toegepast. Gezinnen met kinderen moeten nu soms leven van minder dan € 50,- per week. We verplichten dat Gemeentelijke Kredietbanken met lage rentes werken (maximaal de rente waarvoor gemeenten zelf kunnen lenen plus aantoonbare kosten). Vooruitlopend op de afschaffing van de zorgpremie wordt de boete (bovenop rente en invorderingskosten) bij niet tijdig betalen van de zorgpremie geschrapt.

Jongeren moeten beter toegerust worden om zelfstandig verstandig met leningen en financiële planning te kunnen omgaan. Aan schuldpreventie in het onderwijs moet veel meer worden gedaan. Ook moet er meer structurele aandacht komen in het onderwijs voor budgetbeheer en financiële planning. Scholen krijgen daar ook extra budget en meer onderwijstijd voor.

We gaan burgers ook beter beschermen tegen agressieve verkoop van leningen. Omdat veel schuldeisers hun vorderingen doorverkopen aan incassobureaus, is het vaak onduidelijk wie schuldenaars en hulpverleners kunnen aanspreken voor een eventuele regeling. Dat terwijl de verhandelde vorderingen voornamelijk uitstaan bij mensen die toch al grote moeite hebben om uit de schulden te komen, aldus de NVVK. De NVVK pleit daarom al langer voor een verbod op de handel in bepaalde schulden. Het gaat daarbij om schulden zonder onderpand. Consumenten gaan dit soort schulden bijvoorbeeld aan als ze online of bij postorderbedrijven op krediet iets kopen. Wij willen daarin nog verder gaan. We gaan de zorgplicht vergroten van crediteuren ten tijde van het aangaan van koop-, leen- en huurovereenkomsten. Het commercieel verhandelen van schulden van huishoudens wordt verboden. De zorgplicht van banken e.a. blijft ook bij uitbesteding van incasso bij de oorspronkelijke partij in stand, ook wat betreft aansprakelijkheid. We voeren een permanente campagne om te waarschuwen voor risico’s van leningen. Reclames voor kredieten wordt aan strengere regelgeving onderworpen.

Veel gemeenten geven meer uit aan bewindvoering dan aan schuldhulpverlening, en meer aan schuldhulpverlening dan aan schuldpreventie. Dat moet anders. Schuld vroeg signaleren is van groot belang. Het duurt vaak jaren voor mensen zich melden bij de schuldhulpverlening. Bovendien is het veel makkelijker om mensen te helpen als de schuldenlast nog klein is. Schulden zijn makkelijker op te lossen als ze eerder gesignaleerd worden. Schuldenaren wachten vaak te lang om hulp te vragen, soms uit onwetendheid, soms uit schaamte of ook omdat men er tegen op ziet. Gemeentelijke vroegsignalering moet verplicht georganiseerd worden. We verplichten de woningcorporaties, zorgverzekeraars, energieleveranciers en waterbedrijven dat zij bij twee maanden achterstand melding doen bij de gemeente. De gemeente moet dan zorgen dat hulpverleners contact leggen met de bewoners, om hen te ondersteunen om weer grip te krijgen op hun geld.[i]

Gemeenten moeten ook kijken hoe ze nóg vroeger in actie kunnen komen. Door bijvoorbeeld samen met corporaties en nutsbedrijven alert te zijn op ingrijpende levensgebeurtenissen, zoals echtscheiding of verlies van een naaste. Corporaties en andere bedrijven kunnen hun klanten dan in contact brengen met instanties die hen hierbij ondersteunen. De gemeenten Hilversum, Den Haag en Zwolle experimenteren hier al mee.

Iedere gemeente moet ook een Geldloket inrichten waar burgers gratis en belangeloos advies en ondersteuning kunnen krijgen in een persoonlijk gesprek over geldzaken, van belastingen tot en met zorgkosten. De gemeente Amersfoort heeft dit al gerealiseerd.

We steunen het voorstel van Jesse Frederik[ii] om één Nationaal register te maken van achterstallige schulden. Zo gauw een schuldeiser incasso-acties pleegt (ook buitengerechtelijk!), moet ze een betalingsachterstand aanmelden in het schuldenregister. Zo komt er een actueel overzicht van alle schuldeisers en de uitstaande bedragen. Dat heeft vele voordelen:

-Het is voor mensen makkelijker om overzicht te behouden.

-Aanmelding bij hulpverlening gaat eenvoudiger (een simpele uitdraai van het schuldenregister volstaat).

-Het register kan als basis dienen voor preventieve maatregelen.

-Het nut van incasso-acties kan beter afgewogen worden door schuldeisers.

-Door ontsluiting van data wordt beter wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen van schulden mogelijk (denk: de link tussen arbeidsparticipatie en schulden, de gevolgen van overheidshandelen op andere schuldeisers etc.).

En we maken een eind aan de schuldenindustrie, die de groei van problematische schulden als verdienmodel heeft, en die deze schulden steeds meer doet escaleren. We draaien de marktwerking bij deurwaarders terug. Het worden weer gewoon ambtenaren met een eigen regio, met een vaste beloning, die ook de belangen van de schuldenaar moet meewegen. Iedere schuldenaar kan maar weer met één deurwaarder te maken krijgen voor al zijn schulden. Deurwaarders komen, naar het voorbeeld van Zweden, in dienst bij een Nationaal Incassobureau (In Zweden: Koninklijk Incassobureau). Deurwaarders krijgen ook net als in Zweden het recht om betalingsregelingen op te leggen, ook aan schuldeisers.

Deurwaarders kloppen vaak als eerste aan bij mensen die schulden hebben. Daarmee is de deurwaarder ook iemand die aan de bel kan trekken voordat het echt fout gaat. Wij willen dat het ambacht van de deurwaarder niet alleen bestaat uit rücksichtslos incasseren, maar ook uit het oplossen van problemen die ze tegenkomen. De deurwaarder is niet slechts incasseerder, maar ook doorverwijzer. Sommige mensen hebben inderdaad een gerechtelijke schop onder de kont nodig, dan moet er ook beslag gelegd worden, maar andere mensen hebben in de eerste plaats hulp nodig: schuldhulp, verslavingszorg, ggz en ga zo maar door. Als je deurwaarders enkel afrekent op incasso, dan zul je enkel incasso krijgen. We kunnen die contracten, vooruitlopend op een wijziging waarbij de marktwerking wordt gestopt, ook anders vormgeven. Het CJIB besteedt momenteel bijvoorbeeld bijna alle rijks-incasso uit aan deurwaarderskantoren. Zij kunnen ervoor kiezen om deurwaarders niet alleen te betalen voor succesvolle incasso’s, maar ook voor een succesvolle doorverwijzing naar de schuldhulpverlening, verslavingszorg of ggz. Laat de gemeentelijke kredietbanken ook bulk-incassocontracten afsluiten met deurwaarders, waarbij grote (lokale) schuldeisers zich kunnen aansluiten. In elke gemeente kunnen dan aparte gestandaardiseerde afspraken gemaakt worden over de voorwaarden waaronder deurwaarders opereren (en wanneer zij doorverwijzen). En over de samenwerking met gemeentelijke instanties.

We voeren een vergunningsplicht in voor private incassobureaus in om onoorbare praktijken tegen te gaan. Private incassobureaus die woekertarieven rekenen pakken we aan met forse boetes en bij herhaling het ontnemen van hun vergunning.

Noten: 

[i] De gemeente Amsterdam heeft daar met het programma Vroeg Eropaf goede ervaring mee en in de gemeente Nijmegen loopt eveneens een succesvol project, Vindplaats Schulden.

[ii] Zie: https://decorrespondent.nl/7871/denk-mee-over-onze-voorstellen-aan-de-tweede-kamer-om-problematische-schulden-terug-te-dringen/3549626019588-7f6ed420

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *